3 maanden geleden

Allen zullen opstaan

Johannes 5:28,29:
“Verwondert u hierover niet, want er komt een uur dat allen die in de graven zijn, Zijn stem zullen horen en zullen uitgaan: zij die het goede hebben gedaan tot [de] opstanding van [het] leven, en zij die het kwade hebben bedreven tot [de] opstanding van [het] oordeel.”

Na het huidige uur van genade, waarin zij die de stem van de Zoon van God horen, leven, komt nog een ander uur, dat van de opstanding van allen die in de graven zijn. “Verwondert u hierover niet”, zegt de Heer Jezus, “want er komt een uur dat allen die in de graven zijn, Zijn stem zullen horen en zullen uitgaan: zij die het goede hebben gedaan tot [de] opstanding van [het] leven, en zij die het kwade hebben bedreven tot [de] opstanding van [het] oordeel”. Dat de Heer Lazarus opwekte en doden levend maakte, gaf aanleiding tot verbazing, maar het uur is nabij waarin dezelfde macht alle doden, die in de graven zijn, zal doen uitgaan.

Merk op, dat dit dan niet betekent, zoals in vers 25, dat zij die Zijn stem horen, zullen leven, maar dat ze zullen uitgaan. Vandaag, wanneer Zijn stem door het evangelie wordt gehoord, ontvangen zij die geloven het eeuwige leven. Maar zij die niet geloven blijven in hun toestand van dood voor God; zij leiden hun leven “overeenkomstig de tijdgeest van deze wereld” (Ef. 2:2). Ze doen hun zaken alsof God nooit met hen gesproken zou hebben, alsof Hij niet bestond. En tenslotte eindigt hun leven hier op aarde door de dood van het lichaam.

In dat komende uur zal niemand in staat zijn om zich te onttrekken aan de stem van de Zoon des Mensen. Allen die in de graven zijn, zullen uitgaan. Dit zal een dag van heerlijkheid zijn voor hen die in Christus ontslapen zijn; net als hun Verlosser, gaan zij de eeuwige heerlijkheid binnen. Maar voor hen die niet naar het evangelie wilden luisteren, die de genade verachtten en de tijdelijke geneugten van deze wereld boven Hem verkozen en inruilden voor een eeuwigheid van ongeluk, is het een dag van verschrikking. Misschien zijn ze dood gegaan in de mening: nu is alles voorbij. Maar in hades maken ze zich geen illusies meer. Ze weten, dat hun lot eeuwig is: ze zullen in de duisternis buiten zijn, wachtend op de machtige stem van de Mens Jezus, Die ze veracht hebben, om voor Hem te verschijnen voor het oordeel.

Zij die opstaan zijn verdeeld in twee klassen: sommigen hebben het goede gedaan, de anderen het kwade. Sommigen staan op tot de opstanding van het leven, de anderen tot de opstanding van het oordeel.

Om het goede te doen, moet de mens leven uit God hebben, dat hij ontvangt wanneer hij het levende Woord van de Zoon van God hoort en gelooft. Zonder dit leven is het onmogelijk om dat te doen, wat op de dag van het Oordeel als “goed” wordt erkend. Je kunt veel goede dingen doen zonder leven uit God te hebben. Maar Hij kan het niet belonen.

Degenen die het kwade gedaan hebben, zijn zij die dit leven niet hebben; ze wilden het niet omdat ze zich, zoals ze waren, voor goed hielden. Ze vergaten dat God, Die Licht is, de norm bepaalt van goed en kwaad. Het Woord van God brengt dit licht in de ziel, opdat iedereen zijn toestand van zonde erkent en de genade aanneemt, die leven geeft. Het kwade is de hele vrucht van de oude natuur, zoals het goede de vrucht is van de nieuwe natuur.

Wanneer men van de opstanding alleen dat wist, wat de verzen 28 en 29 zeggen, zou men kunnen geloven – zoals velen doen – dat allen op hetzelfde moment zouden opstaan, en dat de scheiding van de rechtvaardigen en de onrechtvaardigen pas voor de rechterstoel (in Openbaring 20) zou plaatsvinden. Maar dit gebeurt alleen bij het oordeel van de levenden (Matth. 25:31-46), waar de Heer, als Hij komt om te regeren, diegenen oordeelt, die op de aarde leven.

De opstanding van het leven is gescheiden van de opstanding van het oordeel door een periode van minstens duizend jaar. De rechtvaardigen komen als eerste uit hun graf en nemen deel aan de opstanding “uit de doden”. Voor de discipelen, die als goede Joden geloofden in een algemene opstanding op de laatste dag, was dat een geheel nieuwe waarheid.

We leren uit de geschriften van de apostel Paulus, dat de eerste opstanding met verschillende tussenpozen gebeurt. In 1 Korinthe 15, waar alleen van de eerste opstanding wordt gesproken, wordt  gezegd: “Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. Maar ieder in zijn eigen orde [1]:  Christus als eersteling, daarna die van Christus zijn, bij Zijn komst” (1 Kor. 15:22,23). Christus is als eerste uit de dood opgestaan. Hij heeft de overwinning op de dood behaald, nadat Hij in plaats van allen, die na Hem aan de eerste opstanding deelhebben, het oordeel heeft ondergaan. Hij heeft plaatsgenomen aan de rechterhand van de Majesteit in de hemel, voordat Hij opstaat om de ontslapen heiligen op te wekken en de levenden te veranderen (1 Thess. 4:15-18).

Vanaf dit ogenblik tot aan de verschijning van Christus in heerlijkheid tot oprichting van Zijn koninkrijk, zullen er nog steeds mensen uit de Joden en volkeren sterven, die in de verschrikkelijke tijden van vervolging van het gelovige overblijfsel tot geloof zullen komen. Maar in de glorieuze verschijning van Christus, zullen zij worden opgewekt om met Hem te regeren. Daarom zegt de apostel Paulus: “die van Christus zijn bij Zijn komst”, hetzij bij Zijn komst voor de gemeente en de heiligen die eerder ontslapen zijn, of bij Zijn komst in heerlijkheid. Pas in verband met deze laatste fase van de opstanding uit de doden wordt zij de eerste genoemd: “Gelukkig en heilig is hij, die aan de eerste opstanding deel heeft; over dezen heeft de tweede dood geen macht …” (Openb. 20:6).

Laten we niet vergeten dat de eerste opstanding aan het begin van het koninkrijk van Christus beëindigd is, want gedurende de gehele duur van het koninkrijk sterven geen rechtvaardigen meer; op dat moment “is de dood verslonden tot overwinning” (1 Kor. 15:54). Degenen die sterven tijdens de regering van Christus zijn kwaden:

“Elke ochtend zal ik alle goddelozen in het land ombrengen, door allen die onrecht bedrijven, uit de stad van de HEERE uit te roeien” (Ps 101:8).

Hij Die deze grote macht zal uitoefenen, is de Mens Die de Joden wilden doden, omdat Hij de sabbat niet hield en zei, dat God Zijn Vader is. Ze hebben Hem daadwerkelijk gedood door Hem aan het vloekhout van het kruis te hangen. Maar wat een moment voor deze ellendigen, evenals voor alle onbekeerden, wanneer zij hun graven verlaten bij het machtige geluid van Zijn stem, om voor Hem ten oordeel te verschijnen! Zij die Hem als Redder hebben veracht, zullen Hem als Rechter, Die aan God gelijk is, eren en zullen hun eeuwige verdoemenis als rechtvaardig oordeel moeten erkennen.

NOOT:

1. Of ‘afdeling’, d.i. legerafdeling.

Samuel Prod’hom, © www.haltefest.ch
Jaargang: 1986 – Bladzijde 50

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, R. Mol