2 maanden geleden

De keuzes van Johannes Markus

HOW? WHEN? WHY? WHAT? WHERE?

Zijn identiteitscrisis

 

Het is opmerkelijk te zien hoeveel we kunnen leren van personen in de Bijbel over wie weinig wordt gezegd. Neem bijvoorbeeld Henoch, die slechts in drie korte passages in de Bijbel wordt genoemd (Gen. 5:18-24; Hebr. 11:5; Jud. 14). Toch is hij een groot voorbeeld als het gaat om trouw, want hij wandelde met God.

Maar het is niet mijn bedoeling te schrijven over deze man die duizenden jaren geleden leefde. Ik wil, samen met jou, kijken naar een jonge man in het Nieuwe Testament die een paar keer wordt genoemd, in de meeste van deze passages slechts als een kanttekening. Zijn naam is Johannes Markus.

De eerste keer dat hij genoemd wordt, is in verband met zijn moeder in Handelingen 12 vers 12. Toen Petrus in de gevangenis zat en op het punt stond de volgende dag te worden geëxecuteerd, waren velen van de gelovigen samengekomen om te bidden in het huis van Maria, de moeder van Johannes Markus. Aangezien Petrus daarheen ging nadat hij door de engel uit de gevangenis was bevrijd, schijnt het regelmatig voor te komen dat de gelovigen in dit huis samenkwamen. We kunnen dus concluderen dat Johannes Markus uit een gezin kwam, waar een hart was voor de dingen van de Heer. Dit is een goede en nuttige zaak. Het is een voorrecht om op te groeien in een christelijk huis, in een christelijke familie. Wij weten dat Barnabas, de reisgezel van de apostel Paulus, zijn oom was (Kol. 4:10). Dit was misschien een van de redenen waarom Barnabas en Paulus (die toen nog Saulus werd genoemd) Johannes Markus meenamen op hun zendingsreis toen zij terugkeerden uit Jeruzalem (Hand. 12:25). Zij moeten iets in deze jongeman hebben gezien, dat hen ertoe bracht hem mee te nemen op hun reis. Dit toont ons, dat het niet alleen de moeder van Johannes Markus was die belangstelling had voor de dingen van de Heer, maar dat Johannes Markus ook zijn tijd opofferde om op zendingsreis te gaan. Hij identificeerde zich met het zendingswerk.

Misschien ben jij een jonge gelovige die zich de vraag stelt hoe jij de Heer zou kunnen dienen. De Heer dienen in het buitenland is niet voor iedereen weggelegd; misschien heb je die roeping niet, of kun je niet omgaan met reizen (gisteren sprak ik nog met een zuster, die niet meer durft te vliegen) of verblijven in moeilijke en arme omstandigheden in bijvoorbeeld Afrika of India. Bovendien begint het dienen van de Heer ‘thuis’, in je eigen woonplaats en plaatselijke gemeente of kerk. We zien dit principe in Handelingen 1 vers 8. De discipelen begonnen te prediken in Jeruzalem, waar ze op dat moment woonden, en trokken van daaruit verder naar Judea, Samaria en de hele wereld.

Het is een voorrecht om de Heer plaatselijk te dienen – helpen in de zondagsschool, de stoelen klaarzetten voor een samenkomst, het voorbereiden en helpen met evangelieverkondiging, enzovoorts. Maar de tijd kan komen, dat de Heer wil dat je ‘verder gaat vanuit Jeruzalem’ en Hem op andere plaatsen gaat dienen. Als dat zo is, is het heel nuttig als u zich bij anderen kunt aansluiten in hun dienst voor de Heer, om van hen te leren in geestelijke zaken (Hebr. 13:7), maar ook in de praktische zaken op het zendingsveld.

Dit is ook wat Johannes Markus deed: Hij ging mee met Barnabas en Saulus. We weten niet echt wat er met hem gebeurd is tijdens deze reis, maar we weten wel, dat het dienen van de Heer in die tijd (en tot op zekere hoogte zelfs vandaag) een gevaarlijke en moeilijke taak was. Kijk maar naar de indrukwekkende lijst van Paulus’ lijden in 2 Korinthe 11 vers 23-28, dat hij slechts een paar jaar later schreef. Ergens onderweg gaf Johannes Markus het op … Hij had ervoor gekozen om met zijn oom en Saulus mee te reizen, maar toen zij Pamfylië bereikten, verliet hij hen en ging niet mee naar het werk (Hand. 15:38). Was het werk te zwaar? Te veel uren? Niet genoeg slaap? Miste hij de gemakken van een grote stad als Jeruzalem, waar hij hoogstwaarschijnlijk was opgegroeid? Wij weten het niet. Maar hij gaf het op om de Heer te dienen! Hij koos een andere weg. Wanneer de Heer ons roept om een bepaald werk voor Hem te doen, kunnen we er zeker van zijn dat Hij zal voorzien. Zoals iemand zei: ‘De Heer voorziet, waar Hij leidt’. Ik heb de indruk dat Johannes Markus dit leven in dienst van de Heer moeilijk vond – misschien te moeilijk. Hij “die hen van Pamfylië af in de steek had gelaten en niet met hen was meegegaan naar het werk.” Hij was niet langer geïdentificeerd met het werk van de Heer. Dit veroorzaakte zelfs problemen tussen Barnabas en Saulus (Hand. 15:37-40) en zij gingen uit elkaar! Wat een trieste situatie en wat een verantwoordelijkheid voor deze jonge dienstknecht! Een ware identiteitscrisis!

Johannes Markus verdwijnt dan ‘van het net’; we lezen een tijdlang niets over hem. Maar als we verder gaan in de geschiedenis van het Nieuwe Testament, vinden we zijn naam weer terug. Toen Paulus in de gevangenis zat en aan de Kolossenzen schreef, noemde hij Johannes Markus en zei, dat ze hem moesten verwelkomen als hij naar hen toe kwam. Misschien hadden zij gehoord wat er in Handelingen 15 was gebeurd en moest hun nu worden verteld, dat Johannes Markus onder hen welkom moest zijn (Kol. 4:10). Dit vertelt ons dat Johannes Markus zijn falen had ingezien en terugkeerde naar zijn dienst. Hij was bij Paulus, die in de gevangenis zat, en bracht via Paulus zijn groeten over aan de Kolossenzen. Toen Paulus aan Timotheüs schreef, vroeg hij hem Johannes Markus mee te nemen en hij kon zelfs getuigen dat Johannes Markus voor Paulus nuttig was voor de bediening (2 Tim. 4:11). Wat een contrast! Dezelfde persoon die in vroegere jaren de dienst van de Heer had verlaten, was er nu nuttig in! Hij had zijn identiteit teruggekregen!

We zien hier, dat herstel altijd mogelijk is bij de Heer, ook als het gaat om Hem te dienen. Mensen denken daar misschien anders over (misschien was dit het geval met sommigen van de Kolossenzen – zie 4:10), maar de Heer aanvaardde de bediening van Johannes Markus en getuigde daarvan in Zijn Woord! Natuurlijk is dit alleen mogelijk wanneer er berouw is. De Bijbel vertelt ons duidelijk, dat wanneer we een fout maken, we ons hiervan moeten bekeren en moeten terugkeren op onze christelijke weg. Dit is wat er gebeurde met Johannes Markus. De laatste keer dat hij in de Bijbel wordt genoemd is in 1 Petrus 5 vers 13, waar Petrus hem “mijn zoon” noemt, hoewel we niet precies weten of dit een familierelatie was of een relatie vergelijkbaar met die tussen Paulus en Timotheüs. Paulus noemde Timotheüs “[mijn] echt kind in het geloof” (1 Tim. 1:2). Het is waarschijnlijk dat Petrus aan Johannes Markus vertelde over zijn ervaringen tijdens zijn drie-en-een-half jaar met de Heer Jezus toen Hij hier op aarde was. Johannes Markus is de schrijver van het tweede evangelie, dat zijn naam draagt. In dit evangelie zien we de Heer Jezus afgebeeld als de volmaakte Knecht. Hoe wonderbaarlijk is dit: een dienaar die faalde in zijn dienst voor de Heer werd door de Heer gebruikt, geïnspireerd door de Heilige Geest, om te getuigen van de volmaakte Dienaar, ons grote Voorbeeld!

We kunnen dus hier een paar dingen leren:

  • We kunnen met anderen meegaan in de dienst van de Heer.
  • Na mislukking is er altijd ruimte voor herstel
  • Na herstel kunnen we weer gebruikt worden tot Zijn eer!

Dien jij de Heer? Hebt je gefaald? Heb berouw en keer terug in je dienst – tot Zijn eer en het welzijn van uw medegelovigen!

Paul Meijer; © The Christian Explorer

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW