15 jaar geleden

De engelen

In onze dagen is er veel belangstelling voor het “bovennatuurlijke”. Het gaat er nu niet alleen meer om wat je zien kunt, maar ook het niet-grijpbare, het onzichtbare, komt in beeld. Tot die “onzichtbare” wereld behoren zeker de engelen. Er bestaat ook onder sommige Christenen zoveel aandacht voor engelen, dat Hij die ver boven de engelen staat, de Heer Jezus Christus, op de achtergrond is geraakt. Fantastische verhalen, films en bepaalde t.v.-series zijn hiervan niet zelden de oorzaak. Het wordt dan zo spectaculair gebracht dat alle aandacht naar de engelen gaat, die slechts dienende geesten zijn voor hen die behouden, zullen worden. Zij staan in dienst van Hem die een korte tijd beneden de engelen is gesteld geweest vanwege het lijden van de dood (Hebreeën 2:9).

Om een juist beeld van de engelen te krijgen alsmede een goede balans tussen deze dienende geesten en Hem die boven alles gaat, onze Heer en Heiland, is het goed om eens te kijken wat de Bijbel over hen zegt.

Frisse Wateren

Het gaat in dit artikel nu niet om de gevallen engel – satan – en de engel/demonen, die hij met zich meetrok in zijn opstand tegen God. Dat wordt buiten beschouwing gelaten.Wij willen hier eenvoudig enige vragen nagaan, die we over dit thema zouden kunnen stellen.

  1. Engelen als geschapen wezens – wat voor soort wezens?
  2. Wanneer werden de engelen geschapen?
  3. Hoeveel engelen zijn er?
  4. Welke “soorten” engelen zijn er?
  5. Hebben engelen lichamen?
  6. Waar bevinden zich, wonen de engelen?
  7. Wat doen engelen?
  8. Welke bijzondere diensten van engelen vinden we in de heilige Schrift?
  • a) in voorvallen in het Oude Testament
  • b) in de tijd van de Heer (in de evangeliën)
  • c) in de tijd van de eerste Christenen (in de Handelingen)
  • d) in de huidige tijde) bij de oordelen op “de dag van de Heer”

1. Engelen als geschapen wezens – wat voor soort wezens?

In Hebreeën 2:9 en Psalm 8:5 wordt van de vernedering van de Heer Jezus, die mens werd, gesproken, en gezegd dat Hij “een weinig [= een korte tijd] minder dan [de] engelen gemaakt was vanwege het lijden van de dood”. Engelen kunnen niet sterven zoals dat sinds de zondenval het lot van de mens is, en zoals het de Heer Jezus die zonder zonde is, vrijwillig voor ons op Zich genomen heeft. Zij zijn anders dan de mensen: geslachtloze wezens die niet trouwen en geen “gemeenschappelijk” leven leiden (zie Mattheüs 22:30).

2. Wanneer werden de engelen geschapen?

God schiep hen in het begin, nog vóór de mensen.

Een aanwijzing daarvoor, dat zij geschapen zijn, vindt men in Kolosse 1:16. Dan wordt ook in Job 38:4-7 duidelijk dat hun schepping gebeurd was, toen God de aarde schiep: de zonen van God juichten. De uitdrukking bne elohim = zonen (kinderen, zegt de Statenvertaling soms) van God, van de Schepper, door een scheppingsdaad uit Zijn hand voortgekomen, vinden we op de volgende plaatsen van het Oude Testament: Genesis 6:2; Job 1:6; 2:1; 38:7 (op enkele plaatsen in de Psalmen wordt de uitdrukking ook met “kinderen der machtigen” vertaald: Psalm 29:1; 89:7); daarentegen worden ze nooit bne Jahwe genoemd. Dat zijn alleen verloste zondaren die door de verlossing het zoonschap ontvangen hebben en daardoor in de positie van zonen geplaatst zijn. De nauwkeurigheid van de Schrift in dit opzicht weerlegt overigens duidelijk de verkeerde mening dat de Heer Jezus – in de uitdrukkingswijze van het Oude Testament – een van hen zou zijn; nee, Hij is de niet geschapen, eeuwige Zoon van de Vader.

3. Hoeveel engelen zijn er?

Er zijn er blijkbaar zeer veel: zie Daniel 7:10; Openbaring 5:11; Hebreeën 12:22; Lukas 2:13 (in Mattheüs 26:53 spreekt de Heer Jezus van “twaalf legioenen van engelen die de Vader Hem terzijde zou kunnen stellen”, dat betekent alleen tot Zijn bescherming als mens respectievelijk tot Zijn verdediging ongeveer 72.000).

4. Welke “soorten” engelen zijn er?

Er zijn rangorden, dat zijn verschillende rangen:

  • Een aartsengel “Michaël” (= “wie is als God?”), geen andere engel wordt als aartsengel gekenmerkt (zie Daniel 10:13; Judas :9 – eventueel was satan een aartsengel).
  • Er is de engel Gabriël die in Lukas 1:19 ervan spreekt dat hij “voor God staat”, dat betekent dat hij een plaats in de heerlijkheid had. Hij verschijnt ook aan Daniël als “snel gevlogen” (Daniël 9:21-23).
  • Er zijn “cherubs” en “serafs”, engelen van zeer hoge rang in verbinding met de troon van God (zie Jesaja 6; Ezechiël 10:15v.v. In Openbaring 4:6 en 6:3-5; als “levende wezens” beschreven)

5. Hebben engelen lichamen?

Volgens Hebreeën 1:14 zijn zij “geesten”, maar kunnen uitgezonden worden. De mening dat een geest geen lichaam zou kunnen aannemen, vindt in de Heilige Schrift geen steun. Bijvoorbeeld toont Hebreeën 13:2, dat godvruchtige Israliëten vreemdelingen bij zich opnamen, en latere bleek dat dit boden van God waren (zie ook Genesis 18-19). Zij verschijnen dan klaarblijkelijk niet anders als in normale mensengestalte (dus wel zonder vleugels (!), hoewel zij op afbeeldingen meestal anders getoond worden).

Zij zijn persoonlijkheden die zich ook in de materiele wereld ophouden en handelen kunnen. Als zodanig kunnen zij een lichaam aannemen of ook als natuurverschijning optreden (Hebreeen 1:7).

In 1 Korinthe 15 wordt over verschillende “lichamen” gesproken: er zijn “aardse” en “hemelse” lichamen. Daarenboven wordt er ook over een “natuurlijk lichaam” en “geestelijk” lichaam gesproken. De mens heeft een “aards” en een “natuurlijk” lichaam (van moederschoot af aan). Engelen kunnen overeenkomstig hun hoger staande geestelijke “natuur” een “geestelijk lichaam” respectievelijk een “hemels lichaam” aannemen. Dat kunnen we in het bijzonder opmaken uit het onderwijs van de Heer Jezus in Lukas 20:27-36. Hier ervaren we overigens ook dat de gelovigen in de opstanding een lichaam zullen hebben (het “opstandingslichaam”) dat in tweeërlei opzicht gelijk is aan de engelen (Lukas 20:36):1. onsterfelijk;2. niet meer te onderscheiden als man en vrouw.

Daaruit mogen wij de conclusie trekken:

  1. Engelen zijn geesten, door een scheppingsdaad van God in het leven geroepen;
  2. Toen zij met mensen in aanraking kwamen, ontvouwden zij hun bekwaamheid willekeurig een mensengestalte aan te nemen en plotseling te verschijnen of te verdwijnen;
  3. De aard van de lichamen van de engelen wordt ons verder niet nader beschreven of geopenbaard.

6. Waar bevinden zich, wonen de engelen?

“In de hemelse gewesten” – dat betekent in de hemel; maar hun woonplaats is niet de derde hemel, de “plaats” van de absolute tegenwoordigheid van God. Wel staan zij daar voor de troon van God dat het toonbeeld van Zijn gerechtigheid en regering is (in het beeld van de tabernakel met haar drie vertrekken voorhof, heilige en heilige der heiligen staan twee cherubs op de ark, die vandaag volgens Hebreeën 4:16 een “troon der genade” voor ons is – zie echter ook Openbaring 5:11; 7:11).
Enkele uitleggers menen dat de engelen sterren bewonen en beheersen (zoals ook satan mogelijkerwijze de wereld als machtsgebied heeft, zodat zij na zijn val woest en leeg werd). Daarvoor ontbreekt een ondubbelzinnige uitspraak van de Schrift.

7. Wat doen engelen?

Serafim: in Jesaja 6 nemen zij een absolute houding van eerbied aan, zij aanbidden.

Cherubs: in Genesis 3 bewaken zij de toegang tot de tuin van Eden opdat de mens daar niet binnenkomt en van de boom van leven eet en “eeuwig” in zondige toestand blijft. In Exodus 37:7-9 nemen twee cherubs een aanbiddende en tegelijk “overpeinzende” houding op de ark in: zij beschouwen het bloed van het offerdier, waarin haar wens tot uitdrukking komt om in het geheimenis van de liefde van God (in de offerdood van Christus) een blik te werpen (1 Petrus 1:12); zij zijn de “stem van Zijn Woord” gehoorzaam, zij prijzen en loven (Psalm 103).

Michaël: deze aartsengel oefent wel dikwijls de opdrachten uit, die in verband staan met Gods aardse volk Israel (Daniël 10:13; Judas :9).

Gabriël: in Lukas 1 is hij de bode van God ter aankondiging van de geboorte van van de Heiland Jezus Christus en zijn voorloper Johannes de doper (Lukas 1:19,26; zie ook Daniel 8:16; 9:21).

Algemeen: zij dienen in de meest uitlopende opdrachtsgebieden. Zij zijn dienaren van God, “die Zijn welbehagen doen” (Psalm 103:21); in Openbaring 22:9 noemt de engel zich tegenover Johannes “een medeslaaf van u en van uw broeders, de profeten, en van hen die de woorden van dit boek bewaren”.

8. Welke bijzondere diensten van engelen vinden we in de heilige Schrift?

a) In gebeurtenissen in het Oude Testament waarvan er niet zo veel zijn, bijvoorbeeld:

  • Abraham zag engelen komen (tezamen met de “Engel des HEEREN” = de Heer Jezus zelf), twee engelen gaan naar Sodom om Lot uit de goddeloze stad te redden (Genesis 18; 19);
  • Jakob zag hen op- en neerklimmen in Bethel (Genesis 28:12).
  • Zij verschenen op de Sinaï, door hen werd de wet verordend (Handelingen 7:53; Galaten 3:19; zie ook Deuteronomium 33:2).
  • In 2 Koningen 6:16 is Elisa omringd door scharen van vurige paarden, ongetwijfeld hemelse wezens, dat zijn engelen.
  • Daniel ontving een boodschap door de engel Gabriël (Daniël 1:29 v.v.).

b) In de tijd van de Heer (in de evangeliën):

  • Aankondiging van de geboorte van Johannes (de doper) door Gabriël (Lukas 1:13, 19).-
  • Aankondiging van de geboorte van de Heer Jezus door Gabriël (Lukas 1:26, 31).
  • Verschijning van een engel van de Heer in de droom van Jozef (Mattheüs 1:18-25).
  • Een engel verkondigt de herders de geboorte van de Heer (Lukas 2:9 v.v.).
  • Verschijning van een engel van de Heer in de droom van Jozef met de opdracht het Kindje en Zijn moeder te nemen en naar Egypte te vluchten (Mattheüs 2:13).
  • Engelen dienen de Heer Jezus na de verzoekingen door satan (Mattheüs 4:11 en Markus 1:13).
  • De engelen zagen de Heer voor de eerste maal in de kribbe, verder bij Zijn dienst (1 Timotheüs 3:16).
  • Een engel kwam van tijd tot tijd en bewoog het water in de vijver van Bethesda (Johannes 5:1-9).
  • Een engel kwam naar Gethsemané om de Heer te sterken (Lukas 22:43).
  • Een engel wentelde de zware steen voor het lege graf weg (Mattheüs 28:2).
  • Twee engelen stonden bij het lege graf van de Opgestane en spraken met de vrouwen (Lukas 24:4 v.v.; zie ook Mattheüs 28:5 v.v. en Markus 16:6,7).

c) In de tijd van de eerste Christenen (in de Handelingen):

  • Twee engelen (“mannen in een wit kleed” zoals ook bij het graf van de Heer) spreken bij de hemelvaart van de Heer Jezus tot de naar de hemel kijkende discipelen (Handelingen 1:10).
  • Een engel opent voor de apostelen de deuren van de gevangenis (Handelingen 5:19).
  • Een engel geeft Filippus de opdracht om de weg naar Gaza af te dalen (Handelingen 8:26).
  • Een engel verschijnt aan Cornelius in Caesarea en verzoekt hem dringend om Petrus van Joppe te halen (Handelingen 10:3 v.v.).
  • Een engel leidt Petrus uit de gevangenis (Handelingen 12:6).
  • Een engel sloeg de hoogmoedige koning Herodes zodat hij “door wormen gegeten werd en stierf” (Handelingen 12:23).
  • Een engel stond in de nacht op het zinkende schip en sprak tot Paulus (Handelingen 27:22 v.v.).

d) in de huidige tijd

  • Engelen slaan de gelovigen gade wanneer zij bidden of profeteren en zien in de gemeente “de veelvoudige wijsheid van God” (Efeze 3:8).
  • Engelen zien, dat nu de gelovigen uit de joden en uit de volken tot een lichaam gevormd (gedoopt) zijn door de Heilige Geest (1 Korinthe 12:13; Efeze 5:30).
  • Engelen zien hoe in de gemeente ook acht geslagen wordt op de gedachten van God in Zijn scheppingsordening, dat de mannen wanneer zij bidden of profeteren het hoofd niet bedekken en dat de vrouwen in de samenkomsten en wanneer zij bidden of profeteren het hoofd bedekken (“ter wille van de engelen”, 1 Korinthe 11:5,10; zie daartoe ook 1 Korinthe 11:3 en 1 Timotheüs 2:11 v.v.) en dat zij lang haar dragen en het niet afknippen. [“Is hoofdbedekking nog wel van deze tijd?” – vertaler FW]
  • Engelen dienen hen, die de behoudenis zullen beërven (Hebreeën 1:14), maar – zoals het Nieuwe Testament toont – niet in geestelijke dingen want de gelovigen bezitten daarvoor de Heilige Geest, maar God gebruikt hen in aardse dingen. Er zijn menige ervaringen van bewaring en bijstand (zoals het voorval van de schipbreuk bij Paulus in Handelingen 27), misschien juist bij zulken die klein en zwak zijn: de kinderen (dat moet men weliswaar niet verwisselen met het Woord van de Heer in Mattheüs 18:10, waar het wel daarom gaat dat onmondige, nog niet verantwoordelijke kinderen in ieder geval de Heer toebehoren en – wanneer zij sterven moeten – gered zijn. “Hun engel” mag ook een representatieve betekenis hebben zoals in Openbaring 2 en 3 de “engel van de gemeente”).
  • Een engel van de Heer wordt gezonden om de volgorde van de oordelen “te betuigen voor de gemeenten” (Openbaring 22:6 v.v.).

e) bij de oordelen op de “dag van de Heer”

– Engelen worden door de Heer Jezus genoemd als zulken die opdrachten zullen hebben in de oordelen (Mattheüs 13:39,49). Dit wordt in Openbaring verder uiteengezet: 4:1; 4:7; 5:2,6,11-14; 7:1,2; 8:2,6 v.v.; 9:1 v.v.; 10:1 v.v.; 11:15; 12:7 v.v. (Michaël); 14:6 v.v.; 15:1 v.v.; enzovoort.- De Heer zal ook voor de engelen belijden diegenen, die Hem hier beleden hebben (Lukas 12:8,9), zij zullen dus ook in zekere mate een aandeel hebben in de beloning van de gelovigen.
Er is een lied dat zegt: “De engelen zijn verheven om te dienen en te loven, maar zonen zijn zij niet”; wat een genade hebben wij als eertijds verloren zondaars ervaren, dat wij kinderen van God, ja “zonen” van de Vader mogen zijn (Romeinen 8:14 v.v.)!
Het zal ons zeker niet zwaar vallen, God evenzo “te dienen en te loven” als antwoord op Zijn grote liefde tot ons.

Rainer Brockhaus, © Folge mir nach

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW