8 jaar geleden

De belangrijkste prioriteiten van het Christenleven (6 – slot)

Deel 3

Hoofdstuk vijf

Het kruis brengt overwinning

Lijkt alles wat we gezegd hebben je nogal mistroostig? De boodschap van het kruis heeft ook een lichte kant – een positieve. En wel dat het kruis geen doel op zich is. Het is een weg tot de opstanding. In feite is het de enige weg tot het opstandingsleven. Er ligt een vreugde in het verschiet voor allen die gewillig de werking van het kruis aanvaarden (Hebr. 12:2). De graankorrel die in de aarde valt en sterft blijft daar niet voor eeuwig; hij loopt uit in triomfantelijk vruchtdragen. De gelovige die de weg van het kruis aanvaardt, al wordt hij door anderen ook nog zo verkeerd begrepen, wordt uiteindelijk gerechtvaardigd door God. Er is een vruchtbaarheid die voortkomt uit zijn dood, en iets daarvan zien we soms hier al terwijl we nog op aarde zijn, maar we zullen alles in volheid zien voor de rechterstoel van Christus. Dan geeft de Here Zijn beloningen.

Het leven van Jozef is een prachtig voorbeeld hiervan. Het was een pijnlijke ervaring voor hem om verkocht te worden door zijn eigen broers, van wie hij hield, en als slaaf in een vreemd land terecht te komen. Niettemin klaagt hij niet in het huis van Potifar, maar doet trouw het werk dat hem opgedragen wordt. En als Potifars vrouw hem vals beschuldigt, blijft hij trouw aan God. Als hij in de gevangenis is geworpen, klaagt hij nog steeds niet, maar aanvaardt alles als uit Gods hand en heeft geen enkele bitterheid in zijn hart. Als hij vergeten wordt door Farao’s ondankbare schenker, heeft hij nog steeds geen enkele grief tegen God of de mensen. Tenslotte wordt hij de premier van Egypte. God eert hen die Hem eren (1 Sam. 2:30). Dat deed Hij toen en dat doet Hij nu. Het is misschien geen zichtbare eer in de ogen van de wereld zoals bij Jozef, maar niettemin goddelijke eer. Wat missen we veel als we de weg van het kruis vermijden!

Maar het verhaal is nog niet uit. Zelfs nadat Jozef zo’n hoge positie had, ja, alle macht in Egypte, is hij er niet op uit wraak te nemen op Potifars vrouw of op zijn broers, maar hij vergaf hun zonder meer. Menig gelovige wandelde aanvankelijk zoals Jozef wandelde en aanvaardde het lijden van het kruis bij elke stap. Daarna kwam het succes en God eerde en verhoogde hem. Maar helaas kwamen daarmee ook’trots en zelfzucht en wraakgevoelens.

Jozef was zo niet. Hij bleef dezelfde nederige man, of hij nu in de gevangenis zat of op de troon. Wat een opmerkelijk mens was hij! Zo’n houding is welgevallig in Gods ogen en eert Hij. Het is de Geest van Zijn Zoon. Als die ontbreekt bij ons, moet Hij wel zeggen: “Eén ding ontbreekt u!”

Het was niet door Zijn wonderen, en ook niet door Zijn prediking dat de Here Jezus de satan versloeg. Hebreeën 2 vers 14 zegt ons dat het door Zijn dood was dat Hij de duivel onttroond heeft. Als de Here zelf de satan alleen door de dood kon verslaan, dan kunnen Zijn discipelen hem zeker niet op een andere manier verslaan. Velen hebben het idee dat als ze maar een paar wonderen konden doen in de naam van Jezus, de duivel verslagen zou zijn. Maar de duivel is door geen ander wapen verslagen dan door het kruis van Christus. Als een gelovige standvastig weigert een andere weg dan die van het kruis in zijn leven te accepteren, zal hij ontdekken dat de duivel machteloos is tegen hem. Alleen voor de mens die zich met blijdschap volkomen aan al Gods handelen met hem overgeeft, geldt het bijbelwoord dat de duivel van hem zal vluchten als hij hem weerstaat (Jak. 4:7). Het is dwaasheid om de duivel te weerstaan als we ons niet eerst aan God hebben overgegeven.

De weg van het kruis is de enige weg tot overwinning. Daarom heeft satan zijn best gedaan om te verhinderen dat Jezus die weg zou gaan. Dat is ook waarom satan voortdurend mannen en vrouwen probeert te verhinderen die weg voor hun leven te aanvaarden.

Petrus, met zijn goedbedoelende liefde, probeerde Jezus af te houden van het lijden van het kruis, maar Jezus herkende meteen de stem van de satan daar (Matth. 16:21-23). Misschien hebben onze, vrienden en familieleden, ons ook dergelijk advies gegeven toen onze weg moeilijk was. Maar denk er aan dat de stemmen die we in ons hart of van anderen horen die ons van de weg van het kruis willen afhouden, altijd het gefluister van de duivel zijn. Herkennen wij hem dan als zodanig?

In het boek Openbaring zien we de Here Jezus als het geslachte Lam. Daar zien we Golgotha vanuit hemels gezichtspunt. In de ogen van de mensen was Golgotha een nederlaag. We lezen nergens dat een ongelovige Jezus na Zijn opstanding gezien heeft en daarom wordt Golgotha nog steeds als een nederlaag gezien. Maar in de ogen van de hemel was Golgotha de grootste overwinning die ooit op aarde is behaald. Op aarde hebben ze het Lam van God gekruisigd, maar in de hemel aanbidden ze Hem. Als je bij het volgen van Jezus je rechten prijsgeeft, zeggen de mensen op aarde misschien dat je geen ruggengraat hebt, maar de hemel verheugt zich over een kind van God dat een positie van overwinning inneemt. “Zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en zij hebben hun leven niet liefgehad tot in de dood (van het kruis) … Daarom verheugt u, gij hemelen” (Openb. 12:11,12).

In Psalm 124 vers 7 zien we het leven van een christen afgebeeld in het symbool van een vogel die ontkomen is aan de strik. Een vogel hoog in de lucht is een volmaakt beeld van de heerlijke vrijheid die God al Zijn kinderen wil doen ervaren. Bergen en rivieren kunnen het pad van aan de aarde gebonden schepsels tegenhouden, maar niet dat van een vogel. Die vliegt er hoog overheen. God heeft de mens geschapen om als die vogel te zijn, volkomen vrij, die de aarde onderwerpt en over haar heerst (Gen. 1:28). Maar de ongehoorzaamheid van de mens heeft hem als een vogel gemaakt die in een strik gevangen zit, niet in staat om te vliegen.

Alleen het kruis kan die strik breken en ons vrij maken. Er is geen andere weg. Aanvaard de dood voor deze wereld en aan jezelf, en daarin sterf je tevens aan de macht van de duivel. Zijn greep op je wordt verbroken en niets kan je tegenhouden om op te stijgen als die vogel. Dat is ware vrijheid  en dat is wat de Heilige Geest probeert in ons leven te brengen (2 Kor. 3:17). Maar de weg van het kruis is de enige weg tot die vrijheid.

Ook deze boodschap heeft een speciale toepassing voor de laatste dagen waarin wij nu leven. In 2 Timotheus 3 vers 1-8 worden deze dagen beschreven. Er staat dat de mensen zelfzuchtig zijn (in het Engels: “liefhebbers van zichzelf”). Als gevolg daarvan openbaren ze in hun karakter alles wat volkomen tegengesteld is aan de geest van het kruis. Het is dus niet verwonderlijk dat als de vervolging tegen de christenen toeneemt, velen aanstoot zullen nemen (Matth. 24:9,10). Veel christenen die hun hele leven tevreden zijn geweest met oppervlakkige christelijke activiteiten zullen zich afkeren van de Here in die tijd, omdat hun christendom aldoor bepaald werd door hun gemakzucht en niet door het kruis van Christus. In Markus 4 vers 17 spreekt Jezus over zulke christenen als mensen die geen wortel hebben. Hun christendom was slechts oppervlakkig. Telkens wanneer God probeerde hun wortels te sterken door ze gelegenheden te geven het kruis in hun leven te aanvaarden, vermeden ze die.

Er is maar één weg die een mens binnen kan brengen in de volheid van leven in Christus. We kunnen langs andere wegen gaan als we dat willen, maar we zullen nooit Gods doel bereiken langs een andere weg. Al onze gaven en talenten verspillen we als we de weg van het kruis in ons leven vermijden. We kunnen die aanvaarden of afwijzen; de keus is aan ons.

Sadhu Sundar Singh zei altijd dat wanneer we in de hemel komen, er geen tweede kans is om het kruis om Jezus’ wil te dragen. We kunnen het nu verwerpen, maar we hebben in de eeuwigheid geen gelegenheid meer om te volgen op de bloedige weg die Jezus gegaan is. Als wij onze gezegende Heer ontmoeten, heeft Hij nog steeds de littekens in Zijn handen en voeten. Hoe zal het dan zijn als we terugkijken op ons eigen aardse leven en ontdekken dat we bij iedere stap zorgvuldig het kruis vermeden hebben? Geve God dat we in plaats daarvan bij iedere stap ons daaraan overgeven en zo geen spijt hebben op die dag.

“Voortdurend aan de dood overgeleverd” … “Te allen tijde zegevieren”
(2 Kor. 4:11; 2 Kor. 2:14).

Hoofdstuk vijf

Eén ding doe ik

“Maar wat voor mij winst was, dat heb ik om Christus’ wil als schade beschouwd. Ja, beslist, ik beschouw ook alles als schade om de uitnemendheid van de kennis van Christus Jezus, mijn Heere; om Wie ik dat alles schade gerekend heb, en ik beschouw het als vuiligheid, opdat ik Christus mag winnen, en in Hem gevonden word, niet met mijn rechtvaardigheid, die uit de wet is, maar die door het geloof in Christus is, namelijk de rechtvaardigheid uit God door middel van het geloof, opdat ik Hem mag kennen, en de kracht van Zijn opstanding en de gemeenschap met Zijn lijden, doordat ik aan Zijn dood gelijkvormig word, om op enigerlei wijze te komen tot de opstanding van de doden. Niet dat ik het al verkregen heb of al volmaakt ben, maar ik jaag ernaar om het ook te grijpen. Daartoe ben ik ook door Christus Jezus gegrepen. Broeders, ikzelf denk niet dat ik het gegrepen heb, maar één ding doe ik: vergetend wat achter is, mij uitstrekkend naar wat voor is, jaag ik naar het doel: de prijs van de roeping van God, die van boven is, in Christus Jezus” (Fil. 3:7-14, Herz. S.V.).

We moeten niet vergeten dat deze woorden van de apostel niet geschreven zijn door een jonge enthousiasteling die de weg voor het eerst loopt. Het is het getuigenis van een volwassen christen aan het eind van een rijk en vol leven. Dertig jaar is er verstreken sinds Paulus’ bekering. Al die jaren heeft God hem gebruikt om veel gemeenten te stichten en God bevestigde zijn bediening met machtige tekenen en wonderen. Van het begin af had Paulus zich zonder enige reserve gegeven in het werk van het evangelie; hij maakte immense reizen en doorstond veel ontberingen. Hij had de realiteit van een overwinningsleven leren kennen in zijn groei naar gelijkvormigheid aan de Here. Eén van zijn hoogtepunten was de unieke ervaring die hij had, dat hij “weggevoerd werd tot, in de derde hemel” en bijzondere openbaringen van geestelijke waarheden ontving.

En toch, na dit alles, zegt hij dat hij “het niet al verkregen heeft of al volmaakt is”. Hier is een van de grootste christenen aller tijden, die aan het eind van zijn leven zegt dat hij zich uitstrekt naar wat voor hem ligt en jaagt naar het doel. Helaas begint en eindigt voor de meeste gelovigen de verlossing met de wedergeboorte en de zekerheid daardoor ontkomen te zijn aan het oordeel van God. Maar voor de apostel niet en ook niet voor iedereen die net als hij een ware discipel van Christus wil zijn. Hier in dit schriftgedeelte verklaart hij zijn vaste geloof dat Christus hem gegrepen heeft met een doel. Hij, van zijn kant, was vastbesloten om het koste wat het kost dat doel na te jagen en te bereiken. Dit is een ernstige waarheid, dat als de Here ons aanneemt bij onze bekering, Hij daarmee een doel heeft dat ver, ver uitgaat boven de redding van onze ziel van het hellevuur en een plaats in de hemel. Als zo’n volwassen christen als de apostel Paulus na dertig jaar onvermoeid dienen van de Here moest zeggen dat hij het nog niet,gegrepen had en nog steeds moest jagen om Gods hele plan en doel voor zijn leven te bereiken, hoe groot moet dat doel dan wel niet zijn.

Paulus gaat zelfs verder in Filippi 3. Alles wat de wereld beschouwt als kostbaar is voor hem waardeloos, ja, zelfs schade, vergeleken met dat hoogste doel van God, om dat te grijpen en te vervullen. Hij beschouwt dit als een prijs die waard is er alles in de wereld voor op te geven (vs. 14). Als wij om ons heen kijken en zien hoe gelovigen wereldse bezittingen begeren, en vasthouden aan materiële dingen, en die een grotere plaats in hun leven geven dan de dingen van God, moeten we wel concluderen dat hun christendom ver van dat van Paulus af staat.

Het is een kenmerk van geestelijke onvolwassenheid om de verlossing alleen te zien als een verzekeringspolis om aan de vlammen van de hel te ontkomen. Als wij opgroeien tot geestelijke volwassenheid, beseffen we dat God ons gered heeft om elke dag op de weg te kunnen wandelen die Hij voor ieder van ons al vóór de eeuwigheid uitgestippeld heeft (Ef. 2:10). Die weg was wat Paulus Gods voornemen noemde, of Gods doel voor zijn leven. Als we tevreden zijn met alleen Zijn reddende genade zonder Zijn wil voor ons leven te zoeken, dan gaan we door het leven zonder iets van blijvende waarde voor God tot stand te brengen, ook al zijn we nog zo evangelisch. Uiteraard is het eerste doel van satan om op de een of andere manier mensen blind te maken voor de genade van God in Christus Jezus, om zo te voorkomen dat ze behouden worden (2 Kor. 4:4). Maar als hij daarin niet slaagt, is zijn volgende plan om de nieuwe gelovige blind te maken voor het feit dat God een uitgesproken plan voor zijn leven heeft. Hierin is hij voor een groot deel geslaagd. Er zijn duizenden ware gelovigen die nooit echt ernstig de wil van God zoeken, zelfs niet in belangrijke beslissingen die ze in hun leven nemen.

Het christenleven wordt ons in dit gedeelte in Filippi beschreven als een leven waarin wij voortdurend moeten jagen naar het doel. Geen enkele mate van geestelijke volwassenheid die we hier op aarde kunnen bereiken, ontslaat ons van de noodzaak van een voortdurende urgentie. Omdat veel gelovigen deze les hebben verwaarloosd, hebben ze geen levend getuigenis. Hun enige getuigenis heeft te maken met een ervaring in het verre verleden toen ze op een gezegende dag hun hand hebben opgestoken of een beslissingskaartje hebben ingevuld in een evangelisatie-samenkomst. Dat was heerlijk, maar sindsdien is er niets gebeurd! Spreuken 24 vers 30-34 met zijn beeld van een met onkruid overgroeide akker, beschrijft de toestand van de mens die op zijn lauweren is gaan rusten na zijn bekering. Een akker vereist voortdurende bewerking en zorg om het te behoeden voor distels en onkruid en zo is het ook met de menselijke ziel.

Ik geloof dat het John Wesley was die in de eerste Methodistische getuigenis-samenkomsten de regel invoerde dat niemand een getuigenis mocht geven dat meer dan een week oud was. Iedereen die geen verhaal te vertellen had over wat God gedaan had in de laatste zeven dagen van zijn leven, moest zichzelf als een afvallige beschouwen. Hoeveel van ons kunnen die test doorstaan?

“Eén ding doe ik, vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen vóór mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs der roeping Gods, die van boven is, in Christus Jezus” (vs. 13,14). Hier zien we nog een prioriteit voor de christen. Gods plan verstaan en ernaar jagen dat plan te realiseren is geen vrijblijvende optie voor de geestelijke elite. Dit hoort het leven van ieder kind van God te kenmerken.

We willen ons onderwerp weer van drie kanten bekijken. Eerst willen we kijken naar de dingen die ons kunnen hinderen om te jagen naar Gods volle voornemen en doel; dan kijken we naar de kracht die ons kan sterken om te jagen en tenslotte naar de houding van ons hart die ons kan doen volhouden tot het eind van ons leven.

De dingen die ons kunnen hinderen

Toen God de Israëlieten uit Egypte bevrijdde, had Hij een route voor hen uitgestippeld door de woestijn naar Kanaän. Ze konden die alleen maar weten als ze de wolkkolom en de vuurkolom dag in dag uit volgden. God heeft ook vandaag voor ieder van Zijn verloste kinderen een weg bepaald. Maar ze kunnen die alleen weten als ze iedere dag met Hem wandelen. Als wij het doel dat God voor ons bepaald heeft volledig willen grijpen, moeten wij leren met God te wandelen. En op dat punt zullen we de weerstand van de satan bij elke stap tegenkomen. Zoals dieven vaker inbreken bij rijken dan bij armen, richt satan zijn pijlen meer op de gelovige die geestelijk gezind is dan op degene die vleselijk gezind is. Daarom zullen we merken dat de strijd heviger wordt bij elke stap die we zetten op de weg naar geestelijke volwassenheid.

Er zijn veel machten die de gelovige die ernaar jaagt de hele wil van God te doen, proberen te hinderen: de wereld met haar verschillende attracties, het vlees met zijn onreine lusten en de duivel met zijn subtiele sluwheden. Als dit hindernissen zijn voor de geestelijke groei van de gelovige, kunnen we ons afvragen waarom God ze niet wegneemt of op zijn minst de gelovige ertegen beschermt. Dit is door de eeuwen heen een probleem geweest dat velen heeft beziggehouden. Het is voor ons genoeg om te weten dat het onze hemelse Vader is, die wijzer is dan wij allen, die deze krachten toelaat. Minstens één goede reden is dat onze geestelijke kracht daardoor wordt versterkt. Zelfs op het lichamelijke vlak kunnen onze spieren alleen sterker gemaakt worden door ze aan weerstanden te onderwerpen door oefeningen. Anders blijven onze spieren slap en krachteloos. Een worstelaar die traint voor een wedstrijd heeft voortdurende oefening nodig door met anderen te worstelen om fit te zijn voor de wedstrijd. Op dezelfde manier kan onze geestelijke kracht nooit worden ontwikkeld als we beschermd worden voor beproevingen en verzoekingen van de wereld, het vlees en de duivel.

Maar het moet wel een grote troost voor ons zijn te weten dat de Here Jezus in elke verzoeking die op ons pad komt ook zelf verzocht is geweest (Hebr. 4:15). Lukas vertelt ons dat Jezus door de Heilige Geest in de woestijn geleid werd, om verzocht te worden door de duivel en dat Hij na de verzoeking terugkeerde “in de kracht van de Geest” (Luk. 4:1,14). De overwinning in verzoekingen die bij de mens horen, had Hem als mens versterkt. Kan dat ook niet bij ons gebeuren? Laten wij ons nooit verbeelden dat we geestelijk sterk kunnen worden alleen door christelijke boeken te lezen en godsdienstige bijeenkomsten bij te wonen. Zulke activiteiten staan gelijk aan voedsel tot je nemen, maar naast voedsel hebben we ook oefening nodig als we sterk willen worden. Om die reden worden zij die zich afsluiten voor alle contact met de mensen uit de wereld en een beschermd christelijk leven leiden, nooit geestelijk robuust.

Heiligheid is als gezondheid. Om helemaal gezond te zijn, moeten we regelmatig oefeningen doen. Alleen dan hebben we weerstand tegen ziekte. Daarom moeten wij, om volmaakt te worden, door verzoekingen heen en ze overwinnen. Als we beproevingen ontlopen, kunnen we nooit volmaakt gemaakt worden. Dit is misschien nog een reden waarom God de verboden vrucht in de Hof van Eden geplaatst heeft. Het gaf Adam de gelegenheid om de verzoeking te overwinnen en daardoor geheiligd te worden. Het is niet nodig dat we bang zijn voor verzoeking. De Here heeft ons in 1 Korinthe 10 vers 13 verzekerd dat Hij nooit zal gedogen dat wij boven vermogen verzocht worden.

Psalm 66 vers 10-12 is een van die wonderbare oudtestamentische bijbel-gedeelten die ons laten zien wat een geweldige winst er voor ons ligt in beproevingen en verzoekingen. Het vuur en het water maken ons niet alleen geestelijk rijk, maar ook geestelijk gezond. De mannen van God in de bijbel hadden dezelfde verzoekingen die ons plagen. Jakobus 5 vers 17 zegt dat zelfs Elia dezelfde lusten en hartstochten moest overwinnen als wij. Omdat deze mannen van God in verzoekingen overwonnen, werden ze sterk en zo bruikbaar in Gods handen. God laat de verzoekingen toe om ons te beproeven. Iedereen die door God gebruikt zal worden moet beproefd worden. De verzoekingen die tot ons komen als we alleen zijn, zijn bedoeld om te laten zien dat we bekwaam zijn voor dienst meer in het openbaar. Verzoekingen overwinnen is net als leren zwemmen. Dat leer je ook niet in één dag. Maar als je het beslist wilt, leer je het vroeg of laat. Dan ben je niet meer bang voor het water. Op precies dezelfde manier leren we het geheim in Christus van overwinning over de verzoeking, als we vastbesloten zijn, en dan zijn we er evenmin nog bang voor.

Laten we nu in het kort de drie verzoekingen van de Here Jezus bespreken in Mattheüs 4. We zullen ontdekken als we ze bestuderen, dat de duivel op dezelfde manier ook tot ons komt. De drie verzoekingen die hier beschreven staan schijnen de duivels laatste poging te zijn na veertig dagen van verzoekingen, om de Here uit te schakelen. Het waren de laatste drie wapens in zijn hand, maar de Here heeft ze alle overwonnen.

I

De eerste verzoeking kwam via de begeerten van het lichaam, in dit geval het verlangen naar voedsel (vs. 3 en 4). Het is van belang dat zowel Eva als Ezau ook op deze wijze verzocht werden (Gen. 3:6; 25:34), maar waar zij de nederlaag leden, overwon de Here Jezus. De duivel komt ook nu nog bij alle mensen met dezelfde verzoeking om de natuurlijke begeerten van het lichaam te bevredigen buiten de middelen om die God voor hun bevrediging bedoeld heeft. De begeerte naar voedsel, rust, seksuele bevrediging en dergelijke, zijn normale begeerten die God zelf ons gegeven heeft en Hij heeft ook de manier waarop en waardoor deze begeerte op wettige wijze bevredigd mag worden, voorgeschreven. Maar als wij proberen deze begeerte te bevredigen buiten Gods aangewezen middelen daarvoor om, of als wij teveel toegeven, aan deze natuurlijke verlangens van het lichaam, dan zondigen wij. De duivel verzoekt ons op dit gebied heel subtiel. Hij roept ons niet openlijk op om te zondigen, maar om de wettige verlangens van het lichaam te bevredigen, maar dan op onwettige wijze. Geef teveel toe op het punt van voedsel en we eindigen als veelvraten, en zijn niet meer in staat om ook maar één dag zonder eten te kunnen. Op die manier wordt onze bruikbaarheid voor God ernstig in gevaar gebracht. Hetzelfde geldt ook als wij als luilakken niet de discipline geleerd hebben vroeg in de ochtend op te staan voor onze stille tijd met Hem.

Simson en David werden door satan verleid door seksuele lust. David kon Goliath verslaan, maar niet zijn eigen lust. Veel machtige mannen zijn op dit punt gestruikeld. Degene die onachtzaam of ongedisciplineerd is op dit terrein van het leven is een gemakkelijk doelwit voor satan. Neem bijvoorbeeld de moderne damesmode. Die schijnt ontworpen te zijn om steeds meer van het lichaam onbedekt te laten. Zoals uit Genesis 3 vers 21 blijkt, heeft God bedoeld naaktheid te bedekken. De mode, samen met het tonen van het naakte lichaam op films en reclame in kranten en tijdschriften (en niet te vergeten internet in deze tijd!) maken deel uit van een zorgvuldig geplande strategie van satan om mensen totaal verslaafd te maken aan hun eigen lusten. Als wij in deze kwade dagen onze lusten en begeerten willen overwinnen, zullen we net als Job onze ogen moeten disciplineren (Job 31:1). We moeten weigeren naar iets te kijken of iets te lezen wat die begeerten in vlam zet. David zondigde omdat hij zijn ogen niet onder controle had (2 Sam. 11:2). Nadat hij daardoor een bittere les geleerd had, bad hij later dat God hem zou helpen om zijn ogen te disciplineren (Ps. 119:37). Wij zouden er ook goed aan doen dit tot ons ernstige gebed te maken.

De apostel Paulus was zich er zeer van bewust dat teveel toegeven aan natuurlijke verlangens van het lichaam hem ongeschikt zou maken voor de dienst van de Here. Daarom tuchtigde hij zijn lichaam en hield het voortdurend in bedwang (1 Kor. 9:27). Duizenden hebben zich gediskwalificeerd voor de dienst van God door gebrek aan discipline op dit terrein.

II

De tweede verzoeking van Jezus in de woestijn was de verzoeking tot aanmatiging. De duivel vroeg Hem om Zich van het dak van de tempel naar beneden te werpen en zo op spectaculaire wijze te midden van de menigte op het tempelplein neer te dalen. De duivel gaf Hem een tekst ter bescherming, Psalm 96 vers 11 en 12. Hier was de verleiding iets spectaculairs te doen om Zijn vertrouwen in God te laten zien: springen wanneer God Hem, dat niet gevraagd had.

Er is vandaag een zucht naar het spectaculaire en bepaalde stromingen in de christelijke kerk hebben hieraan toegegeven. De duivel spoort de gelovigen voortdurend aan iets avontuurlijks en buitengewoon te doen, om zo hun geloof in God te demonstreren. Velen zijn volkomen het spoor bijster geraakt en zijn de weg die God voor hen bedoelde kwijtgeraakt door deze aansporingen van de satan te volgen.

Veel anderen hebben zich in een of andere activiteit gestort zonder geduldig te wachten op Gods tijd en leiding, en daardoor schipbreuk geleden. Iemand heeft gezegd: “Wij moeten op Zijn weg zijn, daarop wandelen op Zijn tijd en in Zijn tempo, als wij aanspraak willen maken op Zijn bescherming en beloften”. In het leven van de Here Jezus zien we het volmaakte voorbeeld van Iemand die altijd wachtte op de aanwijzing van Zijn Vader, en Zich alleen liet leiden door de wil en tijd van Zijn Vader en nooit door influisteringen van satan of mensen. Hij zei tegen hen die Hem iets wilden laten doen: “Mijn tijd is nog niet gekomen” (Joh. 7:6) en dat betekende: “Ik kan alleen handelen als Mijn Vader dat tegen Mij zegt”. Koning Saul heeft zijn koninkrijk verloren omdat hij haastig handelde zonder op Gods tijd te wachten (1 Sam. 13:8-14). Veel gelovigen hebben op dezelfde manier het beste van God gemist. Velen hebben bijvoorbeeld een huwelijk gesloten zonder Gods wil op dit punt af te wachten. Ze hebben in haast gehandeld en hebben nu alle tijd dat te betreuren! Broeders en zusters, leer geduldig op Gods tijd te wachten en dan zul je er nooit spijt van krijgen. Hij stelt hen die op Hem wachten nooit teleur (Jes. 49:23).

III

In de derde verzoeking toonde de duivel Jezus al de koninkrijken van deze wereld en hun heerlijkheid. Dat alles kon Jezus van hem krijgen, zei hij, als Hij maar voor hem wilde knielen en hem aanbidden. Hier is opnieuw een verzoeking die wij ook allemaal krijgen. Het is de verzoeking om een compromis te sluiten met onze christelijke principes ter wille van persoonlijk voordeel.

Er zijn veel dingen die we in de wereld kunnen krijgen als we maar bereid zijn om een compromis te sluiten met onze principes en onze knie buigen voor de duivel. Eén daarvan is geld. Het is één van de grootste attracties. Herhaaldelijk worden gelovigen verzocht hun normen te verlagen ter wille van iets meer geld. Als wij werk zoeken, laten we ons dan niet meer leiden door het salaris dat ze ons aanbieden dan door Gods wil? Daardoor wordt het heel eenvoudig voor de duivel om ons van de weg van Gods plan voor ons leven af te halen. Dit was de fout van Bileam en velen verkiezen vandaag diezelfde weg (2 Petr. 2:15; Jud.: 11; vgl. Num. 22). Beseffen we wel dat dit in feite betekent dat we door de knieën gaan voor de duivel? Dan zijn er ook christenen die gewetenloze wereldse methoden gebruiken om geld in te zamelen voor “het werk van God”, zoals ze zeggen. God kan nooit onrechtvaardige middelen goedkeuren om dit te bereiken, ongeacht hoe goed het beoogde doel is. God wil niet dat wij de wereld winnen door onze knieën te buigen voor degene die haar overweldigd heeft. Als wij de Here volledig willen volgen, moeten we op onze hoede zijn voor de aantrekkingskracht van geld. Jezus waarschuwde ons dat wij niet twee heren kunnen dienen. Als we de ene liefhebben, moeten we de andere haten (Luk. 16:13).

Dan is er nog de verleiding van status, de verzoeking om beroemd of vooraanstaand te worden. De compromissen die de ziel die naar aardse roem zoekt moet maken zijn vele. Zelfs in christelijke kringen en in het werk van de Here komt deze zelfde verzoeking voor. Er is iets in ons allen dat ernaar hunkert in de schijnwerpers te staan. Wij vinden het allemaal prettig om door anderen bewonderd en gerespecteerd te worden. Het geeft ons een innerlijke voldoening om in gezelschap de spil te zijn, waar alle ogen op gericht zijn, degene die met kop en schouders boven iedereen uitsteekt. Zelfs in de gemeente is het vaak een verzoeking om onszelf voor te doen als beter of begaafder dan anderen in het zingen of in de prediking of zelfs in het bidden! Wij komen in de verleiding onszelf te verhogen in de achting van de mensen ten koste van onze mede-gelovigen. Dit alles is volkomen in strijd met de geest van Christus.

Dan is er nog de verzoeking voor de prediker. Hoe vaak wordt hij niet verzocht om wat “ruim-denkender” te zijn, om het benadrukken van bijbelse leerstellingen die zijn gehoor liever niet hoort, te vermijden, om de zonde of begerigheid maar niet aan de kaak te stellen in zijn prediking. Als hij vermijdt om aanstoot te geven aan de rijken en invloedrijken in zijn gemeente, kan hij misschien zijn invloed vergroten en een groter publiek bereiken. Maar tegen welke prijs? In wezen voor de prijs van het buigen van zijn knieën voor de duivel, bij wie al deze suggesties vandaan komen. Er zijn weinig predikers die nooit op deze punten verzocht zijn geweest. Helaas hebben velen toegegeven, onbewust van de uiteindelijke medeplichtigheid met satan. die achter al zulke compromissen schuilt.

Op het punt van het huwelijk liggen er vaak bepaalde verzoekingen voor jonge mannen en vrouwen. We hebben al gesproken over het gevaar van haast in deze zaak, waarbij men niet kan wachten op Gods tijd. Maar er zijn andere, ernstiger verzoekingen. Veel gelovigen zijn openlijk ongehoorzaam geweest aan het duidelijke onderricht van de bijbel en met ongelovigen getrouwd. Het is zo tragisch dat juist op dit kritieke punt zo velen die in hun studententijd moedig voor Christus uitkwamen, later hierin gevallen zijn. Vaak heeft een jong leven dat aanvankelijk zeer bruikbaar was voor God, zijn bruikbaarheid totaal verloren door op dit punt een compromis te sluiten. Dit is de prijs als je je knie buigt voor de satan.

Satan heeft talloze plausibele argumenten om ons te bedriegen. “Wees niet zo bekrompen over 2 Korinthe 6 vers 14 en wat daar staat over het ongelijke juk”, zo dringt hij erop aan: “Nadat het huwelijk gesloten is hoef je alleen je partner maar over te halen om het evangelie te geloven en alles komt goed. Als je deze gouden gelegenheid verwerpt, krijg je misschien nooit zo’n kans weer”. Wat zijn er veel ingelopen door deze influisteringen! Ik weet dat God wonderen heeft gedaan en inderdaad sommige onbekeerde mannen of vrouwen gered heeft als antwoord op veel gebed. Maar dit is geen reden om Hem ongehoorzaam te zijn. Dit is geen excuus om voor satan te buigen.

Is zo’n tijd in je leven aangebroken? Ik smeek je: heb de moed trouw te blijven aan je overtuigingen! Verwerp elk duivels voorstel, ongeacht hoe groot de druk. Zoek Gods hulp in gebed en wacht op Zijn wil. Hij laat je niet in de steek. Geef Hem de eer en Hij geeft je de levenspartner van Zijn keus. En als de keus van Hem is, kan het alleen maar het allerbeste zijn.

Er zijn veel subtiele verzoekingen om een knieval te doen voor de vijand van de zielen en hem te aanbidden. Broeders en zusters, als je Gods plan voor je leven niet wilt missen, wijs ze dan allemaal af. Blijf trouw aan het pad van zedelijke en geestelijke integriteit, ook al betekent dat werelds verlies. Laat je niet verleiden door andere gelovigen die het niet zo nauw nemen en die misschien geprobeerd hebben om het beste van twee werelden te krijgen. Wat geeft het als ze het zelfs beter hebben dan jij? Schijn bedriegt! Veel zogenaamd succes in deze wereld kan in het licht van de eeuwigheid wel eens een mislukking zijn. Besluit om daar niets mee van doen te hebben. Weiger elke kortere weg naar voordeel of voorspoed. Wandel met God en zoek alleen Zijn eer. Houd je vast aan Hem en je zult daar uiteindelijk geen spijt van hebben.

Tot nu toe hebben we het alleen gehad over zondige dingen die ons kunnen hinderen om Gods volle plan na te jagen. Maar er zijn ook legitieme dingen die een hindernis voor ons kunnen worden. Daarom worden we in Hebreeën 12 vers 1 aangespoord niet alleen de zonde af te leggen, maar ook alle last die ons belet de wedloop te lopen.

Neem een voorbeeld. Praten is op zichzelf niet zondig. Maar praten kan gemakkelijk afzakken tot schadelijke kletspraatjes. Zinloos geklets kan ten koste gaan van bijbelstudie en voorbede. Prediker 5 vers 13 zegt dat een man die te veel praat een dwaas is en Spreuken 10 vers 19 waarschuwt ons dat veelheid van woorden vaak leidt tot overtreding. Heel wat gelovigen hebben hun privilege als Gods spreekbuis verspeeld wegens gebrek aan zelfbeheersing in het spreken (Jer. 15:19). Buitensporig of luchthartig gepraat leidt onvermijdelijk tot het weglekken van geestelijke kracht.

Een ander punt. Niemand twijfelt aan de waarde van muziek in christelijke aanbidding*. Maar als er talloze uren besteed worden aan het oefenen van onze stemmen of het ontwikkelen van onze talenten met muziekinstrumenten, en wanneer dat oefenen belangrijker voor ons wordt dan bijbelstudie of gebed, dan kan dat wat op zich legitiem is een belemmering voor onze geestelijke groei worden. Hoeveel gelovigen zijn er niet die wel regelmatig hun koorrepetitie volgen maar niet regelmatig hun dagelijkse stille tijd houden!

De apostel Paulus, die zich bewust was van de vele listen van de satan, vermeed niet alleen zorgvuldig zondige dingen, maar zeker zo zorgvuldig ook geoorloofde dingen die een belemmering konden worden om Gods plan in zijn leven te vervullen (1 Kor. 10:23). Hij had zijn prioriteiten op orde en besloten dat hij zelfs bepaalde goede dingen moest opgeven om Gods volledige doel te bereiken. Hij zag dat zelfs in het christenleven het goede de vijand kon zijn van het beste. Als de duivel merkt dat hij ons niet kan tegenhouden door zondige dingen, probeert hij ons minder bruikbaar te maken door legitieme dingen. Dit zou ons veel op onze knieën moeten brengen om Gods hulp te vragen in het onderscheiden wat opbouwend en nuttig is en wat niet.

De kracht die ons kan sterken

Alles wat we tot nu toe gezegd hebben lijkt bedoeld om ons te ontmoedigen. De listen van satan hebben misschien zo subtiel, zo veelzijdig geleken, dat ze ons de hoop ontnomen hebben ze met succes te kunnen weerstaan. Het kan zijn dat we in oprechtheid jarenlang geprobeerd hebben ze te weerstaan, maar daarin gedwarsboomd zijn. Maar God heeft een boodschap van hoop voor ons. Hij heeft ons Zijn Heilige Geest gegeven. Hij heeft de macht die ons kan sterken om heel het plan dat God met ons heeft te vervullen. Zonder deze gave van de inwonende Heilige Geest zou God nooit zoiets van ons geëist hebben. Hij heeft nooit verwacht dat wij het zonder Zijn hulp zouden kunnen. Het kenmerk van de tijd waarin wij leven is dat sinds de opstanding en hemelvaart van Jezus, de Heilige Geest zelf in ieder mens die zich aan Hem overgegeven heeft, woning heeft gemaakt. God roept ons niet alleen tot Zijn verheven doel, Hij stelt ons ook in staat het, te bereiken.

Zelfs de Here Jezus, Gods eigen Zoon, had het nodig om met de Heilige Geest vervuld te worden voordat Hij Zijn aardse bediening kon beginnen. Dit gebeurde tijdens Zijn doop en het was door de kracht van de Geest dat Jezus de overwinning behaalde in de verzoekingen in de woestijn die daarop volgden. Het was dezelfde kracht van de Heilige Geest die Hem in staat stelde Zijn lange aardse bediening te vervullen en de weg van het kruis te gaan.

Datzelfde geldt ook voor Paulus en de andere apostelen. Paulus getuigt dat zijn dienst voor God alleen verricht werd door de kracht van Gods Geest (Rom. 15:18,19). Velen hebben vandaag het bevel “wordt vervuld met de Geest” (Ef. 5:18) genegeerd. Veel anderen zijn er bang voor die volheid te zoeken omdat ze denken dat ze fanatiek worden als ze die vinden. De duivel heeft deze angst voor emotionaliteit gebruikt om een groot deel van de kerk ervan af te houden God ernstig te zoeken door de Heilige Geest. Bij anderen heeft hij gemaakt dat ze tevreden waren met een extatische ervaring in het verleden, die, hoewel deze misschien van God was, zonder een voortdurende vervulling met de Heilige Geest zonder waarde is.

Velen zijn in verwarring over de volheid van de Geest. Zij hebben het idee dat God heel terughoudend is om Zijn Geest aan ons te geven. Maar de woorden van Jezus in Lukas 11 vers 11-13 zouden voor altijd zulke twijfels moeten wegnemen. “Hoeveel te meer zal uw Vader uit de hemel de Heilige Geest geven aan hen die Hem daarom bidden!” Als God dus gewacht heeft om ons die zegen te geven, kunnen we er zeker van zijn dat de oorzaak bij ons ligt en niet in Hem. Wij hoeven alleen maar naar God te gaan en Hem in eenvoudig geloof om deze vervulling te vragen. Alles wat Hij van ons vraagt is een onvoorwaardelijke overgave van ons leven aan Hem. Voldoe aan deze voorwaarde, blijf daar dag aan dag trouw aan en we zullen voortdurend met de Geest vervuld blijven.

Het getuigenis van Dr. Walter L. Wilson is in dit opzicht voor velen een zegen geweest. Hij zegt dat de ervaring van overgave aan de Heilige Geest een grotere verandering in zijn leven gebracht heeft dan de ervaring van de verlossing zeventien jaar daarvoor. Na zijn behoudenis bleef Dr. Wilson een paar jaar lang ontevreden met de vruchteloosheid van zijn eigen leven en werken. Uiteindelijk zag hij dat dit kwam omdat hij de Heilige Geest niet voldoende ruimte in zijn leven gegeven had. Tegelijk was hij erg bang dat het zoeken naar de volheid van de Geest hem fanatiek zou maken. Op een dag hoorde hij een toespraak over Romeinen 12 vers 1, waarin de spreker benadrukte dat het beschikbaar stellen van ons lichaam, dat in dit vers genoemd wordt, voor de Heilige Geest is, want de Here Jezus had zelf al een lichaam en de Vader bleef op Zijn troon in de hemel, terwijl de Heilige Geest op de pinksterdag op aarde was gekomen zonder een lichaam. Dr. Wilson ging terug naar zijn kamer na de boodschap gehoord te hebben en op zijn kamer viel hij op zijn knieën voor God en sprak deze woorden tot de Heilige Geest: “Mijn Here, ik heb U mijn hele leven verkeerd behandeld. Ik heb U als een bediende behandeld. Als ik U nodig had, riep ik om U; als ik een bepaald werk moest doen wenkte ik U om me te komen helpen mijn werk goed te doen. Ik heb U de plaats van een bediende gegeven. Ik heb geprobeerd U alleen te gebruiken als een gewillige knecht om mij te helpen in mijn zelfgekozen werk. Ik zal dit voortaan niet weer doen. Op dit moment geef ik U dit lichaam van mij; van mijn hoofd tot mijn voeten geef ik het U. Ik geef U mijn handen, mijn ledematen, mijn ogen en mijn lippen, mijn hersenen, alles wat ik ben – van buiten en van binnen overhandig ik het aan U, zodat U in mij Uw leven kunt leven zoals U dat graag wilt. U mag dit lichaam naar Afrika sturen of het op bed leggen met kanker. U mag mijn ogen blind maken of mij met Uw boodschap naar Tibet sturen. U mag dit lichaam naar de Eskimo’s sturen of naar een ziekenhuis met longontsteking. Vanaf dit moment is het Uw lichaam. Gebruik het maar zoals U wilt. Dank U mijn Here, ik geloof dat U het aanvaard hebt, want in Romeinen 12 vers 1 hebt U gezegd “een Gode welgevallig offer”. Dank U opnieuw, mijn Here, dat U mij aanvaardt. Wij horen nu bij elkaar”. Dr. Wilson getuigt van de opmerkelijke vrucht op zijn arbeid, zelfs al vanaf de allereerste ochtend na deze daad van overgave. (Overgenomen uit “They found the secret” door V. Raymond Edman, hfdst. 18).

Ik vraag je niet om dit nu te kopiëren. God vraagt niet dat we anderen nadoen. Maar er ligt in dit verhaal een principe waar we maar beter acht op kunnen slaan. Het is dat de Heilige Geest ons alleen volledig bezit als onze overgave aan Hem onvoorwaardelijk is. Heel vaak is onze overgave met een innerlijke terughouding. Wij zijn onwillig om naar een bepaalde plaats te gaan of een bepaald soort werk te aanvaarden. Wij hebben innerlijke keuzes met betrekking tot waar en hoe we de Here willen dienen en we verlangen de kracht van de Heilige Geest om ons succes in de taak die ons voor ogen staat. Dat is het punt. Onze overgave aan Hem is voorwaardelijk. We hebben onze eigen voorwaarden opgesteld en dat is de reden waarom wij zo zelden het werk van de Heilige Geest ervaren. Misschien hebben we het gevoel dat we nu meestal wel door kunnen gaan zonder Zijn zalving, maar we weten niet wat we missen. Wat zijn we toch dwaas! Is het niet de Heilige Geest die het best ons leven kan gebruiken?

Broeders en zusters, als onze overgave aan de Geest van God niet werkelijk zonder voorwaarden is, hoe kan Hij ons dan volledig in bezit nemen? We moeten oprecht bereid zijn Zijn wil helemaal te doen, zelfs zover dat we bereid zijn de nederigste karweitjes op te knappen. Wat het huwelijk betreft moeten we bereid zijn Zijn keuze van een partner te aanvaarden, donker of blond, geschoold of ongeschoold, rijk of arm, die één met ons in de Here is. In ons dagelijks werk moeten we zowel bereid zijn steeds naar een andere plaats te gaan als ons hele leven op dezelfde plek te blijven, als we maar met Hem zijn, tegen elke prijs voor onszelf of onze families. Hebben we ons op deze manier overgegeven aan de Heilige Geest, zonder persoonlijke voorkeur of voorbehoud op welk terrein ook? Dat is de enige vorm van overgave die in ons leven de volle mate van Zijn kracht brengt. En alleen met die kracht kunnen we Gods plan vervullen.

De gezindheid die ons kan bewaren

In het gedeelte dat we in de Filippi-brief gelezen hebben, beschrijft Paulus door zijn voorbeeld de gezindheid die we moeten hebben als we Gods volle doel willen bereiken. Vergetende wat achter hem ligt, zegt hij, blijft hij zich uitstrekken naar hetgeen vóór hem ligt. Ondanks elke verzoeking om terug te kijken, weigert hij dat. Al eerder, in Handelingen 20 vers 23 en 24 had hij gezegd dat hij wist dat hem boeien en verdrukkingen te wachten stonden, maar dat het hem niet deerde. Geen angst kon zijn vastberadenheid om te jagen naar Gods doel aan het wankelen brengen. In Handelingen 26 vers 19 getuigde hij voor koning Agrippa dat hij het hemelse gezicht, dat hij dertig jaar daarvoor van de Here ontvangen had, niet ongehoorzaam was geweest. En in zijn allerlaatste brief kon hij zeggen dat hij de goede strijd gestreden had en zijn loop ten einde had gebracht (2 Tim. 4:7). Hier is een man die de weg van Gods voornemen vastberaden was gegaan, zelfs tot de laatste dag toe. Ondanks talloze pogingen hem te overreden om op te geven, ondanks felle vervolgingen, ondanks laster en leugen en al het andere, bleef hij trouw de wedloop lopen, zijn oog gericht op het doel. Wat een zegen zal het zijn als wij ook aan het eind van ons leven zo’n getuigenis hebben!

Hoe vaak worden wij niet verzocht om terug te kijken! De zonden van het verleden ontmoedigen ons en als dat gebeurt, komt de duivel ons gegarandeerd de leugen in het oor fluisteren dat God ons niet meer kan gebruiken. Het is altijd een grote bemoediging voor mij geweest dat er staat dat de Here zelfs een ezel nodig had (Matth. 21:2,3). Als de Here Jezus een ezel nodig had om Zijn Messiaans programma te vervullen en als God zelfs bij een bepaalde gelegenheid kon spreken door een ezel (Num. 22:28), dan is er hoop voor mij. “Al wat namelijk tevoren geschreven is, werd tot ons onderricht geschreven” (Rom. 15:4). Misschien voel je je zo dom als een ezel en je maakt misschien wel tienduizend fouten, maar je Here heeft je nodig en als Hij dat wil, kan Hij zelfs door jou heen spreken.

Dezelfde bijbel die zegt dat we geen zorgen voor morgen hoeven te hebben, zegt ons met evenveel nadruk dat we niet terug moeten kijken naar het verleden. We moeten stoppen met al onze gedachten over “gisteren” en vandaag onder ogen zien en de toekomst, in vertrouwen op de Here. Als het je morgen mislukt, wordt dan niet wanhopig. Ga en belijd je mislukking aan de Here en laat je zonde reinigen in Zijn bloed. Ga daarna weer gewoon door. En als het je weer mislukt, doe je hetzelfde weer. Geef je nooit over aan wanhoop. Weiger resoluut het nutteloze achteromkijken in spijt over het verleden, want gedane zaken nemen geen keer. Maar weiger ook met trots terug te kijken naar je successen in het verleden, want als je daarin glorieert leidt dat alleen maar tot trots die verwoestend is voor de ziel. Dus als God je morgen op wonderlijke wijze gebruikt, vraag genade om dat ook te vergeten. Geef niet toe aan zelfvoldaanheid. Ga door! Ontmoediging aan de ene kant en trots aan de andere zijn allebei middelen die satan gebruikt om ons tot stilstand te brengen en ons te beroven van onze bruikbaarheid.

We lezen in Efeze 5 vers 15 en 16 dat, als wij als wijzen willen wandelen in deze kwade dagen, we de gelegenheden ten nutte moeten maken. Dit houdt in dat we elke gelegenheid die op onze weg komt, moeten uitkopen en die maken tot glorie van de Heer (1 Kor. 15:58). leder van ons heeft maar één kort leven en elke dag van dat leven moet voor God waardevol zijn. Maar dat zal alleen zo zijn als we met volharding blijven zien op Hem. Laten we bij deze gezindheid blijven, ongeacht de moeilijkheden die we onder ogen moeten zien. Maar we moeten ook weigeren opzij te kijken naar andere gelovigen en ons lot of onze successen afmeten naar die van hen, want dat kan ook tot ontmoediging of trots leiden (vgl. Joh. 21:20-22 en 2 Kor. 10:12). We moeten recht voor ons uit kijken en in geen enkele andere richting (Spr. 4:25).

Zelfs voor zijn bekering was de apostel Paulus oprecht en toegewijd in zijn godsdienst (Hand. 22:3,4). Hij had geen zwak, armzalig geloof zoals we tegenwoordig zo vaak zien. Toen hij tot bekering kwam, was hij even oprecht in zijn toewijding aan Christus. Het enige verschil was dat hij nu zijn hart gezet had op de dingen die boven zijn en niet op dingen die op de aarde zijn. Onze opgestane Here zegt ons duidelijk dat Hij absoluut geen waardering heeft voor lauwheid (Openb. 3:1.6). God zoekt een totale toewijding in Zijn volk, want alleen wie volkomen toegewijd zijn aan Hem kunnen Zijn doel en plan op aarde vervullen. Als we even halfhartig waren in onze studie als in ons christenleven, zouden we in de basisschool zijn blijven steken. Of ook, als iemand even halfhartig was in zijn baan als veel gelovigen in de dienst van God, zou hij al lang ontslagen zijn. Onverdeeldheid is er volop bij veel christenen in hun gewone wereldse activiteiten, maar helaas, wat zien we dat weinig in hun religieuze activiteiten! We lezen van koning Hizkia dat hij voorspoedig was toen hij met “volle toewijding” handelde (2 Kron. 31:21). Maar de dag kwam dat hij vergat wat God voor hem gedaan had, en hij schoot tekort in dankbaarheid. Op die dag stelde hij God diep teleur.

Jezus spoorde hen die Hem wilden volgen aan door woord en voorbeeld om hun ogen op het doel gericht te houden. Hij waarschuwde een zogenaamde volgeling dat “niemand die de hand aan de ploeg slaat en ziet naar hetgeen achter hem ligt, geschikt is voor het Koninkrijk Gods” (Luk. 9:62). Iets daarvoor lezen we dat Jezus “Zijn aangezicht richtte” om naar Jeruzalem te reizen, de richting die Zijn Vader Hem aanwees (vs. 51). “Ik moet zijn in de dingen van Mijn Vader”, was Zijn voortdurende houding, en Hij wilde geen volgelingen hebben die niet bereid waren in dezelfde richting te kijken en dezelfde weg te gaan.

De discipel van Jezus Christus moet slechts één doel in het leven hebben, namelijk Gods wil doen en Hem zo verheerlijken. Alles in het leven – geld, positie, huwelijk, werk en al het andere, moet ondergeschikt gemaakt worden aan dat ene doel. Alles moet te maken hebben met Gods voornemen. Alleen als wij zo’n gezindheid hebben, kunnen we ons de belofte in Romeinen 8 vers 28 toeëigenen. Want het is alleen voor hen die God liefhebben en naar Zijn voornemen geroepenen zijn, dat alle dingen medewerken ten goede.

We doen er ook goed aan te bedenken dat het in de eeuwigheid degenen, zijn die de wil van God op aarde gedaan hebben, van wie de werken tot in eeuwigheid blijven (1 Joh. 2:17). Al het andere wordt venietigd. Laat daarom Gods wil doen ons enige doel zien. Laat dat net als voor Jezus ook onze spijs en drank zijn (Joh. 4:34). De man naar Gods hart is degene die verlangt Zijn wil volledig te doen. Alleen zo iemand kan effectief zijn generatie dienen in Gods ogen (Hand. 13:22,36). God zoekt zulke mannen, en vrouwen in de wereld vandaag.

Zoals we in de vorige hoofdstukken gedaan hebben, willen we hier ook dit thema zien in het licht van de dagen waarin wij leven. Toen Jezus sprak over de laatste dagen waarschuwde Hij Zijn discipelen nog eens in Lukas 17 over het gevaar van terugzien. Als voorbeeld gebruikte Hij de vrouw van Lot. Wat was haar zwakheid? In tegenstelling tot de andere inwoners van Sodom had zij de boodschap van God geloofd. En dat niet alleen, ze had die ook gehoorzaamd en was uit de stad vertrokken. Maar toen kwam ze op andere gedachten  en keek terug. Op het moment dat ze dat deed trof het oordeel haar: ze werd een zoutpilaar. Haar omkijken had als gevolg dat ze ter plekke gefixeerd werd. Vanaf dat moment kon ze geen millimeter meer vooruit.

Helaas zijn er in onze tijd veel christenen even gefixeerd als de vrouw van Lot. Zij heeft haar eenentwintigste eeuwse tegenhangers in al diegenen die, hoewel ze jaren geleden behouden werden, sinds die tijd op geen enkele wijze verder komen in de dingen van God. Er is nu niet meer heiligheid of vrede of geduld dan toen ze begonnen. Er is geen vooruitgang in bekering van zonden, of vreugde in de Here of overwinning over de wereld, of inzicht in Gods voornemen sinds de dag dat ze tot bekering kwamen. De boezem-zonden van toen plagen hen nog steeds. Dezelfde zucht naar rijkdom en positie en comfort kenmerken hen nog steeds. In alle gevallen is de reden daarvoor dat ze terugkeken in plaats van vooruit. Jezus maakt het duidelijk dat dit een speciaal gevaar is in de eindtijd.

Wil je een leven leiden waar je geen spijt van hebt als je voor Hem verschijnt? Strek je er dan naar uit om Gods wil volledig te doen. Probeer dag aan dag Zijn plan voor je leven te ontdekken. Wat dit plan is kan de Heilige Geest je laten zien. Je kunt het nooit theoretisch leren uit boeken, maar alleen door ervaring in je wandel met God. “Heer, wat wilt U dat ik doen zal?” was Paulus’ vraag van het moment van zijn bekering af. Kunnen wij een betere houding kiezen? Nee toch?

Zoek geen lang leven, maar een leven dat God welgevallig is.

Wil je in alle oprechtheid nu tot de Here gaan en tegen Hem zeggen: “Here, ik wil Uw hele plan voor mijn leven vervullen. Ik heb niet de wijsheid om die wij zelf te ontdekken, en ook niet de kracht om die wil te doen. Maar toch, Here, verlang ik met heel mijn hart te jagen naar de prijs van de roeping Gods die van boven is, ondanks zweet, bloed en tranen. Geef dat, wanneer ik in Uw tegenwoordigheid binnenga, het zonder enige spijt zal zijn, maar alleen met de vreugde dat ik mijn loop beëindigd heb en U verheerlijkt heb op aarde. Vul mij daarvoor met Uw Heilige Geest, Here”.

Als je dit doet zul je merken dat je leven vol betekenis en hoop is. De ogen van de Here doorzoeken de hele aarde voor zulke mannen en vrouwen. Geve God dat jij en ik in onze generatie bereid zijn de prijs te betalen die nodig is om de hele wil van God te vervullen.

“Houd vast wat gij hebt, opdat niemand uw kroon neme” (Openb. 3:11).

Langs wegen opwaarts jaag ik voort,
‘k Bedwing voortdurend hoger oord.
Bij ied’re klim bid ik: “O Heer,
Zet mij op groot’re hoogte neer”.
Heer, hef mij op, zodat ik sta
op hemelhoogte, verderga
in het geloof aan Uwe hand.
Heer, leid mij voort naar hoger land.

Hoofdstuk zes

“Hij is God welgevallig geweest”

Met deze woorden beschrijft de Heilige Geest het getuigenis van Henochs leven (Hebr. 11:5). Of hij rijk was of aardse eer kreeg wordt niet genoemd. Er is geen verslag van de preken die hij gehouden heeft of van goede werken die hij gedaan heeft, zelfs niet van de zielen die door zijn getuigenis tot God geleid zijn. We lezen ook niet hoe populair of beroemd hij is geworden. Nee, in plaats hiervan wordt zijn leven samengevat in dat ene kleine zinnetje “Hij is God welgevallig geweest”. Dat is alles en dat is genoeg.

Want dat is wat er bovenal toe doet. Het is het enige dat waarde heeft in de eeuwigheid. De bijbel zegt dat God alle dingen geschapen heeft “om Zijn wil” (Openb. 4:11; Eng. vert. “voor Zijn vreugde”). Hieruit volgt dat de mate waarin wij God behagen de ware maatstaf is van het nut van ons leven. Op geen enkele andere wijze kunnen wij het doel van onze schepping vervullen. Op geen andere wijze is de kostprijs van onze verlossing gerechtvaardigd. Ja, zelfs ons bestaan op aarde is zinloos als God er niet door verheerlijkt wordt.

We vertrouwen dat God in deze publicatie Zijn vinger gelegd heeft bij sommige echte prioriteiten van het leven. Het is niet alleen om ons correcte informatie te geven dat Hij dit doet. Hij verwacht dat wij de daad bij Zijn Woord voegen en ons leven naar dat Woord inrichten. Als de Heilige Geest door dit boekje tot je gesproken heeft, vraagt dat om een respons. Als we die niet geven brengt dat geestelijke stagnatie en dood.

Hoe subtiel is het zelfleven, hoe arglistig het menselijk hart! Hoe makkelijk maakt het ons verslaafd aan de schatten van deze wereld! Het zegt: “De rijkdom en pleziertjes van deze wereld zijn te mooi om op te geven voor de twijfelachtige voldoening van het radicale volgen van de Here. Dit christenleven kan toch veel gemakkelijker! Laten we toch niet extreem worden, maar het kalmaan doen!” God wil ons bevrijden van zulk trouweloos denken. Hij wil dat wij alle last en de zonde die ons zo licht in de weg staat afleggen en jagen naar de prijs. Hij verlangt dat wij ons afkeren van de laag bij de grondse normen van de wereld en met niets minder tevreden zijn dan met het hoogste van Hem. Wat doet de eer van mensen ertoe voor de man die God wil eren? Wat voor waarde heeft de rijkdom van deze wereld als de hemelse rijkdom op het spel staat?

Zoek je aardse zekerheid voor je leven? Hoop je dat op de een of andere manier te verzekeren tegen de risico’s van het geloof? Dan zul je vast en zeker verliezen. Uiteindelijk blijft er niets over.

Kom tot andere gedachten! Wees bereid je leven op te geven voor Jezus. Je zult nooit spijt krijgen van deze beslissing. De hemelse beloning gaat dat wat je opoffert ver te boven. “Want de wereld gaat voorbij en haar begeren. Maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid” (1 Joh. 2:17). Op de dag dat Christus in heerlijkheid terugkomt en de tegenwoordige wereld niet meer is, zijn zij die Hem volledig gevolgd hebben, de hele kostprijs vergeten in de onuitsprekelijke vreugde vóór hen. Dan zullen alle verlosten die trouw geweest zijn, in de aanwezigheid van alle engelen hun beloning van de Koning der koningen zelf ontvangen. Dan zal Henoch naar voren komen als zijn naam geroepen wordt en zijn beoordeling horen: “Hij was God welgevallig”. Hij is misschien bespot en belachelijk gemaakt hier op aarde meer dan 300 jaar lang, maar nu wordt hij onder daverend applaus van de engelen, beloond met de hoogste beloning. Ook Paulus zal op zijn beurt naar voren komen en een soortgelijke erkenning ontvangen. Op aarde werd hij als fanatiek beschouwd en een dwaas gevonden, maar daar is de kroon des levens voor hem weggelegd. Alle jaren van lijden zijn vergeten op dat moment. De vreugde in de plaats daarvan komt voort uit de wetenschap dat hij God behaagd heeft en dit is een vreugde die tot in eeuwigheid blijft.

En dan komen jij en ik aan de beurt. Wat zal de Here tegen ons zeggen? Als wij daar staan ontdaan van al het godsdienstige vernis, het uiterlijk vertoon en de schijnheiligheid die over ons leven lag, wat blijft er dan over? Droefheid over je leegheid en spijt over de waardeloze keuzes die je gemaakt hebt? Of neem je een plaats in naast Henoch en Paulus? Dit zijn belangrijke vragen. Het Woord waarschuwt ons dat velen beschaamd zullen staan bij Zijn komst. Laten we van deze dag af besluiten om de Here Jezus de allerhoogste plaats te geven in alle dingen. Er is een leven te leven hier op aarde en een wedloop te lopen die alles van ons vraagt. Maar de wedloop heeft een doel en het leven heeft een prijs, waarbij al wat de wereld te bieden heeft als vuile rommel is. Want als wij in de tegenwoordigheid van de Koning komen, klinken Zijn welkomstwoorden als hemelse muziek: “Wel gedaan, gij goede en getrouwe dienstknecht! Ga binnen in de vreugde des Heren”.

“Zie, Ik kom spoedig en mijn loon is bij Mij om een ieder te vergelden, naardat zijn werk is” (Openb. 22:12).

Einde.

* NOOT BEWERKER FW:
Daarover moeten we ook de Schrift laten spreken. Daarom wil ik ook hierover kort enkele opmerkingen plaatsen: Als het gaat om aanbidding in de gemeente spreekt de Schrift in het Nieuwe Testament niet over muziek, maar over: “Ik zal Uw naam aan mijn broeders verkondigen, in het midden van de gemeente zal Ik U lofzingen” (Hebr. 2:12). De aanleiding voor deze lofzang vindt u in de voorafgaande verzen. Dat is nu precies ook het onderwerp van deze lofzang. Hij is het Onderwerp. Hijzelf heft ook de lofzang aan temidden van hen die rondom Hem vergaderd zijn. Geen woord over muziek. Wel is het natuurlijk zo, dat de Heilige Geest de toon aangeeft. Dát is de muziek van het hemelse heiligdom. Die toon zal uiteraard hemels zijn, want onze Heer en Heiland is daar aan Gods rechterhand en Hem komt toe alle lof en eer!!! Wie beter dan de Heilige Geest kan dit weten? Gods Geest, de Geest van de waarheid, zal het volk van God, vergaderd rondom de Heer Jezus, in de hele waarheid leiden. Hij zal het niet over Zichzelf hebben, maar over de Heer Jezus en over Zijn heerlijkheid. Hij zal het uit de Heer Jezus nemen en het aan de Zijnen verkondigen (zie Joh. 16:12-15). Dat kan niet anders dan aanbidding veroorzaken, aanbidding die regelrecht afkomstig is uit de hemel. “Hij zal Mij verheerlijken”, zegt daarom ook de Heer Jezus Zelf! Dit alles heeft niets met muziek te maken. Juist de brief aan de Hebreën maakt duidelijk dat aanbidding in het hemelse heiligdom plaatsvindt, waar de priesters binnengaan (Hebr. 10:19; verg. 4:16) met offers van lof, dank en aanbidding (Hebr. 13:15a; 1 Petr. 2:5). Daarbij wordt niet over muziek gerept. Dit behoort bij het Oude Testament, maar niet bij de nieuw-testamentische eredienst, die hemels van karakter is, terwijl de oudtestamentische dienst aan God aards van karakter was. De Schrift spreekt, als zij het heeft over de dienst onder het eerste verbond – welke we vinden in het Oude Testament – dan ook over een “wereldlijk” heiligdom waarin mogelijk muziek een (grote) rol heeft gespeeld. Vandaag is juist muziek één van de grootste stoorzenders in de samenkomsten van de gemeente. Zij leidt de aandacht af van Hem en bespeelt over het algemeen (bewust of onbewust) de snaar van de ‘gevoelens’ van de gelovigen. Hoe schoon ook misschien, maar het kan echt niet tippen aan de zuivere hemelse klanken die de Heilige Geest in de harten – niet de gevoelens allereerst – tevoorschijn brengt. De Heer Jezus heeft tegen de Samaritaanse vrouw gezegd: “Geloof Mij, vrouw, er komt een uur dat noch op deze berg, noch in Jeruzalem de Vader zult aanbidden. U aanbidt wat u niet weet; wij aanbidden, wat wij weten, want de behoudenis is uit de Joden. Maar er komt een uur, en het is er, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid, immers, de Vader zoekt zulke [personen] die Hem aanbidden. God is een geest, en wie Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid” (Joh. 4:21-26). Ook hier wordt géén muziek genoemd, omdat het juist hemels van karakter is.
Is het niet treffend dat ook een man als Calvijn de muziek uit de kerk wilde weren. Van hem lezen we: Maar we hebben in het Woord van God meer dan Calvijn. Ik verwijs ook nog naar de volgende teksten: “… en spreekt tot elkaar in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en zingt en jubelt de Heer in uw hart …” (Ef. 5:19). En ook: “Laat het Woord van Christus rijkelijk in u wonen, leert en vermaant elkaar in alle wijsheid, met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, in genade Gode zingende in uw harten” (Kol. 3:16). Geen enkele verwijzing naar muziek. Inderdaad – zoals Calvijn aantoont, en ik hierboven ook heb proberen duidelijk te maken – had muziek haar plaats binnen de schaduwen van de oudtestamentische eredienst. De huidige tendens is dat muziek zo’n grote plaats krijgt toegewezen in de samenkomsten van de gemeente, dat er nu meer sprake is van “entertainment” dan van bijbelse vormen – zoals in de genoemde teksten naar voren komt – die de harten van de gelovigen – niet de gevoelens – in beroering brengt en hen tot aanbidding brengt van onze Heer en Heiland. Niet dat er dan ook geen warme gevoelens van blijdschap zijn. Door het Woord van God haar plaats te laten – ook in de aanbidding in de eredienst – komen juist puur warme gevoelens van diepe dankbaarheid naar boven, die zich uiten kunnen “in tranen die dankbare liefde slechts weent”. Deze gevoelsuitingen hebben hun plaats in de stiltes die er in de aanbiddings-diensten moeten zijn. Juist door het door laten dringen in onze harten van wát er gezongen wordt, wakkert de aanbidding aan. Niet door wanordelijk gegil en geschreeuw door elkaar, wat ik wel eens mee gemaakt heb, maar door in de stiltes de Heer Jezus groot te maken en Hem te aanbidden. De Heilige Geest heeft dan ook de gelegenheid om in de stiltes – die er “vanzelf” ontstaan als de harten van de gelovigen met Hem bezig zijn, aangewakkerd door de liederen en gebeden en het lezen van het Woord van God – Hem voor de harten van de gelovigen te plaatsen en iets te laten zien van de heerlijkheid van de Persoon van Jezus Christus. Zelfs het Oude Testament gewaagt van: “De lofzang is [in] stilheid tot U, o God! in Sion; en U zal de gelofte betaald worden” (Ps. 65:2). “Is dat niet saai?”, denkt u misschien. “Nee”, kan ik u zeggen want als wij vervuld zijn met de Persoon en het werk van de Heer Jezus komt het woordje saai niet meer voor. Integendeel!!! Héél boeiend, je raakt niet uitgekeken op Hem en Zijn ondoorgrondelijke liefde en genade.
Ik hoop wel dat u van mij wilt aannemen, dat het hier absoluut niet gaat om veroordeling van hen die muziek maken, ook niet van de muziek zelf. Zeker niet! Velen die denken dat muziek een rol moet spelen in de samenkomsten van de gemeente, zijn daar oprecht mee bezig. De Heer kent ons aller hart, ook daarin. Ik twijfel geen moment aan de oprechtheid. Maar niet oprechtheid op zichzelf genomen is de maatstaf, maar het Woord van God. Gelukkig heeft God ervoor gezorgd, dat het Woord ook over deze dingen ons voorlicht en ons niet over heeft gelaten aan de grillen van de muziek (aan cultuuruitingen van welke tijd dan ook) die immers ook nog eens in elke tijd veranderen. Dan hebben we het helemaal ook nog niet gehad over de smaken die per persoon nogal verschillen. Het Woord geeft gelukkig een vast en zeker geluid, heldere klanken dus, ook over deze dingen. We moeten er echter wel voor open staan en bereid zijn om ons door het Woord te laten corrigeren.
Publicatie met toestemming van: Stichting “De Gouden Kandelaar” te Twello, van der Duyn van Maesdamstraat 89, 7391 VK Twello.

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, R. Mol