8 maanden geleden

Prettige Kerstdagen

December 2017. De Kerstdagen kunnen dagen van vreugde zijn – maar waarover verblijdt u zich? U wenst feestdagen vol bezinning – waarop bezint u zich? Vier korte schetsen rondom Jezus Christus om over na te denken …

• De herders op het veld (Lukas 2:8-14)

De herders lagen op het vrije veld, het is midden in de nacht. Een engel van God verschijnt en kort daarop een hele schaar van engelen die een nog nooit gehoorde boodschap brengen. De herders zijn vol vrees. Een Redder is geboren? Christus de Heer? Heerlijkheid van God in de hoge? In de mensen een welbehagen?

Nauwelijks zijn de engelen verdwenen of niets houdt de herders meer op hun weideplaats. Natuurlijk kunnen ze niet tot de orde van de dag overgaan. Maar ze houden zich ook niet eerst lang met het gebeuren bezig, ze puzzelen ook niet over de boodschap, en dat alles is hen ook niet te fantastisch – nee, ze geloven en willen de Christus hun Redder zien! “Laten wij toch naar Bethlehem gaan en deze zaak zien die er is gebeurd”. Ze zien niet alleen deze zaak zo, zoals ij hun was verkondigd. Ze zien de Persoon – een baby slechts, maar hun Redder. Zij verheerlijken en loven God daarvoor.

De herders komen van de zaak tot de Persoon, van gebeurtenis tot de inhoud. Waarom je met uiterlijke indrukken ophouden, als het om de Persoon van de Redder gaat? Waarom de uiterlijke afloop onderzoeken, wanneer de Zoon van God mens geworden is, om zondaars te redden? Het heeft alles zijn plaats, zijn betekenis. Maar de centrale plaats, wat zonder al het andere zinloos is, behoort aan Christus, de Redder.

• De oude Siméon in de tempel (Lukas 2:25-35)

De oude, godvruchtige Siméon wacht op het heil van Israël. God heeft hem geopenbaard dat hij niet sterven zal, voordat hij de Christus gezien had.

Op een dag is het zover: In de tempel ziet hij de kleine Jezus op de armen van zijn ouders. Hem is het duidelijk: “Mijn ogen hebben Uw behoudenis gezien”, en hij aanbidt God. Tot verwondering van de ouders van Jezus ziet hij in hun kind de Messias van Israël, gekomen tot heil van zijn volk en alle naties. Maar ook voor Maria heeft hij een openbaring: Haar Zoon zal in Israël heftig tegengesproken worden, om Hem zullen de geesten zich scheiden – en door haar eigen ziel zal een zwaard doordringen, zo profeteert hij van de gewelddadige dood van haar zoon.

De oude Simeon komt van de profetie tot de vervulling, van het nationale naar het persoonlijke. Hoe treedt die heerlijke, verbazingwekkend nauwkeurige profetie van het Oude Testament op de achtergrond, wanneer haar vervulling daar is! Hoe groot de betekenis van de Messias ook is, toch trekt Siméon de opmerkzaamheid naar de vraag: Hoe staat de afzonderlijke mens tegenover Jezus, de Zoon van God, die mens werd, om zondaars te redden? Tegenspraak of aanneming? Heil (behoudenis) of verloren zijn?

• De magiërs uit het Morgenland (Mattheüs 2:2-12)

In hun vaderland namen de astronomen een buitengewone hemelverschijning waar. Maar dat was niet genoeg voor hen. Zij zien daarin een teken voor een grotere gebeurtenis: De geboorte van de koning van de joden. Zij willen naar Zijn geboorteplaats trekken. Ze willen Hem huldigen. De ster wijst hun de weg naar het gezochte oord. Als zij vol vreugde daar aankomen, zien zij – het Kind. Men leest niets over irritaties over de plaats – Bethléhem, niet de hoofdstad Jeruzalem, waarheen zij eerst getrokken waren; geen verwondering over de ouders – Maria en Jozef, hier is geen troonopvolger van een regerend koningspaar geboren; geen ontzetting over de plaats – armoedige omstadigheden in plaats van het Herodiaanse paleis. Zij geven zich aan Gods handelen en leiding over, ze zien het Kind en huldigen Hem.

De magiërs komen van het teken tot de inhoud, van de begeleidende omstandigheden tot de persoon. Het buitengewone hemelgebeuren wijs alleen op het eenmalige, dat zich op de aarde voordoet: De Redder is geboren. Zij kunnen zich van het spektaculaire wat er om heen was losmaken en dat aanenmen, wat God hen toont: De Zoon van God die mens werd om zondaars te redden.

• Johannes en Andréas (Johannes 1:35-42)

Dertig jaar later begint de Zoon van God Zijn openbare dienst op aarde. Johannes de doper, “de stem van een roepende in de woestijn”, de wegbereider van Jezus Christus, wijst twee van zijn discipelen op Hem: “het lam van God dat de zonde van de wereld wegneemt”. Gehoord, gedaan. De beiden, Johannes en Andréas genaamd, volgen Jezus. Hij vergewist Zich: “Wat zoekt u?”- “Rabbi”, vragen ze terug, “Waar verblijft U?” – “Komt en ziet!”

De beide discipelen komen door de “stem van de roepende” tot de Heer Zelf, van de wegbereider tot de ware Meester, van de “grootste onder de profeten” tot het Lam van God. Wat kan een mens al bieden, als God Zelf neerdaalt, om de zonden van hen die tot Hem komen, weg te nemen? Wie zou meer dan een wegwijzer willen zijn, als God Zelf uitnodigt: “Komt en ziet”? God is voor hen die Hem zoeken een Beloner.

Thorsten Attendorn, © Folge mir nach

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol