6 maanden geleden

De mens – zoals God hem ziet (3)

Romeinen 7 vers 22; 2 Korinthe 4 vers 16-18; Efeze 3 vers 14-17

 

God heeft de eerste mens zeer goed geschapen. Maar Adam viel in zonde. Als resultaat werd de eerste mens de oude mens, die doet wat voor God kwaad en verkeerd is. Gelukkig houdt de menselijke geschiedenis daar niet op. Met onze bekering gebeurde er iets wonderbaars met ons, dat een grote uitwerking op ons leven heeft: we hebben de oude mens uitgedaan en de nieuwe mens aangedaan. Nu zijn we in staat om het goede te doen.

We komen nu bij een ander onderwerp: de Bijbel vertelt ons, dat we als gelovigen een uiterlijke en een innerlijke mens hebben. Bovendien stel ze ons de belangrijke taak voor om als “mens Gods” op aarde te leven.

De uiterlijke en de innerlijke mens

 

“Daarom worden wij niet moedeloos, maar al raakt ook onze uiterlijke mens in verval, toch wordt onze innerlijke van dag tot dag vernieuwd. Want de kortstondige lichtheid van onze verdrukking bewerkt voor ons een uitermate uitnemend, eeuwig gewicht van heerlijkheid; daar wij ons oog niet richten op de dingen die men ziet, maar op de dingen die men niet ziet; want de dingen die men ziet, zijn tijdelijk, maar de dingen die men niet ziet, zijn eeuwig” (2 Kor. 4:16-18).

“Want ik verlustig mij in de wet van God naar de innerlijke mens” (Rom. 7:22).

“Om deze oorzaak buig ik mijn knieën voor de Vader <van onze Heer Jezus Christus>, naar Wie elke familie1 in hemelen en op aarde wordt genoemd, opdat Hij naar de rijkdom van Zijn heerlijkheid u geeft door Zijn Geest met kracht gesterkt te worden naar de innerlijke mens, zodat Christus door het geloof in uw harten woont” (Ef. 3:14-17).

De uiterlijke mens

In 2 Korinthe 4 vers 16 wordt de uiterlijke mens als eerste genoemd. Hij is niet slecht, maar door God goed geschapen en uitgerust met geweldige bekwaamheden. Maar de uiterlijke mens is gerelateerd aan het zichtbare en tijdelijke, terwijl de innerlijke mens gerelateerd is aan het onzichtbare en eeuwige. Beide zijn waar voor de gelovige.

God heeft de uiterlijke mens bekwaamheden gegeven: ogen, oren en handen, waarmee hij het zichtbare kan ontdekken, aanraken en waarnemen. Hij kan er ook van genieten, als het niet met zonde verbonden is. Zo kunnen de gelovigen zich bijvoorbeeld over een nieuwe auto of een mooi huis verheugen. Ze nemen het dankbaar aan uit de hand van hun Schepper, die tegelijk hun God en Vader is. U kunt ook genieten van een goede maaltijd of u in de schoonheid van de schepping verheugen. Zo schenkt God de gelovigen enkele dingen, waarvan hun uiterlijke mens kan genieten.

Maar we moeten niet vergeten, dat aan al het zichtbare een einde komt. De Bijbel leert ons, dat de uiterlijke mens vervalt. Als we bijvoorbeeld het mooie Zwitserland willen leren kennen, moeten we niet te lang wachten – zodra we namelijk wat ouder worden, kunnen we geen hoge bergtoppen meer beklimmen of de berglucht verdragen. Hetzelfde geldt voor alles wat zichtbaar en tijdelijk is. Mijn eerste tractor, die ik in mijn jeugd als boer kocht, was rood gespoten en gloednieuw. Ik hem altijd met vreugde bekeken. Dat is geen zonde. Maar deze tractor bleef niet lang nieuw. Het kreeg zijn eerste krassen en ging uiteindelijk stuk. Laten we niet vergeten: alles dat de uiterlijke mens vreugde geeft, is, wat de tijd betreft, begrensd en loopt ten einde.

De innerlijke mens

Bij gelovigen staat de innerlijke mens in contrast met de uiterlijke mens. We vinden deze uitdrukking drie keer in de Bijbel.

Uit 2 Korinthe 4 vers 16-18 leren we, wat de innerlijke mens kenmerkt. Hij heeft het vermogen om gemeenschap met de onzichtbare God te onderhouden en te genieten van wat niet gezien kan worden maar voor eeuwig blijft. Hij kan ook dat waarnemen, wat men niet ziet en zich daarover verheugen. Er staat ook, dat de innerlijke mens vernieuwd wordt. Het is niet onderhevig aan het proces van de vergankelijkheid, noch afhankelijk van de uiterlijke omstandigheden. In gemeenschap met God kan hij tot op hoge leeftijd levendig en fris blijven.

In Romeinen 7 vers 22 lezen we over de blijvende, onvergankelijke vreugde van de innerlijke mens aan het Woord van God. Alle gelovigen die ouder geworden zijn, kunnen dat bevestigen. Ze zullen getuigen, dat wat de uiterlijke mens betreft, niet langer meer zo is zoals het in de jeugd was. Misschien is hun gezichtsvermogen verslechterd of is hun gehoor verminderd. Maar de vreugde van de innerlijke mens in het Woord van God blijft in eeuwigheid, want dit Woord kan niet voorbijgaan.

Wat ons wordt verteld in Efeze 3 vers 14-17 gaat nog een stap verder. Daar gaat het over de vreugde van de innerlijke mens in onze Heer Jezus Christus. Wat een heerlijke Persoon is Hij! Van eeuwigheid af is Hij de geliefde Zoon van de Vader. Hij is ook de ware, zondeloze Mens, die hier geleefd heeft en nu in de hemel zit aan Gods rechterhand. Als de eeuwige Zoon en als Mens op aarde heeft Hij altijd het welbehagen van de Vader naar zich toe getrokken. Hoe verheugt Zich God de Vader in Zijn Zoon! Deze vreugde heeft Hij ook in ons hart gelegd, zodat we gesterkt mogen worden “naar de innerlijke mens, zodat Christus door het geloof in uw harten woont”. Het is een vreugde die nooit vergaat en die ons geloof verlevendigt. De vreugde die we hebben in de Heer Jezus, is inderdaad onuitsprekelijk en verheerlijkt (1 Petr. 1:8). Het maakt onze innerlijke mens nu al gelukkig en zal ons in de hemel tot eeuwige aanbidding brengen.

De mens Gods

 

“Alle Schrift is door God ingegeven en nuttig om te leren, te weerleggen, te verbeteren en te onderwijzen in [de] gerechtigheid, opdat de mens Gods volkomen2 is, tot alle goed werk ten volle toegerust” (2. Tim 3:16,17).

Wat is een mens Gods?

Gelovige mensen zijn mensen van God. Wat betekent dat? Soms worden de termen “mens Gods” in het Nieuwe Testament en “man van God”3 in het Oude Testament door elkaar gehaald. Maar ze bedoelen niet hetzelfde. Een man van God in het Oude Testament was een door God gekozen werktuig om een ​​dienst voor Hem te verrichten. Maar vandaag zijn alle verlosten, gelovige mannen en gelovige vrouwen mensen van God.

We vinden deze uitdrukking twee keer in de brieven aan Timotheüs. In 1 Timotheüs 6 vers 11 richt Paulus zich rechtstreeks tot de ontvanger van de brief met de woorden: “Maar jij, mens Gods.” Maar in 2 Timotheüs 3 wordt over het algemeen van alle gelovigen gezegd dat ze mensen van God zijn. Deze uitdrukking zegt, dat we in ons leven de verheven taak hebben om God op aarde te vertegenwoordigen. Het is een hoge adel voor ons als gelovigen om de onzichtbare God in ons gedrag zichtbaar te maken.

Aanwijzingen voor de mens Gods

Hoe kunnen we dit doen? Doordat wij ons laten leiden door Gods Woord. Daarom is het zo belangrijk, dat we de Bijbel ijverig lezen, zodat we in staat zijn om deze taak als volk van God op aarde te vervullen.

“Alle Schrift is door God ingegeven.” Hiermee wil Paulus zeggen: God heeft Zijn wil en Zijn gedachten neergelegd in Zijn geïnspireerd, heilig Woord. Omdat we allemaal door Gods genade onze eigen Bijbel hebben, heeft Hij die ook met ons gedeeld. We kunnen dus de Goddelijke wil kennen om ons als mensen van God te gedragen, als we het Woord lezen en het in ons hart laten werken.

  • Het Woord van God is nuttig om te leren, omdat het de gelovigen basiskennis geeft. Als we samenkomen rondom het Woord, willen we altijd graag iets voor onze specifieke situatie hebben. God geeft ons dat feitelijk door Zijn Woord. Maar wanneer in de prediking van het Woord een tekst uit de Bijbel wordt uitgelegd, geeft Hij ons ook het basisonderwijs, dat voor het leven van het geloof zo noodzakelijk is. Als u bijvoorbeeld tussen Israël, het aardse volk van God, en de gemeente, het hemelse volk van God, geen onderscheid kunt maken, ontstaat er een grote verwarring. Het is tragisch, dat veel christenen dit verschil niet begrijpen. Deze waarheid maakt deel uit van de basiskennis die God in het bijbels onderwijs geeft.
  • Het Woord van God weerlegt ons ook. Het wijst op verkeerde dingen in ons leven. Zo kunnen we door de Bijbel herkennen of bij ons iets tegen de wil van God is.
  • Het Woord van God dient ook tot verbetering. Het toont ons de juiste, goede weg, die we als volk van God moeten gaan.
  • Ten slotte onderwijst het Woord van God ons gerechtigheid, zodat ons dagelijks leven in vereenstemming is met Gods gedachten.

Dankzij deze veelzijdige werking van het Woord ontvangen we de nodige begeleiding om onze taak als mensen van God te vervullen en de onzichtbare God op aarde te vertegenwoordigen.

“… opdat de mens Gods volkomen is.” Dit betekent niet, dat een gelovige zondeloos wordt. Het betekent veeleer, dat hij de zin van zijn leven begrepen heeft en als gevolg daarvan verwerkelijkt. Gelovige mensen hebben een diepe zin van hun leven: ze moeten dag in dag uit een licht en een getuigenis zijn van de onzichtbare, eeuwige God. Ze hebben ook een levenswerk: Ze zijn “tot alle goed werk ten volle toegerust.”

De mens Gods is iemand, die tot God is teruggekeerd en Jezus Christus als Redder heeft aangenomen. Vóór zijn bekering stond hij in de oude mens voor God; nu staat hij voor Hem in de nieuwe mens. Hij is nu in staat praktische gerechtigheid en heiligheid voort te brengen. Hij heeft Christus als doel en inhoud van zijn leven. Als een mens Gods kan hij op aarde een licht en een getuigenis van de onzichtbare God zijn, Die hem heeft geschapen. Op basis van het volkomen volbrachte werk van de Heer Jezus op Golgotha ​​kan hij, door Gods genade, deze opdracht vervullen, waartoe God ieder op zijn plaats gesteld heeft. Moge God ons genade geven, zodat we die trouw mogen vervullen.

 

NOOT:
1. Of ‘vaderlijk huis’; er is dus een direct verband tussen de woorden voor ‘Vader’ en ‘familie’.
2. Dit is ‘volledig geschikt’.
3. Zie b.v. Deut. 33:1; Richt. 13:6; 1 Sam. 2:27; 1 Kon. 12:22; 1 Kon. 17:18; 2 Kon. 5:20; Jer. 35:4.

 

Max Billiter; © www.haltefest.ch

Jaargang: 2020 – Nummer: 5 – Bladzijde: 21.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW