2 jaar geleden

Oud en nieuw – je ziel onder je arm?

December 2015.

Korte herinnering

Het was een gewone dag in de week. Ik besloot om nog een eindje te gaan wandelen maar wist nog niet precies waarheen en waarlangs. Toch ging ik maar op weg en liep enigszins ‘verloren’ langs de gracht. Verloren met betrekking tot welke route ik zou kiezen. Aan het eind van de straat besloot ik linksaf te gaan maar wist eigenlijk niet waarom.

Na een kort stukje lopen kwam ik bij de spoorwegovergang niet ver van ons huis. Daar aangekomen zag ik aan de overkant van de spoorweg enkele jongeren staan van omstreeks 14 á 15 jaar. Het waren twee jongens en twee meisjes. Zij stonden zij aan zij voor een hek dat aan de rand voor het spoor staat. Het trof mij dat zij stil en met een bedrukt gelaat naar enkele voorwerpen op de grond keken. Voorwerpen die – zoals mij later duidelijk werd – te maken hadden met een verschrikkelijke gebeurtenis.

Toen ik hen zo bedroefd zag staan, besloot ik naar hen over te steken. Toen ik bij hen kwam, zei ik tegen hen: “Goedemiddag jongelui, wat is hier gebeurd?” Het was even stil en een van hen antwoordde: “Wij hebben de voorwerpen die wij hier eerder hadden neergelegd weer hierheen teruggelegd, want iemand heeft ze hier weggehaald en ze aan de overkant neergegooid. We vinden dit erg dat iemand dit doet want deze voorwerpen drukken ons verdriet uit”. Nu mengden ook de anderen zich in het gesprek. “We zijn nu hier omdat een meisje zich voor de trein geworpen heeft”. “Kenden jullie haar?”, was mijn vraag. “Ja mijnheer, zij behoorde bij onze groep”. Ik vroeg: “Hebben jullie dit ook zien aankomen, hebben jullie iets aan haar gemerkt?” Een van hen antwoordde: “Nee mijnheer, helemaal niets”. Er viel een stilte in het gesprek …

Ik vertelde hen vervolgens iets over mijn verdriet: “Ik voel met jullie mee, ik weet wat het is om verdriet te hebben om een geliefde. Mijn dochter was 21 jaar toen zij in de zee verdronk. Dat doet heel veel pijn. Maar … dat was een ongeluk …. dit echter is nog veel erger, dat besef ik. Wat mij betreft heb ik mijn troost gevonden bij God – ik wees daarbij naar omhoog – en ervaar die nog steeds”. Na een korte stilte ging ik verder: “God is ook de enige die echte troost geven kan en ik raad jullie aan om dat ook bij Hem te zoeken … . En … maak jezelf geen verwijten dat dit gebeurd is”. Met betraande ogen staarde één van hen mij aan. Ik las heel veel verdriet daarin. Maar ook de anderen luisterden met verdriet in hun ogen. Ik wist niet wat ik verder moest zeggen, want ik had het gevoel dat woorden tekort schoten. Na nog enkele korte woorden en opmerkingen ben ik weer verder gegaan. In mijn hart was het gebed: “O, Heer, help hen, geeft dat ze hun toevlucht tot U nemen”. Dit gebed heb ik sindsdien verschillende malen herhaald en ik moet dikwijls aan hen terug denken. Dit temeer omdat ik op dezelfde plek enkele dagen daarvoor óók een man trof, die daar stond te treuren. Ook hem heb ik benaderd en hem gewezen op God. Ik weet niet hoe het nu met deze man en met deze jongeren gaat. Lopen zij nog met hun ziel onder de arm of hebben hun zielen troost gevonden bij Hem die alleen echt de tranen drogen kan, die helpen kan en wil in welk verdriet dan ook.

Deze gebeurtenis heeft volgens mij veel raakvlakken met onze ziel. We weten niet of dit meisje een kind van God was of niet. Ook weten we dat niet van de man en de jongelui die daar bij de spoorwegovergang stonden. Ook weet ik van jou, u niet of u een kind van God bent, of u met belijdenis van uw zonden al bij God geweest bent en de Heer Jezus Christus in geloof aangenomen hebt. Ik kan u van harte aanraden om hiermee ernst te maken. Als u dat doet, zult u daar nooit spijt van krijgen, dat kan ik u op grond van de Bijbel verzekeren.

Want: “Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid” (Hebr. 13:8).

Dat kan van geen enkel mens gezegd worden. Wat de betekenis van deze woorden voor ons kan zijn, citeer ik het volgende stukje uit “The Good Seed”.

>>

Jezus Christus, de Rots der eeuwen

We staan weer op de drempel van een nieuw jaar. In de loop van de laatste maanden zal iedereen bepaalde dingen ervaren hebben. Misschien waren er enkele diep ingrijpende aanpassingen nodig in ons persoonlijk leven. Of werd een geliefde van ons weggenomen door de dood. We kunnen heel eenzaam geworden zijn.

Hoe zich echter ook ons leven ontwikkelde, één ding blijft over: Onze Heer Jezus Christus is altijd Dezelfde. Hij kent geen verandering noch een schaduw van omkeer (verg. Jak. 1:17). Hij is onveranderlijk de Eeuwige. Wat een troost is dat voor ons in de rusteloze tijd waarin we leven! We kennen de Rots der eeuwen en bezitten Hem als de onze. Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde. Wat Hij voor de gelovigen van de vorige eeuwen of decennia was, is Hij nu voor ons in de tegenwoordige tijd. Of het nu gaat om Zijn liefde en trouw waarmee Hij leidt, beschermt en zorgt voor de Zijnen, HIJ verandert nooit.

En wat Hij vandaag is, zal Hij zijn in alle eeuwigheid. Hij zal nooit Zijn liefde voor ons beëindigen en onze harten vullen met met vreugde en voldoening. Wat een wonderbare Heer en Heiland is Hij! Zouden we Hem niet absoluut moeten vertrouwen? Toen Hij Zelf gisteren met veel geduld ons droeg, als Hij ons hart verblijdt in alle eeuwigheid, zal Hij dan niet voldoende zijn voor ons vandaag en morgen? Dat zal Hij zeker zijn!

Deze zegen is ons beloofd. Kent u Hem als uw persoonlijke Redder?

<<

 

Tot slot wens ik u allen een zegenrijk 2016 toe met de wens dat Hij – onze Heer en Heiland spoedig zal komen om ons daar te brengen waar nimmer tranen vloeien.

* * *

O, daar te zijn,
waar nimmer tranen vloeien,
waar ’t hart geen angst, geen zorgen kent noch pijn,
waar doorn noch distel groeien.
O, daar te zijn! O, daar te zijn!

O, daar is ’t schoon,
in ’t Vaderhuis der vromen,
daar is geen kruis, dan is de doornenkroon
van ’t buigend hoofd genomen.
O, daar is ’t schoon! O, daar is ’t schoon!

O, daar, daarheen,
waar ziekten zijn noch graven
Dorst hier het hart naar Gods gerechtigheên,
’t kan daar zich eeuwig laven.
O, daar, daarheen! O, daar, daarheen!

O, daar zijt Gij,
de bron en Heer des levens.
Daar ben ik thuis, daar van de zonde vrij,
en eeuwig zalig tevens.
O, daar zijt Gij! O, daar zijt Gij!

 

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol