11 jaar geleden

Bijbel Contrastrijk VI

Bijbelverzen moeten in het verband van de tekst onderzocht worden. Ondanks dat struikelt men altijd weer over de op het eerste gezicht verrassende “tegenstelling” tussen afzonderlijke bijbelplaatsen. Deze contrasten nodigen uit tot nadenken – en daartoe moet deze kleine reeks bijdragen. Verder opmerkingen uit de lezerskring zijn welkom …

“Wie niet met Mij is, is tegen Mij … wie niet met Mij verzamelt, verstrooit”

(Mattheüs 12:30; Lukas 11:23)

De Farizeeërs hebben de Heer Jezus verweten de demonen door Beëlzebul, de overste van de boze geesten, uit te drijven. Daarmee lasterden zij de Geest van God en verwierpen Christus als de Gezondene van God. Bij zo’n grove demonstratie van blasfemie (Godslastering) aan de ene kant en de grootheid van de Heer Jezus aan de andere kant waren er geen compromissen, geen grijze gebieden. Daarom zegt de Heer Jezus dat ieder, die zich niet bewust aan Zijn zijde stelt, tegen Hem is. Wie niet met Hem verzamelt, verstrooit. Ook vandaag zijn er situaties, waarin wij zonder compromis voor de Heer Jezus stelling moeten nemen, en waar ook de houding van andere mede-christenen ondubbelzinnig aan hun positie ten opzichte de Heer Jezus te herkennen is. Wanneer het bijvoorbeeld om anti-christelijke stromingen of leringen gaat, wanneer het om het afwijzen van de autoriteit van de Heer Jezus en Zijn Woord gaat, kan er geen ‘tussenmening’ zijn. Voor of tegen Christus – daaraan moet een ieder zich laten meten.

“Wie niet tegen ons is, is voor ons”

(Markus 9:40; Lukas 9:50)

Johannes en zijn mede-discipelen hebben iemand gezien, die in de naam van de Heer Jezus demonen uitdreef. Het was voor hen onvoorstelbaar, dat deze handeling juist was. Motivering: De “genezer” volgde de Heer Jezus niet samen met de andere discipelen. Treedt de Heer Jezus in Zijn antwoord net zo op als bij het verwijt van de Farizeeërs? Geheel integendeel: “Verbiedt het hem niet; want er is niemand die een kracht zal doen in Mijn naam en kort daarna smadend van Mij zal kunnen spreken. Want wie niet tegen ons is, is voor ons” (Markus 9:39-40). Hier ging het niet om een afwijzen of aannemen van de persoon van de Heer, maar om de manier waarop van volgen. De Heer en Dienaar erkent ook de “andere” discipelen en bevestigt, dat hij voor Hem was. Ook vandaag zijn er onbekenden en misschien minder onderwezen discipelen van de Heer, die Hem in trouw en toewijding volgen en dienen – en die de Heer waardeert en erkent. Wij moeten hen en hun dienst met blijdschap erkennen, ook wanneer wij sommige opvattingen misschien niet delen (kunnen).

De Heer wil ons voor traagheid bewaren, wanneer het erom gaat beslist aan Zijn zijde te staan, en voor sektarisme, wanneer het erom gaat het werken van God door “anderen” te erkennen.

Martin Schäfer – © Folge mir nach

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW