3 weken geleden

Afhankelijkheid in het leven van Jezus (86)

“Want hij die God heeft gezonden, spreekt de woorden van God; want Hij geeft de Geest niet met mate” (Joh. 3:34).

De woorden van God spreken

 

De Heer Jezus “ontving” de Heilige Geest zonder enige beperking. De Geest woonde in Hem als een Persoon van de Godheid, zoals de Volheid van de Godheid in Hem helemaal woonde en woont (verg. Kol. 1:19; 2:9). Christus was het heilige vat van de Geest van God, van waaruit de Heilige Geest onophoudelijk sprak. Elk woord dat Hij sprak, was een woord van God. Zelfs de dienaren die door Zijn vijanden waren gezonden om Hem te grijpen, getuigden: “Nooit heeft een mens zó gesproken <als deze mens <spreekt>>” (Joh. 7:46). De zonen van Korach schreven over Hem: “U bent veel mooier dan de andere mensenkinderen; genade is op Uw lippen uitgegoten” (Ps. 45:3).

Dat de Heilige Geest een persoon is, blijkt onder meer uit de zeven dingen die de Heer Jezus over Hem vermeldt in Johannes 16 vers 13,14:

  • Hij komt
  • Hij leidt
  • Hij luistert
  • Hij spreekt
  • Hij verheerlijkt
  • Hij ontvangt
  • Hij toont

Ook wij hebben de Geest zonder enige beperking ontvangen (ook al kan natuurlijk niet van ons gezegd worden, dat de Volheid van de Godheid in ons woont, Kol. 2:19). Wij hebben Hem niet alleen ontvangen als kracht, maar wij bezitten de volledige inwoning van de Heilige Geest als Persoon van de Godheid. Daarom zijn wij ook in staat te zeggen, wat God wil dat wij zeggen. Petrus schrijft: “Als iemand spreekt, laat het zijn als uitspraken van God” (1 Petr. 4:11). Dit zal echter alleen gebeuren als wij werkelijk in afhankelijkheid van de Heilige Geest leven.

De psalmist zegt: “… mijn tong is een pen van een vaardige schrijver!” (Ps. 45:2). Is dat ook uw gebed voor deze dag? Gelooft u dat de Heilige Geest dagelijks door u wil spreken en dat uw tong een instrument van God is, dat Hij daarvoor gebruikt? “Met haar zegenen wij de Heer en Vader, en met haar vervloeken wij de mensen die naar Gods gelijkenis gemaakt zijn. Uit dezelfde mond komt zegen en vloek voort. Dit moet niet zo zijn, mijn broeders” (Jak. 3:9,10).

 

Jan Philip Svetlik; © www.bibelstudium.de

Online in het Duits sinds 06.04.2018.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW