11 jaar geleden

Waarheid en leugen (1)

Ongeveer elke 5 minuten – zo heeft hersenonderzoek vastgesteld – verzint de mens, bewust of onbewust, een leugen. Dat zijn bij een “16-urige-dag” [we slapen gemiddeld 8 uur per etmaal – vertaler] rond de 200 leugens per dag. Of 73.000 per jaar. Of zo’n 5 miljoen in het hele leven [uitgaande van een gemiddeld mensenleven – vertaler]. Leugen is in de ogen van God “zonde”. In het oog van de mens ligt dat helaas zeker niet zo. Dat zien en merken we dagelijks om ons heen. Onze hele maatschappij is doordrenkt van de leugen. Ondanks alle Consumentenprogramma’s en\of -acties ten spijt lijkt het wel of de leugen steeds verder opdringt. Ja, de leugen regeert in de wereld, ook in ons land. Dit onderwerp gaat echter ons allen aan, Christen of niet, jong en oud, rijk en arm. Waarom liegen de mensen en waar komt het principe “leugen” eigenlijk vandaan? …

Waarom liegen de mensen?

Onderzoekingen hebben het volgende opgeleverd:

  • 87% om anderen niet te beledigen of te krenken;
  • 64% om zich problemen te besparen;
  • 49% om in het beroep carrière te maken;
  • 9% om geliefd te worden;
  • 6% uit luiheid.

Maar om het even hoe het motief ook heet: Leugen is in de ogen van God

  • 100% zonde (vergelijk daartoe bijvoorbeeld Efeze 4:25).

Voor een Christen is dit natuurlijk duidelijk – of misschien toch niet helemaal? Laten we eens wat dieper daarover nadenken! Misschien zijn wij verrast, wat er allemaal voor leugens in ons leven kunnen zijn – en op welke gronden onze “arglistige” harten een leugen verzinnen (lees Jeremia 17:9-10).

• 1. Oorsprong van de leugen

Ten eerste moeten we ons er van bewust zijn, waar het principe “leugen” überhaupt vandaan komt. De eerste mensen hadden geen aanleiding om te liegen. Zij hadden alles wat zij nodig hadden, om gelukkig te zijn. Zij hadden geen problemen, alles behoorde hen toe, zij hadden ongestoorde gemeenschap met God. Maar daar was er een, die al lang tevoren een leugenaar was: de duivel. De Heer Jezus noemt hem de “vader der leugen” (vergelijk Johannes 8:44), dat betekent hij de oorsprong van het principe “leugen” is. En door een leugen verleidt hij dan ook de hele mensheid om te zondigen (vergelijk Genesis 2:16-17 met 3:1 en 4). Wanneer we dus liegen, treden we in de voetsporen van de duivel.

• 2. Verschillende “technieken” van de leugen

Liegen kan men op verschillende manieren: door spreken, door zwijgen, door gebaren – aan de geraffineerdheid van onze bedrieglijke harten is helaas geen grens gesteld! Wat gebeurt er zoal in ons dagelijks leven? Men kan bewust …

* … de volle onwaarheid spreken.

Dit is de “laagste” vorm van liegen. Gewetenloos, zonder angst en vaak ook lafhartig. Maar helaas komt dit zelfs ook bij gelovigen voor. Men denke aan Jakob die – om zo te zeggen zonder met de ogen te knipperen – tegen zijn blinde vader zei: “Ik ben Ezau”, en die daar ook bij bleef, toen zijn vader vertwijfeld vroeg: “Ben jij werkelijk mijn zoon, Ezau?” (vergelijk Genesis 27:18-24). Of Petrus die driemaal betuigde: “Ik ken die mens niet”, en zelfs zichzelf daarbij vervloekte.

Maar het zijn niet vaak zulke openlijke onwaarheden.

Een hapje uit ons repertoire?

  • “Ik heb geen tijd” – hoewel men eigenlijk geen zin heeft …
  • “Ik heb het huiswerk niet gehoord” – hoewel men het eigenlijk vergeten had …
  • “Ik weet het niet” – hoewel men zich alleen maar schaamt om de waarheid te zeggen …

* … de volle waarheid verzwijgen.

Dit is al een neteliger thema. Natuurlijk moet men niet alles tegen iedereen zeggen. Abraham heeft bijvoorbeeld zijn eigen zoon ook niet meegedeeld, dat hij hem binnen enkele uren zou offeren. Zelfs op de vraag: “Waar is het lam ten brandoffer” lichtte hij hem niet in (vergelijk Genesis 22:7-8) – en dit was zeker volledig juist van hem. Zo zal men ook een zieke of een psychisch labiele persoon moeilijk te dragen feiten niet zomaar meedelen.

Maar iets anders is het, wanneer we delen van de waarheid bewust verzwijgen, om de ander daardoor te misleiden. Vaak stellen we onszelf dan nog gerust met de gedachte: “Ik heb immers geen onwaarheid gesproken!” – Helaas geeft Abraham ons hiervan ook een voorbeeld: Bij twee gelegenheden zei hij van zijn vrouw Sara dat zij zijn zuster was (Genesis 12:11-13; 20:1-13). Dat klopte, omdat zij dezelfde vader hadden. Maar hij verzweeg bewust de (volle) waarheid, namelijk dat zij gelijktijdig zijn vrouw was. Hetzelfde geldt voor de vrouw aan de Jakobsbron (Johannes 4), die zei dat zij geen man had – maar zij heeft vele mannen gehad; juist dat verzweeg zij toch, om niet in een slecht daglicht komen te staan. Halve waarheden zijn hele leugens!

Hier weer enkele standaardvoorbeelden uit ons leven:

  • “De bus had vertraging” – ja, maar eigenlijk had men zich verslapen en de juiste en tijdige bus gemist …
  • “Ik kom zo laat naar huis, omdat ik na school nog naar de bibliotheek moest” – ja, maar daarna zat men nog gemoedelijk in de ijssalon …
  • “Ik heb het kookrecept dat ik je beloofd had, helaas niet gevonden!” – omdat men helaas ook helemaal niet gezocht had.

* … de waarheid verkeerd voorstellen.

Dit is nauw met het vorige punt verbonden. De bijbel drukt dit soort van liegen in Psalm 50:19 zo uit: “Uw mond slaat gij in het kwade, en uw tong koppelt bedrog”. Ja, men “vlecht” zijn woorden zo in elkaar, dat men weliswaar niets verkeerds zegt, maar dat de ander het in ieder geval verkeerd begrijpen moet. De uitdrukking “Iemand achter het licht leiden”, past hier heel goed: men laat bewust alleen “gedempt” licht op de ware gang van zaken vallen.

Een voorbeeld uit de bijbel: Toen Jakob zijn oom Laban voorstelde: “Ik zal u zeven jaren dienen, om Rachel, uw kleinste dochter”, antwoordde deze hem eenvoudig: “Het is beter, dat ik haar aan u geef, dan dat ik haar aan een andere man geef; blijf bij mij” (Genesis 29:18-19). Wat kon Jakob uit deze woorden opmaken? Toch zeker niet dat wat Laban stiekum bij zichzelf dacht: “Eerst krijgt hij Lea, de oudere, en daarna krijgt hij Rachel, waarvoor hij mij echter dan nog eens zeven jaren dienen moet!”.

Hiertoe behoren ook overdrijvingen en het iets geringer voorstellen dan het is, afwijkende antwoorden, dubbelzinnige uitspraken en woordzifterijen, om de anderen te bedriegen. Soms vertelt men ook banaliteiten om de gedachten van de toehoorders in een geheel verkeerde richting te sturen.

Wilt u aktuele voorbeelden?

  • “Ik lees regelmatig in de bijbel”. – Dat is toch mooi! – Ja, regelmatig, en wel eenmaal per maand …
  • “Overdrijving: Men vertelt een voorval, maar om deze interessanter voor te stellen, “verzint” men er enkele bijzonderheden bij.
  • “Woordzifterij: “Heb je je moeder vandaag iets van ons gesprek vertelt?” “Nee, hoe kan je nu zoiets denken?” – Precies, het was namelijk gisteren …

* … anders praten dan men denkt of voelt.

In principe geldt dit natuurlijk voor elke bewust verkeerde uitspraak. Hier echter moet speciaal aan huichelen herinnerd worden. Ook voor gelovigen is dit een gevaar, anders zou de bijbel ons niet vermanen: “Legt dan af alle … bedrog, huichelarij …” (1 Petrus 2:1). Wat men daaronder aan de ene kant moet verstaan, illustreert ons zeer aanschouwelijk een vers uit Spreuken: “Het is kwaad, het is kwaad! zal de koper zeggen; maar als hij weggegaan is, dan zal hij zich beroemen.“ (Spreuken 20:14). Hier gaat het er dus om, iets tegen eigen overtuiging in en voor eigen voordeel slecht te spreken. Huichelarij functioneert echter ook andersom, namelijk wanneer men iets – het liefst: zichzelf! – beter voorstelt. Zo huichelden de Farizeeërs (onder andere) met hun woorden. Bijvoorbeeld hielden zij voor de schijn lange gebeden (vergelijk Markus 12:40), zonder dat hun hart er achter stond. Is dat bij ons misschien ook een probleem?

Ook bij de volgende zinswendingen moeten we bij onszelf overleggen, of we het werkelijk altijd ernstig menen:

  • “Je ziet er vandaag weer stralend uit!”
  • “Graag gedaan!”
  • “Ik verblijd mij over je telefoontje!”
  • “Dank u wel. Het eten smaakt mij zeer goed!”

Men moet zeker huichelarij niet verwisselen met ironi, waar men immers ook iets anders zegt, dan men meent. Het onderscheid bestaat daarin dat men het stijlmiddel van de ironie daartoe benut, om anderen te misleiden, maar integendeel om iets in het bijzonder duidelijk te maken – helaas vaak op kwetsende wijze.

* … zich bedriegelijk gedragen.

Vaak liegen wij “zonder woorden”. Alleen dat wat wij doen, kan namelijk al een leugen of huichelarij zijn. Laten we ons afvragen: drukken onze handelingen, onze gebaren en onze gezichtsuitdrukking altijd dat uit, wat in ons hart is?

Een treurig voorbeeld hiervoor leveren Ananias en Saffira (Handelingen 5:1-11). Zij hadden een akker verkocht en legden een deel van het geld voor zichzelf aan de kant. De rest bracht Ananias naar de apostelen. Merkwaardig genoeg bericht de bijbel niet, dat hij daarbij iets gezegd heeft. Ondanks dat verwijt Petrus hem terecht God bedrogen te hebben (vers 3). Hoezo? Openbaar was bekend geworden dat zij de akker verkocht hadden, en nu dacht iedereen: “Ananias brengt al het geld naar de apostelen; hoe mooi!” En precies dat doel wilde hij bereiken.1

Verdere voorbeelden zijn David, die bij de Filistijnen met zijn verstand zich anders voordeed dan hij was (vergelijk 1 Samuël 21:12-16), en Judas Iskarioth, die de Heer Jezus met een kus verrried. Ook wanneer wij beide dingen nooit deden: stellen wij ons niet ook vaak dom voor, om ons werk of ergernis te besparen? Of stellen wij ons ook niet vaak (over)vriendelijk voor, om een of ander egoïstisch doel te bereken?

En hoe ziet het er met de volgende varianten uit?

  • Men moet een opracht uitvoeren. Men maakt zich direct klaar om aan het werk te gaan. Doch nauwelijks is men buiten het gezichtsveld of de ijver is plotseling weg.
  • Een korte blik op de afgeslotenheid van de buren – en de oplossing van de taak wordt aan zichzelf toegeschreven.
  • Een dieptreurig gezicht over de fouten of het ongeluk van een ander – maar in het hart een vreugde van leedvermaak.

* … zichzelf bedriegen.

Zelfbedrog moet, naar men zegt, de meest voorkomende soort van leugen zijn. Wetenschappers scharen hieronder in het bijzonder de natuur van de mens, hem onoverwinnelijk schijnende problemen eenvoudig te verdringen. Zonder dit “beschermingsmechanisme” zou de mens in voortdurende depressies vervallen, zeggen ze.

Als Christen moeten we dat toch wel anders zien. We verdringen onze problemen niet gemakkelijk, maar maken het zo, zoals de zonen van Korach: “Als zij door het dal der moerbeziënbomen doorgaan, stellen zij Hem tot een fontein” (Psalm 84:7) – tenminste dat zou zo moeten zijn! We nemen problemen serieus, maar leveren ze bij God af en geven Hem daarmee aanleiding, ons Zijn genade te tonen en te helpen. Wanneer wij onze zorgen op God werpen, is dat dus geen zelfbedrog, maar een geloofsdaad!

Maar de bijbel kent ook echt zelfbedrog, en daar gaat het hier om. Stemmen de volgende verzen niet tot nadenken?2

  • “Want als iemand meent iets te zijn, terwijl hij niets is, dan misleidt hij zichzelf” (Galaten 6:3).
  • “Laat niemand zichzelf bedriegen. Als iemand onder u meent wijs te zijn in deze eeuw, laat hij dwaas worden, opdat hij wijs wordt” (1 Korinthe 3:18).
  • “En weest daders van het woord en niet alleen hoorders, anders misleidt u zichzelf” (Jakobus 1:22).
  • “Als wij zeggen dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en de waarheid is niet in ons” (1 Johannes 1:8).
NOTEN:
1. Anders was het bij zijn vrouw. Zij werd duidelijk over het voorval ondervraagd en loog toen met haar woorden (vers 8).
2. Accenten van de vertaler.

Wordt D.V. vervolgd.

Egbert Brockhaus, © Folge mir nach

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol