2 jaar geleden

Psalm 34 vers 11

“Jonge leeuwen lijden armoede en honger, maar wie de HEERE zoeken, hebben geen gebrek aan enig goed”.

De Heer is degene die de ziel ontmoet in alle mogelijke omstandigheden. Hij gebruikt de leeuwen als een illustratie, omdat de leeuw de meester van de schepping is. “… een leeuw, de machtige onder de dieren, voor niemand maakt hij rechtsomkeert” (Spr. 30:30). Ondanks dat kunnen zelfs zij honger hebben, maar “wie de HEERE zoeken, hebben geen gebrek aan enig goed”.

Nu is hiermee voor sommigen een klein probleem. U zegt, ik heb vele goede dingen gezocht, maar ik heb ze niet gekregen. Er staat niet in onze psalm dat zij de dingen zochten, maar er wordt gezegd dat zij de Heer zochten. Wij allen houden van veel dingen, die wij voor ons als goed beschouwen. Maar langzamerhand zijn we blij dat we ze niet gekregen hebben. Het zou voor vele heiligen de vloek van hun leven zijn geweest als zij verkregen hadden, wat zij op een bepaald moment verlangden. Het begeerde ding was niet goed; maar door oprechtheid kwam hij ervan los: “Hij zal het goede niet onthouden aan wie in oprechtheid zijn weg gaat” (Ps. 84:12). Houd dat vast, en als iets wat je gewenst hebt, je wordt onthouden, wees er dan zeker van dat het niet goed voor je was. Als je dit accepteert zal je hart het Hem willen zeggen: “Geloofd zij Uw Naam, ik ben er zeker van dat het niet goed voor mij was, Heer”. Er ligt een grote lieflijkheid in dit: “wie de HEERE zoeken, hebben geen gebrek aan enig goed”.

Dit is het algemene principe van de wijze waarop de Heer met ons omgaat. De ziel is zich bewust van het licht van Zijn tegenwoordigheid. Je hebt het gevoel dat de Heer je redt, en dat de engel van de Heer rondom je is. Dan heb je de overtuiging: “Ik ben op zoek naar Hem, ik reken op Hem”. Als je niet krijgt wat je hebben wilt, zul je na een poosje zeker zeggen: “O Heer, wat goed was het, dat u niet toestond dat ik het kreeg”.

W.T.P. Wolston, © The Lord is near

Uw trouwe liefde kan niet falen,
zij bracht het leven in de dood;
zij stroomt nu zonder perk of palen,
en troost ons in de grootste nood.
Onthoudt G’ons iets, wij zijn gewis,
dat ’t ons tot nut en voordeel is.

Lied 24 vers 3 (Geestelijke Liederen)

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol