6 jaar geleden

Opdat zij één zijn (6)

Deel 2

Hoofdstuk zes

“Maar de tijd komt en is nu, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid, want de Vader zoekt wie Hem zo aanbidden” (Joh. 4:23).
“Want het Woord van God is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard, en het dringt door tot op de scheiding van ziel en geest ..”. (Hebr. 4:12).
We hebben gezien dat het onderwijs en de werken van de Here Jezus alles te maken hebben met een tijd van overgang van de oude bedeling naar de nieuwe. Jezus stond tussen deze twee bedelingen, de oude die aan het verdwijnen was en de nieuwe die Hij bracht. Het vierde hoofdstuk van Johannes staat midden in die overgangsperiode. In dit hoofdstuk ontmoeten de twee tijdperken elkaar.

Laten we naar enkele kenmerken kijken. Het was niet toevallig dat Jezus door Samaria trok en die vrouw ontmoette. Het is een wezenlijk onderdeel van dit evangelie. Jezus is in Samaria en ontmoette deze Samaritaanse vrouw. U weet misschien dat de Samaritanen een gemengd volk waren. Toen Jeruzalem veroverd werd door een vreemd volk, werden velen van de Joden meegevoerd in ballingschap. Maar sommigen bleven in het land en trouwden met de vreemdelingen. Zo werd het volk van de Samaritanen een gemengd ras. Daarom werden ze door de Joden gehaat, zoals er staat: “Want Joden gaan niet om met Samaritanen”.

En nu ontmoet Jezus deze vrouw bij de put. Dat was Jacobs put; Jacob had dit land aan zijn zoon Jozef gegeven. Hier in deze gemengde situatie is iets van het oude Israël: Jacob en Jozef zijn hier. Je ziet hoe deze put de vrouw niet bevredigde. Ze kwam iedere dag naar die put om water te halen, maar ze was nooit bevredigd. Jezus zei tegen haar: “Een ieder, die van dit water drinkt, zal weer dorst krijgen”. Wie hier water put moet telkens weer terugkomen. Het bevredigt nooit. Zo is de oude bedeling. Die heeft nooit iemand bevredigd. Denk eens aan al die miljoenen offers die door het hele Oude Testament heen gebracht werden. Honderden jaren lang werden er iedere ochtend en iedere avond offers gebracht. En steeds moesten er meer offers gebracht worden omdat ze niet tot volmaaktheid leidden. Elke dag maar weer gingen de priesters de tempel in om hun gebeden tot God te brengen. Maar al dat bidden elke dag bracht niemand tot volkomenheid. De wet van Mozes werd voortdurend voorgelezen, maar niemands karakter veranderde daardoor. Het schonk geen voldoening aan het hart. Zo was het in het Oude Testament en die put van Jacob vertegenwoordigt de oude bedeling. Je kunt er elke dag van je leven van drinken en je blijft dorstig. Omdat, zoals het Nieuwe Testament zegt, “De wet het volmaakte niet kon brengen”. Deze arme vrouw kwam dus elke dag maar weer, maar bleef dorst houden. Ze vertegenwoordigt een vermenging van twee dingen, geen van beide helder, het ene noch het andere. En de put staat voor de teleurstelling van het Oude Testament.

Nu iets over de discipelen. We lezen dat ze naar de stad gingen om brood te kopen. Ze lieten Jezus alleen. De vrouw was er nog niet toen ze weggingen, maar zij kwam al gauw daarna uit de stad. En toen begon dit gesprek. Toen de discipelen terugkwamen en Jezus met de vrouw hoorden praten, wisten ze uiteraard niet wat voor vrouw dit was, ze wisten niets over haar zondige leven. Ze wisten alleen maar dat het een Samaritaanse vrouw was. En ze waren erg geschokt toen ze Jezus met een Samaritaanse vrouw hoorden spreken. Zij waren Joden. En Joden hebben niets van doen met de Samaritanen. En hier zit hun Meester vriendelijk te praten met een Samaritaanse vrouw! Dat was toch verschrikkelijk! Waarom? Omdat de discipelen nog steeds op oudtestamentische grond waren. Ze hadden hun oudtestamentische vooroordelen en vonden het heel erg dat Jezus dit deed.

En zo brachten ze het brood. “Meester, hier is het brood dat wij gekocht hebben. U moet eten”. Zo konden zij deze ongewenste conversatie stoppen. En Jezus zei: “Ik heb een spijs te eten, waarvan gij niet weet”. Dan blijkt opnieuw dat ze geen nieuw inzicht hadden. Ze zeiden: “Heeft iemand Hem voedsel gebracht?” Ze kunnen alleen denken in termen van het materiële, niet van het geestelijke. Jezus zei: “Mijn spijs is de wil te doen van Hem die Mij gezonden heeft” (Joh. 4:27-38).

In bijna ieder aspect van dit verhaal is aan de ene kant vermenging. Niets is duidelijk. Het is noch het een, noch het ander. Maar aan de kant van Jezus is er totaal geen vermenging. Het water dat Hij kan geven is heel helder water. Er is geen vermenging in dat water. Het is het water des levens. En het geeft volkomen bevrediging. Het is het water van de Heilige Geest.

Nu terug naar vers 23. Het is interessant dat hoewel deze vrouw zo’n grote zondares was, want Jezus zei: “Gij hebt vijf mannen gehad en die gij nu hebt, is uw man niet”, hoewel ze dus zo’n zondares was, spreekt Jezus met haar over enkele van de meest wonderbaarlijke dingen uit de bijbel. De reden dat ik dit zeg is dat sommige lezers misschien denken dat wat we 10 hier bespreken voor de meer gevorderde christen bestemd is, niet voor beginners. Maar wat ik zeg heeft te maken met het fundament van waar christendom. Dit is niet iets voor degenen die al vele jaren op de weg zijn. Hoewel ik denk dat velen van deze “gevorderden” het nodig hebben om terug te gaan en de eerste les te leren. Deze vrouw is helemaal aan het begin van het christenleven. Wat deze geschiedenis ons laat zien is dat het begin van het christenleven, net als de rest ervan, absoluut zo helder als kristal moet zijn. De bijbel laat zien dat er één ding is dat God haat. Dat ene wil God niet accepteren en niet zegenen en dat is vermenging. Vermenging is dat je twee tegenstrijdige dingen samenvoegt. Een situatie waar je iets inbrengt dat niet van God is, en je probeert het te combineren met iets van God. Dat is vermenging. Dat is wat de duivel deed in het begin en God haat het. Hij zal het nooit aanvaarden.

Hier is een oudtestamentische illustratie van. Een van de geboden van de Here voor Israël was: “Gij zult u niet kleden met een kleed van tweeërlei stof, wol en linnen tezamen” (Deut. 22:11). Veel mensen doen dat natuurlijk vandaag wel. Onze kleding bestaat vaak uit meerdere materialen. Maar God zei tegen Israël dat dit niet kon. Het is een oudtestamentische gelijkenis. Het heeft een dieper liggende betekenis. Wat bedoelde God ermee? Wol doet zweten, doordat het de warmte van je lichaam vasthoudt. Wol staat voor het natuurlijke leven. Linnen draagt koel en houdt de natuurlijke warmte tegen.

Zie je Gods les hierin? Je kunt niet in één mens dat wat van het vlees is samenbrengen met dat wat van de Geest is. Weet je, kleren spreken van ons karakter. De manier waarop iemand zich kleedt, geeft iets van zijn of haar karakter weer. God zegt dus in deze tekst: je kunt geen twee karakters hebben. Het is het één of het ander. Geen mengsel!

Maar God voegt er nog iets aan toe: “Gij zult niet ploegen met een rund en een ezel tezamen”. Wat is het verschil? Het rund was in het Oude Testament een rein dier. Je mocht altijd rundvlees eten. De ezel hoorde bij de onreine dieren in Israël. God zegt hiermee: “In je werk voor Mij mag je niet deze combinatie maken”. De ploeg is het symbool voor werk. En God zegt in deze gelijkenis: “Als je Mijn werk wilt doen, mag je het niet doen met twee dingen die tegenstrijdig zijn. Ik wil in Mijn werk geen vermenging van wat geestelijk is en vleselijk. Ik kan niet toestaan dat in Mijn werk het vleselijke met het geestelijke vermengd wordt”. Alles moet bij God helemaal zuiver zijn. Geen tegenstrijdigheden in leven of dienst.

Nu terug naar ons hoofdstuk in Johannes. We hebben gezien dat aan de ene kant alles gemengd was en daarom niet bevredigde. Maar er is ook die andere kant, de kant van de Here Jezus. Wat bedoelt Hij wanneer Hij spreekt over het water dat Hij wil geven? Hij illustreert daarmee de woorden geest en waarheid. Hij zegt: “De ure komt en is nu, dat de waarachtige aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en in waarheid”. De Heilige Geest is het kenmerk van deze nieuwe bedeling. De Heilige Geest wordt dertig keer genoemd in dit evangelie en de Here Jezus geeft veel onderricht over de Heilige Geest. De nieuwe bedeling is het leven van de Heilige Geest.

Ik wil nu even iets zeggen, speciaal voor de jongeren, over de aard van de wedergeboorte. We hebben allemaal een menselijke geest en een menselijke ziel en uiteraard een menselijk lichaam. Maar er zijn niet veel mensen die het verschil tussen onze geest en onze ziel begrijpen of kennen. Onze geest is dat wat God ons gegeven heeft om gemeenschap te kunnen hebben met Hem die Geest is. Jezus zei tegen de vrouw: “God is Geest en wie Hem aanbidden moeten aanbidden in geest en in waarheid”.

God had Adam zowel een geest als een ziel en een lichaam gegeven. Voordat Adam zondigde, had hij gemeenschap met God in zijn geest. God kon tot hem spreken omdat Adams geest levend voor God was. Toen Adam zondigde, stierf zijn geest, dat wil zeggen, hij was van God gescheiden in zijn geest – er was geen verbinding meer tussen God en hem. De gemeenschap met God, die altijd geestelijk is, werd verbroken en de geest werd onderworpen aan de ziel van de mens. De ziel ging de geest domineren! Wat is de ziel? Het is ons verstand, onze emotie en onze wil. Iedereen heeft dat. Maar de ziel heeft alleen contact met deze wereld en niets van doen met God. Voor we wedergeboren worden, kunnen we de dingen van God niet verstaan. We kunnen God niet in onze geest horen spreken. Wat gebeurt er als we wedergeboren worden? Die geest in ons, die van God gescheiden is, wordt weer tot leven gebracht. God wordt een levende God voor ons. We kunnen Hem horen spreken. We beginnen de dingen van God te begrijpen. We noemen Hem nu “Vader”. Voor die tijd was Hij alleen de Almachtige God voor ons. Maar nu is Hij onze Vader die dichtbij is.

Maar er gebeurt nog iets als we wedergeboren worden. De Heilige Geest, de Geest van God, komt in onze nieuwe geest. Als God spreekt, spreekt Hij in ons hart. Hij zegt het ons als we iets verkeerds gedaan hebben en geeft ons de vreugde van de Here als we Zijn stem gehoorzamen. Dit is de nieuwe bedeling. Het is heel eenvoudig. We deden bepaalde dingen voordat we wedergeboren waren en zagen er geen kwaad in. Maar toen we wedergeboren waren, veranderde het. Niemand zei dat je bepaalde dingen niet mocht doen. Maar op een dag doen we weer iets van die oude dingen en wat gebeurt er? De blijdschap verdwijnt uit ons hart. Jarenlang hebben we zonder enig probleem die dingen gedaan. Maar nu is het mis. We gaan op onze knieën en vragen de Heer wat er mis is. En de Here zegt: “Je brengt je oude leven binnen in het nieuwe. En Ik wil en kan geen vermenging accepteren. Je bent nu een nieuwe schepping in Christus, en het oude is voorbij!”

Dit principe geldt ons leven lang. We mogen ons oude leven niet vermengen met het nieuwe karakter in Christus. We kunnen niet tegelijk een christen zijn en iets anders. Zijn zegen kan daar niet op rusten. In ons christelijke werk mogen we geen wereldse methoden gebruiken. Vroeg of laat leidt dat tot verwarring. De Here staat geen vermenging toe in ons leven of werk. Hij zegt: “Ga daarom uit hun midden weg en zonder u af, zegt de Heere, en raak het onreine niet aan, en Ik zal u aannemen, en Ik zal u tot een Vader zijn, en u zult Mij tot zonen en dochters zijn, zegt de Heere, de Almachtige” (2 Kor. 6:17,18).

Zie je de geweldige les die de Here deze eenvoudige Samaritaanse vrouw leerde? Haar leven was een mengsel. Maar de Here sprak tot haar over het water van het leven waarin geen vermenging is. In de laatste hoofdstukken van Openbaring vinden we nog een gelijkenis van God, een belangrijke illustratie. Het is het hemelse Jeruzalem. Het is een vertegenwoordiging van het voleindigde werk van God in de Gemeente. Het is een nieuw geestelijk Jeruzalem. En er staat dat in het midden van die stad de rivier des levens is, helder als kristal. Er is geen modder. Het is zo helder dat je erdoor kunt kijken. Het is de rivier van het water van het leven. En daarmee zegt God dat in het eind alle bezoedeling weggedaan is! Alle vermenging is weg en alles is volmaakt zuiver en helder. De Here roept ons dus tot een leven van heiligheid. En heiligheid betekent niets anders dan dat alles van God is en van niemand anders. Niet iets van ons en iets van de Here, niet iets van de Here en iets van de wereld, maar alles enkel en alleen van God. Dat is de betekenis van ons vers: “De ure komt en is nu, dat de waarachtige aanbidders de Vader aanbidden zullen in geest en in waarheid”.

Wordt D.V. vervolgd.

* De teksten zijn geciteerd uit de Herziene Staten Vertaling, tenzij anders aangegeven.

Publicatie met toestemming van: Stichting “De Gouden Kandelaar” te Twello.
Bewerker: © Frisse Wateren – rm

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol