2 jaar geleden

Toen de Tsunami kwam …

Een aangrijpende gebeurtenis die ons aan het eind van dit jaar ertoe brengen kan om ons leven aan de Heer Jezus over te geven, alsmede Hem meer toe te wijden. Laten we daar eens over nadenken … {Frisse Wateren – 18 dec. 2015}.

August van Ryn werd geboren in mei 1890 in Nederland en emigreerde als jongeman naar Amerika. Daar bekeerde hij zich op de leeftijd van 20 jaar. Vijf jaar later ging hij full-time in de dienst van zijn Heer. Hij predikte met grote zegen het evangelie en onderwees gelovigen in heel Amerika. Hij werkte 14 jaar lang ook op de Bahama’s en de omliggende eilanden, waar hij ook zijn vrouw Persis Melrose Roberts leerde kennen, met wie hij vijf kinderen kreeg. Hij schreef vele boeken, artikelen en traktaten. Op 24 februari 1982 ontsliep hij en ging in vrede naar zijn Heer.

Broeder Van Ryn had een zeer goede kennis van Gods Woord. Aangezien hij op jonge leeftijd zich zorgen moest maken zijn gezichtsvermogen te verliezen, leerde hij het hele Nieuwe Testament en grote delen van het Oude Testament uit zijn hoofd. Naar zijn mening kostte dit uit het hoofd leren niet zo veel tijd, omdat je daar de vaak ongebruikte tijden (zoals busreizen etc.) heel goed voor kan gebruiken en je jezelf het veelvuldig raadplegen van de concordantie bespaart.

Maar nu het tsunami-bericht, wat vrij vertaald werd uit de autobiografie van August Van Ryn (“60 Years In His Service”). De van Ryns maakten de tsunami in 1926 mee in Marsh Harbour, een stad op het eiland Abaco, de tot de Bahamas behoort.

We hadden prachtig weer in oktober, zoals meestal het geval is op deze eilanden. De avond voordat alles vernietigd werd, was het een mooie, rustige avond. We hadden een aantal vrienden op bezoek, en toen we naar de prachtige volle maan omhoog keken en de zachte bries van de oceaan voelden, zeiden we tegen elkaar: “Vannacht zal er vast geen  orkaan komen”. Want we hadden van iemand gehoord dat er een orkaan naderde. We gingen rustig naar bed maar werden tegen middernacht door het geluid van de wind gewekt, toen het natuurgeweld op onze stad toerolde. De windkracht nam meer en meer toe, tot de orkaan bijna 130 km/h had bereikt, zoals we later ervaren zouden. Ons huis was stabiel gebouwd (ik had het met mijn eigen handen gebouwd en wist, dat het solide was en een goed fundament had, net als bijna alle huizen in de stad). De mensen daar waren gewend aan orkanen en bouwden daarom hun huizen stabiel en veilig op goede, sterke fundamenten. Normaal gezien  brengt  een orkaan meestal veel regen met zich mee, en toen de storm die nacht aanzwol, sloeg het de regen door ons dak heen, zodat de bovenste gang en aansluitend de kamers daaronder volledig doorweekt werden, waardoor ik een groot deel van de nacht doorbracht met te redden wat er te redden viel. Maar het huis stond vast.

In de ochtend beleefden we een totale stilte. Het was werkelijk een mysterieus gevoel – deze complete stilte slechts enkele seconden na deze razende storm. Ik zei tegen mijn vader, die zijn hele leven op dit eiland gewoond had: “Wat betekent deze plotselinge stilte?” Hij antwoordde: “Het betekent dat we nu precies in het midden – in het oog van de storm – zijn. Hij beweegt zich met ongeveer 10 km/h of zoiets vooruit, en zal binnen enkele minuten terugkeren, en wel uit de tegenovergestelde richting”. Toen zei ik tegen hem: “Als de storm terugkeert, zal hij dit keer vanaf de oceaan komen (want tot dusver kwam hij vanuit het land); zal hij dan niet de zee met zich meebrengen”? “Oh nee”, antwoordde hij “we hebben tot nu toe nog nooit een grote overstroming meegemaakt; misschien zal er een paar centimeter water komen, maar meer niet”. Maar deze keer kreeg hij ongelijk. Hij had tot dan toe nog nooit een vloedgolf leren kennen, maar op deze morgen maakten we het allemaal mee.

Ons huis was vlak aan het water gebouwd, weliswaar niet aan de zee zelf, maar aan een van de zijrivieren, die tot bijna ongeveer 3 km afstand van de oceaan stroomden. Maar juist daar vandaan – vanaf de Atlantische Oceaan – kwam de vloedgolf aangerold en bereikte uiteindelijk onze stad als een muur van water, ongeveer 1,80 meter hoog. Ze sloeg tegen ons huis, drong door de voordeur en de ramen en rukte een deel van een aanbouw van het huis mee, dat ik onlangs had gebouwd. Nu stond het water ongeveer 60 tot 80 cm in onze woonkamer. Het was te diep voor ons om met onze kleine kinderen daar te blijven, dus gingen we samen de trap op die ons naar de eerste verdieping leidde. Daar waren we toen met onze vier kleine kinderen en wisten niet wat we moesten doen; maar we konden bidden en dat deden we.

Ik had onze baby, Eleanor Pearl uit de armen van een jonge vrouw, die op dat moment bij ons woonde, genomen, terwijl de andere drie kinderen tussen ons in stonden. En toen, een paar minuten later, brak de echte vloedgolf over ons uit. We konden het gevaarlijke bruisen al horen voordat we het zagen. Het was een muur van water, dat zich ongeveer zes meter hoog voor ons opstapelde. Toen mijn vrouw en ik zagen hoe ze over ons en ons huis vielen, gaven we elkaar een kus, en ik zei tegen haar: “Het allerbeste schat, we zullen elkaar weerzien in de heerlijkheid”. Dat was alles wat we op dit moment verwachtten; het leek onmogelijk dat iemand van ons nog aan de dood kon ontsnappen. De golf brak over het huis heen en scheurde het in kleine stukjes. Ikzelf werd kennelijk door het glazen raam bij de trappen waar we stonden gegooid, want mijn benen liepen diepe snijwonden op. Ik kwam weer bij bewustzijn, toen ik op een stuk puin lag. Blijkbaar was ik flauwgevallen – en had ons geliefde kindje verloren. Toen ik weer bij bewustzijn kwam, zag ik mijn vrouw in de kolkende vloed buiten het huis, met de drie kinderen die zich aan haar vastklampten. Mijn vrouw klampte zich vast aan wrak- en brokstukken van huizen en boten, die rondom hen heen dreven. God zij dank, ze waren allemaal in leven en leken ongedeerd! Ik liet me van het stuk puin glijden, waarop ik lag, en werd op de door de wind opgezweepte zee naar haar toe gedragen – eindelijk waren we weer samen.

Toen probeerden we zo goed als we konden om de kinderen tussen ons in te brengen. Het is fascinerend om te zien hoe makkelijk kinderen kunnen omgaan met een dergelijke ramp. Zolang we met hen samen waren, waren ze zelfs niet eens in paniek. Toen ik me dat later herinnerde, realiseerde ik me hoeveel te meer we eigenlijk op onze hemelse Vader moeten vertrouwen. Ik bad hardop toen we heen en weer werden geslingerd, dat het God zou mogen behagen om ons te sparen, en we dankten Hem ervoor, hoe wonderbaar Hij ons tot dan toe had bewaard. Ik bad dat het misschien toch Zijn wil zou mogen zijn, om ons hier veilig doorheen te brengen. Juist toen ik klaar was met het gebed, dreef het dak van een huis langs ons. De spanten van de eerste verdieping waren bloot gelegd – daarom beurde ik het ene kind na het andere erop en zei hen plat te gaan liggen. Op deze manier bracht ik hen min of meer in veiligheid voor al de wrakstukken die in het rond vlogen.

Aangezien er nu minder gevaar van verdrinking bestond, voelden we ons een beetje veiliger. En toen zei onze oudste dochter Lorraine: “Papa, bid nog eens, de Heer heeft ons ditmaal verhoord”. Een poosje later, toen we eigenlijk nog steeds in gevaar waren, zei Elliot: “Papa, waar gaat u nu het volgende huis bouwen?” Kinderen worden niet zo snel ontmoedigd!

Toen we nu onder het dak van dit weggedreven huis lagen, besefte ik hoe erg de sneden op mijn been eigenlijk waren. Ik bloedde hevig; waarschijnlijk waren de hevig bloedende wonden er schuldig aan dat ik eerder het bewustzijn verloor. Mijn vrouw rukte haar onderrok af en bond het zo strak mogelijk rond mijn been om het verlies van het bloed te stoppen. Later waren er 38 hechtingen nodig om de snijwonden te hechten. Na enige tijd dreef de sterke storm de wrakstukken, waarop we lagen, naar iets hoger gelegen grond en het dak was vast gaan zitten in het midden van een steile heuvel tussen andere wrakstukken.

Terwijl we tussen de spanten van het dak gevangen zaten en heen en weer geworpen werden, begon de vloedgolf verder te stijgen en moesten we van de onderkant van het dak tot aan de bovenkant kruipen, om ons hoofd en die van onze kinderen boven water te houden. Tot slot moesten we de hoofden van de kleintjes zo hoog houden, dat zij direct onder het dak waren en het leek erop alsof we op elk moment verdrinken zouden. En toen, toen het op zijn ergst was, hoorden we een ongelooflijke crash en de bovenverdieping van het huis van mijn schoonvader (waarin zich de moeder van mijn vrouw nog bevond) knalde op het dak, waaronder wij ons bevonden. Het dak brak uit elkaar en zo was het voor ons mogelijk om eruit te kruipen. Nu begrepen wij, waarom het water moest stijgen en ons ertoe brengen moest ons naar het hogere einde te begeven. Als we aan de andere kant gebleven waren, zouden we allen doodgedrukt geweest zijn, want het huis boven ons drukte het dak, waaronder wij geweest waren, plat. Met verbazing en vreugde beseften we deze morgen dat onze God ons tweemaal van de dood had gered – eerst voor de zee, en nu op het land. Hoe hebben we Zijn heerlijke naam geprezen – toen en later ook!

Onze lieve kinderen hadden zelfs nog niet eens een blauwe plek gekregen, maar mijn vrouw en ik waren daarmee van top tot teen bedekt. We hadden de kinderen tussen ons ingehouden, om hen tegen elk gevaar te beschermen. We zeggen dit niet uit trots, maar in nederige dankbaarheid aan onze God.

Het is bekend dat zulke vloedgolven na enige tijd terugwijken naar waar ze vandaan komen en meestal een sterke stroming met zich mee brengen. Deze vloedgolf nu nam elk bezit met zich mee, dat we ooit gehad hadden; we zagen nooit ook maar enig deel terug. Ik had het huis gebouwd, had weken daaraan besteed om het te verbouwen en aan te bouwen, en nu verdween alles in uitgerekend slechts 15 seconden!

Deze geweldige ervaring maakte een diepe indruk op mijn vrouw en mij en bracht ons een rijke geestelijke zegen. Als alles wat je ooit bezat in minder dan 15 seconden van je afgenomen wordt (of in het geval van uw overlijden daarvan weggenomen wordt), wat levert het je dan op, je hart aan aardse dingen te hangen? We besloten toen – en hebben sindsdien met Zijn hulp geprobeerd het steeds weer te doen – met het oog op de eeuwigheid te leven en onze gedachten op de hemelse dingen te richten, waar Christus zit aan de rechterhand van de Vader. Natuurlijk, we voelden diep het verlies van onze geliefde dochter Pearl Eleanor, maar ons is dit alles toch in geestelijke zin rijkelijk tot zegen geworden. God heeft ons ook de volgende jaren op vele wijzen gezegend. Onze God wil dat we onze lessen niet alleen uit de Bijbel, maar ook door persoonlijke ervaring leren, zodat we weten dat het inderdaad waar is, als God zegt dat degenen die Hem liefhebben “alle dingen meewerken ten goede” (Rom. 8:28).

Het is al eerder gezegd, dat het enige “materiaal”, dat u naar de hemel mee kunt nemen, uw kind is. Dus loont het als u royaal investeert in uw gezin en ervoor “zorgt”, dat ze de eeuwigheid met God met u doorbrengen. We zullen onze geliefde kindje eens weerzien – in Zijn tegenwoordigheid. Dus vergeet niet uw geld, en zelfs uw leven en talenten, voor Zijn dienst ter beschikking te stellen. Gods Woord zegt in Mattheüs 6 dat we onszelf schatten in de hemel moeten verzamelen, waar noch mot noch roest ze verderft, noch dieven inbreken en stelen … De beloning zal hemels van natuur zijn – rijk, eeuwig, diepe vreugde en eer en heerlijkheid. God betaalt enorme belangstelling voor het investeren in zijn bank – honderdvoudig uit. Maar, zoals we al hebben gezegd, zijn er “materiële” schatten op aarde – uw kinderen. U kunt hun vreugde in de hemel eenmaal meemaken, wanneer u hen hier op aarde al de Heer Jezus voorstelt. Dan zullen ze Hem meer en meer leren kennen en liefhebben en in de toekomst bij Hem in de hemel zijn.

August van Ryn, © Bibelstudium.de

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, R. Mol