4 jaar geleden

2 Korinthe 13 vers 8

“Want wij vermogen niets tegen de waarheid …”.

Mijn weg naar God.

Ik bracht mijn jeugd door in de voormalige Sovjet Unie. Daar las ik veel boeken die tegen het christelijk geloof gekant waren. Maar op een dag kwam de vraag in mijn gedachten: Als God niet bestaat, waarom dan al die pogingen om Hem te weerstaan? In onze communistische maatschappij streed het hele systeem – onderwijs, media, wetenschap en kunst – tegen het geloof. Hoe waren de christenen in staat vol te houden in hun zekerheid van het geloof en hun vrede, hoewel zij verbannen werden? Het voorbeeld van mijn eigen ouders stond altijd voor mij: zij waren trouwe christenen.

Op een dag besliste ik om hen te vergezellen naar een christelijke bijeenkomst. Tijdens de dienst overwoog ik de vraag: Hoe kan iedereen bidden tot iemand die hij niet kan zien? Dat leek mij absurd. Desondanks hield de vraag mij nogal bezig.

Zes maanden later hoorde ik weer een christelijke prediker en werd door het evangelie aangeraakt. Toen werd ik overmand door overredende gedachten die maar niet verdwenen. “Als je hierin verwikkeld raakt, zul je alles moeten overgeven. Je zult je vrienden verliezen. Je studies en kansen voor de toekomst zullen teloorgaan”. Echter ik knielde neer en mijn tranen vloeiden – niet om wat ik verliezen zou, maar vanwege mijn nieuw gevonden kennis dat God mij liefhad. Ik riep tot Hem en vroeg Hem om vergeving voor mijn ongeloof. En God antwoordde mij. Hij schonk mij vergeving en vrede! Nu was het niet langer meer een veronderstelling dat God bestond. Ik wist het. En ik wist ook dat Jezus mijn Redder en Heer was.

© The Good seed

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, R. Mol