9 maanden geleden

De grote geloofsdaad van Abraham (10)

Schriftplaatsen: Genesis 22 vers 9-10

Levend op het altaar

“… bond zijn zoon Izak en legde hem op het altaar, boven op het hout” (Gen. 22:9).

Bij de bloedige offers in het Oude Testament zien we, dat het offerdier eerst geslacht en dan pas op het altaar gelegd werd. Maar bij Izak was het anders: hij werd levend op het altaar gelegd – een verdere opmerkelijke heenwijzing van wat er gebeurde op het kruis met onze Heiland: onze Heiland verdroeg in het volle bezit van Zijn geestelijke en fysieke kracht het lijden van het oordeel van God. Niets, helemaal niets werd Hem bespaard. Zelfs de wijn gemengd met gal, die de Romeinse soldaten Hem aan wilden reiken, weigerde  Hij (Matth. 27:34). Ja, elke smart en elk leed heeft Hij diep gevoeld. Welk een hoge prijs heeft Hij toch voor u en mij betaald!

Gehoorzaamheid en onderworpenheid van Izak

De gehoorzaamheid en onderworpenheid van Izak, laten ons denken aan de “gehoorzaamheid van de Ene” (Rom. 5:19), van Wie in Jesaja 53 vers 7 profetisch staat: “Toen betaling geëist werd, werd Hij verdrukt, maar Hij deed Zijn mond niet open. Als een lam werd Hij ter slachting geleid; als een schaap dat stom is voor zijn scheerders, zo deed Hij Zijn mond niet open”. Onze Heer liet Zich naar Golgotha leiden om daar te worden gekruisigd. Hij was “als een man die niet hoort, in wiens mond geen weerwoord is” (Ps. 38:15).

Echter in tegenstelling tot Izak gaf de Heer Zich vrijwillig en bewust aan God over. Hij kon zeggen: “Zie, Ik kom om Uw wil te doen” (Hebr. 10:9). Hij wist ook, in tegenstelling tot Izak, alles van te voren wat met Hem zou gebeuren. In Johannes 18 vers 4 staat: “Jezus dan, Die alles wist wat over Hem zou komen, ging uit”. En toch heeft Hij Zich aan de wil van Zijn Vader volledig onderworpen. Het was Zijn voedsel, om de wil van Hem te doen, Die Hem gezonden had, en Zijn werk te volbrengen (Joh. 4:34; 6:38).

Abraham gaat tot het uiterste

“Toen strekte Abraham zijn hand uit en nam het mes om zijn zoon te slachten” (Gen. 22:10).

Toen kwam het moment waarop Abraham zijn hand uitstrekte om zijn zoon te slachten. Ongetwijfeld het hoogtepunt in deze scène. Abraham ging niet alleen de eerste stap in de beproeving, hij ging ook de laatste stap. Bij hem was niet alleen een “willen” aanwezig, maar ook een “volbrengen”. Hij ging tot het uiterste. Zo groot was zijn eerbiediging voor God, dat hij uit gehoorzaamheid aan God het mes nam om zijn zoon te slachten. Hij handelde uit gehoorzaamheid verbonden met het geloof in de opwekkingskracht God. Wat een vreugde moet het voor God zijn geweest om deze gehoorzaamheid van het geloof te zien – een gehoorzaamheid die bereid was om het liefste te geven, en die in het geloof vast met God rekende.

Dat, wat Abraham op Moria bereid was te doen – namelijk zijn zoon slachten – spreekt duidelijk van wat God heeft gedaan op Golgotha met Zijn Zoon. Daar werd Zacharia 13 vers 7 vervuld: “Zwaard, ontwaak tegen Mijn Herder en tegen de Man die Mijn Metgezel is!” In die drie donkere uren nam God het zwaard ten oordeel tegen de Heer Jezus, Die met onze zonden beladen was.

Wordt DV vervolgd.

Daniel Melui, © www.Bibelstudium.de

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol