1 week geleden

Afhankelijkheid in het leven van Jezus (113)

Gods tijd

“Voor alles is er een vastgestelde tijd …” (Pred. 3:1).

De Heer Jezus leefde hier op aarde in geen gemakkelijke gezinsomstandigheden. Hij was de oudste van ten minste zeven kinderen (zie Matth. 13:55). Wij lezen vaker dat Zijn verwanten Hem niet begrepen (b.v. Mark. 6:3). In één voorval wordt specifiek gezegd dat zij over Hem zeiden, dat Hij “buiten Zichzelf” was (Mark. 3:21). Zijn eigen broers geloofden niet in Hem en stelden Zijn bediening ter discussie. Eens wilden zij druk op Hem uitoefenen om Zich op het Loofhuttenfeest in het openbaar te vertonen, en zeiden: “Vertrek van hier en ga naar Judéa, opdat ook uw discipelen uw werken aanschouwen die U doet; want niemand doet iets in [het] verborgen en tracht zelf openlijk [bekend] te zijn. Als U deze dingen doet, openbaar Uzelf dan aan de wereld” (Joh. 7:3,4).

Hoe reageerde Hij op deze provocatie, die uit Zijn eigen familie kwam? Hij liet zich er niet door van de wijs brengen. In plaats daarvan wachtte Hij geduldig op een aanwijzing van Zijn Vader en zei tegen Zijn broers: “Mijn tijd is nog niet aangebroken” (Joh. 7:6). De Psalmist schrijft: “Mijn tijden zijn in Uw hand” (Ps. 31:16). Het was juist dit vertrouwen, dat werd getoond in het leven van Jezus. Tenslotte, toen Hij op het punt stond naar Golgotha te gaan, zei Hij tot Zijn discipelen: “Mijn tijd is nabij” (Matth. 26:18). De afhankelijke Mens legde Zijn tijd bewust in Gods handen.

Nadat Zijn broers korte tijd later naar het feest waren vertrokken, bleef Hij nog in Galiléa en wachtte daar. Hij vertrouwde op de leiding van Zijn Vader en rustte in Hem. Toen Zijn tijd eindelijk gekomen was, ging Hij ook op naar het feest – maar niet in het openbaar, maar “<als> in [het] verborgen” (Joh. 7:10). Hij liet Zich door Zijn broers noch het “wanneer” noch het “hoe” dicteren, maar maakte beide afhankelijk van de leiding van God.

Het is trouwens zeer bemoedigend te zien, dat na de hemelvaart van Jezus Zijn broers zich onder de gelovigen bevonden die gemeenschappelijk in de opperzaal baden, in afwachting van de komst van de Heilige Geest. Ten minste één van hen, Jakobus, werd zelfs gebruikt om een brief in het Nieuwe Testament te schrijven. Dit moet ons aanmoedigen om te blijven bidden voor (nog) ongelovige familieleden en door ons leven een goede wegwijzer voor hen naar Christus te zijn!

David is de man van wie we het vaakst in het Woord van God lezen, dat hij de Heer raadpleegde. In 2 Samuël 5 vers 18 lezen wij: “De Filistijnen kwamen en verspreidden zich in het dal Refaïm.” Met dit gevaar voor ogen vraagt David de Heer of hij tegen de vijanden moet optrekken. De Heer antwoordt en geeft hem de belofte de Filistijnen in zijn hand uit te leveren. David handelt in afhankelijkheid van God, trekt ten strijde en overwint. Slechts enkele verzen later staat er: “Daarna trokken de Filistijnen opnieuw op en verspreidden zich in het dal van Refaïm.” Plotseling bevindt David zich in een bijna identieke situatie als die waarin hij zich even daarvoor bevond. Hoevelen zouden onder deze omstandigheden niet gewoon precies zo gehandeld hebben als zij de eerste keer gedaan hadden, zonder God opnieuw te vragen! Waarom niet gewoon doen wat in het verleden goed heeft gewerkt? Maar in plaats van een verstandelijke redenering te volgen, blijft de man zelfs in deze situatie afhankelijk van het hart van God. Opnieuw gaat hij in gebed om God om Zijn wil te vragen. Interessant is dat de Heer hem deze keer zegt anders te handelen. Opnieuw is David overwinnaar – omdat hij het de Heer heeft gevraagd! Hoe belangrijk is het, dat wij niet verstandelijk zijn in het dienen van de Heer, maar afhankelijk van Hem!

God weet altijd de juiste tijd voor alles (zie 1 Petr. 5:6-7). Wanneer wij voor de troon van de genade komen, geeft Hij ons genade en barmhartigheid op de juiste tijd (zie Hebr. 4:16). Jesaja schrijft: “Welzalig zijn allen die Hem verwachten!” (Jes. 30:18).

Wat kunnen wij van Davids gedrag leren voor ons geloofsleven? Voor Elia was er een tijd van afzondering en een tijd van spreken in het openbaar (zie 1 Kon. 17:3; 18:1). Kent u ook zulke perioden uit eigen ervaring? Gods hulp komt nooit te laat!

 

Jan Philip Svetlik; © www.bibelstudium.de

Online in het Duits sinds 03.08.2019.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW