e

0123456789ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWZ
3 jaar geleden

Exodus 20 vers 7

“U zult de Naam van de HEERE, uw God, niet ijdel gebruiken1, want de HEERE zal niet voor onschuldig houden wie Zijn Naam ijdel gebruikt” (Ex. 20:7). In Mebel woonde een oude scheepskapitein; maar hij was altijd vrolijk ondanks zijn lijdende lichamelijke conditie. Hij was een kind van God die gelukkig was in dankbaarheid en hoop. Hij vertelde aan een jonge man op welke wijze God hem tot Zich getrokken had. “Zolang ik op zee was, gaf ik niets om...

Lees verder
8 jaar geleden

Exodus 21 vers 2

“Wanneer u  een Hebreeuwse slaaf koopt, moet hij zes jaar dienen, maar in het zevende mag hij zonder te betalen als vrij man vertrekken”. Dit is indrukwekkend maar ook ernstig, want de Hebreeuwse knecht was een voorafschaduwing van onze gezegende Heer. Hij was ook een verachte Hebreeër, van de stam van Juda, Die beleed: “Ik ben geen profeet. Ik ben een man die het land bewerkt, omdat iemand mij daarvoor heeft geworven vanaf mijn jeugd” (Zach. 13:5). Toen legden zij...

Lees verder
6 jaar geleden

Exodus 28 vers 30

“En u moet in de borsttas van de beslissing de urim en de tummim doen …”. In de borsttas tussen de namen van de kinderen van Israël, was de Urim en de Tummim geplaatst. De woorden betekenen: “het licht en de volmaaktheden”. Wat het was kan niemand met zekerheid zeggen. Het wordt in totaal zeven keer in de Schrift genoemd. In twee van de passages wordt alleen de Urim genoemd, en in één (Deut. 33:8) is de volgorde omgekeerd en...

Lees verder
1 jaar geleden

Exodus 33 vers 18; 34 vers 6-7

Exodus 33:18: “Toen zei Mozes: Toon mij toch Uw heerlijkheid!” Exodus 34:6-7: “Toen de HEERE bij hem voorbijkwam, riep Hij: HEERE, HEERE, God, barmhartig en genadig, geduldig en rijk aan goedertierenheid en trouw, Die goedertierenheid blijft bewijzen aan duizenden, Die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft, maar Die de schuldige zeker niet voor onschuldig houdt en de ongerechtigheid van de vaders vergeldt aan de kinderen en kleinkinderen, tot in het derde en vierde geslacht.” De heerlijkheid van God laten schijnen: Zijn genade...

Lees verder
7 jaar geleden

Exodus 34 vers 34

“Maar telkens wanneer Mozes voor het aangezicht van de HEERE kwam om met Hem te spreken, deed hij de doek af, totdat hij uitging …” Nadat Mozes veertig dagen en veertig nachten op de berg Sinaï bij de HEER was geweest, straalde zijn aangezicht, omdat hij met God gesproken had. Dit stralen was zo sterk, dat Aäron en het volk vrees hadden om hem te naderen, toen hij terug keerde. Mozes zelf had daar niets van gemerkt. Het was ook...

Lees verder
17 jaar geleden

Exodus 34:34

Nadat Mozes veertig dagen en veertig nachten op de berg Sinaï bij God was geweest, straalde zijn aangezicht. Waarom? Omdat hij met God gesproken had! Dit stralen was zó sterk dat Aäron en het volk bang waren om hem te naderen, toen hij terugkwam. Mozes zelf merkte daar niets van. Het was ook niet de werking van zijn persoonlijke uitstraling, zoals men bij oppervlakkig lezen zou kunnen denken. Dit ‘stralen’ was veeleer de weerkaatsing van de heerlijkheid van God. Zolang...

Lees verder
8 jaar geleden

Exodus 35 vers 30-31,34

Bezáleël was een bouwmeester in Israël, zoals Paulus een bouwmeester was in de gemeente. Aan de Korinthiërs schreef Paulus: “Naar de genade <van God> die mij gegeven is, heb ik als een wijs bouwmeester [het] fundament gelegd en een ander bouwt erop” (1 Kor. 6:3). Bezáleël (zoals Paulus na hem), werd geroepen en toegerust door God met het oog op de bouw van de tabernakel. Niets werd aan zijn verbeelding en vindingrijkheid overgelaten. In hoofdstuk 35 gaat het over het...

Lees verder
6 jaar geleden

Exodus 7 vers 16

“Laat Mijn volk gaan, zodat zij Mij kunnen dienen in de woestijn”. Exodus: Verlost om te dienen De mensheid die was voorbeschikt en geschapen om God te dienen, bevond zich nu in slavernij aan zonde en satan, als slaven in Egypte (Ex. 1). God zegt in Jesaja 46 vers 10: “Mijn raadsbesluit houdt stand en Ik zal al Mijn welbehagen doen” (Jes. 46:10). God kon niet van Zijn doel afgebracht worden. Hij verkondigde daarom Zijn weg van bevrijding aan Zijn...

Lees verder
17 jaar geleden

Ezechiël 18:23

Duidelijk en niet mis te verstaan staat er in het Nieuwe Testament: “Een ieder die de zonde doet, doet ook de wetteloosheid; en de zonde is de wetteloosheid” (1 Johannes 3:4). Volgens dit getuigenis van de Bijbel is iedere voor God verantwoordelijke mens in zijn natuurlijke toestand een wetteloze, want hij heeft niet alleen een zondige natuur, maar hij heeft ook gezondigd. Alles, wat een mens onafhankelijk van God doet, waarin hij zijn eigen wil volgt, is wetteloos handelen en...

Lees verder
17 jaar geleden

Ezechiël 47:5

God gaf de profeet Ezechiël in een gezicht een indruk van hoe de zegen van God in het duizendjarig rijk het verderf, dat door de zonde over de aarde is gekomen, zal helen. Hij liet hem een stroom van water zien die opwelde onder de dorpel van het huis van God en steeds aanzwellend genezing en gezondheid bracht, overal waar hij kwam. Dat is de werking van de heerlijkheid van de Heer Die eens de tempel heeft verlaten en dan...

Lees verder