12 jaar geleden

Uit de schat(kist)kamer van een Christen!

De aktuele boodschap van dit artikel is ook voor onze huidige eeuw een echte uitdaging. De hier afgedrukte tekst is uit een werk, dat voor het grootste deel intussen uitgegeven is … Graag hebben de mensen een gemakkelijk te hanteren doeltreffend middel, zoiets als een receptenboek, om de wil van God te onderscheiden.

Wij bladeren in de literatuur van onze vaderen …

De actuele boodschap van dit artikel is ook voor onze huidige eeuw een echte uitdaging. De hier afgedrukte tekst is uit een werk, dat voor het grootste deel intussen uitgegeven is.

Hoe men de wil van de Vader herkent

Onze geestelijke toestand

Veracht een kind gewoonlijk zijn vader, en geeft het zich geen moeite om zijn mening en zijn wil te leren kennen, kan men eenvoudig voorzien, dat dit kind niet in staat is te verstaan, wat zijn of haar vader vreugde geeft, wanneer hem een moeilijkheid op de weg komt. Er zijn bepaalde dingen in ons leven, waarover God ons slechts algemene principes gegeven heeft, opdat de zieletoestand van de individuele persoon geproefd wordt. Nemen we verder als voorbeeld de verhouding van een vrouw tot haar man. Wanneer zij het gevoel en de geest van een echtgenote heeft, is het waarschijnlijk, dat zij geen ogenblik in het ongewisse is, wat voor hem aangenaam is; en dat ook in een aangelegenheid, waarin haar man geen uitdrukkelijke wens geuit heeft.

Graag hebben de mensen een gemakkelijk te hanteren doeltreffend middel, zoiets als een receptenboek, om de wil van God te onderscheiden. Er is geen middel het vast te stellen, zonder dat het betrekking heeft op de toestand van onze eigen zielen.

Soms proberen we ook de wil van God te onderscheiden in omstandigheden, waarin Gods enige wil voor ons is, helemaal niet daar in gevonden te worden, maar door een levend geweten gewerkt, deze direct te verlaten. We bevinden ons op een zelfgekozen weg, en ondanks dat willen we graag de genoegdoening genieten, door God geleid te worden. Deze instelling is helaas wijd verbreid.

Wees er zeker van, dat je niet in het ongewisse zult blijven aangaande de wil van God, wanneer je dicht genoeg bij Hem bent. Daarbij kan het voorkomen, dat ons God in Zijn liefde Zijn wil niet altijd direct openbaart, opdat wij onze afhankelijkheid voelen, in het bijzonder daar, waar de individu daartoe neigt, naar zijn eigen wil te handelen. U kunt u niet van deze morele wet van het Christendom vrijmaken. “Daarom houden ook wij, van de dag af dat wij ervan gehoord hebben, niet op voor u te bidden en te vragen, dat u vervuld mag worden met de kennis van Zijn wil, in alle wijsheid en geestelijk inzicht, om de Heer waardig te wandelen tot al Zijn welbehagen, terwijl u in alle goed werk vrucht draagt en opgroeit door de kennis van God” (Kolosse 1:9-10). De wederkerige verbinding van deze dingen is voor de ziel geweldig belangrijk. Men moet de Heer zeer goed kennen, wanneer men waardig de Heer wandelen wil. Zo zullen wij ook in de kennis van Zijn wil groeien. “En dit bid ik, dat uw liefde nog meer en meer mag overvloeien in kennis en alle inzicht, om te beproeven wat het beste is, opdat u zuiver en onberispelijk bent tegen de dag van Christus” (Filippi 1:9-10).

Dus is het de wil van God, dat wij alleen in overeenstemming met onze eigen geestelijke toestand in staat zijn, Zijn wil te onderscheiden. Onze opdracht is het, ons dicht bij Hem op te houden. God zou niet goed voor ons zijn, wanneer Hij ons toe zou staan, zonder deze voorwaarden zijn wil te onderkennen. Het moet gemakkelijk zijn, eenvoudig een leidraad voor het geweten te hebben, want op deze weg blijft ons de kennis van onze morele toestand bespaard. Een Christen is over een beslissing in twijfel en onzekerheid. Een andere, geestelijker dan hij, heeft over deze vraag volkomen duidelijkheid. Hij is over de onzekerheid van de andere verrast, omdat hij geen moeilijkheid ziet, maar uiteindelijk begrijpt hij, dat de twijfel van de ander alleen in de toestand van zijn ziel haar oorsprong heeft. “Want hij bij wie deze dingen niet zijn, is blind, kortzichtig …” (2 Petrus 1:9).

Leiding door omstandigheden

Wat omstandigheden aangaat, zo geloof ik, dat men zeker door haar geleid kan worden. De Schrift zegt dat duidelijk in Psalm 32:9: “… welk muil men breidelt [bedwingt] met toom en gebit”. In tegenstelling daarmee staat echter de belofte en het voorrecht van hem (haar), die geloof heeft. “Ik zal u onderwijzen, en u leren van de weg, die gij gaan zult; Ik zal raad geven, Mijn oog zal op u zijn” (Psalm 32:8). God, Die trouw is, heeft ons de belofte gegeven, ons direct de weg te tonen. Zijn wij dicht genoeg bij God dan verstaan wij Hem door een enkele wenk. Hij waarschuwt ons ervoor, als een paard of muildier te zijn, dat geen verstand van de wil en gedachten en wensen van zijn meester heeft, maar met toom en bit bedwongen (teruggehouden) moet worden. Ongetwijfeld is deze beteugeling nog beter, dan zich te verzetten tegen Hem, Die ons in toom houdt. Maar het is een treurige toestand, wanneer wij door omstandigheden geleid worden. Van Gods kant uit gezien is het ongetwijfeld genadig, zo te handelen, maar zeer betreurenswaardig voor ons.

Beslissingen in levenssituaties

Hier moet een onderscheid gemaakt worden tussen de beslissing, wat iemand in bepaalde omstandigheden te doen heeft, en de leiding door omstandigheden. Wie zich door omstandigheden laat leiden, is in het donker wat betreft het kennen van de wil van de Heer. In zulk handelen ligt absoluut geen morele kracht, want het zijn uitwendige krachten, die een bepaald handelen noodzakelijk maken.

Nu kan het goed mogelijk zijn, dat ik vooraf niet weet, wat ik doen moet. Ik weet niet in welke omstandigheden ik komen zal, en dus kan ik geen beslissingen nemen. In dat moment echter, waar de omstandigheden intreden, onderken ik met volle overtuiging de weg volgens de gedachten van God en volgens de bedoeling van de Geest. Dat betekent niet, door omstandigheden geleid te zijn, maar daarin door God geleid te worden. Zijn wij dicht genoeg bij God, dan zullen wij in staat zijn ogenblikkelijk te onderscheiden, wat wij doen moeten, zodra de omstandigheden ingetreden zijn.

Leiding door indrukken en gevoel

Wat persoonlijke indrukken of gevoelens betreft, ben ik er zeker van, dat God dit in onze geest tevoorschijn roept en bewerkt. In zo’n geval zal ons de juistheid en het morele karakter van de zaak zonneklaar zijn. Op deze wijze laat God ons de belangrijkheid van een opdracht voelen, die daarvoor misschien volkomen door vooringenomenheid door een bepaalde wens verborgen was. Gevoelens die van God komen, blijven niet onbestemde gevoelens. Als God deze tevoorschijn geroepen heeft, zijn ze normalerwijze duidelijk. Vandaar twijfel ik er niet aan, dat God vaak in onze geest bepaalde indrukken bewerkt, wanneer wij met Hem wandelen en op Zijn stem acht geven.

Hindernissen op onze weg

Wanneer men erover spreekt, dat satan hindernissen tegen ons opstelt, betekent dat niet, dat God deze hindernissen niet toegelaten zou hebben, om ons tot nut te zijn.

Wanneer ik in de volle zekerheid van de wil van God handel, is het duidelijk, dat hindernissen die mij in de weg staan, slechts een beproeving voor het geloof zijn, die mij niet moeten kunnen tegenhouden. Want wanneer wij ons op onze weg niet dicht genoeg bij God ophouden, zal ons het geloof ontbreken, dát uit te voeren, waarvoor wij genoeg geloof hadden, het te onderkennen. Zeker kan God ons, wanneer wij eigenwillig en achteloos in de wandel zijn, in Zijn barmhartigheid door een hindernis, dat ons ophoudt, waarschuwen, in zoverre wij daarop acht geven. God mag toelaten, dat satan daar, waar veel arbeid en bezigheid is, hindernissen in de weg stelt, opdat wij in de afhankelijkheid van de Heer blijven. Wanneer wij niet waakzaam zijn en ons van God verwijderen, brengt satan ons schade aan. In het andere geval is de inwerking van satan slechts een geloofsproef, om ons voor een strik of het gevaar van de trotsheid te waarschuwen. Het is een instrument in de hand van God om ons te corrigeren.

Grondbeginselen, die ons goed leiden

Laten we nu onderzoeken, of de Schrift ons niet enkele principes meedeelt, die van toepassing zijn om ons goed te leiden. Voorwaarde daarvoor is enkel en alleen een duidelijke, geestelijke gezindheid. De regel, dat wij dat zouden moeten doen, wat de Heer Jezus in deze of gene omstandigheid gedaan zou hebben, is voortreffelijk, waar en wanneer zij toegepast kan worden. De vraag is echter, of wij vaak in de omstandigheden zijn, waarin de Heer gevonden werd.

Vervolgens is het vaak nuttig, zichzelf af te vragen, vanwaar bij mij deze of gene neiging of zo’n gedachte opkomt, het ene of andere te doen. We hebben vaak vastgesteld, dat alleen deze vraag meer dan de helft van alle moeilijkheden, waarmee Christenen te maken hebben, beslist. Want “Hij zal de zachtmoedigen leiden in het recht, en Hij zal de zachtmoedigen Zijn weg leren” (Psalm 25:9).

Denk steeds eraan, dat de wijsheid van God ons in de weg van Zijn wil leidt, wanneer echter onze eigen wil werkzaam is, kan God niet met ons zijn. Dat is het meest wezenlijke. Het is het geheim van het leven van Christus. We kunnen er zeker van zijn, dat God meer in ons doet als wij voor Hem. Wij doen alleen inzoverre iets voor Hem, als Hijzelf het in ons bewerkt heeft.

(verkorte samenvatting)

J.N. Darby

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol