7 maanden geleden

Wanneer het ongeluk komt …

Ook gelovigen ervaren soms ‘rampspoeden’ in hun leven. Job is daarvan een goed voorbeeld. En dan vraag je je af hoe een mens zonder God met zulke situaties om moet gaan, wanneer hij plotseling een partner of een kind verliest. Voor gelovigen zijn dergelijke situaties ook verre van eenvoudig! Maar ze hebben één groot voordeel: ze hebben een volmaakte Trooster aan hun zijde – in hun hart. En dat maakt het verschil!

Ongevallen

Soms komt het “ongeluk” plotseling in gezinnen – door de dood en heengaan van een kind of echtgenoot, door een verloren baan of door andere “rampspoeden”. Daarmee wil ik deze gebeurtenissen niet op hetzelfde niveau plaatsen – ze raken ons heel verschillend. Maar ze beïnvloeden ons altijd. Andere “ongelukken” kunnen worden waargenomen – wanneer een kind meer en meer van het geloof los raakt. Als iemand steeds zieker wordt, enz.

Maar één ding blijft moeilijk in alle gevallen: om goed met dergelijke situaties om te gaan. Dat leren we uit het leven van Job. Toen hij al zijn bezittingen verloor, had hij de grootsheid van het geloof om te zeggen: “De HEERE heeft gegeven en de HEERE heeft genomen, de Naam van de HEERE zij geloofd“ (Job 1:21). God voegt nog het indrukwekkende getuigenis eraan toe: “In dit alles zondigde Job niet en schreef hij God niets ongerijmds toe”.

Job als een geweldig voorbeeld

Maar daarmee hij was nog niet klaar. God stond de duivel toe om het hele gezin van Job te doden. Alleen zijn vrouw bleef bij hem, maar deze was voor hem toen geen hulp in deze situatie. We kunnen hen nauwelijks veroordelen – want wie van ons heeft in één keer 10 kinderen verloren? En moeders weten hoe ze beven bij de gedachte om zelfs één kind te verliezen. Maar dan ook nog alle tien?! En wat lezen we over Job? “Zouden wij het goede wel van God ontvangen, zouden we het kwade niet ontvangen?”, zo zegt hij in Job 2 vers 10. En nogmaals lezen we het indrukwekkende oordeel van God: “In dit alles zondigde Job met zijn lippen niet”.

Tegelijkertijd zorgt deze uitdrukking er echter voor dat men verbaasd luistert: hij zondigde met zijn lippen niet. Misschien herkennen we uit deze uitdrukkingswijze – dat kunnen we tenminste wel begrijpen -, dat het in zijn innerlijk werkte. Natuurlijk gaat zo’n verlies nooit zonder sporen aan een mens voorbij. Uiterlijk kunnen er mensen zijn, zelfs gelovigen, die in staat zijn om het verlies van een kind te verwerken. Maar op zijn minst brandt er dan innerlijk een vuur.

God heeft altijd een weg

Bij Job weten we dat God met hem een weg ging, die achteraf een grote zegen bleek te zijn. Het was niet gemakkelijk voor Job. Hij moest leren dat hij niet op zijn eigen rechtvaardigheid, zoals God hem had verklaard (!), mocht zien. Job moest ook leren dat een mens voor God niets anders is dan “stof en as”. Maar God werd hem tot troost. En God gaf Job en zijn vrouw later nog eens 10 kinderen. God is een God vol van genade. Het is niet altijd zo dat Hij ons verlies onmiddellijk vervangt. En kun je een kind, dat iemand ontnomen is, echt vervangen?

Maar God staat gelovigen, die zich in zulke moeilijke omstandigheden bevinden, op een bijzonder wijze bij. Van Paulus lezen we dat de Heer “tot hem kwam” in een zeer moeilijke situatie – Hij bezocht Zijn dienaar. En telkens weer horen we dat gelovigen, die zich in zeer speciale noodsituaties bevinden, deze gemeenschap met hun Heer ervaren. Hij voegt zich dan vervolgens bij hen en is hen heel dicht nabij.

Mensen zijn moeilijke troosters – de Heer troost volmaakt

Job moest leren dat mensen lastige troosters zijn. Dat kunnen sommige gelovigen, die hun partner of kind verloren hebben, of misschien in een andere noodsituatie zijn, bevestigen. Hoe goed is het dat onze hemelse Heer er is, Die op een volmaakte wijze met ons kan meevoelen. “Jezus weende” * (Joh. 11:35), lezen we, toen Hij bij Maria en Martha kwam. Niemand kan troosten zoals Hij!

* eigenlijk: ‘vergoot tranen’.

Manuel Seibel, © www.bibelpraxis.de

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol