13 jaar geleden

De Christelijke doop (II)

 Wij zagen dat er al vroeg in de kerkgeschiedenis de kinderdoop aanbevolen werd. Lag dat aan de onvoldoende informatie (of toelichting) door God Zelf in de Bijbel? Nee, Nooit! Het is uit de kerkgeschiedenis ook bekend, dat zelfs ‘kerkvaders’? niet altijd de gehele Bijbel ter beschikking hadden. Vaak alleen het Oude Testament, en slechts enkele boeken over het Nieuwe Testament. Daardoor groeide bij hen een beperkt beeld over de bijbelse waarheid, ook over de doop.

Wat zegt de Bijbel over het dopen?

Algemeen

Na een lange wandeling door de kerkgeschiedenis, gaan wij nu de Bijbel onderzoeken, wat die over de Christelijke, maar ook over andere dopen zegt. Het is belangrijk de vermelde bijbelteksten zelf op te zoeken en ze ook in hun verband te bezien.

Wij zagen dat er al vroeg in de kerkgeschiedenis de kinderdoop aanbevolen werd. Lag dat aan de onvoldoende informatie (of toelichting) door God Zelf in de Bijbel? Nee, Nooit! Het is uit de kerkgeschiedenis ook bekend, dat zelfs “kerkvaders” niet altijd de gehele Bijbel ter beschikking hadden. Vaak alleen het Oude Testament, en slechts enkele boeken over het Nieuwe Testament. Daardoor groeide bij hen een beperkt beeld over de bijbelse waarheid, ook over de doop.

Het probleem in de Christenheid (en van de Christelijke traditie) is, dat de kerkvaders als gezaghebbend beschouwd worden in plaats van slechts hun geloof na te volgen, zoals de Bijbel, het gezaghebbende Woord van God het zegt:

“Gedenkt uw voorgangers, die het woord van God tot u gesproken hebben, beschouwt het einde van hun wandel en volgt hun geloof na” (Hebreeën 13:7).

Overzicht over het onderwerp: De doop

  1. Wat betekent het woord “doop”?
  2. de doop van Johannes;
  3. waarom liet de Heer Jezus zich dopen?
  4. de Heer Jezus heeft door middel van Zijn dicipelen Zelf gedoopt;
  5. de doop wordt toegepast op één persoon;
  6. de doop – een teken van discipelschap
  7. wat betekent: een discipel zijn?

1. Wat betekent het woord “doop”?

Het Griekse woord, dat de Bijbel voor doop gebruikt is “baptizo”. Dit woord vindt je in de naam van een Christelijke groep, namelijk de Baptisten terug. Buiten de Bijbel om wordt het voor onderduiken, induiken, wassen, natmaken of begieten gebruikt.

In de Bijbel zelf wordt er ‘onderdompelen’ mee bedoeld, waarop een opstijgen uit het water volgt (Mattheus 3, met name vers 16 en ook Handelingen 16:38 en 39).

Zo werd dus vóór en ná het ontstaan van de gemeente de doop uitgevoerd. Dat is dan ook in overeenstemming met de belangrijke les voor ons leven, die God aan de doop verbindt. Lees Romeinen 6:5 en Kolosse 2:12.

2. De doop van Johannes

Wij zien in de Bijbel, dat al vóór het ontstaan van de gemeente gedoopt werd. Het lijkt erop dat zelfs de schriftgeleerden en de farizeeërs de proselieten gedoopt hebben. Een proseliet is iemand uit de heidenen, die zich tot het jodendom bekeert. Deze doop wordt in de Bijbel niet rechtstreeks genoemd (vgl. Mattheüs 23:15).

De doop van Johannes was een doop van de bekering. Zo spreekt de Bijbel altijd daarover, zie Markus 1:4; Lukas 3:3; Handelingen 13:24 en 19:4. Het joodse volk zou vruchten voort moeten brengen, die aan de bekering beantwoorden (Mattheus 3:8 en Lukas 3:8). Voorwaarde voor die doop was het belijden van hun zonden (Mattheus 3:6). Verder moesten zij geloven in Hem, Die na Johannes kwam, dat is in Jezus (Handelingen 19:4). Het was slechts een overblijfsel uit het joodse volk, dat zich zo tot de komende Messias liet dopen.

Bekering op grond van geloof in de Heer Jezus is ook de voorwaarde voor de Christelijke doop, zoals wij het later hopen te zien.

3. Waarom liet de Heer Jezus zich dopen?

Moest de Heer Jezus zonden belijden? Was hij niet de beloofde Messias tot Wie dit gelovige overblijfsel gedoopt werd?

Dit zijn vragen, die zich als vanzelf opdringen. Nee de Heer Jezus kon zelfs geen zonde belijden.

  • “… en in Hem is geen zonde” (1 Johannes 3:5b);
  • “Hem die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid van God in Hem” (2 Korinthe 5:21);
    Hij had dus geen zondige natuur (erfzonde) zoals wij, die in ongerechtigheid geboren en in zonde ontvangen zijn (Psalm 51:7).
  • “die geen zonde gedaan heeft …” (1 Petrus 2:22).

Ja, Hij is de enige, Die volmaakt over deze aarde wandelde.

Ja, Hij is de beloofde Messias. Hij wilde alle gerechtigheid van God vervullen (Mattheus 3:15). Daardoor maakt Hij zich één met dit overblijfsel uit het joodse volk, wat bereid was hun zonden te belijden. Hij erkende ook hun toestand. Hij moest voordat de zegen van God vrij tot dit overblijfsel vloeien kon, vanwege hun zonden in de dood gaan. Daarvan is het water een beeld.

Wij weten natuurlijk dat Zijn Kruiswerk veel meer omvat, dan alleen het overblijfsel uit Israël, maar hier gaat het daarom.

Het Godvrezende overblijfsel scheidde zich door de doop van het ongelovige joodse volk af. Zij erkenden door geloof, zondebelijdenis en doop dat Gods oordeel over hen rechtvaardig was. Lees Lukas 7:29.

4. De Heer Jezus heeft door middel van Zijn discipelen Zelf gedoopt

“Toen nu de Heer vernam dat de farizeeërs gehoord hadden, dat Jezus meer dicipelen maakte en doopte dan Johannes, (hoewel Jezus zelf niet doopte, maar Zijn discipelen) verliet hij Judéa, …” (Johannes 4:1 en 2).

Klaarblijkelijk heeft de Heer Jezus ook door middel van Zijn discipelen mensen laten dopen. Bij de doop van Johannes was het meer tot de komende Messias als de Koning van Israël, terwijl de discipelen hen tot de onder hen levende Messias als de Koning van Israël doopten. Deze dopen concurreren niet met elkaar en om elke verdenking in die richting niet te laten ontstaan, verliet de Heer Jezus daarom Judéa.

De voorwaarden voor die doop zijn geen andere als bij die van Johannes de Doper. Het verschil is dus ook niet groot.

Zolang de Heer Jezus op aarde leefde lezen wij van Zijn discipelen en van die van Johannes. Zij hebben een tijd lang een onderscheiden positie ingenomen. In Handelingen 19:1-7 vinden wij, dat zij later tot de gemeente toegevoegd werden.

5. De doop geschiedt tot een persoon of ten aanzien van iets

In het boven aangehaalde gedeelte uit Handelingen 19:3 vraagt Paulus: “Tot welke doop bent u dan gedoopt? En zij zeiden: Tot de doop van Johannes”.

Verder doopte Johannes “… tot vergeving van zonden”. Wij kunnen ook zeggen: ‘met het oog op de vergeving van zonden’. Het werk van de Heer Jezus op Golgotha was de voorwaarde voor de vergeving van zonden, zie Lukas 24:46 en 47. Zij werden desondanks met het oog daarop door Johannes gedoopt.

Wij in ons Christelijke tijdperk worden tot de naam van de Heer Jezus gedoopt. Lees de volgende schriftplaatsen in het boek Handelingen: 2:38; 8:16; 10:48; 19:5.

Van het aardse volk van Israël zegt 1 Korinthe 10:2 dat zij allen tot Mozes gedoopt waren in de wolk en in de zee. Dit is ook voor ons een voorbeeld.

6. De doop – een teken van discipelschap

De doop heeft duidelijk met discipelschap te maken. In Handelingen 19 zagen wij, dat Paulus in Efeze discipelen (navolgelingen) vond. Waren het discipelen van de Heer Jezus? Nee. Het waren discipelen van Johannes. Lees hierbij nog eens de besproken verzen uit Johannes 4:1-3. Ook in Johannes 1:35-41 vinden wij discipelen van Johannes. Johannes richtte hun aandacht op de Heer Jezus met het gevolg, dat zij nu Zijn discipelen werden. Wij lezen niet dat alle apostelen door Johannes de doper gedoopt waren. Hier wordt alleen Andreas genoemd.

Iedereen, die gedoopt is, is dus een discipel van hem, tot wie hij gedoopt is. Het geldt ook voor hen, die de Heer Jezus niet als hun Heer en Heiland aangenomen hebben en toch gedoopt zijn. Wat een verantwoordelijkheid voor God in dat geval! Als dit bij jou zo is, beste lezer, ga dan op je knieën en bekeer je tot de Heer Jezus. Nu is Hij je redder – anders wordt Hij jou rechter.

Ook in verbinding met de doopformule in Mattheus 28:19 wordt over discipelschap gesproken. Daar wordt later uitvoerig op ingegaan.

7. Wat betekent: een discipel zijn?

Discipelschap heeft niet direkt met de vraag te maken of iemand opnieuw geboren is. Het is een belijdenis die waar is of niet. Dus nog eens de indringende vraag: “Ben jij een echte discipel van de Heer Jezus of alleen maar iemand, die belijdt een gedoopt Christen te zijn?” Het gaat om leven en dood!

De verrader Judas Iskariot was een discipel van de Heer Jezus – zelfs één van de 12 Apostelen – maar wat een verschrikkelijk einde.

Een discipel is een leerling en navolger van zijn meester. Oudtestamentische profeten hadden al hun jongeren, bijvoorbeeld Elia en Elisa. Zij werden profetenzonen genoemd. Wij, als wedergeboren Christenen, mogen discipelen van de Heer Jezus zijn, van Hem leren en Zijn voorbeeld navolgen.

Udo Prinzen

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol