7 jaar geleden

Opdat zij één zijn (5)

Deel 2

Hoofdstuk vijf

“En zij moeten voor Mij een heiligdom maken, zodat Ik in hun midden kan wonen” (Ex. 25:8).
“En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader), vol van genade en waarheid”  (Joh. 1:14).Zoals we in het vorige hoofdstuk al gezien hebben, is de aanwezigheid van de Heer in ons persoonlijk leven, in ons gemeenteleven en in al het werk van de Heer, een zaak van het allergrootste belang. Ik denk dat we dat beseffen omdat we dit in ons gebed vaak noemen. We bidden elke dag dat de Here met ons zal zijn. Als we bij elkaar komen voor een samenkomst, bidden we dat ook. Als we bezig gaan met werk voor de Here bidden we ook dat de Here met ons zal zijn. Maar we beseffen amper dat wij ondanks al onze gebeden, Gods aanwezigheid niet kunnen bewerken. We kunnen dag en nacht bidden om de aanwezigheid van de Heer, en zelfs nacht-bidstonden daarvoor hebben. En we denken misschien dat Gods aanwezigheid wel gegarandeerd is, omdat we er zo intensief voor bidden. Het is niet een kwestie van hoeveel we ervoor bidden. De aanwezigheid van de Heer hangt daarvan af of de situatie wel zo is dat de Heer kan komen. We kunnen bidden dat de Here aanwezig zal zijn, maar als de dingen niet in orde zijn, kan de Here niet aanwezig zijn. Nee, de tegenwoordigheid van de Heer hangt volledig af van de geestelijke toestand. In een bepaald opzicht is de Here niet met Zijn volk. De Here is alleen met Zijn Zoon. En voor zover de dingen overeenkomen met Christus is de Here aanwezig. Daar hangt het van af. Toen de Here Jezus zei: “Waar twee of drie vergaderd zijn in mijn naam, daar ben Ik in hun midden”, betekende dat niet dat overal waar een paar mensen bijeenkomen en zeggen: “We zijn hier in de naam van Jezus”, Hij er ook daadwerkelijk is. Iedereen kan dat zeggen. De hele christelijke wereld zegt dat. Jezus zei: “Waar twee of drie vergaderd zijn in mijn naam”. De naam van Jezus betekent alles wat Jezus is in Zichzelf. De naam drukt alles uit wat Hij is. Alles wat Hij is voor God de Vader. En alles wat Hij is voor ons, namens Zijn Vader. Het is “vergaderd in de naam van Jezus”, er in binnengaan (Engels: into). Het betekent dat we zijn in wat Christus is.Dat voert ons terug naar dat punt van de tegenwoordigheid van God in de oudtestamentische tabernakel. We hebben in het vorige hoofdstuk gezien dat de Geest van God Bezaleël en Aholiab toerustte, zodat zij het model dat Mozes op de berg gezien had, konden uitwerken. Hierbij zijn drie aspecten. Daar is het model dat God heeft laten zien. In de tweede plaats zijn daar de mensen die het werk moeten doen. En tenslotte is er de Heilige Geest tussen het model en het volk in. De Heilige Geest legt Zijn hand op het model èn Zijn hand op de mensen. En de Heilige Geest zorgt dat de mensen het model tot in de kleinste details uitwerken. Alles naar het model dat Mozes getoond werd.

Ziet u nu waarom de Heilige Geest de natuurlijke grond onder de voeten van de mensen wegneemt en hen op geestelijke grond zet? Zodat de mensen het werk van God niet met hun natuurlijke inzicht of natuurlijke kracht gaan doen. Het werk van God moet door de wijsheid en de kracht van de Heilige Geest gedaan worden. Eén van de dingen die we zo verschrikkelijk moeilijk leren in het werk van God is dat God niets overlaat aan het eigen oordeel van de mens. Ik vraag me af hoeveel van ons die les werkelijk geleerd hebben.

Sommigen van ons hadden aanvankelijk het idee dat ze geroepen werden in het werk van de Heer. Misschien was dat idee wel heel goed. En we hadden ook een idee wat het werk van de Heer inhield. En toen gingen we aan de slag. Met heel ons hart en al onze krachten gingen we Gods werk doen. Wij organiseerden het werk en de mensen. We stelden de een aan voor dit werk en een ander voor dat. Wij waren als de algemeen directeur van een groot bedrijf. En jarenlang waren er weinig echte geestelijke resultaten. De vrucht van al dit werk was geestelijk gesproken maar weinig. Misschien hebben we grote dingen opgebouwd. De mensen om ons heen zeiden: “Dat is een succesvol werk”. Maar als we nu terugkijken, zien we hoe arm het was wat de geestelijke waarde betreft. Het zit hem niet in het aantal mensen. Het zit hem niet in de hoeveelheid werk. Het zit hem niet in een prachtige organisatie. Het gaat er alleen om hoeveel de Heer erin is. En het is beter iets kleins te hebben met de volheid van de Heer erin, dan iets heel groots met maar weinig van de Heer.

Bezaleël en Aholiab kregen inzicht van de Geest. Dat is van groot belang. De Heilige Geest is heel precies in het werk van God. Wat konden we ons veel problemen en tijd besparen als we werkelijk door de Geest geleid zouden worden bij alles wat we doen.

Ik zal u een illustratie uit mijn ervaring geven. Jaren geleden, toen de Heer iets aan het doen was – en het was werkelijk de Heer die het deed – kwam er een man naar me toe en zei: “Ik geloof dat dit het werk van God is”. Hij kwam naar de samenkomsten en bad in de bidstond. Hij was iemand die gewend was geweest in verschillende plaatsen te spreken. Ik dacht op een bepaald moment: Het lijkt me een goede zaak om deze broeder in het werk te betrekken. En dus vroeg ik hem om te spreken. En dat deed hij. Toen vroeg ik hem weer en langzamerhand maakte hij deel van het werk uit. Maar toen kwam het moment dat ik me realiseerde dat deze broeder niet dezelfde visie had. Wij die in dat werk van God betrokken waren, waren door een diepe ervaring heengegaan. We hadden heel reëel iets van het werk van het kruis leren kennen. Het kruis had al onze oude ideeën over prediking en organisatie afgebroken. Deze lieve broeder had dat nooit meegemaakt. Hij was niet met het werk vergroeid; hij was van buitenaf toegevoegd. De werkelijke basiservaring ontbrak hem. Hij was dus een prediker en bijbel-leraar. Maar de tijd kwam, jaren later, dat ik moest zeggen: “Ik heb een grote fout gemaakt toen ik die broeder bij het werk betrok”. En de dag kwam dat hij ons verliet. Hij probeerde iets anders te beginnen. En hoewel we hem nog steeds liefhadden en veel van de Heer in hem zagen, veroorzaakte het nogal wat problemen en moeilijkheden onder ons dat hij betrokken was geweest bij het hart van het werk. Toen hij wegging, betekende dat grote moeilijkheden.

Een tijd later kwam er een andere broeder. Dat was voordat ik mijn les geleerd had. Het was een lieve broeder, die werkelijk de Here liefhad. Hij was evangelist geweest en had ook wat bijbel-onderricht gegeven. Maar hij was een eenzaam man. Op een dag kwam hij bij mij en zei: “Weet je, ik besef de noodzaak om deel uit te maken van iets anders. Ik heb om mijn bediening heen een groep mensen nodig die voor mij wil bidden als ik uitga en waar ik geestelijke gemeenschap kan vinden”. In mijn sympathie voor hem en in mijn verlangen een broeder te helpen, zei ik: “Broeder, we willen je geven wat je nodig hebt. We zullen om je heen staan. We zullen voor je bidden. Je zult je plaats onder ons vinden”. Hij was niet met ons vergroeid. Er is verschil tussen de vrucht die vanuit de wortel groeit en een vrucht die je aan de boom vastbindt. Die broeder was zeker niet fout. Maar de dag kwam dat het me erg speet dat ik hem binnengehaald had. Ook hij ging weg en probeerde iets anders op te zetten. En dat heeft ons veel problemen bezorgd. We hielden erg veel van hem en er was niets mis met hem.

Maar weet u, God was iets aan het doen. En degenen die daarmee verbonden waren, moesten van binnenuit komen. Je kunt niet zomaar je hand op mensen leggen, op deze en gene en zeggen: “Kom en sluit je bij ons aan. Kom bij ons werken”. Het werk van God is een organisme, geen organisatie. En alles moet uit de wortel voortkomen. Ik hoop dat u begrijpt wat ik bedoel. Het is zo belangrijk dat alles in de Geest is en niet gebaseerd op het oordeel van de mens.

De laatste brief van Paulus, de tweede brief aan Timotheüs, was bedoeld om de dingen in Gods huis te corrigeren. Eén van de dingen die hij wilde corrigeren was het punt van oudsten in het huis van God. Het is zeker dat de eerste stappen al gezet waren om de gemeente te organiseren, doordat de mens officiële ambtsdragers ging aanstellen. Begrijpt u het verschil tussen iemand die officieel is aangesteld en een levend organisme? In ons lichaam hebben we organismen. Het zijn levende organismen. Ze functioneren doordat ze levend zijn. We zeggen niet: “Dit lichaam heeft een hart nodig. Laten we ergens een hart gaan zoeken. We geven het een officiële naam en zetten dat hart erin”. Nee, het hart komt voort uit het hele organisme. Aan het eind van het Nieuwe Testament begint het te ontsporen. Oudsten werden bisschoppen genoemd, daarna aartsbisschoppen en tenslotte pausen. Dat begon al voordat Paulus zijn bediening beëindigde. En Paulus schreef die brief aan Timotheüs om het recht te zetten. In feite zei Paulus: “Oudsten in de gemeente zijn niet zomaar officiële ambtsdragers. Ze zijn niet gekozen omdat het intellectuele mensen zijn, of rijke mensen, of omdat ze invloed in de wereld hebben of omdat ze bekend staan als succesvolle zakenlieden. Oudsten zijn al oudsten voordat ze oudsten worden genoemd. Begrijpt u dat? Het gaat helemaal niet om de naam, maar om wat de man is. En wat de man is, hangt volledig af van hoeveel van de Heer in hem is. Het is de tegenwoordigheid van de Heer die bepaalt wat de man is. Je kunt de naam gerust weglaten. We gebruiken de naam voor het gemak. De naam heeft een betekenis gekregen die nooit de bedoeling is geweest. Oudsten in de gemeente zijn niets meer en niets minder dan geestelijke mensen. Laat ik het nog eens herhalen: de enige vraag die er toe doet is: hoeveel van de Heer is er in die man.

Ik houd me nauwkeurig aan het Nieuwe Testament. In het begin was het zo: “Kies mannen uit uw midden die vervuld zijn met de Heilige Geest”. Dat was wat de man geschikt maakte. Of het nu om diakenen ging of om oudsten of apostelen, het was een kwestie van een man die vervuld was met de Heilige Geest. Weet u, de Heilige Geest maakt alles in overeenstemming met Christus. En als wij een ware oudste ontmoeten, ontmoeten we niet in de eerste plaats de mens, een belangrijk mens, een krachtig persoon, iemand die leiding kan geven, maar wij ontmoeten de Here Jezus. Dat maakt ons wat we zijn. Dit zijn uiterst belangrijke principes. “Ziet toe dat gij alles maakt naar het model dat u getoond is”. En hoewel de mensen alles moesten maken, konden ze dat alleen doen door de kracht van de Heilige Geest. Als dat niet zo is, wordt er veel tijd en kracht verspild.

Verscheidene jaren geleden had ik een lang gesprek met een leider van een grote, wereldwijde christelijke beweging. Deze beweging had een zeer gezegend en heerlijk begin gehad. God verwekte Zijn dienstknecht, liet hem door een heel diepe ervaring heengaan en gebruikte hem toen voor dit werk. Er was grote geestelijke kracht. Maar nu is die oorspronkelijke kracht verdwenen. Het werk gaat door. Het is een grote, wereldwijde, evangelische beweging. Er zijn honderden gemeenten over heel de wereld, maar de oorspronkelijke geestelijke diepgang is verloren gegaan. In dat gesprek met die leider bleek dat hij dat zeer betreurde. En hij vroeg mij wat ik zou doen. Dat was geen gemakkelijke vraag. Ik dacht even na en antwoordde toen: “Ik denk dat ik alle leiders bij elkaar zou roepen, weg van hun werk, om dan een paar weken samen in gebed door te brengen. Ik zou ze vragen om de Here te zoeken en Hem te vragen de oorspronkelijke visie terug te geven”. Hij zei dat dit inderdaad het enige was om te doen. Maar toen zei hij: “Maar het is onmogelijk”. “Waarom?”, vroeg ik. “Ze hebben het allemaal veel te druk. Al onze tijd en kracht gaat in het werk zitten, zodat we geen tijd meer over hebben om ons geestelijk leven in stand te houden”.

Nu gaan we naar een ander erg belangrijk punt betreffende deze tabernakel in de woestijn. Alles moest niet alleen gemaakt worden naar het model, maar nadat dit gedaan was trok het volk op, geleid door het getuigenis. De tabernakel werd afgebroken en alle onderdelen werden door de Levieten op hun schouders gedragen en zo trokken ze verder. Maar het duurde niet lang of de Here sprak: “Stop, we gaan niet verder. Bouw de tabernakel weer op en blijf hier totdat Ik zeg: “Trek op!” Dat gebeurde telkens weer. Ik vraag me af waarom dat was. Weet u, we kunnen niet altijd de dingen op onze schouders dragen en alsmaar verder trekken. De Here zegt: “Stop, Ik wil dat jullie meer zien van Mijn Zoon. Ik wil dat jullie begrijpen dat vooruitgang alleen mogelijk is door Mijn tegenwoordigheid. Jullie moeten je legeren om die tabernakel heen, maar beseffen dat Ik daar in het midden aanwezig ben. Een tijdlang moet je nu al je aandacht op Mij richten. Tot nu toe ging het je er alleen om verder te komen, maar nu zeg Ik: Stop en richt je een poosje alleen op Mij”. Het punt is dat geestelijke groei en voortgang altijd een kwestie is van de tegenwoordigheid van de Heer en van ons inzicht in wat dat betekent. En zo kan het soms gebeuren dat de Here zegt: “Stop, trek niet verder. Stop met al je activiteiten, stop met al je werk, wees stil en weet dat Ik God ben. Richt je hart nu volledig op Mij”. Vooruitgang, geestelijke groei komt alleen door de tegenwoordigheid van de Heer.

Toen het volk bij de grens van het beloofde land aankwam, weigerden ze het land binnen te gaan, omdat ze van de verspieders gehoord hadden dat er reuzen in het land waren (Num. 14). Daarom wilden ze de Here niet gehoorzamen en Hem volgen. Toen zei de Here tot Mozes: “Zo waar Ik leef, spreekt de HEERE, voorwaar, Ik zal met u doen zoals u ten aanhoren van Mij gesproken hebt. In deze woestijn zullen uw dode lichamen vallen, te weten allen van u die geteld zijn, naar hun volledige aantal, van twintig jaar oud en daarboven, u die tegen Mij gemord hebt. U zult beslist niet in dat land komen waarover Ik Mijn hand opgeheven heb, dat Ik u daarin zou laten wonen, behalve Kaleb, de zoon van Jefunne, en Jozua, de zoon van Nun. Uw kleine kinderen, van wie u zei: Zij zullen tot prooi worden van de vijand! hen zal Ik erin brengen; zij zullen dat land, dat u verworpen hebt, leren kennen. Maar wat u betreft, uw dode lichamen zullen in deze woestijn vallen. Uw kinderen zullen veertig jaar in deze woestijn rondzwerven, en zij zullen uw hoererijen dragen, totdat uw dode lichamen in deze woestijn vergaan zijn” (Num. 14:28-33).

Toen Mozes deze woorden tot heel het volk Israël sprak, bedreven zij “zware rouw”. En de volgende morgen wilden zij vroeg de berg beklimmen en ze zeiden: “Zie, hier zijn wij, wij zullen op weg gaan naar de plaats waarvan de HEERE gesproken heeft, want wij hebben gezondigd. Maar Mozes zei: Waarom overtreedt u zo het bevel van de HEERE? Want dat zal niet voorspoedig verlopen. Ga niet op weg, want de HEERE zal niet in uw midden zijn, zodat u niet door uw vijanden verslagen wordt. Want de Amalekieten en de Kanaänieten staan daar vóór u, en u zult door het zwaard vallen, want omdat u zich van achter de HEERE afgekeerd hebt, zal de HEERE niet met u zijn” (Num. 14:40-43). Het volk zei: “Wij gaan toch”. En de Here zei: “Nee”. Maar zij zeiden: “Wij trekken op”. De Here zei: “Ik trek niet op”. En ze trokken op, althans dat probeerden ze, maar met rampzalige gevolgen. En na veertig jaar waren ze allen gestorven in de woestijn, juist zoals de Here gesproken had.

Het is gevaarlijk om verder te trekken zonder de Here. We kunnen alleen verdergaan als we weten dat de Here met ons is. En daarom is het van het grootste belang dat we in al onze activiteiten weten dat de Here daar in is, dat we niet voor de Here uit gaan.

Het is even gevaarlijk om niet te gaan als de Here wel gaat. Stel u voor dat op zekere dag de priesters op de zilveren trompetten bliezen, wat betekende: “Vandaag gaan we verder, want vandaag gaat de Here verder”, en dat het volk zou zeggen: “Wij gaan niet. We willen hier blijven. We trekken niet op”. Dan zou de Here alleen opgetrokken zijn en zij zouden daar in de woestijn alleen achtergebleven zijn zonder de Here. Het werkt dus aan twee kanten. De Here trekt op, wij moeten optrekken. De Here zegt: “Wacht een poosje en leer Mij beter kennen”. Dan moeten wij bereid zijn te wachten. U ziet dat Ik u hierbij de fundamentele principes van het leven met God geef.

Tot slot wil ik zeggen dat het zo belangrijk voor ons is om dit in te zien, want dit is een wezenlijk element in de tegenwoordigheid van God. Wat de Here wil doen is niet altijd wat wij denken. Wij moeten onze gedachten in de tegenwoordigheid van God brengen. “Here, het lijkt me een goede zaak om naar die en die plaats te gaan. Ik denk dat ze mij daar nodig hebben. Ja, ze hebben me uitgenodigd om te komen en het lijkt me heel goed als ik zou gaan”. Zijn dat al uw overwegingen? Wij moeten dat alles naar de Here terugbrengen en zeggen: “Here, wilt U mij daar hebben en wilt U mij daar nu hebben?” Als ik buiten Gods planning kom, verspil ik tijd. Misschien bedoelt de Heer dat ik pas volgend jaar ga. Als ik dan nu ga, verspil ik een heel jaar. Ziet u wat ik bedoel? Dit is het leven in de Geest, en de Here kan alleen met ons zijn als wij in de Geest leven.

Uiteraard zijn we niet volmaakt; wij maken fouten. Ik heb u verteld over een fout die ik gemaakt had. Dat was niet omdat ik geen hart voor de Heer had, en ook niet omdat ik niet ijverig was voor de Here, maar ik had mijn lessen in de leerschool van Christus nog niet geleerd. Ik heb u in het begin gezegd dat ik alleen maar een paar lessen wilde doorgeven die ik in die school geleerd heb. Ik heb ze geleerd door fouten en ik heb ze geleerd door lijden. God is erg praktisch. God geeft ons nooit een studieboek in onze handen waarbij Hij zegt: “Bestudeer nu eerst dit boek maar eens en doe dan precies wat er in staat”. O nee, God doet het nooit op die manier. Dat zou te gemakkelijk zijn. We zouden dat misschien wel graag willen, maar God leert ons door ervaring. Hij brengt ons in situaties en daarin leren wij Zijn diepe lessen; dat is de enige manier waarop we echt iets leren. Ware kennis is de kennis die door ervaring verkregen wordt. Iemand anders schrijft misschien een studieboek en komt daarmee bij u. Hij zegt dat dit het leerboek is van de nieuwtestamentische gemeente, en je moet alles precies zo doen als daar geschreven wordt. Al spoedig komt u in een heleboel verwarring.

De Heilige Geest is ons leerboek. Hij weet alles. Hij heeft alle principes en alleen als wij in de Geest leven, leren wij door ervaring. Ik geloof dat dit de manier is waarop de Here het doet. Ik hoop dat u er acht op slaat. Laat u onderrichten door de Geest, probeer u deze dingen te binnen te brengen en ze kunnen u veel van de moeite besparen die ik gehad heb. Alles gaat maar om één ding: de tegenwoordigheid van de Heer. Dat is het allerbelangrijkste in de wereld. Het is echt iets geweldigs om te kunnen zeggen: “De Here is met ons”.

Wordt D.V. vervolgd.

* De teksten zijn geciteerd uit de Herziene Staten Vertaling, tenzij anders aangegeven.

Publicatie met toestemming van: Stichting “De Gouden Kandelaar” te Twello.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol