1 jaar geleden

De gewoonte van gastvrijheid (26)

Efeze 4 vers 32:
“<Maar> weest jegens elkaar goedertieren, welgezind, elkaar vergevend, zoals ook God in Christus u vergeven heeft.”

De gewoonte van gastvrijheid (deel zesentwintig)

De Heer wil, dat wij goedertieren zijn voor elkaar, als ons leven, ons huis en zelfs ons werk een kanaal moet zijn waarlangs Zijn goedheid door ons heen kan stromen. Gastvrijheid is slechts één manier waarop de goedheid van God kan worden gezien en gedeeld met velen.

Vriendelijkheid is het bewijs van de vrucht van de Geest in ons leven: “Maar de vrucht van de Geest is: liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing. Tegen zulke dingen is geen wet” (Gal. 5:22-23). U en ik moeten als: “uitverkorenen van God, heiligen en geliefden” aandoen: “innige ontferming, goedertierenheid, nederigheid, zachtmoedigheid, elkaar verdragend en elkaar vergevend” (Kol. 3:12). “Voegt om deze reden echter ook, met inbreng van alle ijver, bij uw geloof de deugd1, bij de deugd de kennis, en bij de kennis de zelfbeheersing, en bij de zelfbeheersing de volharding, en bij de volharding de godsvrucht, en bij de godsvrucht de broederliefde, en bij de broederliefde de liefde2 (2 Petr. 1:5-7).

Als wij denken aan “de goedertierenheid en de mensenliefde van God, onze Heiland” (Titus 3:4), hoe kunnen wij dan niet zijn als David, die in het huis van Saul vriendelijkheid zocht voor Jonathan, zijn dierbare vriend. In 2 Samuël 9 maken we kennis met het verhaal van David en Mefiboseth. Jonathan had een zoon die kreupel was en verborgen leefde omdat hij bang was, dat David hem zou doden. In die dagen was het gebruikelijk, dat een nieuwe koning de rest van de koninklijke familie vermoordde, zodat er geen andere uitdager voor de troon was. David liet Mefiboseth, de zoon van Jonathan, halen, zodat hij “de goedertierenheid van God aan hem kon bewijzen” (zie 2 Sam. 9:3). Toen Mefiboseth bij David kwam, verwachtte hij ter plekke gedood te worden, maar hij viel met zijn gezicht ter aarde om David eer te bewijzen. David sprak over zijn bedoelingen met Jonathan en zei: “Wees niet bevreesd, want ik zal u zeker goedertierenheid bewijzen omwille van uw vader Jonathan. Ik zal u alle akkers van uw vader Saul teruggeven, en ú zult voortdurend aan mijn tafel de maaltijd gebruiken” (2 Sam. 9:7).

David opende zijn tafel voor Jonathan om hem goedertierenheid te tonen. Gastvrijheid tegenover anderen laat zien, dat we niet vergeten zijn wat de Heer in ons eigen leven heeft gedaan! Het is een manier om de Geest van God toe te staan de liefde en goedertierenheid van God aan anderen te tonen tot eer van God!

 

NOTEN:
1. In vs. 3 en in 1 Petr. 2:9 slaat dit woord op God en betekent het ‘uitnemendheid’; in vs. 5 slaat het op gelovigen en betekent het ‘geestelijke kracht (of moed’).
2. Agapè; ‘liefde in ‘broederliefde’ is philia.

 

Tim Hadley Sr.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW