1 jaar geleden

Pasen

In deze dagen vieren miljoenen Christenen opnieuw “hun” Paasfeest. Velen verbergen fel beschilderde paaseieren; in de loop der jaren heeft Pasen Kerst, als het gaat om het geven van kado’s, grote concurrentie gegeven, enz. En wat heeft Pasen met de Bijbel te maken?

Oorsprong

Het is niet eenvoudig om de oorsprong van het woord “Pasen” (etymologie) te verduidelijken. Terwijl bijvoorbeeld Wikipedia Pasen uit het Oud-Germaans (Austro, Ausro) afleidt en van morgenrood, van het oosten spreekt, vanwaar het volk van Israël hun Messias verwacht, denken vele anderen aan de vruchtbaarheidsgodin Astarte.

Astarte was een belangrijke godin in de heidense afgoderij en kwam zeer vroeg als een afgod in het leven van het volk Israël voor, die het volk weg van God tot de heidense afgoden voerde. Astarte was een godin van de Sidoniërs. Salomo werd het slachtoffer van haar (zie 1 Kon. 11:5; 2 Kon. 23:13), en ook de herhaaldelijk genoemde Asherah schijnt op Astarte terug te gaan.

Pasen – Pascha?

Pasen valt samen met de tijd van het Pascha en wordt inhoudelijk hiermee verbonden. Paaszondag moet aan de opstanding van Jezus Christus herinneren. Net als bij het zogenaamde Kerstmis lijkt ook Pasen een mengsel van de christelijke traditie en heidense afgoderij te zijn. Het blijkt dat het Paasfeest in het jaar 325 op het Concilie van Nicea is vastgelegd. Het zogenaamde Paaslam gaat ongetwijfeld terug naar het paaslam, dat in Israel op de 14e dag van de eerste maand moest worden geslacht (Ex. 12).

Dat Pasen eigenlijk terug gaat naar een heidense afgoderij, blijkt uit de zo graag gebruikte zogenaamde paaseieren. De traditie van het verven van eieren is sinds de 12e eeuw gangbaar. Al in de Sumerische en later in de Romeinse graven werden, zoals je kunt nalezen, gekleurde eieren als grafgiften gebruikt. Het ei is een ver verbreid symbool van leven en vruchtbaarheid. Juist dat past bij de vruchtbaarheidsgodin Astarte – overigens ook bij de kerstsymbolen. Het ei speelt in vele mythen bij de oorsprong van de wereld een belangrijke rol. Het “wereld-ei” wordt in de hindoeïstische, Egyptische, Chinese en Griekse mythen net zo genoemd als in Japan, Finland en op de Fiji-eilanden.

Paasei – Paashaas

Niet alleen het Paasei, maar ook de zogenaamde Paashaas heeft niets te maken met de Bijbel, met de dood en opstanding van onze Heer Jezus Christus natuurlijk helemaal niets. In de Noord-Amerikaanse mythologie worden hazen beschouwd als dragers van cultuur en de oude Slavische religie kende waarschijnlijk de hazengod “Medein”. Het bestaan van de haaskoppige Germaanse vruchtbaarheidsgodin Oestra of Eostrens, die de naamgever van Pasen genoemd wordt, wordt alleen door sommige onderzoekers erkend. Duidelijk is dat de haas tot de groep van vruchtbaarheids- symbolen behoort.

Christenen en Paasfeest

Wat hebben wij Christenen nu te maken met dit zogenaamde Paasfeest? Wat deze betrekkingen van Pasen tot heidense feesten betreft, hebben wij Christenen niets met “Pasen” te maken. Waarschijnlijk zullen velen zeggen, dat ze Pasen helemaal niet vieren. Het enige wat ze zouden doen, zou zijn dat zij chocolade- paashazen en gekleurde eieren voor kinderen verbergen. Natuurlijk is er geen bezwaar tegen kleurrijke eieren en paashazen. Maar het is toch vreemd, dat we het belangrijk vinden om ons  van de wereld af te scheiden in overeenstemming met de Schrift, van deze (niet-bijbelse) feesten die door de zogenaamde kerken uit het heidendom in het christendom overgenomen werden, maar meedoen om de kerk voor mensen aantrekkelijker te maken. Wat betekent dan de viering van Pasen eigenlijk nog?

Paulus schreef aan de Galaten: “U onderhoudt dagen en maanden, tijden en jaren. Ik ben bang voor u, dat ik misschien tevergeefs aan u heb gearbeid” (Gal. 4:10,11). Aan de Kolossenzen schrijft hij: “Laat dan niemand u oordelen inzake eten en drinken of op het punt van een feest of nieuwe maan of sabbatten, die een schaduw zijn van wat zou komen, maar het lichaam1 is van Christus” (Kol. 2:16,17).

Iedereen die zo aan een dergelijk feest of een nieuwe maan of sabbat hangt, verbindt zich met een schaduw. Ook degenen die Pasen vanuit een christelijke achtergrond vieren, houden vast aan een schaduw. Maar een schaduw toont geen contouren en details. Dit kunnen we alleen in de Schrift bij Christus Zelf vinden. Het vermengen van christelijke traditie met het heidense reilen en zeilen (in dit geval zelfs afgoderij), moet ons met het oog op dergelijke “feestdagen” tot nadenken stemmen.

Zwak – sterk?

Nu kan men aanvoeren, dat noch het paasei noch de chocolade-haas aan “een afgod werd geofferd” (verg. 1 Kor. 10:28). Is het dan alleen maar een kwestie van het geweten, een kwestie van “zwakke” en “sterke” gelovigen? Daarbij is het belangrijk te bedenken, dat het in het geval van Romeinen 14 en 1 Korinthe 8 vers 10 om het eten van vlees ging, dat God in het Oude Testament als “onrein” verboden had, maar dat Hij nu uitdrukkelijk veroorloofde. Dus de “zwakke” hield zich aan de door God aan Israël gegeven wet; de “sterke” leefde in de christelijke vrijheid die het eten van alle vlees toegestaan had. In die tijd was het gebruikelijk dat zulk vlees eerst aan de afgoden geofferd werd. Als je nu wist dat een broeder daarmee problemen had en in gevaar kwam zich aan de afgoderij aan te sluiten, moest men van dit (voorheen onrein) vlees niet eten. Persoonlijk daarentegen waren ze vrij het te eten, als er geen (zwakke) broeder aanwezig was (verg. 1 Kor. 10:28,29).

Zijn Pasen en Kerst nu met dit probleem vergelijkbaar? Daarbij moeten we in acht nemen, dat het bij de kwestie van het vlees om iets ging, wat God in de oudtestamentische aanbidding anders geregeld had dan het in het nieuwtestamentisch onderwijs behandeld wordt. Maar dat heeft met deze zogenaamde christelijke feesten niets te maken. Hoewel we vandaag in het verbergen van paaseieren niet de afgodendienst moeten zien, zoals het oorspronkelijk daarin lag. Maar het gaat om een zaak, dat deels in de verkeerde tijd en inhoudelijk op slinkse manieren met christelijke inhoud verbonden wordt. Bovendien is het een schepping van het vlees om iets wat uiterlijk is – zoals we het in het jodendom vinden – met innerlijke waarheid (die hier nog niet eens een rol speelt) te verbinden.

Afgodendienst

God had een afschuw van het gouden kalf, dat Aäron had gebouwd. Het volk wilde geen afgoden, maar God Zelf in dit kalf aanbidden. Maar God kan dit soort van aanbidding niet aanvaarden. Voor Hem was het afgoderij. Want God kan men niet eren, zoals je het zelf voor juist acht, maar alleen zo, zoals God het in Zijn Woord aan ons heeft geopenbaard. Kunnen we ons tegen deze achtergrond met Pasen  identificeren? We willen ons steeds weer afvragen, of dat  wat we doen, de goedkeuring van God hebben kan. Of we dat, wat we doen, ook aan Zijn hand doen kunnen.

Maar nu, om niet weer verkeerd begrepen te worden: Natuurlijk kun je de Paastijd zeer goed evangelisch gebruiken. Maar dat is een heel ander thema en moet ons allen activeren …

NOOT:
1. In de zin van ‘de werkelijkheid’.

Manuel Seibel, © www.bibelpraxis.de

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, R. Mol