4 jaar geleden

Aanbidding – les 13

 

13. Het avondmaal

In de vorige les hebben we ons met de "tafel van koning David" beziggehouden. Hij was toen koning, dus de heer en gebieder van Israël. Hij had het voor het zeggen. Hij bepaalde alles in het land Israël. Wanneer hij wilde kon hij iemand (zoals bijvoorbeeld Mefiboseth) genade schenken. We hebben gezien dat de aan beide voeten verlamde Mefiboseth als een koningszoon aan de tafel van de koning eten mocht.

In een van de lessen hebben we gezien hoe het altaar in Jeruzalem "tafel van de Heer" genoemd werd en hoe de Israëlieten erheen gingen om God hun offer te brengen. We hebben vastgesteld dat de "tafel van de Heer" zich ook in het Nieuwe Testament bevindt, namelijk in 1 Korinthe 10 vers 21.

We willen nu pogen om te vinden hoe de Schrift over het praktisch gedrag van de verlosten in verbinding met de tafel van de Heer spreekt. Vooraf iets principieels: Het vergaderd zijn aan de tafel van de Heer om het "brood te breken" heeft twee zijden.

We verzamelen ons om de "maaltijd van de Heer" of "avondmaal" te eten. Het is een gedachtenismaaltijd. We gedenken de Heer, vooral Zijn dood aan het kruis, en verkondigen Zijn dood. Deze zijde komt vooral gebruikt in 1 Korinthe 11 tot uitdrukking. Aan de tafel van de Heer brengen wij zichtbaar tot uitdrukking dat wij gemeenschap (een gemeenschappelijk deel) met de Heer Jezus en met elkaar hebben, en dat wij samen met alle verlosten over de hele wereld leden van het ene lichaam zijn, waarvan de Heer Jezus het verheerlijkt Hoofd is. Deze zijde vinden we in 1 Korinthe 10 voorgesteld.

1. Wilt u nu 1 Korinthe 11 vers 20-34 eens aandachtig doorlezen. Beschrijft u dan eens zo kort mogelijk in eigen woorden wat de Korinthiërs deden, wat ze niet hadden moeten doen, terwijl ze samenkwamen:

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

2. Wat hadden ze naar Gods gedachten moeten doen, toen ze zich vergaderden?

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

3. In Handelingen 2 vers 42 worden vier dingen genoemd, die de gelovigen moeten verwerkelijken:

Zij volharden

I. ……………………………………………………………………………………………………………

II. ……………………………………………………………………………………………………………

III. ……………………………………………………………………………………………………………

IV. ……………………………………………………………………………………………………………

4. Sla nu een Handelingen 20 vers 7 op. Op welke dag vergaderden zich de gelovigen toen?

……………………………………………………………………………………………………………………

(De bijlage die bij deze les hoort geeft enkele waardevolle aanwijzingen met het oog op deze dag).

Wat was het eigenlijke doel van hun samenkomen? (vs. 7a)

……………………………………………………………………………………………………………………

Wat gebeurde er nog meer? (vs. 7b)

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

5. Zoals we eerder hierboven besproken hebben, moest Paulus de gemeente te Korinthe vermanen. Hij vertelde hen wat ze allemaal moesten doen en laten. Van wie had de apostel deze "aanwijzingen"  ontvangen? (1 Kor. 11:23a)

……………………………………………………………………………………………………………………

6. Slaat u nu een Galaten 1 vers 11-24 op. Van wie heeft de apostel dit onderwijs ontvangen en in welk vers leest u daarover?

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

En hoe is dat gebeurd?

……………………………………………………………………………………………………………………

7. Het kan alleen maar nuttig zijn, dat wat we bij vraag 6 hebben gevonden, nog door een andere passage in de Bijbel zien bevestigd te vinden. Slaat u nu Efeze 3 vers 1-13 op en lees dit gedeelte goed door. Schrijf vers 3a nu over.

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

We hebben dus gezien dat de apostel Paulus

zijn evangelie (Gal. 1:11; vergelijk Rom. 2:16; 16:25; 2 Tim. 2:8); het geheimenis met betrekking tot de gemeente (Ef. 3:3); de leer die op de maaltijd van de Heer betrekking heeft (1 Kor. 11:23) van ………………………… ……………….. ontvangen heeft. Het is daarom niet de leer van Paulus, maar van ………………….. ……………….

Dus op de eerste dag van de week – dat is de dag van de opstanding van de Heer – nodigt de Heer Jezus de Zijnen tot Zijn maaltijd uit. Zij mogen aan de tafel van de Heer komen om te eten en te drinken. Het is de maaltijd van de Heer! (1 Kor. 11:20). De Korinthiërs hadden helaas niet goed begrepen, wat het betekent, "’s Heeren avondmaal" te eten! Zij meenden waarschijnlijk, dat het een gezellig "laten we eten, drinken en vrolijk zijn" was.

(Bij deze vraag het ontbrekende op de puntjes invullen).

8. Wat zegt de apostel Paulus in 1 Korinthe 11 vers 22?

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

9. En wat schrijft hij in vers 34a?

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

10. Kun je je nog het verhaal uit 2 Samuël 6 herinneren? 

Wat gebeurde er met Uzza?

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

Laten we in gedachten weer voorbij laten gaan, hoe de Israëlieten drie keer per jaar naar Jeruzalem trokken, om hun offers aan God, de heilige God van Israël, te brengen. Aan Hem die grote wonderen aan hen deed en hen door krachtige tekenen en wonderen verlost had. Ze mochten zich tot Zijn naam vergaderen op de plaats, waar Hij Zijn naam liet wonen. Ten tijde van Abraham was dat de door God gekozen berg in het land Moria, de latere Tempelberg in Jeruzalem, toen de tabernakel in de woestijn, ook wel bekend als "tent der samenkomst"; en later bij David de dorsvloer van Ornan of Arauna in Moria (zie 2 Sam. 24), waar dan Salomo de tempel bouwde als de plaats voor de aanwezigheid van de Heer. De  tempel van Herodes was de laatste met menselijke handen gebouwde plek op aarde waar God Zijn naam stellen zou.

Zoals we al hebben opgemerkt in de 11e les aan het einde vastgehouden hebben, woont God vandaag in een "geestelijke" huis, dat is Zijn gemeente, de totaliteit van alle verlosten over de hele wereld. Ook de gelovigen van de tegenwoordige tijd brengen God daar offers, echter "geestelijke" offers en het offer van lof. Daarover hebben we al in vorige lessen iets geleerd. Dit gebeurt wanneer we het samen als "vergadering" of "gemeente" doen, daar waar zich het "geestelijke altaar" bevindt. Dit is daar waar de Heer Jezus beloofd heeft in het midden te zijn, waar men tot Zijn Naam vergaderd is. De plaats in Mattheüs 18 vers 20, waar de Heere ons deze belofte gegeven heeft, hebben we meerdere malen in deze cursus aangevoerd. Maar het kan geen kwaad om dit Schriftwoord steeds weer in herinnering te roepen en diep in ons hart te prenten!

*In deze cursus wordt gebruik gemaakt van de Herziene Staten Vertaling, tenzij anders vermeld.

© Bibelkurs.com

© Vertaling: Frisse Wateren – rm

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol