5 jaar geleden

De Bijbel en de roede …

05.01.2012.

In de afgelopen weken, is een heftig meningsverschil over de kwestie van de opvoeding onder het publiek gebracht. De aanleiding is de aanklacht van vice-voorzitters van de Grünen in een volksvertegenwoordiging van een Duitse deelstaat tegen Wilfried Plock, een christen die in lezingen op grond van de Bijbel ook kort over de vraag gesproken heeft, in hoeverre de Bijbel spreekt van de roede … 27.11.2013. Een vraagstuk dat in Duitsland speelt, maar die ook in Nederland steeds actueler wordt. Daarom wil ik dit artikel vooral voor ouders met opgroeiende kinderen van harte aanbevelen. Laat u vooral niet ontmoedigen om het Woord van God met betrekking tot opvoeding van kinderen toe te passen, ook – en misschien wel juist in deze tijd. Dit gezien de huidige problemen die kinderen “zonder opvoeding” veroorzaken in de maatschappij, maar eerst en vooral ook in de gezinnen en in de gemeente van God …

De Bijbel en de roede

Wat is de achtergrond van deze discussie? Er is, voornamelijk afkomstig uit Amerika, een aantal familie-counselors, die erop wijzen dat in de Bijbel de duidelijke raad gegeven wordt, om de roede te gebruiken bij het opvoeden van kinderen.

We lezen in Spreuken 13 vers 24: “Wie zijn stok spaart, haat zijn zoon, maar wie hem liefheeft, streeft naar vermaning voor hem”. “Zit er dwaasheid in het hart van een jongeman gebonden, de stok van de vermaning zal die ver daarvan houden” (Spr. 22:15). “Onthoud een jongeman geen vermaning, als u hem met de stok slaat, zal hij niet sterven. Zelf moet u hem met de stok slaan en zijn leven redden van het graf” (Spr. 23:13,14). “De stok en de bestraffing geven wijsheid, maar een jongeman die aan zichzelf is overgelaten, maakt zijn moeder beschaamd” (Spr. 29:15).

De huidige wet

§1631 van het BGB (Duits Burgerlijk Wetboek) bepaalt dat sinds het jaar 2000:

(1) De personenzorg (ouderlijke zorg) omvat met name de plicht en het recht, het kind te verzorgen, op te voeden, te beschermen en zijn verblijf vast te stellen.

(2) Kinderen hebben recht op geweldloze opvoeding. Lijfstraffen, psychologische verwondingen en andere vernederende maatregelen zijn ontoelaatbaar.

(3) De gezinsrechter moet de ouders bij aanvraag bij de wettelijke voogdij in passende gevallen ondersteunen.

Toch is het opmerkelijk dat in de basiswet, artikel 6 (2), staat: “verzorging en opvoeding van kinderen is het natuurlijke recht van ouders en in de eerste plaats een plicht die op hen rust. Over hun uitoefening waakt de staatkundige gemeenschap”. Dus de opvoeding behoort in de ogen van de bedenkers van de grondwet ook tot de verantwoordelijkheid van de ouders – het is hun natuurlijk recht. Toch probeert de politiek sinds verscheidene jaren de opvoeding steeds meer onder de verantwoordelijkheid van de staatkundige gemeenschap te brengen. Ouders mogen aan deze verantwoordelijkheid  alleen nog voldoen binnen het raam dat de politieke meerderheid voor hen vastlegt. Daarbij hebben wij als ouders de opdracht om op te voeden. Opvoeding heeft enerzijds te maken met het feit dat men de kinderen naar een doel wijst, aanwijst. Je moet zelf niet alleen dit doel kennen, maar ook geloofwaardig verwerkelijken. Alleen dan kan men iemand ook tot dit doel “trekken”. Voor christenen is dit doel de Heer Jezus Christus Zelf.

Wanneer men de bovenstaande §1631 verder belicht, mag men kinderen helemaal niet meer “opvoeden”. Opvoeding heeft aan de andere kant te maken met tucht (uitoefening van gezag en discipline). Als een kind dat niet wil, wat de ouders wensen, hebben ouders volgens de huidige mening van vele stromingen in de politiek geen middel daartegen meer in de hand. Want ze moeten immers zonder geweld opvoeden, zonder fysieke straf en zonder geestelijk letsel. Onder andere is volgens een publicatie van het Federaal Ministerie voor Familie Zaken en het ministerie van Justitie (2003), onder de huidige wetgeving elke vorm van geweld (fysiek, mentaal) verboden. Met andere woorden, als kinderen hun ouders willen gehoorzamen, kunnen de ouders datgene wat door hen aanbevolen wordt bereiken, door hun kinderen vriendelijk toe te spreken en door te proberen hen te motiveren. Als het kind niet wil, moet het helemaal niets. Het kan bijvoorbeeld ook de hele nacht door het huis rennen en lawaai maken – fysiek en psychisch geweld is verboden. Sancties moeten geweldloos zijn.

Eigenlijk zouden ouders zelfs moeten toekijken, totdat een kind voor de auto loopt … – opdat deze verkeerde conclusie niet getrokken wordt, moet dit punt uitdrukkelijk in het Reglement toegelicht worden; blijkbaar is dit dilemma de wetgever ook opgevallen. Daarom mag men “voor onmiddellijk dreigend gevaar beschermen” – maar meer ook niet.

Actuele gevolgen van de wetgeving

Dat zulke propaganda consequenties heeft, zal niemand verbazen. De klassenleraars vanaf het eerste leerjaar moeten daarvoor vandaag onder de gevolgen lijden. Het is niet verwonderlijk dat men in de basisscholen steeds weer chaos beleeft. Want ouders hebben nauwelijks nog rechten meer met betrekking tot de opvoeding van kinderen. Dat, wat ze nog doen kunnen, is de gunst van hun kinderen werven. In hoeverre een klassenboek met aantekeningen onder “psychologische verwondingen” vallen zal, staat te bezien.

Maar er is helaas ook geconstateerd dat veel ouders helemaal niet meer willen opvoeden (of kunnen). Zulke ouders zijn blij onder de omstandigheden, dat daarvoor nu het kinderdagverblijf, kleuterschool of de school verantwoordelijk is. Dus kan men zijn verantwoordelijkheid ook op onrechtmatige wijze van zich afschuiven. Deze groep van gerechtigde opvoeders, die niet in staat is om op te voeden of – niet bereid is, kan ook een motief van de wetgever geweest zijn.

Uiteraard blijft het waar dat ouders het gevaar lopen, kinderen als straf aan een “tekort aan liefde” bloot te stellen of hen zelfs daarmee te dreigen of hen dit zelfs aandoen. Wanneer een kind in zijn eer of schaamtegevoel gewond geraakt, blijft dat niet zonder negatieve gevolgen voor de geestelijke ontwikkeling van het kind. Dit geldt eveneens voor maatregelen die men als een verkeerde “afranseling” of lichamelijk mishandelen aanmerken moet. Dat moet ieder bedenken, die zich een dergelijke vorm van opvoeding bewust voorneemt. Dat ouders zich vaak overweldigd voelen en daardoor hun toevlucht tot dergelijke tactiek nemen, blijft waar. Wanneer ze dat achteraf beseffen, moeten ze dit wangedrag onvoorwaardelijk belijden tegenover hun kinderen.

De “kerk”

Wat voor een rol spelen in dit verband de zogenaamde kerken vandaag? Kerstin Gäfgen-Track – zij is “Oberlandeskirchenrätin” van de protestantse kerk in Hannover – toont zich geschokt over de opvoedkundigen, die zich bij de bijbelse lijn aansluiten. Men moet misschien zeggen, dat van de kerk van vandaag niets anders te verwachten is. Zij heeft over alle politieke kwesties een mening. Maar daar, waar ze de bijbelse lijn kunnen vertegenwoordigen, past zij zich aan de algemene politieke overtuiging aan. Een christen heeft ooit gezegd – 150 jaar geleden: “Ik zocht de kerk en vond haar in de wereld. Ik zocht de hele wereld en vond haar in de kerk”. Misschien is dat voor de een of de ander enigszins strijdlustig en te ongenuanceerd, maar in ieder geval in de kern schijnt deze beschrijving van de toestand meer dan ooit van toepassing.

De positie van de Protestantse Kerk van Duitsland, vertegenwoordigd door Gäfgen-Track, is, zoals zij in een interview met de NDR op 21/12/2011 zei: “Kinderen te slaan is volgens mijn bijbels begrip helemaal niet te rechtvaardigen. De Bijbel roept er veel meer toe op zorgvuldig, teder en liefdevol met kinderen om te gaan. Liefde is de weg die de Bijbel voor de kinderopvoeding voorstelt”. Blijkbaar is dit de intussen algemeen erkende lijn van degenen die nog het lef hebben om zich kerk (ekklesia) te noemen: Men benadrukt datgene uit de Bijbel wat niet past bij de tijdgeest. En de rest noemt men liefde en tederheid. – Zo zal men inderdaad in de maatschappij geen aanstoot meer geven – en de mensen die God en Jezus Christus zoeken, verliezen.

Gematigd zijn

Natuurlijk moeten ouders hun kinderen liefdevol opvoeden. Zelfs voor die christenen die hun kinderen op grond van de Bijbel willen opvoeden (en §1631 BGB niet kennen), kan de roede slechts een laatste middel zijn (de Ultima Ratio), en niet het gewenste eerste instrument dat in de opvoeding te gebruiken is – in ieder geval is al het andere niet bijbels te gronden, ook niet dat de roede constant “mee aan de tafel” ligt. Dit middel mag dan ook niet in woede ingezet, maar moet met mate gebruikt worden, zoals het ook bij de meeste, nu verguisde Christelijke counselors heet. Kinderen moeten leren om te gehoorzamen. Ze moeten later in de school bereid zijn zich aan de docent te onderwerpen. In het beroep moeten zij het ook doen. Dus het is goed hen met het oog op gehoorzaamheid in een sfeer van liefde in het ouderlijk huis voor te bereiden. Communicatie is daarbij een belangrijk en hulprijk instrument.

Maar God is liefde en licht. Als onze kinderen niet leren om gehoorzaam te zijn, zullen zij zich ook niet bekeren. Want de bekering is vanuit een oogpunt niets meer dan om het bevel van God gehoorzaam te zijn (vgl. Hand 17:30). Wie deze aspecten uit de Bijbel benadrukken wil door te zeggen dat je de Bijbel in de context van de tijd moet interpreteren (historisch-kritische analyse), die verliest God zelf. Dat is de positie van de kerk.

Zoals Gäfgen-Track zei: “De Bijbel is een boek met een lange geschiedenis. Niet alles wat in de Bijbel staat, is bijbels geschikt. Er hebben heel veel mensen aan de Bijbel gewerkt, en daarbij is ook veel mis gegaan. Dat, wat u citeert, waren spreekwoorden, die toen circuleerden. Iemand heeft er voor gezorgd, dat ze werden opgenomen in de Bijbel. Vandaag zouden we dat waarschijnlijk niet meer doen. Niet alles wat in de bijbel staat kun je 1:1 overnemen. De Bijbel is geen raadgever, waaruit ik voor mezelf enkele tekstplaatsen kan nemen en zeggen: daar heb ik een plaats en zo is het nu. De Bijbel is veel ingewikkelder om te begrijpen”. Daarover is verder commentaar waarschijnlijk overbodig. Verwijdert men zich niet opnieuw een stuk van de overtuigingen en principes van Maarten Luther?

Oorzaken

Helaas moeten  we als christenen erkennen, dat wij niet onschuldig zijn aan deze ontwikkeling. De leringen in de jaren ’50-’80 en waarschijnlijk ook in de eeuwen daarvoor, waren in veel vergaderingen (gemeenten, denominaties) dat men de wil van de kinderen breken moest. Dit werd gedaan door middel van geweld, voor een deel ook door drastisch geweld in de vorm van mishandeling. Dat heeft ons het woord van God nooit geleerd. Opvoeding in toorn en met de stok heeft geen basis in de Schrift. In deze zin zijn boeken als “Hoe tem je een kind” (van Michael en Debi Pearl), waar kinderen letterlijk door roede en afranselingen gedresseerd werden, uit christelijk en bijbels perspectief af te wijzen. Daarmee kunnen en willen wij ons niet een maken.

Dat – zoals zo vaak – de slinger van het ene uiterste naar het andere slingert, weten we uit ervaring. Zo heeft het veelvuldige misbruik van geweld door ouders – en in de samenleving in het algemeen – ertoe geleid, dat men het fysieke en psychische gezag volledig verwerpt, in plaats van het op een goede manier te regelen. Hoewel we nu maar al te goed weten dat ‘laissez-faire’ {maar op zijn beloop laten, maar laten gaan, de vrije hand laten – Wiki-Pedia} een doelloos en absurd proces is, dat hen op een dwaalspoor leidt. Maar het is nog een stap verder gegaan en verbiedt fysiek en geestelijk gezag. Dat wil zeggen elke vorm van gezagsuitoefening wordt verboden.

Dit roept de vraag op in hoeverre ouders daadwerkelijk nog steeds een autoriteit hebben, zodat ze  invloed op hun kinderen kunnen uitoefenen, in die zin dat kinderen ook dat doen wat hun ouders van hen verwachten. Want autoriteit is in de praktische verwerkelijking en uitoefening nauwelijks te scheiden van – ongeacht welke soort van uitoefening van – ouderlijke macht. Met kleine kinderen kun je nauwelijks discussiëren, minderjarige kinderen kijken eveneens naar ouders; echter nog maar nauwelijks op de kleuterschool of op school onderwezen te worden om overal vraagtekens bij te zetten en te leven volgens hun eigen overtuigingen, brengt de beste uitstraling niet verder als er geen middelen zijn om dringende verzoeken af te dwingen. Want direct is er de dreiging voor ouders om fysiek of psychisch geweld te gebruiken.

Leidt dit niet – als men logisch verder denkt – daartoe, dat uiteindelijk allen gelijk zijn – de kinderen en hun ouders hebben dezelfde rechten (men moet eraan toevoegen: zodra kinderen  geboren zijn; want zolang ze nog in de baarmoeder zijn, kan en mag men hen geweld aandoen; daarvoor hebben politieke bewegingen gezorgd, die nu de aanklagers van ouders zijn, die veel minder geweld gebruiken dan diegenen, die hun ongeboren kinderen doden in de baarmoeder: de Bijbel noemt dat moord … Zie bijvoorbeeld , Numeri 35:30, Psalm 10:08).

Natuurlijk is het verantwoordelijke opvoeders intussen duidelijk, dat kinderen het nodig hebben dat hun grenzen gesteld worden. Een van de gevolgen ervan dat tieners geen grenzen kenden, is dat onze samenleving een hoge prijs te betalen heeft. Maar de politiek geeft ouders geen mogelijkheden meer om deze grenzen af te dwingen. Vleien heeft maar weinig kinderen tot nu toe kunnen overtuigen …

En nu, wat moeten christenen doen vandaag?

Wij als christenen moeten waken voor uitersten. In het Nieuwe Testament vinden we geen direct opdracht de roede te gebruiken, maar wel dat ouders hun kinderen “in de tucht en vermaning van de Heer” moeten  opvoeden tot gehoorzaamheid. Dit houdt in dat kinderen dat krijgen, waaraan zij zich  moeten houden. Op welke manier ouders dat doen, daartoe noemt het Nieuwe Testament ons geen concrete punten. Dat moeten zij met het oog op God, in gebed en persoonlijk Godsvrucht voor hun Heer beslissen.

Het is ook goed te bedenken dat wij christenen God kennen als onze liefhebbende Vader – dat was in de tijd van het Oude Testament zo niet bekend. God, onze Vader, oordeelt zonder aanzien des persoons. Christenen als vaders en ouders hebben de taak dit Vader-zijn op hun kinderen op het aardse vlak over te brengen. Want de manier waarop vaders met hun kinderen omgaan, vormt het beeld van God bij deze kinderen.

Onderwijs uit het Oude Testament

We weten dat het Gods wijsheid is die het matig gebruik van de roede beveelt in het Oude Testament. Overal waar God iets beveelt, is het tot zegen voor de mensen als ze zich daaraan houden. Daar is onze goddeloze samenleving op geen enkel wijze in geïnteresseerd. Wij moeten hiervan nota nemen.

Een vraag die actueel blijft voor ons als christenen: Waarom kunnen we het Oude Testament (het boek Spreuken) vandaag toepassen? Het antwoord is te vinden in de Efezebrief, waar Paulus schrijft in verband met kinderen: “Kinderen, weest jullie ouders gehoorzaam in de Heer, want dat is terecht. ‘Eer uw vader en uw moeder’, – dit is het eerste gebod met een belofte: ‘opdat het u goed gaat en u lang leeft op de aarde” (Ef. 6:1-3 – Telos-vertaling). Kinderen worden dus opgeroepen tot gehoorzaamheid, die dan ook voor ouders afdwingbaar moet zijn. Als reden wordt dan vervolgens een oudtestamentische rechtvaardiging gegeven. Want wanneer God niet door het Oude Testament tot ons had willen spreken, zou Hij het niet tot de Bijbel hebben gerekend. Steeds weer vinden we dat de nieuwtestamentische schrijvers daarom op verzen uit het Oude Testament teruggrijpen. Vooral het boek Spreuken vertelt ons iets van de wijsheid die God Zijn knecht en koning Salomo (vgl. 1 Kon. 3:12) heeft gegeven. Deze wijsheid kwam van God zelf en is niet gebonden aan tijd.

Onderwijs uit het Nieuwe Testament

We hebben volgens Romeinen 13 vers 1 ook de opdracht: “Elke ziel zij aan de over haar gestelde overheden onderdanig; want er is geen overheid dan door God, en die er zijn, zijn door God ingesteld. Wie zich dus tegen de overheid verzet, weerstaat de instelling van God; en zij die weerstaan, zullen oordeel voor zichzelf ontvangen” (Rom. 13:1,2 – Telos-vertaling). Ook deze goddeloze overheden, die we in het voorheen christelijke land Duitsland op dit moment beleven, zijn ook van God – evenzo als ten tijde van de apostel Paulus voor Nero gold.

De oproep tot gehoorzaamheid in Romeinen 13 heeft een beperking: “Men moet God meer gehoorzamen dan mensen” (Hand. 5:29 – Telos-vertaling). Iedereen moet voor zichzelf beslissen of er een direct bevel van God is, die we hier op te volgen hebben, wanneer we ons tegen een regeling van de overheid verzetten. Men kan zich uiteraard afvragen of het mogelijk is om zich aan deze wet te houden – tot 100% zonder boete in de vorm van fysiek en psychisch geweld een heel kinderleven te omlijsten. In het openbaar is er soms al sprake van geweest, dat een “klap” is toegestaan. In engere zin echter is dat ook gebruik van lichamelijk geweld … Wij zijn voor het overige ook niet verplicht om iedere persoonlijke visie van ons op een marktplaats in de openbaarheid te brengen.

De Heer Jezus zegt: “Zie, Ik zend u als schapen midden onder wolven, weest dan voorzichtig als de slangen en oprecht als de duiven” (Matth. 10:16 – Telos-vertaling). We willen verder ons achter het Woord van God stellen en ons niet – zoals we dat bij de kerken met verdriet moeten vaststellen – van de goddelijke waarheid distantiëren, om acceptatie in de samenleving te vinden. Laten wij ook bidden voor christenen als Wilfried Plock¹, die nu zo onder druk staan en daardoor ware volgelingen van onze verworpen Heer en Meester, Jezus Christus, zijn. En – voor zover het mogelijk is, laten wij ons aan hun zijde stellen, als zij aan de kaak worden gesteld. “En als één lid lijdt, lijden alle leden mee” (1 Kor. 10:26 – Telos-vertaling) – hier openbaart zich het lichaam van Christus, de ware kerk (vergadering, gemeente) in haar ware karakter.

We willen als lichten temidden van een krom en verdraaid geslacht schijnen (Fil. 2:15). Maar we willen voor de waarheid van Gods Woord strijden, niet als toeschouwers op het toneel waar het niet om het Evangelie van God gaat, maar om praktische levensvragen. Laten wij daarom nuchter en wijs zijn, opdat de Heer ons gebruiken kan. Paulus heeft voor het evangelie gestreden, niet voor opvoedingsvraagstukken.

NOOT VERTALER:
1. Zie: http://www.ndr.de/regional/zucht101.html

 

© bibelpraxis.de, Manuel Seibel

Vertaling: © Frisse Wateren – rm

Geplaatst in: , ,
© Frisse Wateren, R. Mol