14 jaar geleden

Aanbidding is vandaag geestelijk!

Dans van David: “En het geschiedde, toen de ark des HEEREN in de stad Davids kwam, dat Michal, Sauls dochter, door het venster uitzag. Toen zij nu de koning David zag, springende en huppelende voor het aangezicht des HEEREN, verachtte zij hem in haar hart”.

Uiterlijke vormen hebben afgedaan (1)

“En het geschiedde, toen de ark des HEEREN in de stad Davids kwam, dat Michal, Sauls dochter, door het venster uitzag. Toen zij nu de koning David zag, springende en huppelende voor het aangezicht des HEEREN, verachtte zij hem in haar hart” (2 SamuĂ«l 6:16).

Vraag: Ik kan de mening van Michal over de koning begrijpen. Maar er bestaat toch zeker onderscheid tussen amusementsdans en dans die God looft?

Antwoord: Michal vindt het gedrag van David, die schijnbaar zijn hele waardigheid als koning vergeet, eenvoudig belachelijk. Zij begrijpt niet, dat David als aanbidder zichzelf vergeet en eenvoudig God loven wil. Voor zover heb je gelijk, het gaat hier niet om een amusementsdans. David danst voor de Heer, en hij deed het alleen voor HEM, zodat hij zichzelf vergat opdat God verheerlijkt zou worden. De koninklijke waardigheid heeft hij om zo te zeggen afgelegd; hij was een aanbidder die van de vreugde in de tegenwoordigheid van de Heer vervuld was. In de tegenwoordigheid van de Heer was David niets. “Ook zal ik mij nog geringer houden dan alzo, en zal nederig zijn in mijn ogen” (vers 22).

Overigens is de dans of de reidans in het Oude Testament niet ongewoonlijk. Michal had uit de geschiedenis bijvoorbeeld de reidans van Mirjam kunnen kennen, en ook op andere plaatsen van het Oude Testament vinden we vinden we de dans als een uitdrukking van de lof aan God (vergelijk Exodus 15:20; Psalm 87:7, enzovoorts).

De Heer Jezus beschrijft in Johannes 4:21-24, dat voor ons Christenen een geheel nieuwe, diepere vorm van dienst aan God voorzien is: de aanbidding van de Vader in Geest en waarheid. Zij wordt niet meer door uiterlijke vormen (priesterkleding, tempel, enzovoorts) gekenmerkt, maar kenmerkt zich door het bezit van het eeuwige leven en de kracht van de Heilige Geest. Deze geestelijke en daarmee niet uiterlijke dienst aan God “heeft daarom ook geen dans meer nodig”. Vandaag mogen Christenen God en de Heer Jezus met hun harten lofzingen en prijzen – al het andere heeft ten gunste van “het betere” zijn rechtvaardiging verloren.

Maar de innerlijke houding, die David getoond had, is natuurlijk ook vandaag nog de Heer welgevallig, maar zij wordt ook door zulken die daarvan geen begrip hebben, zoals Michal, voor belachelijk gehouden. Maar het inzetten van tijd en kracht voor de lof aan God, is God altijd welgevallig: “Wie dankoffert, die zal Mij eren” (Psalm 50:23).

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM