12 maanden geleden

De profeet Daniël (09)

Terugblik op hoofdstuk 3 vers 1-12

Overzicht van Daniël 2 t/m 6

Daniël 2 had ons in de droom van Nebukadnezar de ontwikkeling van de heerschappij van de mens op aarde laten zien. Er waren vier wereldrijken die begonnen met het Babylonische wereldrijk onder Nebukadnezar. De hele geschiedenis van de heerschappij van de volkeren wordt in dit beeld in Daniël 2 in zijn uiterlijke verloop voorgesteld – vier wereldrijken, eindigend met het Romeinse Rijk, dat door de macht van de Heer Jezus zal worden vernietigd. Het is een buitengewoon belangrijk beeld dat we in dit hoofdstuk vinden: God geeft de heerschappij aan mensen. En hoe mensen deze macht gebruiken is vervolgens het onderwerp van de hoofdstukken 3 tot en met 6, die we historisch kunnen noemen. In deze vier hoofdstukken worden innerlijke ontwikkelingen getoond, de morele kant van deze koninkrijken:

  • Hoofdstuk 3 – afgodendienst;
  • hoofdstuk 4 – zelfverheffing, verlies van de kennis van God;
  • hoofdstuk 5 – goddeloosheid;
  • hoofdstuk 6 – aanbidding van de mens; de top van het verderf.

Deze historische hoofdstukken 3 tot en met 6 zijn geïntegreerd in de profetische profetieën van de hoofdstukken 2 en 7. Ze bevatten dus niet alleen geschiedenis, niet alleen morele aanwijzingen, maar noodzakelijkerwijs ook profetische aanwijzingen. Het is duidelijk dat God ons in deze vier historische verslagen profetische ontwikkelingen van de eindtijd wil laten zien. Het zal ons geloof aanzienlijk versterken als we erin herkennen hoe God Zijn Christus bijstaat en hoe Hij ondanks alle boosheid van de mensen tot Zijn doel komt. Door deze historische hoofdstukken lopen twee hoofdlijnen:

  • De innerlijke ontwikkeling in de tijd van naties en het misbruik van hun macht door hun machthebbers;
  • de uiterlijke omstandigheden en de innerlijke karaktereigenschappen van het trouwe overblijfsel, uitgebeeld in Daniël en zijn drie vrienden.

Al deze verslagen kunnen dus op verschillende niveaus worden gezien, als historisch of als profetisch; maar wij willen de lessen van deze gebeurtenissen ook persoonlijk tot ons nemen.

De hoofdstukken 2 tot en met 4 tonen ook aan de hand van het voorbeeld van Nebukadnezar dat God tot ieder mens twee of drie keer spreekt om zijn ziel af te wenden van het verderf, om niet in de kuil te lopen (Job 33:28-30; 14-18). In hoofdstuk 2, na de uitleg van de droom door Daniël, moet hij erkennen dat de God van Daniël de hoogste God is, Hij had zich heel duidelijk aan hem geopenbaard. Hier in hoofdstuk 3 openbaart God Zich opnieuw heel duidelijk aan hem in hoe Hij Zich ontfermt over de drie vrienden in de vurige oven. En opnieuw, in de verzen 28+29, krijgt hij een zekere indruk van de grootheid en macht van God – maar net als de eerste keer lijkt deze indruk niet blijvend bij hem te zijn. Dan hebben we in hoofdstuk 4 opnieuw een spreken van God tot hem, ditmaal zelfs in een tijdelijk oordeel. Maar God laat hem niet gaan in deze geestelijke ontsporing en geeft hem zijn bewustzijn terug, en opnieuw moet Nebukadnezar erkennen wie God is.

Terugblik op Daniël 3 vers 1-12

In hoofdstuk 3 vinden we, dat Nebukadnezar de indrukken van Daniëls uitlegging van de droom blijkbaar heel snel was kwijtgeraakt. Kennelijk richtte hij onmiddellijk daarna dit enorme beeld op, 30 meter hoog en volledig van goud. Hij wilde daarmee de uiteenlopende krachten van zijn enorme rijk met zijn vele verschillende godsdiensten tegengaan en zijn volk verenigen door een gemeenschappelijke godsdienst. Hij richtte dit beeld op en droeg zijn onderdanen op het te vereren. Juist door deze daad stelde hij zich tegenover God! Het is God Die heerst over het geweten van de mensen, en nooit een mens. In zijn hoogmoed zag Nebukadnezar dit volledig over het hoofd. Hij gebiedt de mensen te geloven wat hij juist acht, namelijk zijn gouden beeld te aanbidden. Dat is een inbreuk op de rechten van God! En zo zagen deze drie vrienden van Daniël het ook, die liever de oven ingingen dan God te verloochenen.

Waarom was Juda eigenlijk in Babylonische gevangenschap gekomen? Ze waren door God uit het land van belofte verwijderd vanwege hun afgoderij. Dat was de straf van God over hen. En nu komen ze in gevangenschap, en het is beschamend, dat wat ze nu moesten doen, ze al vrijwillig kenden uit het land Kanaän. Men moet ervan uitgaan, dat de massa van de Joden niet zo trouw was geweest als Daniël en zijn drie vrienden – zij hadden het al eeuwen lang in hun eigen land zo bedreven. Dat maakt het gedrag van deze vier jongemannen tot zo’n indrukwekkend voorbeeld voor ons. Ons zwakke punt vandaag is, dat wij Gods gedachten niet meer voldoende kennen en daarom niet meer met uiterste trouw gehoorzamen.

Nebukadnezar laat zijn beeld inwijden en alle leiders van zijn koninkrijk zijn bij deze gebeurtenis aanwezig. Slechts één ontbreekt – Daniël; waarom hij hier niet verschijnt, daarover geeft het Woord van God ons geen uitleg; uit Daniël 2 vers 48 en 49 kunnen we echter opmaken dat de wegen van de vier vrienden zich hadden gescheiden vanwege de verschillende functies die hun waren toebedeeld. De godsdienst van de koning, nu verordend in Daniël 3, was van de eenvoudigste soort: wanneer het geluid van de muziekinstrumenten werd gehoord, moesten allen voor dit beeld neervallen en het aanbidden – dat was het. Het was dus niet zozeer een problematische aangelegenheid, maar het was kwaadaardig omdat het het geweten van de mensen overheerste en aanbidding gaf aan wat Nebukadnezar had gemaakt. Zijn grenzeloze zelfvertrouwen blijkt heel duidelijk uit de dubbele nadruk in verzen 14 en 15 dat hij het had gemaakt en opgericht. Hoe trots was deze man op dit voor zichzelf opgerichte beeld.

Het schijnt, dat dit ook in zijn hele koninkrijk werd nageleefd, alleen deden drie mannen niet volgens dit gebod. Daarom werden zij voor de koning aangeklaagd (vers 8 e.v.). Opvallend is, dat zij worden aangeduid als Joden en Joodse mannen, zij die slaven waren. En dan wordt steeds weer benadrukt – als om het geweten van Nebukadnezar te treffen – dat Nebukadnezar hen zelf tot hun huidige positie had bevorderd: u hebt hen aangesteld, zij geven geen acht op u, zij dienen uw goden niet. Maar er spreekt ook onheilige naijver en jaloezie uit de woorden van deze mannen. De beschuldiging “zij dienen uw goden niet” is echter geheel onterecht, want dat had Nebukadnezar niet geëist. Deze beschuldiging wordt door de aanklagers aan de woorden van Nebukadnezar toegevoegd.

Deze trouwe mannen werden gekenmerkt door wijsheid en inzicht. Zij herkenden wat er achter het beeld van Nebukadnezar zat, namelijk zijn goden. Zij doorzagen het geheel en knielden daarom niet voor het uiterlijke beeld, omdat zij wisten, dat daarachter de werkelijkheid van de afgoden van Babel stond. Zij waren ook wijs in wanneer zij iets zeiden en wanneer zij zwegen; en in het weinige dat zij dan zeiden, gaven zij opnieuw blijk van wijsheid en onderscheidingsvermogen. Verder werden zij niet alleen gekenmerkt door trouw, maar ook door standvastigheid en moed; zij waren niet alleen eenmaal trouw, maar zij bleven trouw in zeer moeilijke omstandigheden. Wat kunnen wij toch van deze jonge mannen leren! Hoe weinig tonen wij vaak van deze eigenschappen in veel eenvoudiger omstandigheden. Hoe vaak ontbreekt het ons aan wijsheid en kennis ten opzichte van wat de wereld ons vandaag biedt. Hoe vaak ontbreekt het ons aan wijsheid om te spreken en te zwijgen, ook aan deze standvastigheid en trouw en ook aan de moed van deze jonge mannen.

In Daniël 1 waren ze al trouw geweest, maar ze hadden Daniël bij zich als hun leider. Hier in Daniël 3 zijn ze net zo trouw zonder dat Daniël wordt genoemd. Zij staan op eigen benen in hun geloof en hebben deze moed en trouw ook zonder Daniël bewezen.

 

Achim Zöfelt; © www.bibelstudium.de

Online in het Duits sinds 29.05.2014.

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, FW