14 jaar geleden

De Gouden Kandelaar (1)

Angsten en zwakheid zijn er ook vandaag onder de Christenen. Hoe kunnen, ja moeten we daarmee omgaan? Misschien wordt u, word jij verteerd door angst. Lees daarom verder …

“Vrees niet … wees sterk … Ik ben met u”

Deel 1

Het feit dat de woorden “Vrees niet … wees sterk” (en dergelijke) zo vaak in de Bijbel voorkomen, geeft aan dat “de geest van vreesachtigheid” (bezorgdheid, gepieker, timiditeit) en “de geest van zwakheid” (verslagenheid, toegeven, opgeven, compromis) twee van onze grootste vijanden zijn als Christenen.

Lees de verzen 3 en 4 van Jesaja 35, een hoofdstuk dat de pelgrimstocht van de verlosten en vrijgekochten van Sion beschrijft (zie Hebreeën 12:22-24): “Versterkt de slappe handen, en stelt de struikelende knieën vast. Zegt de onbedachtzamen [= bevreesden] van hart: Weest sterk, en vreest niet; ziet, uw God zal [ter] wrake komen [met] de vergelding Gods. Hij zal komen en u verlossen” (zie ook Hebreeën 12:12-13 over tuchtiging).

Deze verzen lijken op het eerste gezicht niet op hun plaats in dit hoofdstuk over de blijde toekomst van Sion, totdat we beseffen dat zij die op de gebaande weg naar Sion gaan, de weg van de heiligheid, veel moeilijkheden tegenkomen, waaronder “slappe handen” (het onvermogen om te handelen, verlamming, het gevoel van ontoereikendheid, ‘ik kan niet’ in plaats van “ik vermag alles door Hem, die mij kracht geeft” (Filippi 4:13), “struikelende knieën”, wat het moeilijk maakt om de weg te gaan en verder te komen (zie Hebreeën 12:12-13), en “versaagde harten” (Filippi 4:6-7). Laten we hier nu wat dieper op in gaan.

“Wees niet bevreesd”

 

1. In omstandigheden

Hier volgen enkele voorbeelden van omstandigheden, die alle terreinen van het leven met al zijn zorgen, problemen en crises beslaan, waarin we deze woorden tegenkomen.

Abraham. Let op zijn hulpeloosheid en de hopeloosheid van zijn situatie, vanwege zijn kinderloosheid. “Vrees niet, Abram! Ik ben u een Schild, uw Loon zeer groot … en hij twijfelde niet aan de belofte van God door het ongeloof, maar werd gesterkt door het geloof” (Genesis 15:1-2; Romeinen 4:20). Zo zullen wij in onze onmogelijke situaties ook de roepstem horen: “Vrees niet”.

Izaäk. Merk de problemen op die hij met de Filistijnen had over “de bronnen van levend water” die zijn vader Abraham gegraven had en die zij met aarde dichtgestopt hadden. “vrees niet; want Ik ben met u (Genesis 26:24). Ook voor ons is het graven en onderhouden van de bronnen van levend water, dat is een levende relatie met een levende Heer van dag tot dag, een zaak van leven en dood” (Johannes 4:14).

Jakob. let op zijn begrijpelijke angst toen hij naar het land Egypte ging. Kon hij “het Beloofde Land verlaten?” Hij wist wat de Heere tegen zijn vader Izaäk had gezegd: “Trek niet af naar Egypte …” (Genesis 26:2). Hij wist van de droevige vergissing van Abraham (Genesis 12:10-13:1), maar het verbond van de Heere met Abraham lag er ook en de openbaring die deze ontving over het toekomstig verblijf van zijn nageslacht in Egypte (Genesis 15). Toen sprak de Heer: “Jakob … vrees niet van af te trekken naar Egypte; want Ik zal u aldaar tot een groot volk zetten. Ik zal met u aftrekken naar Egypte en Ik zal u doen wederoptrekken, mede optrekkende …” (Genesis 46:2-4). God handelt vaak op mysterieuze wijze en doet Zijn wonderen! Het verblijf van Israël in Egypte was een onderdel van Zijn plan. In kritieke tijden waarin we de leiding van God moeten vinden, mogen we verwachten als wij waarachtig Zijn wil zoeken, dat Hij ons geruststelt met Zijn “vreest niet”.

In het Nieuwe Testament: Hier zien we de verbouwereerdheid van Maria en Jozef over de geboorte van de Heer Jezus. “Wees niet bang, Maria” (Lukas 1:29-30). “Jozef, zoon van David, wees niet bang” (N.B.G.: “Schroom niet”, Mattheüs 1:20). Denk ook aan de storm op het meer en de bange discipelen. “Waarom bent u angstig” (Mattheüs 8:26) en aan de boodschap van de engel aan Paulus vóór de schipbreuk op zijn gevaarlijke reis naar Rome: “Wees niet bang, Paulus” (Handelingen 27:24). Stormen zijn een veelvuldig gegeven in het leven van een echt Christen en daarom zijn er deze constante woorden van bemoediging: “Wees niet bang”.

Dan lezen we in 2 Timotheüs 1:7, waar Paulus in zijn laatste brief schrijft: “Want God heeft ons niet gegeven een geest van bangheid [vreesachtigheid, Engelse vertaling], maar van kracht, liefde en bezonnenheid”. Het schijnt dat Timotheüs een gevoelig temperament had en nogal te kampen met vrees, en wie zou hem dat kwalijk nemen nu hij zag, dat hij Paulus zou moeten missen. Daarom schreef Paulus deze geweldige brief van bemoediging, waarin hij hem aanspoorde: “Lijd mee verdrukking als een goed soldaat van Christus Jezus” (2:3; 4:5). Wat is het nodig dat we ons karakter kennen en beseffen dat de zondeval ons diep beschadigd heeft, waardoor sommigen van ons hard en ongevoelig zijn en anderen precies het tegenovergestelde.

2. In de geestelijke strijd

Dan hebben we ook nog de gelegenheden waarbij het gaat om de context van het hele Christelijke leven, dat is de geestelijke strijd waarin dat leven geleefd wordt – de strijd om geestelijk verder te komen, het land van onze erfenis in Christus binnen te gaan en in bezit te nemen, de Heer te volgen en te dienen als Zijn getuigen in een goddeloze wereld. We hebben het “vrees niet” van de Heer nodig – we zijn in een heilige oorlog gewikkeld.

Kijk bijvoorbeeld naar Jozua 1, waar Israël op de drempel van het beloofde land staat. “Wees sterk en heb goede moed, en verschrik niet, en ontzet u niet; want de HEERE, uw God, is met u alom, waar gij heengaat” (Jozua 1:6-7,9,18). Jericho moet veroverd worden, het land in bezit genomen. En we moeten ook bedenken dat later velen in het leger van Gideon ongeschikt voor de strijd waren door hun vrees (Richteren 7:2-3).

[zie ook de artikelserie: “Zeven lessen van een dappere held”].

Dan het voorbeeld van Daniël. In hoofdstuk 10, als hij betrokken wordt in die grote geestelijke strijd in de ongeziene wereld, lezen we: “Vrees niet, gij zeer gewenste man! vrede zij u, wees sterk, ja, wees sterk! En terwijl Hij met mij sprak, werd ik versterkt …” (vers 19). Daniël is hier zo’n negentig jaar oud en heeft een grote gebedslast. Was dat omdat er slechts zo’n 50.000 van Gods volk gebruik gemaakt hadden van de door God gegeven gelegenheid naar Jeruzalem terug te keren, een gelegenheid die koning Cyrus hun twee jaar daarvoor geboden had? De meerderheid vond het best om in Babylon te blijven. Wat een tragedie en een diepe teleurstelling voor Daniël. Maar hoeveel hebben Daniëls gebeden uitgewerkt, ook in het overblijfsel dat terugkeerde? We zien dat deze zelfde woorden weer terugkeren in de profetie van Haggaï voor het overblijfsel, met betrekking tot de herbouw van de tempel (Haggaï 1:13; 2:4-5).

T.L. Macartney

Noot bewerker:
1. Hades (in het Oude Testament sjeool) is een zeer vage aanduiding voor de verblijfplaats van de geesten der doden (vergelijk Lukas 16:23), wel te onderscheiden van de ‘hel’ (gehenna), de plaats van het uiteindelijke en eeuwige oordeel (vergelijk Mattheüs 10:28 en 25:41).
Publicatie met toestemming van: Stichting “De Gouden Kandelaar” te Twello, van der Duyn van Maesdamstraat 89, 7391 VK Twello.
Doel van deze publicaties is: Gods volk in onze tijd bewust te maken van de hemelse roeping van de gemeente van Jezus Christus, opdat Hij bij Zijn komst een toebereide bruid zal vinden.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW