3 jaar geleden

Scheuren in de muur (deel 1)

“Want het is een dag van verwarring, vertrapping en ontreddering, een dag van de Heere, de HEERE van de legermachten, in het Dal van het Visioen; een dag waarop muren omver worden gehaald, en een dag van geschreeuw tegen het gebergte” (Jes. 22:5).

5. “Want het is een dag van verwarring, vertrapping en ontreddering, een dag van de Heere, de HEERE van de legermachten, in het Dal van het Visioen; een dag waarop muren omver worden gehaald, en een dag van geschreeuw tegen het gebergte. 6. Want Elam neemt de pijlkoker op, de man en de paarden staan bij de strijdwagen, en Kir ontbloot het schild. 7. Het zal gebeuren dat uw mooiste dalen vol zullen staan met strijdwagens, en de ruiters zullen zich in slagorde opstellen tegenover de poort. 8. Men zal ontmantelen wat Juda bescherming biedt. Op die dag zult u uitkijken naar het wapenarsenaal in het Woudhuis; 9. en de bressen in de Stad van David ziet u. Ja, het zijn er vele. U vangt het water van de Benedenvijver op. 10. U telt de huizen van Jeruzalem en u breekt huizen af om de muren te versterken. 11. Verder maakt u een reservoir tussen beide muren voor het water van de Oude Vijver. Maar u zult geen oog hebben voor Hem Die dit gedaan heeft, en Hem Die dit in een ver verleden gevormd heeft, ziet u niet. 12. De Heere, de HEERE van de legermachten, zal op die dag oproepen tot wenen en tot rouw, tot kaalscheren en tot het omdoen van een rouwgewaad. 13. Maar zie, er is vreugde en blijdschap, men doodt runderen en slacht schapen, men eet vlees en drinkt wijn. Men zegt: Laten wij eten en drinken, want morgen sterven wij! 14. Maar de HEERE van de legermachten heeft Zich aan mij persoonlijk geopenbaard: Voorwaar, deze ongerechtigheid wordt voor u niet verzoend, totdat u sterft, zegt de Heere, de HEERE van de legermachten” (Jes. 22:5-14).

Dit deel onthult een donkere dag in de geschiedenis van Jeruzalem. Het was een “dag van verwarring” en “vertrapping en ontreddering”. De muren van de stad werden afgebroken en de vijand stond aan de poort. De inwoners van Jeruzalem zagen hun beste valleien gevuld met wagens, en de ruiters van hun vijanden namen stelling tegen de poort. Om zich te verdedigen keken ze naar het “wapenarsenaal in het Woudhuis”. Ze zagen ook de “bressen in de stad van David”, en ondernamen wanhopige pogingen om het ontstaan van de scheuren te stoppen, door zelfs de huizen af te breken om de muren op te herstellen.

Ach, op de dag van hun verwarring misten zij de gedachten van de Heer, en wel op drievoudige wijze.

De blik van de Heer afgewend

  1. Ten eerste hebben ze helemaal niet gemerkt dat de verwarring en ontreddering – de vijand aan de poort en de scheuren in de muur – “door” en “van de Heere, de HEERE van de legermachten” waren. Ze zagen de belangrijkste reden van al hun beproevingen over het hoofd en, omdat ze alleen keken naar de oppervlakkige oorzaken, erkenden ze alleen dat een vijand de scheuren had veroorzaakt. Ze zagen niet de Heer achter alles, zagen niet dat Hij in Zijn rechtvaardig oordeel de vijanden van Israël had toegestaan, scheuren in de muren te veroorzaken als gevolg van hun zonde en dwaasheid.
  2. Ten tweede zagen ze in hun verwarring en ontreddering nog steeds niet op de Heer, hoewel ze zware inspanningen leverden om de scheuren te repareren. De Heer moest zeggen: “Op die dag zult u uitkijken naar het wapenarsenaal” (vs. 8) … “Maar u zult geen oog hebben voor Hem Die dit gedaan heeft, en Hem Die dit in een ver verleden gevormd heeft, ziet u niet” (vs. 11).
  3. Ten derde riep de Heer op “tot wenen en tot rouw” (vs. 12), maar in plaats daarvan gaven zij zich over aan eten en drinken, want zij zeiden: “Laat wij eten en drinken, want morgen sterven wij” (vs. 13). Zij vervolgden hun weg, alsof alles goed was en met een complete onverschilligheid ten aanzien van de gevolgen en zonder een gedachte aan de toekomst.

Zware tijden voor het volk van God

Aan het einde van de christelijke bedeling bevindt het volk van God zich ook in een ““dag van verwarring” en “vertrapping en ontreddering”, overeenkomstig het Woord dat “in [de] laatste dagen zware tijden zullen zijn” (2 Tim. 3:1). We kunnen werkelijk zeggen, dat de vijand aan de poort staat en constant probeert om in te breken en het volk van God uit elkaar te drijven. Onze handen zijn vanwege de scheuren in de muren verzwakt om de vijand te weerstaan. Daarom zijn de woorden van de profeet nog steeds een waarschuwing en raad voor degenen die in soortgelijke omstandigheden zijn en oren hebben om te horen dat “alles wat geschreven is, tot onze lering is geschreven, opdat wij door de volharding en door de vertroosting van de Schriften de hoop hebben” (Rom. 15:4).

Maar voordat we proberen de lessen van Jesaja 22 toe te passen, kan het goed zijn om een algemene blik op de toestand te werpen, waarin het volk van God vandaag is, en op de verschillende werkingen van de Geest gedurende de laatste vier eeuwen. In deze periode, zijn er, zo denken we, drie grote opwekkingen gewerkt door de Geest van God.

De Reformatie

Ten eerste zal geen ware gelovige ooit ophouden om God te danken voor het machtige werk van de Geest, dat Hij bewerkte in de eerste jaren van de 16e eeuw. Daardoor ontvingen we het Woord van God in een begrijpelijke taal en een algemene kennis van de waarheden van het evangelie, waardoor de ziel gered en in een persoonlijke relatie met God gebracht wordt. De vrede en de vrijheid van geloof, die we vandaag genieten mogen, hebben we te danken aan deze edele schaar van hervormers. Zij hebben door de goede hand van God en in het aangezicht van woedende weerstand – die tot de dood leiden kon – de waarheid verkondigd, wat hen in veel gevallen lijden, vervolging en de martelaarsdood kostte.

We moeten echter de Reformatie niet tot maatstaf van de goddelijke waarheid maken. De opwekking nam, in de handen van mensen, in wezen een reformerend karakter aan. Ze verbond de gelovigen in een gereformeerde kerk, maar probeerde op geen enkele wijze de gelovigen in overeenstemming met het voorbeeld van de kerk* naar de gedachten van God te verzamelen. In feite werd de vraag naar de ware aard en het karakter van de gemeente nooit rechtstreeks door de hervormers opgeworpen. De kerk was op geen enkele manier afgescheiden van de wereld, integendeel, de Reformatie plaatste de kerk in het algemeen in afhankelijkheid van de staat, om haar van de afhankelijkheid van de paus los te maken. De opwekking gaf Christus niet de plaats als het verheerlijkte Hoofd van de gemeente in de hemel, die Zijn lichaam is, noch gaf ze de Heilige Geest een woonplaats op de aarde, om in en met de gelovigen het huis van God te vormen. Er werden nationale kerken gesticht, en het is terecht gezegd dat het Woord van God niet de geringste aanduiding over kerken geeft, die hun beperking vinden in de reikwijdte van het land, door wiens bewoners ze gevormd worden. Zulke kerken kunnen noch in de praktijk noch uit liefde de bruid van Christus zijn. Ze staan noodzakelijk in verband met het land waar zij gevormd werden. De eenheid van het lichaam van Christus is bij hen verloren gegaan.

Met de nationalisatie van de kerken kwam er een snel verval van levenskracht tot stand. De naam en de leerstellingen van het christendom werden nog steeds vastgehouden als een belijdenis, die de natuurlijke mens aan zichzelf toeschrijven kan, maar slechts enkele namen werden ingeschreven in het boek van het leven (Openb. 3:5). Het resultaat van de grote opwekking van de Reformatie was een groot aantal belijdende christenen met relatief weinigen die werkelijk leven uit God hadden. De opwekking die in de kracht van God zo stralend begon, ontaardde al snel onder de hand van de mensen tot een systeem van een orthodoxe belijdenis, waarvan de Heer zeggen moest: “… dat u [de] naam hebt dat u leeft, en u bent dood” (Openb. 3:1).

Aan het begin van de 18e eeuw bereikte deze levenloze belijdenis  de diepste diepten van duisternis en verval. “Natuurlijke theologie, zonder enig onderscheidende leer van het christendom, koude moraal, of onvruchtbare orthodoxie, vormden de basisuitleg van de leer in de kerken en kapellen. Predikingen waren overal nauwelijks beter dan slechte morele verhandelingen, waaraan volledig alles ontbrak wat zielen zouden opwekken, bekeren of redden kunnen”. Maar toen alles in de slechtste toestand was, kwam in de beginjaren van de 18e eeuw onder het Engelssprekende volk een tweede grote opwekking door de Geest van God, die als een enorme, reddende kracht werkzaam was.

Opwekking aan het begin van de 18e eeuw

Evangelisten werden opgewekt om het goede nieuws te verkondigen. Whitfield’s, Wesley, Grimshaw, Berridge en vele andere oprechte en trouwe dienaars van de Heer gingen door het land, om de zondaars te waarschuwen voor het komende oordeel, de gewetens wakker te schudden en duizenden heil en verlossing te brengen door de prediking van de gekruisigde Christus. We moeten God werkelijk danken voor deze schare van predikers zonder onze ogen te sluiten voor de zwakte van deze opwekking in de handen van mensen. Het is duidelijk dat deze opwekking niet boven een evangelie uitging, dat aan de behoeften van de mensen tegemoet kwam. Het kwam niet tot het volle evangelie, dat de apostel Paulus predikte, die de mens in zijn vlees volledig opzij zette en de gelovigen verenigde met een verheerlijkte Christus, om zo de Christen tot een hemelse mens te vormen. Het bracht de zondaar zegen, maar liet hem in de wereld achter met het idee, deze beter en helderder te maken. Het resultaat was dat de wereldgelijkvormigheid, kerkelijk en politiek, het meest naar voren komende kenmerk van de evangelische beweging werd. In een oprechte poging om de massa te bereiken, werd elke poging ondernomen de waarheid te populariseren en haar aantrekkelijk voor de natuurlijke geest te maken. Er werd alle moeite gedaan om de natuurlijke mens te imponeren door het toevoegen van muziek en andere menselijke middelen. Het is ook de lichtzinnigheid, en vaak smakeloosheid die deze beweging in de huidige dagen zo zeer ontaardt. Daarnaast is het individualisme een andere grote zwakheid van deze beweging. Hun primaire doel en bedoeling is de zegen voor individuen; zij toont geen echte gedachte van de gemeente, noch in hun vorm, noch in hun huidige bestuur, noch in haar toekomstige heerlijkheid. Al deze essentiële waarheden van het christendom waren volledig buiten de werkingssfeer van de evangelische beweging. Zielen werden echt bekeerd, waarvoor we God danken mogen, maar de beweging als zodanig liet de bekeerde zielen in de verschillende religieuze systemen van de mensen.

Opwekking aan het begin van de 19e eeuw

Nu we in de eerste jaren van de 19e eeuw komen, zien we een derde opwekking bewerkt door de Geest van God. Tussen 1829 en 1830 scheidde zich een aantal trouwe christenen in Dublin af van de bestaande kerk en vergaderde zich, eerst in de privé-sfeer, om de Heer te gedenken door het breken van het brood, en om te bidden en het woord te overdenken. Slechts een korte tijd later scheidden uit verschillende delen van het Verenigd Koninkrijk meerderen zich af van de nationale kerk en onafhankelijke genootschappen. Dit deden zij om op dezelfde manier in eenvoudig vertrouwen op God zich te vergaderen zonder enig menselijke leiding. Doordat zij de Schrift als hun enige en toereikende gezag erkenden, en in afhankelijk van de Heilige Geest waren, leerden zij al snel de grote waarheden over ‘Christus en de gemeente’, die verloren waren gegaan onder het volk van God sinds de tijd van de apostelen. Hen werd duidelijk dat Christus het Hoofd van de gemeente is, en dat alle ware gelovigen leden van het éne lichaam op aarde zijn, door de Heilige Geest aan het Hoofd in de hemel verbonden, en één zijn met de anderen. Doordat ze op deze wijze de grote en centrale waarheid over de verschillende bedelingen hadden ontdekt, kreeg elke andere waarheid een vollere en diepere betekenis. Het evangelie werd gepredikt en begrepen in zijn geheel. De profetische geschriften werden verder ontsloten en de komst van de Heer werd begrepen als directe hoop van de gemeente. De heropleving van deze waarheden was verbonden met een overeenkomstig leven in de ‘goede werken’ en de afzondering van elke vorm van wereldgelijkvormigheid.

Het is echter van groot belang de karakteristieke eigenschap van deze opwekking zien. Het was in wezen een afzonderende opwekking. Tot dan toe werd het ware volk van God in de grote religieuze systemen van de mensheid gevangen gehouden, in het pausdom, in nationale kerken en non-conformistische1 organisaties. Hoewel bekeerd, bleven ze in deze religieuze systemen. Nu werd voor de eerste keer een groot aantal uit de greep van menselijke systemen vrijgemaakt. De reden voor deze afscheidende werking van de Geest is duidelijk. Uiteindelijk was de tijd gekomen waarin God in Zijn genade op het punt stond om de waarheid over Christus en Zijn gemeente opnieuw te laten herleven. Ieder die door de Schriften onderwezen was, moest meteen erkennen dat hij onmogelijk met de menselijke systemen in verbinding blijven kon, en tegelijkertijd de waarheden over de gemeente, gezien als lichaam van Christus of als huis van God, vasthouden en praktiseren kon. Het was in feite net zoals met Israël in vroegere tijden; toen het moment gekomen was dat het huis van God herbouwd moest worden, was het een absolute noodzaak een overblijfsel van Israël uit de grote massa van het volk dat in de gevangenschap was, af te zonderen en hen in het land terug te brengen, welke het rechtmatige grondgebied van het volk van God in die tijd was.

Hamilton Smith

* Kerk: of gemeente.

NOTEN:
1. Conformisme slaat op het aanpassen van zichzelf aan het gedrag en de opvattingen die heersen in een bepaalde groep met als doel geaccepteerd te worden binnen deze groep.
Binnen de groep heerst er conformiteitsdwang. Dit is de dwang tot aanpassing aan de opvattingen en gedragingen die binnen de groep heersen. Past iemand zich niet aan, loopt deze persoon het risico buiten de groep te worden gezet.
Mensen zijn sociale wezens en willen daarom graag bij een groep horen en relaties aan gaan met andere mensen (bijvoorbeeld een vriendenkring). Daarom beschikken zij over een conformiteitsdrang: de neiging om zich aan te passen.
De neiging tot conformisme kan zowel voorkomen in kleine groepen, zoals een vriendenkring, als ook in grotere gemeenschappen, zoals een maatschappij. {WikiPedia}

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, R. Mol