4 jaar geleden

11. De Bijbel: Jezus Christus en de Schriften

De Heer Jezus heeft in zijn ontmoetingen met de joden het gezag van de Schrift nooit ter discussie gesteld, integendeel. Hij beschuldigde hen van hun onvolledige kennis van de Schrift en wees hen erop dat zij zich niet aan haar autoriteit onderwierpen. De wijze waarop Christus spreekt over de Schrift laat duidelijk zien, dat Hij het hele Oude Testament van A tot Z als volkomen zekerheid voorstelt. Nu willen we dat nagaan, door ons oog te richten op hoe Jezus Christus de Schriften gebruikte.

1. Welk antwoord geeft de Heer Jezus aan de Farizeeërs, als deze Hem vragen of het een man toegestaan is om zijn vrouw om allerlei redenen te verstoten? (Matth. 19:4)

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

Dat is een duidelijke verwijzing naar Geneses 1 vers …….

2. Daarna lezen wij in Mattheüs 19 vers 5:

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

Dit is een citaat uit Genesis 2, namelijk vers …………….

Daarmee worden alle theorieën omver gehaald die onze kinderen op school te verwerken hebben, namelijk dat in Genesis 1 en 2 twee verschillende en tegenstrijdige scheppingsverhalen samengevoegd zijn.

3. Heel belangrijk is ook het slot van Mattheüs 19 vers 8, waar de Heiland zegt: “… van

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

Aan het begin van dezelfde verzen verwijst de Heer naar Mozes, die het de Israëlieten vanwege hun hardheid van hart had toegestaan, hun vrouwen te verstoten. “Maar van het begin af”, zegt de Heer daarop, “is het niet zo geweest”. God schiep de mens als “man en vrouw”, opdat zij als man en vrouw op aarde voor altijd verenigd zouden zijn. Wat Mozes de Joden toegestaan heeft, was niet volgens Gods oorspronkelijke plan, maar vond zijn oorzaak in de afvallige houding van Israël.

4. Wanneer de Heer over de komst van de Zoon des mensen spreekt, vergelijkt Hij deze dagen met de dagen van ………………………. (Matth. 24 vanaf vs. 37).

In dezelfde context noemt hij dat het oordeel van de ………………………. “allen wegnam” (vs. 39). Mededelingen van het Oude Testament daarover zijn dus volkomen waar en zeker.

5. Op dezelfde wijze benadrukt de Heer met dat, wat Hij zegt, de juistheid van hetgeen in Genesis 19 over de ondergang van ………………….

meegedeeld wordt (Luk. 17:28-32) en de gebeurtenis met de vrouw van …………………

Dit geldt ook voor de geschiedenis van David in Nob, zoals Mattheüs 12 vers …….. zien laat; evenzo ook voor het bezoek van de de ……………………………………………. bij Salomo (Matth. 12:42).

6. Speciale aandacht verdient de wijze waarop de Heer over Jona spreekt. We lezen in Mattheüs 12 vers 40:

“Want zoals …………………………………………………………………………………………………..

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….………………,

zo zal de Zoon des Mensen …………….…………………………………………………………..

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………”.

Opmerking: De bovenstaande uitspraak kan een probleem vormen. Als Jezus op vrijdagmiddag werd begraven en op de derde dag opgestaan is, hoe kan men dan zeggen dat Hij drie dagen en drie nachten in het graf was? Dit kan als volgt verklaard worden: volgens de Joodse kalender telt ieder deel van een dag en een nacht als een volledige tijdsperiode, dat wil zeggen de Joden rekenen altijd een volledige dag, ook als het slechts aangebroken was of niet geheel verstreken was.

7. De Heer spreekt in Mattheüs 12 vers 39 over het “………………… van Jona”. Velen houden het verhaal van Jona in de buik van de vis voor een legende of een mythe. Kan men iets, dat de Heer gebruikt als een “teken”, voor een legende of een mythe houden? Absoluut niet!

8. Wie op basis van schijnbaar logische overwegingen niet geloven wil, dat Jona in de vis geweest is en het overleefd heeft, die kan evenmin geloven dat Jezus Christus op de

…………. dag uit de ….…………………….………………………………….. is.

Want dit is een nog groter wonder. En wie dat laatste niet gelooft,  schudt aan de grondvesten van ons geloof. Want als Christus niet is opgewekt, dan is

…………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………

en zo zijn wij nog  …………………………………………………………… (1 Kor. 15:17).

We kunnen nog veel meer citaten van de Heer uit het Oude Testament noemen, maar de genoemden lijkt ons voldoende. In plaats daarvan voegen we bij deze les twee bijlagen over Jona, die u kunnen helpen.

© Bibelkurs.com

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol