2 jaar geleden

Opleiding tot dienaar (8)

De Elisa-les

“Hij ging daarvandaan en trof Elisa, de zoon van Safat, aan. Deze was aan het ploegen met twaalf span runderen voor zich uit, en hij bevond zich bij het twaalfde. Elia ging op hem af en wierp zijn mantel naar hem toe. Hij verliet de runderen, snelde achter Elia aan en zei: Laat mij toch mijn vader en moeder kussen, daarna zal ik u volgen. En hij zei tegen hem: Ga, keer terug, want wat heb ik u gedaan? Zo keerde hij van achter hem terug, nam een span runderen, slachtte ze en kookte hun vlees op het hout van het juk van de runderen. Hij gaf dat aan het volk en zij aten. Daarna stond hij op, volgde Elia en diende hem” (1 Kon. 19:19-21).

Liefde tot de Heer

Voordat Elisa zijn dienst als profeet begon, werd hij herhaaldelijk voor de keus gesteld. Wilde hij Elia echt volgen? Of waren zijn ouders belangrijker voor hem? Wilde hij zijn beroep als landbouwer werkelijk opgeven? Elia dwingt hem niet. Hij wacht op de vrijwilligheid van Elisa. Na enige aarzeling breekt Elisa met alle verbindingen. In zekere zin verkoopt hij alles wat hij heeft, en geeft het aan de armen, om dan Elia te volgen (zie Mark. 10:12). Daarmee verwierf hij zich een schat in de hemel, waarvoor het de moeite waard was om te werken. Op hun laatste gemeenschappelijke weg stelt Elia het zijn opvolger nog drie keer voor om te keren. Maar Elisa blijft standvastig. Hij houdt van zijn meester en wil bij hem blijven. De waardevolle lessen en de ervaring van de opname hebben heel zijn latere dienst gevormd. Tot slot heeft hij nog een wens. Opnieuw zocht hij niets voor zichzelf, maar kracht voor de dienst.

Voor u: Wees bereid uit liefde voor de Heer alles op te geven, wat u in de dienst voor Hem zou kunnen hinderen. Plaats geen aardse dingen boven de liefde tot de Heer. Niet uw familie, niet uw beroep, niet uw geld, niet uzelf. Blijf vast in Zijn gemeenschap en navolging, dan zal Hij u waardevolle dingen leren en u voorzien van kracht voor uw dienst.

Marco Leßmann, © Bibelstudium.de

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol