11 jaar geleden

Stefanus (8)

De opening van Uw woorden geeft licht

(Psalm 119 vers 130a)

Les 8

Enkele praktische tips:
• Neem alle gevraagde Bijbelverzen over – schrijf ze op in een speciaal Bijbelstudie-schrift – maar óók de plaats waar ze staan. Dit is om zelf te leren en te onthouden, alsmede voor eigen gemak en de duidelijkheid.
• Leer bij elke les een Bijbeltekst en stuur de les niet eerder op voordat u de tekst kent. Als u het mocht overkomen dat u – net als vele van onze medebroeders- en zusters in China en Noord-Korea – door vervolging niet meer de beschikking hebt over een Bijbel, dan hebt u toch het Woord “paraat”.
• U/je mag altijd vragen stellen, ook over andere onderwerpen dan in deze lessen. Uw/jouw vragen worden discreet behandeld.
• bepaal zelf het tempo maar maximaal één les per 14 dagen mailen.
• Hoe kan ik deelnemen aan deze cursus? Zie onderaan deze les.

Beste cursist(e),

In deze laatste les over personen in de Bijbel, willen we het eerst hebben over Stéfanus. Van hem lezen we ook in het bijbelboek Handelingen. De apostelen hebben het heel druk gekregen met allerlei werk. Zij hebben haast geen tijd meer om het geld eerlijk onder de arme gelovigen te verdelen en daardoor komt er een beetje ontevredenheid. Dat klopt niet, vinden ze. Daarom .worden er mannen uitgekozen om hen te helpen. En één van hen is: Stéfanus.

Vraag 1.

Lees eens Handelingen 6:5. Stéfanus was

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

Dat is fijn als dat van je gezegd kan worden! Hij is dus iemand die helemaal op de Heere vertrouwt en alleen doet, wat Hij wil!
Lijk jij ook een beetje op Stéfanus? Of vind je het moeilijk om zo te zijn? Dat kan ik me goed voorstellen. Daarom: Vraag dat dan maar elke dag aan de Heere of Hij je daarbij wil helpen.

Ook naar Stéfanus wil men niet luisteren. En op een dag wordt hij gevangen genomen. Er zijn mannen, die hem vals beschuldigen. Aan Stéfanus wordt gevraagd of het waar is, wat die mannen zeggen. Maar daar geeft hij geen antwoord op. Hij begint te vertellen over Abraham, Mozes en andere leiders van vroeger. Zo vertelt hij de hele geschiedenis van het volk Israël. En aan het eind van zijn verhaal zegt hij: “Wie van de profeten hebben uw vaderen niet vervolgd? En zij hebben hen gedood, die tevoren de komst van de Rechtvaardige aankondigden, van Wie u nu verraders en moordenaars bent geworden” (Handelingen 7:52).
Met ‘de Rechtvaardige’, bedoelt hij de Heere Jezus.
Hij praat dus helemaal niet over wat men van hèm zegt, maar hij beschuldigt zijn aanklagers en allen die bij hen staan. Want zij hebben eigenlijk de Heere Jezus gedood! En als ze dát horen, worden ze ontzettend boos! Maar Stéfanus trekt zich daar niets van aan.

Vraag 2.

Wat zegt hij in Handelingen 7:56?

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

De Heere toont Stéfanus iets van de hemel. Hij staat als het ware klaar om Stéfanus daar binnen te laten. En … Stéfanus mag die dag ook bij Hem komen. Want de Heere weet precies wat er gaat gebeuren. Hij weet dat de mannen die naar Stéfanus luisteren zo kwaad zullen worden, dat ze niets meer van hem willen horen. Zij grijpen Stéfanus en brengen hem buiten de stad. Daar gooien ze hem net zo lang met stenen, totdat hij sterft. Verschrikkelijk dat ze dat gedaan hebben! Maar voor Stéfanus is het veel beter geworden! Hij mag nu voor altijd bij de Heere zijn!
Ook weet de Heere van ons wat er gaat gebeuren en wat Zijn plannen met ons zijn. Denken we daar wel eens aan? Het gaat met ons niet allemaal zo als met Stéfanus, maar Stéfanus is voor ons een geweldig voorbeeld. In die zin, dat wij ook wat er ook gebeuren gaat, ons oog op Hem mogen richten en op Hem alleen mogen vertrouwen. Dan komen wij zeker niet beschaamd uit!!

Vraag 3.

Vlak voordat Stéfanus sterft, zegt hij nog een paar woorden. Die kun je lezen in Handelingen 7:60. Wil je eens opschrijven wat hij gezegd heeft?

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

Vraag 4.

Hij had zelfs toen nog medelijden met zijn moordenaars en vraagt vergeving voor hen! Wie heeft ook zoiets voor Zijn moordenaars gevraagd? (als je het niet weet, mag je kijken in Lukas 23:34).

…………………………………………………………………………………………………

In Handelingen 8 lezen we over iemand anders, die ook de Heere Jezus kent: Filippus.
Hij vertelt over de Heere aan de mensen in de stad Samaria. Maar er is nog iemand die óók van de Heere moet horen!
Een man is op reis van Jeruzalem naar Gaza. Hij zit in zijn koets en leest in het boek Jesaja. Maar hij snapt er niets van. De Heere stuurt Filippus naar hem toe. Lees maar in Handelingen 8:26-40.
Die man is de kamerling uit Morenland (een land dus waar mensen wonen met een zwarte huidskleur. Dit land is Ethiopië in Afrika, waar ook anno 2006/2007 nog zoveel onlusten zijn i.v.m. de heerszucht van de Islam, een afgodische religie). De kamerling is een heel belangrijk man; hij is de schatbewaarder, iemand die alle geldzaken regelt. Wij zouden zeggen: de minister van financiën.

Als Filippus de koets ziet, weet hij dat de Heere wil, dat hij naar die man toegaat. Hij hoort dat de kamerling iets leest uit Jesaja.

Vraag 5.

Wat vraagt Filippus aan de kamerling?

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

De kamerling zegt: ‘ik begrijp er niets van’. En hij vraagt of Filippus het hem wil uitleggen. Dat is fijn! Nu kan hij met die man over de Heere Jezus praten! En dat doet hij ook! En wij?

Grijp toch de kansen,
door God u gegeven.
Kort is uw zijn hier …

Vraag 6.

Schrijf de tekst op, die de man heeft gelezen.

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

Het is een aanhaling uit Jesaja 53:7-8. De kamerling heeft blijkbaar de beschikking over dit boek (waarschijnlijk boekrol), dat hij misschien wel in Jeruzalem verkregen heeft. Met het ‘schaap’ en het ‘lam’ wordt de Heere Jezus bedoeld! Hij is eigenlijk óók geslacht (gestorven op het kruis) en Hij heeft niet geklaagd. Maar weet je wat zo fijn is? De Heere Jezus is ook weer opgestaan! Hij is weer levend geworden! Daarmee heeft God aan de mensen laten weten, dat ieder die in Hem gelooft nu geen straf meer krijgt, want de Heere droeg die straf. Als je dát gelooft ben je voor altijd gelukkig. Dat lezen we ook van die man uit Ethiopië.

Vraag 7.

Wat lezen we van hem in vers 39?

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

Telkens als over de Heere Jezus verteld wordt, dan zijn er die geloven, maar ook die niets van Hem willen weten. Daarover lezen we vaak in de Bijbel en je hebt dat ook in deze lessen kunnen zien. De Heere bestuurt ons leven. Hij heeft alles in de hand. Ook al snappen wij soms niet, waarom bepaalde dingen ons overkomen. De Heere heeft met alles een bedoeling. Dat heb je gezien bij Filippus, Stéfanus, Petrus en noem maar op. De Heere wil dus in de eerste plaats dat wij Hem in alles gehoorzamen en dat we Zijn wil doen. Maar ook, dat wij door ons doen en laten aan anderen laten zien, dat we bij de Hem horen.
Het is immers geweldig fijn als je de Heere kent. Dat geeft een geweldige rust en blijdschap in je hart! Dat is iets dat je alleen maar kunt vinden bij Hem, Die vrede gemaakt heeft door het bloed van Zijn kruis.

Timotheüs was ook iemand die dat zeker wist. En … anderen merkten dat aan hem. Want Paulus schrijft aan hem:
“Als ik mij in gedachtenis breng het ongeveinsd (dat is: ècht en puur, niet maar doen alsof) geloof, dat in u is, het welk eerst gewoond heeft in uw grootmoeder Loïs, en in uw moeder Eunice; en ik ben verzekerd, dat het ook in u woont” (2 Timotheüs 1:5). Fijn, als dat van je gezegd kan worden. Dat je oma en je moeder geloofd hebben is iets waar je heel dankbaar voor mag zijn, maar … als dat geloof ook in jou is, is dát voor jou het belangrijkste!

Vraag 8.

Timotheüs was nog een kind, toen hij al geloofde. Lees maar na in 2 Timotheüs 3:15. Waarvan heeft hij van jongs af aan geweten?

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

Hij was ook nog jong toen hij aan anderen over de Heere vertelde.

Vraag 9.

Wat zegt Paulus tegen hem in 1 Timotheüs 4:12?

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

Hoe oud Timótheüs toen precies was, weten we niet, hij was in elk geval nog jong. En hij moest door woord en wandel, dus door wat hij zei en wat hij deed een voorbeeld voor anderen zijn. Dát kun jij ook! Jij kunt ook aan anderen laten zien dat je de Heere liefhebt. Door wat je zegt en wat je doet. Je hoeft dat niet overdreven te doen, maar gewoon door gehoorzaam te zijn thuis, op school, op je werk. Door goed je best te doen. En … je mag ook elke dag tegen de Heere zeggen dat je Hem liefhebt en graag wilt doen wat Hij wil. En … de Heere wil je daar graag bij helpen!

Vraag 10.

Wat heeft Hij tegen de discipelen en ook tegen ons gezegd in het allerlaatste vers van Matthéüs?

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

Dus de Heere is altijd dicht bij ons en wil ons helpen! Wat er ook gebeurt, hoe moeilijk het voor ons soms kan zijn, vergeet nooit: “Hij zorgt voor u” (1 Petrus 5:7).

Ziezo, dit was dan de laatste les in deze serie. Maar … er zijn nog meer lessen. Wil je verder? Ik kan het je van harte aanbevelen, immers het is een unieke manier om met de Bijbel, met Hem Die voor ons leed en stierf op Golgotha, bezig te zijn. Met Hem Die opgestaan is uit de doden en is heengegaan naar de hemel en Die nu ook voor ons bidt en pleit. Hij is de Allerbelangrijkste Persoon!!!

Hij is het waard
dat ik op aard
al mijne tijd
Hem dankend wijd

Leren: Mattheüs 28:20

—————————————————————————————-

Wilt u, wil jij ook meedoen? Vul de bon onderaan les 1 in en mail dan de antwoorden van de lessen (maximaal 1 les per 14 dagen) naar het volgende email-adres: frissewateren@ctmax.nl

Wilt u wel duidelijk en volledig aangeven waar u de antwoorden vandaan hebt!

Hebt u, heb jij vragen: Stel ze gerust. Ik wil graag uw vragen proberen te beantwoorden vanuit de Bijbel, het Woord van God.

* * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * *

AANMELDINGSBON

Naam cursist: …………………………………………………………………………….

Adres: ……………………………………………………………………………………….

Woonplaats: ……………………………………………………………………………….

Leeftijd: …………………………………………………………………………………….

Emailadres: ……………………………………………………………………………….

man/vrouw*

* Streep door wat niet van toepassing is

* * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * *

Met een hartelijke frisse groet en D.V. heel graag tot een volgende keer in een andere cursus.

 

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol