Bijbeltekst uitgelicht
1 Petrus 3 vers 18
“Want ook Christus heeft eenmaal voor [de] zonden geleden, [de] Rechtvaardige voor de onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen; Hij die wel gedood is in [het] vlees, maar levend gemaakt in [de] Geest.” Christus, onze plaatsvervanger Verlossing was geen bijzaak. Het was al in Gods hart en gedachten aanwezig in de eeuwigheid. Voordat de tijd begon, stond het plan voor onze verlossing al vast – en in het centrum van dat plan staat de Persoon en het werk van Gods geliefde Zoon, de Heer Jezus Christus. Wanneer we nadenken over het werk van Christus, wordt één waarheid wonderbaarlijk duidelijk: Hij stierf in onze plaats. De Heer Jezus Christus is onze Plaatsvervanger. Hoewel het woord “vervanging” zelf niet in de Bijbel voorkomt, is de waarheid ervan als een rode draad door de Schrift geweven. Een van de duidelijkste voorbeelden vinden we in het bekende verhaal in Genesis 22, toen Abraham, in gehoorzaamheid aan Gods bevel, Izak meenam naar de berg Moria om hem als offer te brengen. Net toen hij op het punt stond te handelen, greep de Heer in, en een ram die in het struikgewas verstrikt was geraakt, werd het brandoffer – “geofferd in plaats van zijn zoon.” Die eenvoudige zin illustreert vervanging: de één neemt de plaats van de ander in. Dit brengt ons bij de vraag: Waarom hebben we een plaatsvervanger nodig? De Bijbel laat ons hier niet in het ongewisse. Romeinen 3 vers 23 zegt duidelijk: “Want allen hebben gezondigd en en komen te kort aan de heerlijkheid van God,” en in hoofdstuk 6 vers 23 lezen we: “Want het loon van de zonde is [de] dood.” Dit is de universele toestand van de mensheid: we staan allemaal schuldig voor een heilig God. Maar God zij dank heeft Hij een uitweg geboden: een Plaatsvervanger, die in onze plaats is getreden, ons oordeel heeft gedragen en de weg naar het eeuwige leven heeft geopend. In het Nieuwe Testament wordt de gedachte van plaatsvervanging weergegeven in uitdrukkingen als ‘voor ons’ en ‘in onze plaats.’ Denk bijvoorbeeld aan 2 Korinthe 5 vers 21: “Hem die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons [tot] zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid van God in Hem.” Of 1 Petrus 3 vers 18: “Want ook Christus heeft eenmaal voor [de] zonden geleden, [de] Rechtvaardige voor [de] onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen.” Dit zijn niet zomaar leerstellige verzen – ze zijn diep persoonlijk. Christus nam mijn plaats in. Hij droeg mijn zonden. Hij stond waar ik had moeten staan. Anker voor vandaag Christus stierf in uw plaats. Hij droeg uw zonden, nam uw schuld op zich en voldeed aan de Goddelijke gerechtigheid, zodat u tot God kon worden gebracht. © Anchors For Life





