2 jaar geleden

Jesaja 38 vers 16 en 17 – Verdwaald in de catacomben …

“Heere, … want Ú hebt mijn ziel lieflijk omhelsd, van het graf van de ontbinding vandaan gehaald. Want U hebt al mijn zonden achter Uw rug geworpen”.

Het leger van Napoleon had Rome bezet. Op een dag daalde een groep officieren af in de catacomben, de ondergrondse begraafplaats van de oudheid. Veel christenen waren er begraven, en in de tijd van de vervolging van de christenen werden er diensten gehouden. Daar waar eens geestelijke liederen hadden weerklonken, wilden mensen feestvieren, drinken en zichzelf vermaken.

Een bijzonder brutale en avontuurlijke officier wilde de donkere tunnels verkennen, waar niemand dat zonder gids waagde. Hij beweerde dat hij God noch de duivel vreesde, omdat hij in geen van de twee geloofde. Ondanks alle waarschuwingen zette hij door, dwalend bij kaarslicht, en verloor uiteindelijk zijn weg in die donkere doolhof.

Hij had God verworpen, maar God had hem niet opgegeven. De volgende morgen werd een zoektocht ondernomen. Na enkele dagen vonden zij de officier bijna dood van uitputting.

Een ernstige ziekte was het gevolg van zijn lichtzinnigheid. Maar God herstelde hem en deed zelfs meer. Hij maakte het geweten van de man wakker, waardoor hij zich bewust werd van zijn zonden. Dus de voormalige spotter kwam tot geloof in die Ene, die hij zo vaak had bespot: de Heer Jezus Christus.

Zeven jaar later kwam deze officier om in een veldslag. Tussen zijn bezittingen werd een bijbel gevonden waarin men duidelijk kon zien dat hij er regelmatig in gelezen had.

© The Good Seed

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol