4 jaar geleden

De herders in Bethlehem

Het verbaast ons steeds weer, dat de Heer Jezus, de eeuwige Zoon van God, als waarachtig Mens op deze aarde gekomen is. Zo vinden we Hem vooral in het evangelie van Lukas, en het heeft God behaagd om ons taferelen te laten zien die getuigen van armoede, van vernedering in de ogen van de mensen.

Dit geldt eveneens voor de herders. “En er waren herders in diezelfde landstreek, die in het open veld bleven en ’s nachts de wacht hielden over hun kudde” (Luk. 2:8).

Herders waren een gruwel voor de Egyptenaren (Gen. 46:34), en ze werden niet tot de hogere klasse gerekend. Hebben we niet kunnen verwachten, nadat de Heer Jezus, de Heiland, geboren was, dat de hogepriesters en schriftgeleerden daarvan op de hoogte waren, mannen met aanzien onder de Joden? Nee, alleen deze herders werden als eerste over de geboorte van de Heer geïnformeerd, zo ver als de Bijbel zegt.

Van deze herders vinden we een aantal kenmerken die voor ons nog steeds actueel zijn.

  1. Ze bleven:1 Dit spreekt van rust, geen opgewonden heen en weer lopen, zonder opgeven van hun taak. Hoe is dat met ons?
  2. Op het open veld: zij hadden geen paleis, konden zich niet aan het gemak overgeven en waren daartoe aan weer en wind blootgesteld. Kan het bij ons niet voorkomen dat we het gemak liefhebben en alles proberen te vermijden, wat daar tegenover staat?
  3. In de nacht wacht houden: zij zelf sliepen ’s nachts niet, maar werden door waakzaamheid gekenmerkt. Om ons heen is het geestelijk en moreel gezien nacht. Zijn wij zulken, die wat de dingen van God aangaan, waakzaam zijn, of zijn wij geestelijk ingeslapen (Ef. 5:14)? Gewoon omdat de herders wakker waren, konden ze deze berichten krijgen.
  4. Wacht houden: ze werkten om de kudde te beschermen en waren niet met zichzelf bezig.
  5. Over hun kudde: Al bij Kaïn en Abel vinden we het verschil tussen de boer die meende zelf iets te kunnen doen, en daarop trots was, en de herder die zich bewust was alleen te waken over dat, wat hem door God was toevertrouwd, zonder eigen toedoen (Gen. 4:1-5). Helaas, we denken vaak grote dingen te kunnen doen. Maar wat hebben we niet van God ontvangen? (1 Kor. 4:7).
  6. Over hun kudde: Het was geen vreemde, maar hun eigen kudde, hun taak: herkennen we ook onze taken en voeren we ze uit, of zien wij het als te gering en doen ze niet, maar  streven in plaats daarvan naar iets hogers, iets beters?

Juist deze herders worden op de hoogte gebracht van een van de geweldigste nieuwsberichten, die mensen op deze aarde ontvangen hebben. Dat maakte hen gelukkig en zij verheerlijkten God.

Carsten Verwaal, © Bibelpraxis.de

NOTEN VERTALER:
Hier is de Voorhoeve Vertaling 4e druk gebruikt, waar we de uitdrukking “zij bleven” vinden. Andere vertalingen drukken het enigszins anders uit wat echter hetzelfde uitdrukt, namelijk “die zich ophielden” (HSV).

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol