3 weken geleden

Afhankelijkheid in het leven van Jezus (53)

Kennis van de Schrift zonder zelfkennis

Lukas 22 vers 40:“Toen hij nu op die plaats was gekomen, zei Hij tot hen: Bidt dat u niet in verzoeking komt …
Mattheüs 26 vers 40,41:
“En Hij kwam bij de discipelen en vond hen in slaap, en Hij zei tot Petrus: Je was dus niet in staat één uur met Mij te waken? Waakt en bidt, opdat u niet in verzoeking komt”

Tweemaal spoorde de Heer Jezus Zijn discipelen in Gethsemané aan om te waken en te bidden, waarbij Hij telkens een goed voorbeeld voor hen gaf. Toen de discipelen Hem enige tijd van tevoren hadden gevraagd om hen te leren bidden, was het ook deze zorg die Hij hun hart voorlegde (verg. Luk. 11:4). Hij wist hoe belangrijk het gebed is om verzoeking te kunnen doorstaan. Voelde Hij zelf niet ook de behoefte om Zijn eigen hart met het oog op de naderende verzoeking in gebed voor Zijn Vader uit te storten? Hoe volmaakt kwam dat overeen – wat Hij tegen anderen zei – met wat Hij Zelf als afhankelijke Mens praktiseerde!

Hij trekt zich terug van mensen en treedt de tegenwoordigheid van God binnen. Hij brengt daar een uur door in vurig gebed. Dan komt Hij terug om Zijn discipelen te zoeken. Maar in plaats van te bidden en te waken, slapen ze. Hij had verlangd naar wakende troosters, maar hij vond er geen. Zelfs Petrus, die kort daarvoor arrogant had beweerd, dat hij zelfs bereid was om met Zijn Meester te sterven, kon niet eens één uur met Hem waken.

Opnieuw trekt Hij zich terug in gebed. Het idee binnenkort in de handen van de levende God te vallen, beladen met ‘vreemde’ schuld, maakte Zijn heilige ziel bedroefd tot de dood toe. Het lijkt alsof de Knecht van God op deze avond elke keer drie maal een uur lang de wacht hield. Wat een voorbeeld! Zijn discipelen sliepen daarentegen elke keer als Hij bij hen kwam. Slechts een paar uur daarvoor had Hij hun aangekondigd, dat ze Hem allemaal zouden verlaten en dat Satan hen als de tarwe begeerde te ziften (Joh. 16:32; Luk. 22:31). Hoeveel had hen al de kennis van deze woorden tot gebed moeten drijven! Maar hun zelfvertrouwen (Matth. 26:35!) en gebrek aan gebed leidde ertoe, dat ze allemaal faalden! Toen de verzoeking kort daarna kwam, “verlieten ze Hem en vluchtten allen” (Mark. 14:50).

William Kelly schrijft daarover indrukwekkend: <<Er is niets wat gescheiden van Christus zo sterk de afhankelijkheid verstoort, als een grote kennis van het Woord van God.>> En daar ligt ons gevaar. Hoe groter onze kennis van het Woord van God – als het gescheiden is van het besef van onze totale zwakheid, en dus ook van de noodzaak om te waken en te bidden – des te groter het gevaar. Dit is een ernstige waarschuwing voor onze ziel. Er is ongetwijfeld veel kennis van de Schrift en zogenaamd begrip van de waarheid; maar hebben onze zielen ook een constante indruk van onze afhankelijkheid en zwakheid, en uiten we die ook tegenover God? “Waakt en bidt, opdat u niet in verzoeking komt.”

Als we ons bewust zijn van onze eigen zwakheid – als die echt is – zouden we moeten waken en bidden. Maar als we het alleen hebben over onze zwakke toestand, zonder tegelijkertijd onze afhankelijkheid in de praktijk te verwerkelijken, dan is dat in wezen niets meer dan vrome huichelarij. Gebed is het beste medicijn voor geestelijke zwakheid. Alleen bekering en een oprechte belijdenis helpt tegen lauwheid en onverschilligheid!

Gaat onze kennis van de Schrift gepaard met een diep besef van onze zwakheid en praktische afhankelijkheid? Wanneer hebben we voor het laatst een uur in gebed gewaakt en op deze wijze onze afhankelijkheid verwerkelijkt? Is het ons verlangen om meer te gaan lijken op het voorbeeld van de Zoon van God, ook met het oog op waken en bidden?

 

Jan Philip Svetlik, © www.bibelstudium.de

Online in het Duits sinds 15.11.2017.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW