5 jaar geleden

Aanbidding – les 11

We hebben ons tot nu toe vaker met de "plaats die de HEERE (zie bijlage) bevolen heeft", "het Moria" van Abraham, het "Jerusalem" of "Sion" van David beziggehouden. Het was de plaats waar de Israëlieten zich verzamelden om daar hun offers God aan te bieden. Dit brengt bij ons onvermijdelijk de vraag naar boven: "Wat zullen wij christenen dan daarmee doen?" Zijn er voor ons in dit verband aanwijzingen in het Nieuwe Testament?

1. In een eerdere les hebben we al eens  Mattheüs 18 vers 20 gelezen. Hoe luidt dit vers?

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

2. Je hoort vaak zeggen: "Nou, als ik een aantal christenen ergens ontmoet, dan is de Heer is automatisch daar in het midden". We willen bepaald niet ontkennen dat overal, waar het zuivere Woord van God gelezen, gepredikt, of overdacht wordt, de Heer daar is om te zegenen. Maar "in het midden" – dat betekent persoonlijk aanwezig – kan Hij alleen zijn, waar men geheel bewust "in Zijn naam", eigenlijk "tot Zijn naam" bijeengekomen is. Echter dit veronderstelt wel, dat men in deze samenkomst zich volledig aan Zijn leiding en gezag onderwerpt, in de erkenning van alles wat de Heer Jezus is, en in volledige gehoorzaamheid aan het Woord van God. De Heer alleen moet het voor het zeggen hebben!

Hoe ervaart u dit in de samenkomsten die u bijwoont?

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

3. De Israëlieten moesten zich in die tijd tot de naam van de Heer vergaderen. Dat was het geval als zij offers op het brandofferaltaar brachten. Lees nu eens de tekstplaatsen Maleachi 1, de verzen 7 en 12, en Ezechiël 41 vers 22 en 44 vers 16 zorgvuldig. Daar doen we een interessante ontdekking. In deze vier aangehaalde verzen wordt het altaar, de plaats waar men offers aan God bracht, dus aanbidding beoefende, de "tafel van de Heer" genoemd; een uitdrukking die we in het Nieuwe Testament in 1 Korinthe 10 vers 21 terug te vinden. Deze combinatie van "altaar" en "tafel" is voor ons van enorm belang, zoals we later zullen zien!

Is er in de samenkomsten die u bijwoont ook de mogelijkheid om aanbidding te brengen als nieuw-testamentisch ‘priester’? (verg. 1 Petr. 2:3-5)? Of zijn er verhinderingen door bijvoorbeeld een ‘tevoren bedachte liturgie’ of door een voorganger of predikant die alleen de dienst bepaalt en invult? U bent niet verplicht hoor om te antwoorden.

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

4. In Maleachi 1 vers 6-8 moet de profeet de priesters en daarmee ook het volk iets onaangenaams zeggen, wat een somber licht werpt op de toenmalige geestelijke toestand van het priesterdom:

Hoe luidt die tekst?

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

De vraag: "Waardoor verachten wij Uw naam" getuigt van een zeer lage geestelijke toestand van de priester. Ze deden nog wel de wettelijke voorgeschreven verordeningen, en zij brachten offers.

Uiterlijk beschouwd leek alles nog in perfecte toestand – maar welke soort dieren werden er geslacht? Vaak waren het zulke met een lichamelijke handicap, die nauwelijks waarde hadden voor hun eigenaars. En toch heeft God bevolen "een gaaf dier van het mannelijk geslacht" als offer te brengen (Lev. 1:3, enz.). Die priesters verachtten de "tafel van de Heer", hun God! Ze waren zich van Gods heiligheid en van hun verantwoordelijkheid om Zijn heiligheid op geen enkele wijze  bewust.

Hebben we hier niet een treffend beeld van de toestand, zoals we het vandaag in het naamchristendom – helaas vaak zelfs onder ware gelovigen – vinden?

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

5. Zoals we al in punt 3 hebben opgemerkt, vinden we de "tafel van de Heer" in het Nieuwe Testament in 1 Korinthe 10 vers 21. Wilt u nog eens zorgvuldig lezen, wat we in de verzen 14-22 van hetzelfde hoofdstuk in verband met deze tafel vinden. In vers 21 is ook sprake van een ‘tafel van de demonen’.

Wat moeten we daaronder verstaan? Als het u moeite geeft deze vraag te beantwoorden, mag u gerust de punten leeg laten. Het antwoord wordt u graag gegeven.

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

Voordat we verder gaan, willen we ons een beetje vertrouwd maken met de inhoud van de bovengenoemde gedeelte uit 1 Korinthe 10 vers 14-22.

Afgoderij is in de ogen van God een gruwel. Daarbij gaat het niet alleen om heidense afgoderij, maar om alles wat in onze harten de plaats inneemt, die aan God toebehoort. men zou ook  afgoderij ‘God-vervanging’ kunnen noemen. Afgoderij staat in schril contrast met de gemeenschap met Christus. De beker en het brood spreken over het bloed en het lichaam van Christus. En door het eten van het ene brood en het drinken van de beker brengen we zichtbaar tot uitdrukking, dat wij gemeenschap met de Heer en met elkaar hebben. Door deelname aan het ene brood laten we zien dat alle verlosten door de Heilige Geest tot één lichaam gedoopt zijn. Zo vormen ze een prachtige organisme, een ondeelbaar geheel.

De tafel van de Heer is dus, zoals net al is aangetoond, de figuurlijke uitdrukking van de gemeenschap die we met elkaar en met de Heer van deze tafel hebben. Maar de tafel van de Heer is gelijktijdig de plaats, waar we God "geestelijke offers" en "offers van lof" brengen. Dat zien we in het Oude Testament voorafgebeeld in de hierboven geciteerde passages uit de profeet Ezechiël, en Maleachi, waar het altaar en de "tafel van de Heer" met elkaar verbonden worden. Als we op zondagochtend vergaderd zijn aan de tafel van de Heer, is daar om zo te spreken het "heilige altaar", waar we tot onze hemelse Vader als aanbidders mogen naderen, waar we Hem "geestelijke" offers brengen.

6. Men zou kunnen denken: "Maar dat was toen alleen  maar voor de Korinthiërs; vandaag hebben we toch heel andere omstandigheden!" Dan moet u toch eens 1 Korinthe 1 vers 1-2 opslaan en de volgende vragen beantwoorden.

a) Wie heeft de brief geschreven?

* ……………………………………………………………………………………………………

* ……………………………………………………………………………………………………

(Waarschijnlijk heeft Paulus de brief gedicteerd, terwijl Sósthenes hem geschreven heeft.)

b) Aan wie werd de brief geschreven (nu goed uitkijken!)?

* ……………………………………………………………………………………………………

de geheiligden in Christus Jezus, geroepen heiligen, met allen die

* ……………………………………………………………………………………………………

Opdat het geheel nog duidelijker wordt, lezen we daarbij nog 1 Korinthe 4 vers 17. Noteert u nog even wat u aan het eind van dit vers vindt:

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

Vergelijkt daarmee nog, wat we in hoofdstuk 7 vers 17 vinden en noteer dit ook:

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

Zo ziet u dat wat Paulus hier schrijft, niet alleen voor de gemeente in Korinthe, maar voor alle gemeenten geldig is. Het was toen en is vandaag de universele (algemeen geldende) leer!

7. Laten we teruggaan naar 1 Korinthe 1 vers 2.

In verband met ons onderwerp is dit vers zeer zinvol! Er staat aan het einde van het vers: "… met allen die de naam van onze Heere Jezus Christus aanroepen". We hebben ons misschien de gewoonte aangeleerd in gesprekken eenvoudig van "Jezus" of "Jezus Christus" te spreken. Maar laten we niet vergeten dat Hij onze Heer is! Kunt u met eigen woorden verklaren, wat dit voor ons betekent en wat voor gevolgen het met zich meebrengt?

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………

Vooral met het oog op de tafel van de Heer en de plaats, waar de Heer heeft beloofd om in het midden te zijn, is het bovenstaande erg belangrijk!

8. Dus vandaag moet elke gelovige zichzelf serieus de vraag stellen: "Waar is het altaar, de plaats van het naderen tot God als aanbidders ofwel de tafel van de Heer?" In Israël was er op dat moment de tabernakel en later de tempel. Het was een tent of een gebouw dat met de ogen kon worden gezien. Vandaag woont God niet meer in een gebouw met de handen gemaakt, maar in een

……………………………………………………………………………………………………………………

Wij brengen daar …………………………. offers (1 Petr. 2:..…), waar de Heer Jezus beloofd heeft in het midden, dat wil zeggen persoonlijk tegenwoordig te zijn, daar waar men in Zijn naam vergaderd is.

Maar laten wij nooit vergeten, als we op zondagochtend verzameld zijn aan de tafel van de Heer: het is de tafel van de Heer! Hij alleen heeft daar het gezag! Hij alleen wil daar gezag uitoefenen!

© Bibelkurs.com

© Vertaling: Frisse Wateren – rm

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW