9 jaar geleden

De brief aan Filemon – Een uitweg uit een uitzichtloze situatie

Intermenselijke problemen en de daaruit voortvloeiende gevolgen zijn zo oud als de mensheid. Ook onder Christenen komt het steeds weer tot situaties, waarin de verhouding tussen brusters schijnbaar hopeloos vastgelopen is. Men voelt zich door de andere gekwetst, bedrogen, niet begrepen, misleid of vernederd. Het gevolg is, dat de verhouding tussen de betreffende brusters  duidelijk afkoelt. Men spreekt niet meer met elkaar en gaat de ander uit de weg. In plaats van de zaak op te lossen, gaat men liever naar andere brusters en zoekt daar de bevestiging van de eigen zienswijze. Het wantrouwen groeit en slaat op de andere over – een dodelijke val voor de gemeenschap onder Christenen. De gronden voor conflicten onder gelovigen zijn veelvoudig. Ook niet in het reine gebrachte zonde behoort daartoe. Gaat het werkelijk om een uitzichtloze situatie?

De verantwoording als medebroeder of medezuster

Brusters*, die iets van ontwrichte verhoudingen of intermenselijke problemen meekrijgen, hebben een bijzondere verantwoording. Zij kunnen – onder de leiding van de Heilige Geest – wezenlijk tot herstel bijdragen. De brief aan Filemon toont, hoe en in wat voor gezindheid dat gebeuren kan. Het begeleidende gebed mag daarbij niet ontbreken.

De brief aan Filémon toont, dat er een weg uit de crisis is

De handeling van de brief

Toen de apostel Paulus ongeveer in het jaar 63 na Christus de brief aan Filémon schreef, bevond hij zich in de gevangenis in Rome. Het einde van deze eerste gevangenschap was dicht nabij, en de apostel had de hoop, Filémon spoedig terug te zien (vers 22). Gedurende zijn gevangenschap heeft hij de weggelopen slaaf Onésimus leren kennen. Deze heeft zich door de dienst van de apostel bekeerd en was in de tijd van gevangenschap voor hem een nuttige en trouwe broeder geworden. Meer nog, Paulus was met Onésimus van harte verbonden, juist omdat hij deze in zijn gevangenschap tot geloof in de Heer Jezus leiden mocht (vers 10). Onésimus was voor zijn bekering van zijn meester (Filémon) weggelopen, wat in de toenmalige tijd verstrekkende gevolgen hebben kon. Onésimus zou – in ieder geval bij een ongelovige meester – bij zijn aanhouding met de doodstraf moeten rekenen.

Het huis van Filémon stond in Kolosse (in het huidige Turkije), waar ook een deel van de brusters van de gemeente in Kolosse samenkwam. Paulus stuurt Onésimus met de brief, begeleid door Tychicus, ook met het doel terug naar zijn meester te Kolosse (Kolosse 4:7-9), om hetgeen voorgevallen was in overeenstemming met Gods gedachten weer in orde te maken.

Paulus, een oude man in de gevangenis

Direct aan het begin van de brief valt op, dat de apostel Paulus een bijzondere vorm voor de beschrijving van de afzender gebruikt. In sommige brieven stelt Paulus zich voor als apostel van Jezus Christus; in de brief aan Filémon niet. Daar noemt hij zich gevangene van Christus Jezus en in het verder vervolg van de brief een oude man (vers 9b). Wat had Paulus, geïnspireert door de Heilige Geest, aanleiding gegeven om zo te schrijven?

De liefde ziet af van eigen rechten

Paulus had van de liefde van Filémon tot de Heer Jezus en tot alle heiligen gehoord (vers 5). Hij was ervan overtuigd, bij deze liefde aan te kunnen sluiten, die zich ook in de praktijk toonde (vers 7). Paulus zou als apostel het recht hebben gehad, Filémon te gebieden. Deze zou zich zeker aan dit gebod hebben onderworpen. Toch zou daaruit vermoedelijk geen goede verhouding tussen Filémon en Onésimus zijn ontstaan. Zou Paulus het hart van Filémon bereikt hebben, als hij dit met apostolisch gezag geboden zou hebben, Onésimus als broeder op te nemen? Zeker niet. Daarom gebood Paulus niet, maar hij deed een beroep op hem. Hij zag af van zijn rechten als apostel en stelde zich als eenvoudig broeder (deelgenoot, vergelijk vers 17) voor, hij, die oud geworden en wegens zijn geloof in de gevangenis was. Als een vriend die een innige wens had. Zijn wens was, dat Onésimus vrij zou zijn, om aan zijn zijde te arbeiden. Dat echter was niet zonder de goedkeuring van Filémon, de meester van Onésimus, mogelijk. Bovendien was het daarvoor nodig, dat de verhouding tussen zijn geliefd kind in geloof, Onésimus, en zijn geliefde broeder, Filémon, weer hersteld zou worden. Dat kon Filémon niet onberoerd laten, omdat hij toch vanwege zijn liefde tot de brusters bekend was.

Gehoorzaamheid uit liefde is een gezegende weg

De genade is sterker dan eigen rechten

Verplaatsen wij ons eens in de situatie van Filémon. Wat zou u in zijn plaats gedaan hebben? Onésimus had zich daadwerkelijk strafbaar gemaakt, doordat hij van zijn meester weggelopen was. Vermoedelijk heeft hij daarbij ook nog iets meegenomen (vers 18). Het was voor Filémon, die onder de brusters als liefdevol en zorgzaam gold (vers 7), zeer teleurstellend en pijnlijk. Hij zou alle recht van de wereld gehad hebben, Onésimus te bestraffen. Zouden ook wij niet gedachten gehad hebben, om Onésimus zijn rechtvaardige straf te geven? Zeker, Onésimus was op het tijdstip van zijn vlucht nog niet gelovig. Maar daarom was hij immers niet minder schuldig. Nu bestond toch de mogelijkheid, dat een broeder een andere verloste broeder vergeven kon. Filémon kon genade voor zijn eigen rechten stellen. Dat was het doel van Paulus, en om dit te bereiken, wilde hij zijn broeder te hulp komen. Zou u dat ook hebben gedaan?

De bief aan Filémon – nog een paar tips voor de praktijk

Om het even of u zich in de situatie van Paulus of Filémon of Onésimus bevindt: Overwin het kwade met het goede (Romeinen 12:21) en ga de “onderste weg”, ook wanneer dit geen makkelijke weg is. Zie liever af van eigen rechten, wanneer u daardoor het hart van de andere bereiken kunt. Het kost moed en overwinning, maar het is een gezegende weg, omdat het met de wil van God overeenkomt.

Misschien denkt u, dat de andere u niet gelooft en uw belijdenis niet aannemen zal. Of dat u niet de juiste woorden vindt, of hij/zij u helemaal niet aanhoren wil. Geeft niets – ga ondanks dat heen. Naar de andere te gaan en een belijdenis af te leggen is uw verantwoording. De gedachte aan een onverwachte reactie van de zijde van de andere moet je daarvan niet afhouden. De liefde tot je broeder of je zuster moet de drijfveer voor uw handelen zijn; ook de vergevende liefde, die de Heer Jezus voor u had, toen hij aan het kruis voor u stierf.

Wij mogen eraan denken, wat de Heer Jezus hier op aarde van de meeste mensen ondervonden heeft: alleen afwijzing, haat en verachting. Hoe heeft hij daarop gereageerd? Hij heeft Zijn voornemen niet veranderd, omdat men Hem niet wilde (vergelijk Jesaja 53:3,4). Hij heeft Zich ook niet tegen het onrechtvaardige gedrag van de mensen verweerd (1 Petrus 2:23). Hij is in elk opzicht en elke levenssituatie ons Voorbeeld, die wij volgen mogen. De daaruit vergevende zegen voor ons zal niet uitblijven.

Men zou zich de vraag kunnen stellen, hoe Filémon wel op die vraag van Paulus gereageerd heeft. Nog beter is het, wanneer wij ons de volgende vragen stellen:

  1. Hoe ziet het er met mijn liefde tot de brusters uit, ook tot hen, die mij niet zo liggen?
  2. Ben ik bereid, voor anderen van mijn rechten af te zien?
  3. Wanneer problemen tussen brusters opkomen, spreek en handel ik in deze situatie tot schade, of tot herstel van de betrekking?
  4. Ben ik mij van de genade, die aan mij geschonken is, bewust, en ben ik ook genadig met betrekking tot mijn brusters?

“Laat u door het kwade niet overwinnen, maar overwin het kwade door het goede”

(Romeinen 12:21)

* Broeders en zusters

Heinz Casper – © Folge mir nach

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol