14 jaar geleden

De Gouden kandelaar (7)

Het persoonlijk gebed is de adem van de ziel en zet de hemel in beweging en ontsluit de schatten van de hemel. Een dag doorgebracht in gebed is geen verloren dag. Bidden maakt de vijand bang. Hij zal dan vluchten. Ook het gebed behoort bij het leven in de Geest. Omdat bidden zo ontzettend belangrijk is, maar door ons als Christenen zo zeer wordt ondergewaardeerd, nodig ik u uit het volgende heel rustig te overwegen.

Het leven in de Geest (5)

Hoofdstuk 3

Wye 1 - Stilte

Het gebed in de Geest

Gebed is de hoogste dienst voor God. Deze dienst is mogelijk voor oprechte harten. Het gebed van geloof is de enige kracht in het heelal waardoor onze almachtige Heer Zich laat beïnvloeden. Mijn geloof leert mij dat het ware gebed een krachtdadige werking heeft. Een dag, doorgebracht in gebed voor God, is geen verloren dag! Men denkt zo gemakkelijk dat bidden nietsdoen is; maar dat is een misleiding van de vijand, die onze ernstige gebeden vreest. Hij weet dat hem, de vorst der duisternis, de grootste schade wordt toegebracht wanneer een gelovige bidder op zijn knieën ligt voor God.

Bewust één zijn met de Heer Jezus is een van de belangrijkste voorwaarden, wil gebed verhoord worden. “Indien gij in Mij blijft en Mijn woorden in u blijven, vraagt wat gij maar wilt en het zal u geworden” (Johannes 15:7).

Kan en wil God vandaag niet dezelfde wonderen doen die Hij in andere tijden heeft gedaan? “De ogen des Heeren doorlopen de ganse aarde, om Zich sterk te bewijzen aan hen, wier hart volkomen is tot Hem” (2 Kronieken 16:9; St. vertaling). Heer, geef mij een heel praktisch geloof, dat zich al Uw beloften ten nutte maakt. Als wij vragen: “Waar is de Heer, de God van Elia?”, dan is het antwoord: Hij openbaart zich daar, waar een Elia is, die werkelijk “bidt met gebed” (Jakobus 5:16-18). Het gelovig gebed brengt God ertoe Zijn macht in de wereld te openbaren tot heil van Zijn zaak en van degenen die Hij liefheeft. God staat ons toe om in diepe ootmoed, maar vol vertrouwen te vragen in het gebed. “Eis van Mij en Ik zal volken geven tot uw erfdeel, de einden der aarde tot uw bezit” (Psalm 2:8). Op grond van deze uitnodiging hebben van oudsher tot op vandaag mannen en vrouwen zich op het gebedsaltaar neergelegd en zo werd Gods zaak in leven gehouden en uitgebreid.

Gebed is de grondslag voor een gezegend en geheiligd leven van dienen! De Heer Jezus heeft hier op aarde de verborgen omgang met God vóór al het andere gesteld. En Zijn discipelen hebben zich aan Zijn voorbeeld gehouden. Daarom willen ook wij onze heiligste plicht vervullen – het gebed voor God. Wat er ook gedaan moet worden, houd daaraan vast! Als u het gebed verwaarloost, kunnen uw ziel en uw werk niet groeien.

Het werk van gebed in het verborgene geeft grote rijkdom! “Terwijl zij baden, werd de plaats, waar zij vergaderd waren, bewogen; en zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en spraken het woord Gods met vrijmoedigheid” (Handelingen 4:31). “En de Here voegde dagelijks toe aan de kring, die behouden werden” (Handelingen 2:47).

Iemand kan natuurlijk ook dag en nacht bidden en daarbij toch zichzelf misleiden. Maar moet een oprecht kind van God zich daarom van het gebed laten weerhouden? “Mijn schild is bij God, die de oprechten van hart verlost” (Psalm 7:11). “Verheugt u in de Here en juicht, gij rechtvaardigen; jubelt allen, gij oprechten van hart” (Psalm 32:11).

Alles is mogelijk degene die gelooft

Te allen tijde was voor het geloof alles mogelijk, want God onthoudt niets aan hem die geheiligd en vol vertrouwen bidt: “De Heer is een zon en schild, de Heer geeft genade en ere; het goede onthoudt Hij niet aan hen, die onberispelijk wandelen. Here der heerscharen, welzalig de mens, die op U vertrouwt” (Psalm 84:12, 13).

Wie in de wereld van het gebed leeft, is overgezet in een wereld waarin hij veel voorrechten geniet. Hij mag de krachten van de toekomende wereld laten neerdalen in onze wereld van nood. Door hun geloof en hun gebeden hebben Gods heiligen in hun tijd een nieuw tijdperk doen aanbreken – mensen als Mozes, Ezra, Daniël, Elia, Hanna, Samuël (Mattheüs 17:17-21).

Wat is het belangrijk dat zulke mensen van God opvolgers hebben, sterk in geloof en gebed, die het erfdeel van zegen dat op hen is gekomen, in zijn volle kracht in stand houden en verder weten te benutten voor God en voor Zijn volk! Toen Mozes wist dat de tijd van heengaan gekomen was, bad hij: “De Here, de God der geesten van alle levende schepselen, stelle over de vergadering een man, die voor hun aangezicht uitgaat en die voor hun aangezicht ingaat, en die hen doet uittrekken en hen weer terugbrengt, opdat de vergadering des Heren niet zij als schapen die geen herder hebben” (Numeri 27:16, 17).

Onze oude natuur is een grote hindernis voor waarachtig gebed. Zolang een kind van God niet bereid is zijn natuurlijke aard in de dood te geven, zolang is een aanhoudende omgang met God in het gebed niet mogelijk. De natuurlijke mens is ook wel eens in vuur en vlam voor het gebed, maar aanhoudend gebed is aan voorwaarden gebonden. Slechts dan, wanneer wij onder vernederende, smartelijke ervaringen inzien: “Zonder Mij kunt gij niets doen!” (Johannes 15:5), leren wij het om de Here Jezus mee te nemen op de stormachtige reis door de dag. Wij laten Hem deelnemen aan iedere zorg, aan iedere last, aan iedere vreugde. “Here, al mijn verlangen ligt voor U open, mijn zuchten is voor U niet verborgen. Onze ziel verwacht de Here, Hij is onze hulp en ons schild” (Psalm 38:10; Psalm 33:21). “Hem die in staat is u voor struikelen te bewaren en vlekkeloos onder gejuich te plaatsen voor Zijn heerlijkheid – de enige God, onze Redder door Jezus Christus, onze Heer, Hem zij heerlijkheid en majesteit, kracht en macht – vóór alle eeuwigheid en nu en tot in alle eeuwigheid! Amen” (Judas:24, 25; Leidse vertaling).

De heilige gebedsgeest

De geestelijke mens kan niet leven zonder gebed. Als ik het gebed verwaarloos, ben ik niet meer een geestelijk mens! Iedere onderbreking van onze verbinding met Jezus betekent een onderbreking van ons gebedsleven. Er komt echter een tijd in het leven van ieder kind van God, dat het in het diepst van zijn hart beseft: de dagelijkse omgang met God betekent alles voor mij! Wanneer u gemeenschap met de Here Jezus heeft, leeft u in een sfeer van gebed.

Ook de Here Jezus had, zolang Hij hier op aarde was, voortdurend omgang met de Vader: “Hij hief zijn ogen ten hemel en zeide: Vader! (Johannes 17:1). En nu bidt Hij als onze Hogepriester voortdurend voor allen die zich aan Hem hebben toevertrouwd (Hebreeën 7:24, 25). En als wij in waarheid met Hem verbonden zijn, wordt diezelfde heilige gebedsgeest ons geschonken. Ja, over allen die dicht bij Hem leven, stort Hij de Geest van genade en van gebed uit.

Een geestelijk mens heeft als eerste en hoogste levensdoel de verheerlijking van God voor ogen, evenals de Here Jezus in leven en sterven dat ene verlangen had: “Vader, verheerlijk uw naam!” (Johannes 12:28). Met betrekking tot alle geestelijke gaven en bedieningen zegt Petrus: “Opdat in alles God verheerlijkt worde door Jezus Christus” (1 Petrus 4:11). Wie zich in zijn gebedsleven niet tot deze hoogte verheft, doet daarmee afstand van de medewerking van de Heilige Geest, want Jezus zegt van de Heilige Geest: “Hij zal Mij verheerlijken” (Johannes 16:14).

Alleen als God zo heerlijk en groot voor u wordt dat Zijn eer en Zijn roem u boven alles gaat, zult u bevrijd worden van die fijne en verborgen eigenliefde, die voor veel gelovigen de oorzaak is van hun krachteloosheid in het gebed. “Het offer der goddelozen is de Here een gruwel, maar aan het gebed der oprechten heeft Hij welgevallen. Ver is de Here van de goddelozen, maar het gebed der rechtvaardigen hoort Hij” (Spreuken 15:8, 29).

Hoe belangrijk is het om te volharden in het gebed en in de gemeenschap met de Here Jezus! “Houdt aan in het bidden. Weest daarbij waakzaam, onder dankzegging” (Kolosse 4:2, 3; vertaling Brouwer). Het is een geweldig woord dat onze Here Jezus uitspreekt: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie in Mij gelooft, de werken, die Ik doe, zal hij ook doen, en grotere nog dan deze, want Ik ga tot de Vader; en wat gij ook vraagt in Mijn naam, Ik zal het doen, opdat de Vader in de Zoon verheerlijkt worde” (Johannes 14:12, 13).

Hoe gemakkelijk wordt de vlam van ons ernstig worstelen en bidden kleiner – hoe gemakkelijk verflauwt onze ijver en ernst, de aandrang van het gebed, de kracht van ons geloof! En toch … “Dit is de overwinning, die zegepraalt over de wereld: ons geloof” (1 Johannes 5:4; vertaling Petrus Canisius). Een geloof dat de wereld overwint – wat een macht! (Hebreeën 11:33, 34).

Krachtig worden in de geest – krachtig worden in het gebed

Het gemeenschappelijk gebed heeft bijzondere beloften en wij mogen dat beoefenen. Maar het is van belang dat wij in de eerste plaats het alleen-zijn met de Heer zoeken en dagelijks kracht en blijdschap vinden voor Zijn aangezicht. Zo worden we krachtig in de geest. Dat lezen wij van Johannes de Doper, die al vroeg de eenzaamheid met God zocht. De Heer geeft dit getuigenis van hem: “Hij was de fakkel die brandt en schijnt” (Johannes 5:35; vertaling Brouwer), een brandende fakkel voor zijn God (Lukas 1:65, 66, 76, 80; 3:1-4).

Bidden is in werkelijkheid samenwerken met God. “Wij zijn Gods medearbeiders” (1 Korinthe 3:9). Een Christen die in nabijheid van Gods troon leeft, heeft invloed op de grote en kleine gebeurtenissen op aarde, want hij is heel nauw verbonden met de Allerhoogste, wiens wil alles beheerst en regeert.

Men moet “in de raad Gods” staan, als men Gods opdracht in deze wereld wil vervullen. Over de valse profeten zegt de Heer: “Als zij in Mijn raad hadden gestaan, dan zouden zij Mijn volk Mijn woorden hebben doen horen, dan zouden zij hen hebben doen terugkeren van hun boze weg en van de boosheid hunner handelingen” (Jeremia 23:22). “Gij zijt niet op de bressen gaan staan en gij hebt geen muur opgetrokken” (Ezechiël 13:5). “Ik heb onder hen gezocht naar iemand, die een muur zou kunnen optrekken en voor Mijn aangezicht op de bres zou kunnen staan ten behoeve van het land, zodat Ik het niet zou verwoesten, maar Ik heb hem niet gevonden” (Ezechiël 22:30). Hier zien we wat God verwacht van het geloof en de gebedskracht van Zijn dienstknechten. “Het gebed van een rechtvaardige vermag veel” (Jakobus 5:16). Ja, het door God gewerkte geloof, dat tot uitdrukking komt in het gebed, is een macht. Het heeft God zelf achter zich staan en God zelf is er vóór en staat het geloof voor ogen: “Mijn ogen zijn bestendig op de Here, want Hij voert mijn voeten uit het net” (Psalm 25:15). Here Jezus, openbaar de macht van Uw naam!

Onze kracht ligt in volhardend gebed

Bidt zonder ophouden” (1 Thessalonika 5:17). Verslappen in het gebed betekent God tegenhouden, want onze gebeden die uit het geloof voortkomen, vormen de verbinding tussen hemel en aarde. Zij zijn de ladder waarlangs God Zijn engelen laat opklimmen en neerdalen om Zijn uitverkorenen te dienen. God zendt als het ware langs de rails van de gebeden die voortkomen uit het geloof, de goederentreinen van Zijn geestelijke en aardse zegeningen naar ons toe.

De apostelen beschouwden het gebed en het onderzoeken van Gods Woord als het belangrijkste deel van hun geestelijk werk (Handelingen 6:4). Zij wisten: “Ons geloof is de overwinnning, die de gehele wereld overwint” (1 Johannes 5:4). Door het gebed ademen wij goddelijk leven en goddelijke kracht in; door het gebed ademen we deze ook weer uit op de plaats waar wij staan. Zodra we echter niet meer volkomen op God en Zijn verheerlijking gericht zijn, maar over onszelf en onze geestelijke hoedanigheden en ons welslagen gaan nadenken, verdwijnen de kracht en de zegen. Wij verliezen de blik op de wijde wereld vol zonde en ongeluk, waar voor we moeten strijden en bidden. De kracht van God werkt niet meer in ons.

De duivel heeft er alles voor over om de gebedsstrijder schaakmat te zetten. Laten we eens denken aan Simson. De Filistijnen kochten Delila om en zij ontlokte hem het geheim van zijn bovennatuurlijke kracht. Toen hij vast in slaap was, liet ze zijn haar, het teken van zijn afhankelijkheid van God, afknippen. Nu was zijn kracht van hem geweken – de Heer was van hem geweken. “En Simson wist niet, dat de Heer van hem geweken was” (Richteren 16:20).

Wat worden wij gevoelloos wanneer we het geheim van de overwinning, het geheim van onze verborgen verbinding met God, prijs geven – het aanhoudend gebed!

Zonde en verkeerdheid maken waarachtig bidden onmogelijk

“Had ik onrecht beoogd in mijn hart, dan zou de Here niet hebben gehoord” (Psalm 66:18). Het is mogelijk in het hart met de zonde in te stemmen en dit openbaart zich naar buiten door dingen te laten gebeuren die niet juist zijn. Men maakt zichzelf en anderen wijs: o, dat is niets kwaads, zo kleinzielig willen we niet zijn, dat is onschuldig! En toch zijn we innerlijk onrustig. We voelen dat er iets niet in orde is, maar er is een verborgen band tussen ons en het verkeerde, zodat wij de strijd niet willen beginnen en er ons niet in ernst van los willen maken. Als dat zo is, moet u niet denken dat u met kracht voor God kunt treden en zo kunt bidden dat het kan worden verhoord. God verwacht van ons dat we met een heilige ijver tegen al het verkeerde ingaan – dat wij een tegenstelling zullen vormen tot alles wat kwaad en onrechtvaardig is. “Gij hebt nog niet ten bloede toe weerstand geboden in uw worsteling tegen de zonde” (Hebreeën 12:4).

De apostel Paulus werd innerlijk bewogen toen hij op zijn tocht door Athene de vele afgodenaltaren zag. Hij vond het iets verschrikkelijks dat de duivel deze arme mensen zo misleidde. Hij moest hun de boodschap van de levende God brengen, die ook hen zozeer liefhad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon voor hen gaf (Handelingen 17:16-34).

Wil ik met kracht en vrijmoedigheid bidden, dan moet, voorzover het aan mij ligt, ook alles wat scheiding brengt tussen mj en mijn medegelovigen worden opgeruimd (Mattheüs 5:23-25, Markus 11:25, 26). De geest van liefde en hartelijkheid moet onder ons heersen, willen we met blijdschap met elkaar bidden en zó dat het gebed kan worden verhoord. Zou het in onze bidstonden niet soms goed zijn dat wij het eerste halfuur zouden gebruiken om in liefde met elkaar uit te praten, ons te verootmoedigen en zo vrij baan te maken in onze harten en onze kringen? Wat zou de stroom van gebed dan heel anders vloeien!

“Uw ongerechtigheden zijn het, die scheiding brengen tussen u en uw God, zodat Hij niet hoort” (Jesaja 59:2). Veel christenen hebben een berg van zonde opgestapeld, die hen scheidt van God en van elkaar. Hoe willen ze dan bidden? Bidden betekent niet alleen tot God gaan en Hem om iets vragen. Werkelijk bidden betekent vooral gemeenschap hebben met God en gebracht worden onder de heiligheid van Zijn macht en liefde, zodat Hij ons in steeds toenemende mate in bezit neemt en op ons hele wezen het stempel zet van de nederigheid en de liefde van Christus, wat het geheim is van alle waarachtige aanbidding.

God is weliswaar zo goedertieren, dat Hij ook vaak gebeden van onzuivere harten verhoort. Maar laten wij ons geweten er niet mee sussen, als wij verkeerde dingen dulden in ons hart en desondanks gebedsverhoring mogen ervaren, want “Gods goedertierenheid leidt tot boetvaardigheid” (Romeinen 2:4). Maar God zal nooit het kwade goedkeuren of het verkeerde rechtvaardigen. “De dag komt, dat God het in de mensen verborgene oordeelt volgens mijn evangelie, door Christus Jezus” (Romeinen 2:16). “En dit is de verkondiging, die wij van Hem gehoord hebben en u verkondigen: God is licht en in Hem is in het geheel geen duisternis” (1 Johannes 1:5).“Vertrekt, vertrekt, gaat uit vandaar; raakt het onreine niet aan, gaat weg uit haar midden, reinigt u, gij die de vaten des Heren draagt”! (Jesaja 52:11).

Uit heilige liefde geboren voorbede

Het is iets groots dat God bidders betrekt in Zijn gedachten, in Zijn plannen, in Zijn geheimen! We worden herinnerd aan Abraham. God zei: “Zou Ik voor Abraham verbergen wat Ik ga doen?” Abraham was een man van eenvoud en van gebed, een man die veel alleen was met God (Genesis 18:16-33). Daarom kon God hem naar de hoogte leiden en hem laten weten welk uur er voor Sodom was aangebroken. Had Abraham nu naar zijn tent kunnen teruggaan en zich kunnen verheugen over zijn eigen vrede, nu hij wist wat Sodom stond te wachten? Hij kon niet maar zondermeer de Heer danken dat hijzelf geborgen was in Gods genade, en de stad Sodom aan haar lot overlaten. Nee, hij had een hart vol ontferming vooral die mensen en hij werd ertoe gedrongen de Heer te smeken de stad te redden. Alleen de gebeden van Abraham bereikten dat de enige rechtvaardige die nog in de stad was, met de zijnen aan de ondergang ontsnapte.

Veel gelovigen hebben het meevoelende hart verloren. Ze vergeten dat ook zij door het vurige worstelen van anderen getrokken werden ult het verderf waarin de zonde hen had gebracht, en dat zij nu dezelfde opdracht en verantwoordelijkheid hebben om voor anderen te worstelen, zoals het eens voor hen gebeurde. Abraham zegt niet: Sodom is een hopeloos geval, het kan niet gered worden! Mensen die voor God staan, houden alles voor mogelijk wat de genade vermag te doen – ook nog op het laatste ogenblik! Want de liefde Gods, die in onze harten is uitgestort door de Heilige Geest, “hoopt alles en gelooft alles” (1 Korinthe 13:7). Abrahams gebeden hadden bij God de macht het oordeel over Sodom zo lang tegen te houden tot Lot ontkomen was. Onze macht in het gebed – de kracht van onze smekingen – moet en kan zo groot zijn dat wij verkeerde mensen en ontrouwe leden van het volk van God “kunnen afbrengen van hun boosheden”.

Wij mogen standvastigheid leren en volharding beoefenen in het smeken tot God: “Abraham bleef staan voor de Heer!” Hij naderde tot de Almachtige met de volle zekerheid dat Hij verhoord zou worden en met evenveel eerbied als vrijmoedigheid. Voorbede die de overwinning behaalt, is een onbekend iets voor degenen die slechts af en toe het aangezicht van God zoeken. Men moet hebben geleerd om te blijven in het licht van het aangezicht van de Koning, om te wonen in de schuilplaats des Allerhoogsten (Psalm 91:1-16). Ook al verzinken de bergen in de zee, toch blijft God in Zijn macht en trouw Dezelfde die wij vanaf het begin gekend hebben. De oordeelsdaden Gods versterken ons alleen maar in ons vertrouwen en in ons ontzag – ook in het besef dat we veilig zijn bij onze God.

(wordt D.V. vervolgd)

Publicatie met toestemming van: Stichting “De Gouden Kandelaar” te Twello, van der Duyn van Maesdamstraat 89, 7391 VK Twello. Het wordt op aanvraag gratis toegezonden en heeft geen abonnementsprijs. Doel van deze publicaties is: Gods volk in onze tijd bewust te maken van de hemelse roeping van de gemeente van Jezus Christus, opdat Hij bij Zijn komst een toebereide bruid zal vinden.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW