11 jaar geleden

Petrus (6)

De opening van Uw woorden geeft licht

(Psalm 119 vers 130a)

Les 6

Enkele praktische tips:
• Neem alle gevraagde Bijbelverzen over – schrijf ze op in een speciaal Bijbelstudie-schrift – maar óók de plaats waar ze staan. Dit is om zelf te leren en te onthouden, alsmede voor eigen gemak en de duidelijkheid.
• Leer bij elke les een Bijbeltekst en stuur de les niet eerder op voordat u de tekst kent. Als u het mocht overkomen dat u – net als vele van onze medebroeders- en zusters in China en Noord-Korea – door vervolging niet meer de beschikking hebt over een Bijbel, dan hebt u toch het Woord “paraat”.
• U/je mag altijd vragen stellen, ook over andere onderwerpen dan in deze lessen. Uw/jouw vragen worden discreet behandeld.
• bepaal zelf het tempo maar maximaal één les per 14 dagen mailen.
• Hoe kan ik deelnemen aan deze cursus? Zie onderaan deze les.

Beste cursist(e),

In de afgelopen lessen hebben we het gehad over jongeren in de Bijbel. Maar ook al over een volwassene: Paulus. En de volgende lessen gaan ook over volwassen personen.
Er is een Bijbelboek dat heet: ‘De Handelingen van de (heilige) apostelen, beschreven door Lukas’.
Een ‘handeling’ betekent: ‘iets wat gebeurt’. Als ik het computerknopje indruk, dan is dat een handeling; dat heb ik dus gedaan. Zo is het ook in dit bijbelboek. Het gaat over dingen die gebeurd zijn, of gedaan worden, door de apostelen.
‘Wat zijn dat eigenlijk, apostelen?’ Wel, een apostel is een boodschapper van de Heere Jezus. Iemand die iets doorvertelt van de Heere Jezus aan andere mensen. De leerlingen, die bij de Heere Jezus waren, toen Hij hier nog op aarde was, worden eerst discipelen en later apostelen genoemd.

In Handelingen 1:1 en 2 lezen we dat Lukas in het eerste boek (het evangelie van Lukas), dat hij geschreven heeft alles van de Heere Jezus vertelt, totdat Hij weer naar de hemel is teruggegaan. Nu gaat Lukas verder met vertellen aan een zekere Théofilus (en natuurlijk ook aan ons), wat er daarná gebeurd is. Wat de apostelen verteld en gedaan hebben. Eigenlijk waren zij het niet, die alles deden, maar God de Heilige Geest.

Eén persoon waarover we veel in de Handelingen lezen is Petrus, een discipel van de Heere Jezus. Hij was vaak ‘haantje de voorste’ en kon ‘goed slapen’, maar hij was ook bang. Want toen de Heere Jezus gevangen genomen was, werd aan Petrus gevraagd of hij bij de Heere Jezus hoorde.

Vraag 1.

Wat antwoordde Petrus toen? (Lukas 22:57)

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

Nadat de Heere Jezus was opgestaan, heeft Hij daar met Petrus over gesproken en hem vergeven. En nadat de Heilige Geest is gekomen is Petrus helemaal niet bang meer om van de Heere te vertellen (‘getuigen’ noemen we dat).

Vraag 2.

Welke opdracht had de Heere Jezus aan Zijn discipelen (maar ook aan allen die nu geloven!) gegeven? (zie Handelingen 1:8)

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

In Handelingen 2 lezen we dat de Heilige Geest op aarde is gekomen (op de Pinksterdag). De Heere Jezus had dat beloofd, voor Hij weer terug ging naar Zijn Vader. Lees dat maar eens na in Johannes 16:13.

Vraag 3.

Wat is het werk van de Heilige Geest?

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

In Handelingen 2 zien we Petrus voor een hele groep belangrijke Joden staan. Hij vertelt hun dat de Heere Jezus op aarde geweest is en wat Hij gedaan heeft. Maar ook, dat de Joden Hem gevangen genomen hebben. En Hem tenslotte aan een kruis hebben gehangen.

Word jij ook zo verdrietig als je hoort, wat ze met de Heere Jezus gedaan hebben? Nou, die joodse mannen, die daar bij Petrus staan, worden er helemaal stil van. In Handelingen 2:37 staat: “En toen zij dit hoorden, werden zij verslagen in het hart …” (dat betekent dat ze heel erg verdrietig werden, omdat ze begrepen dat door hun schuld de Heere Jezus gekruisigd is). Ze vragen aan Petrus wat ze moeten doen. Petrus zegt dan dat ze zich moeten bekeren.
Dus ze moeten niet steeds verder van de Heere ‘weglopen’ en niets met Hem te maken willen hebben. Nee, ze moeten zich juist ‘omkeren’ naar de Heere en altijd bij Hem willen horen!

We lezen verder in Handelingen 2:40-47, dat zich ongeveer 3000 mensen bekeerd hebben.
Ze zijn allemaal erg blij en dankbaar. Er is niemand meer van hen die rijk is, maar ook niemand die arm is, want ze delen alles met elkaar.

Vraag 4.

Lees nu nog eens vers 47. Wat deden de gelovigen toen?

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

Vraag 5.

En hoe werkte de Heere verder?

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

Schrijf eens met je eigen woorden op, wat dit betekent.

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

Wat zal dat een mooie tijd geweest zijn. Denk je ook niet?

Nu gaan we naar Handelingen 3. Daar lezen we van een man die al vanaf zijn geboorte kreupel is. Hij kan dus niet lopen. Als hij ergens naar toe wil, moeten anderen hem erheen dragen. En werken, iets verdienen, kan hij helemaal niet. Maar om eten te kunnen kopen, moet je toch geld hebben? Daarom gaat de man elke dag ‘bedelen’. Hij zit dan bij de deur van de tempel, omdat daar veel mensen langs komen en vraagt aan hen of ze hem wat geld willen geven. Op een dag komen Petrus en Johannes daar langs. Ook aan hen vraagt de man om geld. Zij kijken hem aan en

Vraag 6.

Wat zegt Petrus dan?

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

Hij grijpt de man bij de hand en trekt hem omhoog. En dan … op hetzelfde moment kan die man weer staan en lopen! Dat is een groot wonder! Stel je voor, iemand die vanaf zijn geboorte niet kan lopen. En nu … De man springt daar rond en roept het uit! Dat kun je wel begrijpen.

Vraag 7.
Wat doet hij nog meer?

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

Natuurlijk komen er steeds meer mensen bij staan en vragen wat er gebeurd is. Dan begint Petrus hen te vertellen, dat de man geloofde dat de Heere hem beter kon maken en dat het daarom ook gebeurd is. Hij zegt: “… en het geloof, dat door Hem is, heeft hem deze volmaakte gezondheid gegeven, in uw aller tegenwoordigheid” (lees maar na in Handelingen 3:16). Ze hebben allemaal kunnen zien wat er gebeurd is. En dan gaat hij hun uitleggen Wie de Heere Jezus is.

De Heere heeft dus iets laten gebeuren, zodat er weer over Hem verteld kan worden.
Dat is nou zo geweldig van de Heere! De Heere heeft medelijden met de mensen, hoewel men vaak niets van Hem wil weten. Toch probeert Hij steeds opnieuw aan de mensen duidelijk te maken Wie Hij is en wat Hij gedaan heeft. Hij stelt ieder mens, ook jou, voor de keuze: of je gelooft in Hem, of niet. Denk goed over deze beslissing na, want het heeft grote gevolgen!
Geloof jij, dat Hij jou zo lief gehad heeft, dat Hij zelfs Zijn leven voor jou gegeven heeft? Geloof je dat Hij de straf, die jij had moeten krijgen voor jouw zonden, op Zich heeft genomen? Als je dát gelooft en Hem dáárvoor dankt, dan heb je eeuwig leven. Dan ben je voor altijd dicht bij Hem!
Maar o wee, als je niet gelooft en je niet bekeert! Dan ben je verloren voor de eeuwigheid! Dat betekent: voor altijd, dus zonder einde, ver verwijderd van God op een verschrikkelijke plaats! Een plaats die bereid is voor satan en zijn engelen. Maar waar ook zij zullen komen die zich niet tot God bekeerd hebben en de eeuwige straf ondergaan in het eeuwige vuur en waar geen geluk is maar geween en knersing van tanden (zie o.a. Mattheüs 25:30,41; Openbaring 19:20; 20:10).

Vraag 8.

Wat zegt de Heere Jezus in Matthéüs 25:41 ?
“Gaat weg van Mij, gij

…………………………………………………………………………………………………

Wat is dat erg! Maar gelukkig hoeft dat niet voor jou en mij te gelden. Petrus moest steeds opnieuw tegen de mensen zeggen: ‘Bekeert u!’ Deze woorden gelden ook voor vandaag!

Vraag 9.

Wat gebeurt er dan met je zonden? (kijk maar in Handelingen 3:19).

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

Wat is dát geweldig!

Vraag 10.

Wat lezen we in Psalm 103:12?

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

En in Hebreeën 10:17 staat:
“En hun zonden en hun ongerechtigheden zal Ik geenszins meer gedenken”.

Was het moeilijk? Het was zeker ernstig wat we in deze les gehad hebben. Trouwens, dat is natuurlijk altijd zo met datgene wat God tegen ons zegt in Zijn Woord! Maar … laten we Zijn Woord ook ‘ernstig’ tot ons doordringen?

Leren: Psalm 103:12

Met hartelijke frisse groet en D.V. heel graag tot de volgende les.

© Frisse Wateren – rm

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol