9 jaar geleden

De belangrijkste prioriteiten van het Christenleven (1)

DEEL 1

Hoofdstuk 1

EEN JUIST BESEF VAN WAARDE

De blinde man gooit een cheque van honderd euro weg en houdt vast aan een waardeloos stuk glimmend papier omdat dit veel gladder aanvoelt. Hij mist een juist besef van waarden omdat hij blind is. Zo ook een kind van een jaar of twee, dat liever een goedkoop stuk speelgoed heeft dan zo’n cheque. Ook hij is onwetend van de echte waarde, omdat hij nog klein is.

Maar menigten intelligente mannen en vrouwen over de hele wereld doen vandaag precies hetzelfde. En ze doen het zonder het zelf te beseffen! Heb jij een juist besef van waarden? Een verkeerde opvatting over echte waarden kan resulteren in een verknoeid leven, en de grootste tragedie in de wereld vandaag is verknoeide mensenlevens. Dat zien we niet alleen bij mensen van de wereld, maar ook bij godsdienstige mensen.

Een mens wordt geestelijk blind geboren. Hij is daarom niet in staat de relatieve waarden van de tijdelijke dingen te bepalen in vergelijking met de eeuwige dingen. Dat heeft tot gevolg dat hij zijn tijd en energie steekt in het zoeken van de rijkdommen, de eer en de plezierige dingen die deze wereld hem kan geven. Hij beseft niet in het minst dat “de zichtbare dingen tijdelijk zijn, maar de onzichtbare eeuwig” (2 Kor. 4:18). De Heer Jezus zei over het onjuiste besef van waarden van de godsdienstige mensen van Zijn tijd: “Wat baat het een mens als hij de gehele wereld wint, en zichzelf verliest of schade lijdt?” (Luk. 9:25). Als een mens niet verzoend is met God door Jezus Christus, zal hij op de dag dat hij voor zijn Schepper moet verschijnen, ontdekken dat alles wat hij op aarde heeft bereikt en tot stand gebracht, volslagen waardeloos is.

Er zijn ook talloze gelovigen, van wie de zonden allemaal vergeven zijn en die op weg zijn naar de hemel, maar bij wie de waarden evenzeer vermengd zijn. In de dag van het oordeel zullen ze tot hun verbazing ontdekken dat hun ziel weliswaar gered is, maar hun leven verspild. Ze hebben als toeschouwers aan de kant gestaan, tevreden met hun behoudenis, met vreugde hun koortjes gezongen, toegekeken hoe anderen door God gebruikt werden, maar zich niet bewust dat Hij hen ook nodig heeft. Misschien dat ze zich zo nu en dan afvragen waarom zij niet die kracht en vreugde en vruchtbaarheid kennen die andere christenen kenmerkt. Ze gaan misschien wel vaak naar christelijke bijeenkomsten om hun geestelijk leven te versterken, maar hun innerlijke mens blijft altijd zwak en ziekelijk. Een enkele keer hebben ze misschien een verlangen naar een christelijk leven op hoger niveau, maar al gauw vallen ze weer terug op het oude niveau en soms zelfs nog lager. Wat is de reden hiervan? Meestal is het heel eenvoudig: de volgorde van hun prioriteiten deugt niet. Net als de blinde man en het kind in de voorbeelden, hebben ze telkens weer in hun onwetendheid ware geestelijke rijkdommen weggegooid en zich vastgeklemd aan wat waardeloos is. Zo zijn ze geestelijk gesproken failliet gebleven, terwijl God bedoeld had hen rijk te maken.

Jezus probeerde voortdurend deze blindheid weg te nemen van de ogen van de mensen die tot Hem kwamen. Hij leerde hun wat de belangrijkste prioriteiten in het leven werkelijk zijn. Tegen Martha zei Hij: “Eén ding is nodig”. Tegen de rijke jongeling zei Hij: “Eén ding ontbreekt u”. Met deze woorden legde Hij de nadruk op datgene wat in ieder leven de eerste plaats zou moeten innemen. Of in het Oude Testament, waar alleen van David gezegd wordt dat hij een man naar Gods hart was, en hij had zeker zijn prioriteiten op orde! Hij zei: “Eén ding heb ik van de Heere begeerd, dat zal ik zoeken”. Ook Paulus, de grootste apostel van het christendom, slaagde er in om de juiste zaak op de eerste plaats te hebben. “Eén ding doe ik”, riep hij uit; en met dit als zijn motto leefde hij het meest doeltreffende leven (vanuit de eeuwigheid bezien) dat deze wereld gezien heeft sinds Jezus van Nazareth ten hemel voer.

De atmosfeer van de wereld geeft ons vandaag de dag allemaal, zonder uitzondering, een verdraaid beeld van waarden. Onder invloed daarvan neigen wij ertoe om ook onze prioriteiten niet goed te hebben. Want die invloed is ongekend krachtig. Sneller dan ooit tevoren in de geschiedenis van de mensheid zinkt de wereld in de goot van zedelijk verval en bederf. De duisternis wordt intenser en de nacht om ons heen is zwart. In zulke omstandigheden wilde Jezus dat Zijn gemeente het zout der aarde en het licht der wereld zou zijn. Maar het zout heeft grotendeels zijn smaak verloren en het licht zijn helderheid. Verderf en duisternis hebben zelfs hun weg gevonden in het huisgezin van het geloof. En omdat het Farizese zuurdeeg van huichelarij zo diep is doorgedrongen in de gemeente, is die zich niet bewust van haar ware toestand, noch bereid die onder ogen te zien. Alleen zij die levend gemaakte oren hebben, kunnen de Geest van God horen spreken die hen zelfs vandaag nog toeroept hun prioriteiten te herzien.

In deze grote duisternis is het enige licht dat ons geboden wordt, in de bijbel te vinden. Laten we daarheen gaan en proberen voor onszelf te ontdekken wat eigenlijk de belangrijkste prioriteiten voor de christen zijn. Wat we daar lezen zou ons aanvankelijk wel eens kunnen kwetsen en aanstoot geven, want de bijbel dringt door onze vermommingen heen. Maar laten we moed vatten uit de wijze woorden van een twintigste eeuwse dienstknecht van God: “De woorden van Jezus kwetsen ons en geven ons aanstoot totdat er niets meer over is dat gekwetst kan worden of aanstoot kan nemen” (vgl. Matth. 11:6). Als we nooit gekwetst zijn door een uitspraak van Jezus, is het de vraag of we Hem wel ooit werkelijk hebben horen spreken. Jezus Christus heeft geen enkel medelijden met iets dat uiteindelijk iemand zal ruïneren voor de dienst van God. Als de Geest van God een woord van de Heer in onze gedachten brengt dat ons pijnlijk treft, kunnen we volkomen zeker zijn dat er iets is dat Hij wil treffen, zelfs ten dode toe” (Oswald Chambers in So Send I You).

“Omdat gij zegt: Ik … heb aan niets gebrek, en gij weet niet, dat gij zijt … blind …, daarom raad Ik u aan goud van Mij te kopen … ogenzalf om uw ogen te zalven, opdat gij ziet … Wie een oren heeft, die hore wat de Geest tot de gemeenten zegt” (Openb. 3:17,18,22).

“Open mijn ogen, toon mij Heer,
Veel van Uw waarheid telkens weer;
Dat Gij mij liefhebt, dat Gij mij leidt,
In Christus onze Vader zijt.
Laat nu mijn ogen opengaan,
Maak mij gereed Uw weg te gaan,
Wetend dat Gij mij bij zult staan, zo bid ik Heer”.

Hoofdstuk 2

ÉÉN DING IS NODIG

“En het gebeurde toen zij reisden, dat Hij in een een dorp kwam. En een vrouw, Martha geheten, ontving Hem in haar huis. En deze had een zuster, genaamd Maria, die, ook aan de voeten van Jezus zat en naar Zijn woord luisterde. Martha nu was zeer in beslag genomen door veel dienen; en zij kwam er bij staan en zei: Heer, bekommert Gij er U niet om dat mijn zuster mij alleen laat dienen? Zeg haar dan dat zij mij helpt. Maar de Jezus antwoordde en zei tot haar: Martha, Martha, gij zijt bezorgd en verontrust over vele dingen, maar één ding is nodig, doch Maria heeft het goede deel gekozen, dat van haar niet zal worden weggenomen” (Luk. 10:38-42).

Wat zijn dit treffende woorden van Jezus tegen Martha in vers 42: “Maar één ding is nodig”! Er zijn talloze goede dingen die je kunt doen, en vele daarvan kunnen terecht als wezenlijk worden beschouwd. Maar Jezus beklemtoonde dat één ding boven alles nodig was. Wat was dat ene?

Jezus en Zijn discipelen waren net aangekomen in Bethanië. Zodra Martha hen zag ontving ze hen met blijdschap in haar huis, bood hen een zitplaats aan en haastte zich meteen naar de keuken om wat eten klaar te maken. Intussen begon Jezus tegen de aanwezigen te prediken. Toen Martha ontdekte dat haar zuster Maria erbij was gaan zitten om naar de woorden van Jezus te luisteren in plaats van haar te helpen, kwam ze boos uit de keuken gerend en richtte zich tot Jezus in ongeveer de volgende bewoordingen: “Heer, kijk mij eens ploeteren in de keuken om een maaltijd voor jullie allemaal klaar te maken, en mijn zus zit hier maar te niksen. Zeg haar dat ze opstaat en mij komt helpen”. Tot haar verbazing echter ging de Heer Jezus haar in plaats van Maria bestraffen. Hij zei tegen haar dat zij degene was die fout was.

Laten we duidelijk zijn. Het was niet om iets zondigs wat Martha gedaan had, dat Hij zo tot ha ar sprak. Zij had Jezus met blijdschap in haar huis ontvangen. Het werk dat ze in de keuken deed was niet voor haarzelf, maar voor Hem en Zijn discipelen. Zij is een beeld van een hedendaagse gelovige die de Heer in zijn hart aangenomen heeft en die onbaatzuchtig probeert de Heer en anderen te dienen. Toch werd ze ondanks haar ijver door de Heer terechtgewezen. We kunnen ons afvragen wat er mis was. En het antwoord ligt zeer zeker in die enkele woorden van Jezus: “Eén ding is nodig”. Martha werd niet terechtgewezen om haar dienen, maar om het feit dat ze haar prioriteiten niet goed had.

Maria had het goede deel gekozen, zei de Heer. Wat was dat? Zij zat eenvoudig aan de voeten van Jezus en luisterde naar Zijn woord. Anders niets. Maar dat is het goede deel. Dat is het enige dat vóór alle dingen nodig is. Hoeveel plaats heeft luisteren in ons leven? Hoeveel tijd brengen wij elke dag door met het zitten aan Jezus’ voeten, met het lezen van Zijn Woord, luisterend of we Hem daardoorheen ook tot ons horen spreken? Misschien wel niet zo veel. Andere dingen nemen ons in beslag, zodat wij ons vaak schuldig maken aan dezelfde fout die Martha maakte. Het hoeven niet alleen aardse zaken te zijn die ons in beslag nemen. Het kan ook ons christelijk werk zijn. We kunnen actief deelnemen aan bidstonden of aanbidding of getuigenis en toch tot de ontdekking komen dat de Heer ons terechtwijst net als Martha.

“Maria heeft het goede deel gekozen”. Zo noemt Jezus Zijn eigen woorden en dat geldt ook voor het Woord van het leven dat tot ons komt. Ons eerste onderwerp is daarom “dat goede deel” – het Woord van God zoals dat ons in de bijbel gegeven is. We willen het van drie standpunten uit belichten. We zullen eerst het gezag van de bijbel bespreken, dan het belang van het luisteren naar Gods Woord en tenslotte de uitwerking van dat Woord van God op ons leven.

Het gezag van de bijbel

We willen eerst stilstaan bij het Goddelijk gezag van de bijbel, want dat is het fundament van al het andere. Verdergaan zonder op dit punt duidelijkheid te hebben, zou even rampzalig zijn als een gebouw bouwen zonder eerst het fundament te leggen. Alleen als we zeker zijn van het gezag van de bijbel, zullen we die op zijn juiste waarde schatten.

Velen die geboren en getogen zijn in een christelijk gezin hebben de bijbel zonder vragen aanvaard als het Woord van God, eenvoudig omdat ze dat van hun ouders of hun kerk zo geleerd hebben, maar ze hebben daar zelf nooit verder over nagedacht. Zo gaan ze vrolijk verder totdat er op een dag een vrijzinnige moderne leraar langs komt die hun een dosis van zijn zogenaamde “hogere kritiek” geeft. Hij zegt: “De bijbel staat vol met dingen die elkaar tegenspreken. De auteurs zijn niet de personen die genoemd worden, maar veel latere schrijvers, die vaak met een bijoogmerk schrijven. Het is daarom onmogelijk om te weten wat Jezus en Zijn discipelen precies leerden. Er is onvoldoende bewijs zelfs voor de belangrijke gebeurtenissen met betrekking tot onze behoudenis. De moderne mens kan onmogelijk zulke fabels geloven”. En zo gaat hij door en al gauw begint hun geloof te bezwijken. Waarom? In de eerste plaats omdat het niet goed gefundeerd was. God vraagt niet van ons de dingen blindelings te geloven. Veel christenen geven anderen die indruk, maar dat is volkomen onjuist. Het is Gods bedoeling dat de ogen van ons hart verlicht worden, zodat wij mogen weten.

Wat de bijbel wél leert is dat ons verstand door satan verblind is. Daarom kunnen wij als zondaars de dingen van God niet met ons verstand doorgronden. Dus zijn we volledig afhankelijk van Goddelijke openbaring – van God die Zijn boodschap aan ons bekend maakt (Hij is altijd bereid dit te doen voor iedere oprechte zoeker). Ons verstand is zondig en daarom feilbaar. We zijn niet volkomen in ons kennen. Het hoeft ons daarom niet te verbazen dat wij met ons beperkte en feilbare denken niet in staat zijn bepaalde dingen in de bijbel met ons intellect te bevatten. Dit houdt niet in dat de bijbel in tegenspraak is met ons verstand. Maar het betekent wel dat we als kleine kinderen pas op de drempel staan van de Goddelijke dingen. Als ons verstand volmaakt en onfeilbaar was, zou ons denken zeker in volle overeenstemming zijn met de bijbel. Dit wordt bewezen door het feit dat iemand die wedergeboren is, en meer en meer op Christus gaat lijken, ontdekt dat hij ook toeneemt in zijn verstaan van de bijbel. Maar als wij, in plaats van onze beperkingen te erkennen onze kritiek de vrije teugel geven, struikelen we. Als ons geloof alleen gegrond is op wat ons redelijk schijnt, zullen we een keer bemerken dat we op zand gebouwd hebben.

Waarom geloven we dat de bijbel het Woord van God is?

In de eerste plaats om het getuigenis van Jezus Christus. In de evangeliën zien we hoe Hij voortdurend verzen uit het Oude Testament citeert als gezaghebbend. Bij het begin van Zijn bediening in Lukas 4 citeert Hij uit Deuteronomium om daarmee een doeltreffend antwoord te geven op satans verzoekingen. Jezus begon Zijn bediening met de woorden: “Er staat geschreven”, een duidelijk bewijs van het gezag van de Schrift. Na Zijn opstanding, in Lukas 24, zien we Hem opnieuw de Schriften uitleggen, eerst aan de twee Emmaüsgangers, dan kort daarna aan de elf in de bovenzaal. En telkens weer tijdens de drie en een half jaar daartussen horen we Hem de Hebreeuwse Schriften citeren als het gezaghebbende Woord van God. En vergeet niet dat deze Joodse geschriften dezelfde zijn als ons Oude Testament. In de vier evangeliën citeert de Heer Jezus minstens zevenenvijftig maal uit het Oude Testament of verwijst ernaar. Daar dit klaarblijkelijk Zijn gewoonte was, moeten er vast talloze andere citaten geweest zijn die niet vermeld staan in het Nieuwe Testament.

Wat overduidelijk is, is dat er bij de Heer niet in het minst twijfel bestond aan het gezag van het Oude Testament. Het was in feite het enige geschreven gezag dat Hij op aarde erkende. Ook als Hij de Farizeeën en de Sadduceeën antwoord gaf, citeerde Hij altijd de Schrift. “Er staat geschreven” was de grond waarop Hij Zich beriep. Terwijl vele van onze hedendaagse predikers zich beroepen op het gezag van theologen, filosofen, psychologen, ja zelfs van wereldse schrijvers, heeft Jezus nooit de meningen van anderen aangehaald. Zijn enige gezag was het Oude Testament. Als we Zijn getuigenis willen aanvaarden, zullen wij ook de bijbel als Gods Woord moeten aanvaarden. Wie het Woord verwerpt, verwerpt het getuigenis van Jezus zelf.

In de tweede plaats aanvaarden wij de bijbel als Gods onfeilbare Woord omdat zoveel van de gedetailleerde profetieën daaruit reeds vervuld zijn. Een derde van de bijbel is profetie. Profetieën aangaande de geboorte, dood en opstanding van de Heer Jezus, die in het Oude Testament honderden jaren voor Hij op aarde kwam geschreven werden, werden letterlijk vervuld. Profetieën over de leidende volkeren uit oudtestamentische tijden en met name over Israël, zijn tot in detail vervuld. In de twintigste eeuw zijn de Joden naar hun thuisland teruggekeerd en hebben bezit genomen van de stad Jeruzalem. Deze dingen waren 2500 jaar geleden al voorzegd.

Nog een bewijs van de Goddelijke inspiratie van de bijbel is de opmerkelijke eenheid van de zesenzestig boeken. Ze werden in verschillende talen geschreven door ongeveer veertig verschillende schrijvers van allerlei rang en stand, van koning tot visser, zonder enige zichtbare tegenstrijdigheid. De wetenschap verandert voortdurend van inzicht, maar de bijbel heeft geen revisie nodig.

Het feit dat de bijbel alle eeuwen door elke aanval van de vijand glorieus doorstaan heeft, is een ander bewijs van zijn Goddelijke inspiratie. Er is geen boek ter wereld dat zo aangevallen is. De Franse ongelovige Voltaire heeft eens gezegd dat er na honderd jaar geen bijbel meer zou zijn. Maar ironisch genoeg opende het Franse Bijbelgenootschap na zijn dood haar kantoor in het huis waar hij gewoond had! God zorgt voor Zijn Woord. Geen ander boek is ooit zo geliefd en gerespecteerd over de hele wereld als de bijbel. Het is de onbetwiste bestseller ter wereld.

Een ander argument voor de bijbel als Gods Woord is dat talloze levens erdoor veranderd zijn, soms zelfs door slechts één vers. God heeft allerlei bijbelgedeelten gebruikt om mensen te bekeren en tot behoudenis te brengen. Slechte mensen zijn in één dag veranderd in heiligen door het lezen van slechts enkele verzen. God spreekt werkelijk door Zijn boek en mensen worden veranderd.

Een zesde bewijs voor de inspiratie van de bijbel is dat hij onuitputtelijk is. Veel briljante mensen hebben hun leven lang de bijbel bestudeerd. Toch heeft niemand ooit zijn diepte kunnen peilen. Telkens komen er nieuwe schatten tevoorschijn die altijd weer op nieuwe wijze tot het mensenhart spreken. Aan de andere kant is zijn boodschap zo eenvoudig dat zelfs een kind die kan vatten. De bijbel kan ook niet verouderen, maar is tijdloos. De moderne mens kan, als hij nederig genoeg is, het antwoord op al zijn vragen en problemen daar vinden. Dat zou nooit kunnen met een menselijk geschrift, maar dit bevat de onuitputtelijke wijsheid van de oneindige God, die altijd weer voorziet in de nood van de mens.

Tenslotte is het grootste bewijs van de inspiratie van de bijbel dat als wij die in alle nederigheid voor Gods aangezicht lezen, Hij daardoor tot ons spreekt. Al luisterend leren we steeds beter de stem van God kennen. Tevens ontdekken we een verbazingwekkend ontwerp in de inhoud van elk boek in de bijbel als we het zien als een spiegel waarin de Heer Jezus gereflecteerd wordt. De titel van een oud commentaar, “Christus in alle bijbelboeken”, beschrijft wat studenten van de bijbel voortdurend ontdekt hebben, dat de hele Schrift een wonderbare samenhang vertoont als je Christus als uitgangspunt voor je studie neemt.

We leven in een tijd waarin het gezag van de bijbel overal in twijfel getrokken wordt. Paulus waarschuwde de Korinthiërs voor de mogelijkheid dat de satan hun gedachten van Christus zou aftrekken op dezelfde manier als hij bij Eva deed. Toen de duivel bij Eva kwam, begon hij met de vraag: “Heeft God gezegd … ?” En sinds die tijd heeft hij die oude vraag steeds weer gesteld: “Is dit werkelijk Gods Woord?” Zo heeft de duivel met succes velen van het geloof afgetrokken. De Heilige Geest verwees drie keer in Mattheüs 24 (vs. 5, 11 en 24) naar de mogelijkheid van misleiding, toen Hij over de eindtijd sprak. Paulus spreekt in 2 Thessalonicenzen 2:3 van “afval” voor de komst van de Heer. Deze afval is kennelijk het gevolg van het feit dat christenen door een subtiele misleiding van de satan weggelokt zijn. Deze waarschuwingen zijn ernstig. Als wij desondanks geen waakzaamheid in acht nemen, zullen wij ongetwijfeld misleid worden.

Hoe word je bedrogen? Als iemand je wil misleiden door je een vals bankbiljet te geven, zal hij ervoor zorgen dat het valse bankbiljet zoveel mogelijk op het echte lijkt. Alleen zo kan hij je misleiden. En satan is zeker niet minder subtiel. Het krachtigste werktuig waar hij een niets vermoedende christen mee misleidt, is een “christelijke” prediker  iemand die zogenaamd de bijbel als basis gebruikt, maar niet buigt voor het gezag ervan. Houd hem in de gaten! Bij nader toezien op wat hij predikt, ontdek je dat het helemaal niet in de bijbel staat, of dat hij een verdraaide en onevenwichtige interpretatie van de bijbelse waarheid geeft.

De bescherming tegen al zulke misleiding is de bijbel zelf. Als we onze bijbel niet goed kennen, vallen we zeker ten prooi aan zulke misleiders. Tenzij de bijbel ons laatste woord van gezag is in alle dingen die met ons geloof te maken hebben, worden we heen en weer geslingerd totdat we ons geloof kwijtgeraakt zijn. De Heer Jezus veroordeelde de Farizeeën en Schriftgeleerden voor het feit dat ze het gebod Gods verwaarloosden en buiten werking stelden en vervingen door hun eigen overleveringen (Mark. 7:5 13). Hun jarenlang verwerpen van het geschreven Woord van God leidde er uiteindelijk toe dat ze het levende Woord verwierpen toen Hij in hun midden verscheen. Maar ook nu vinden we de geestelijke nazaten van deze Schriftgeleerden en Farizeeën, zelfs in onze eigen generatie. Helaas worden velen door hen misleid. Daarom is het nodig zeer waakzaam te zijn.

De psalmist zegt dat God “om Zijns grote Naams wil” Zijn toezegging, Zijn Woord heerlijk gemaakt heeft (Ps. 138:2). Wie het daarom verwerpt of eraan voorbijgaat of het niet zo ernstig neemt, zal onmetelijk verlies lijden. Maar door het te eerbiedigen ontdek je een deur naar onuitsprekelijke rijkdommen.

Publicatie met toestemming van: Stichting “De Gouden Kandelaar” te Twello, van der Duyn van Maesdamstraat 89, 7391 VK Twello. Het wordt op aanvraag gratis toegezonden en heeft geen abonnementsprijs. Doel van deze publicaties is: Gods volk in onze tijd bewust te maken van de hemelse roeping van de gemeente van Jezus Christus, opdat Hij bij Zijn komst een toebereide bruid zal vinden.

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, R. Mol