6 jaar geleden

Opdat zij één zijn (2)

Eenheid

Deel 1

Hoofdstuk II

“Maar de tijd komt en is nu, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid, want de Vader zoekt wie Hem zo aanbidden. God is Geest en wie Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid” (Joh. 4:23,24).

Ons onderwerp is de fundamentele principes van het werk van God. Er is één ding dat we moeten erkennen en accepteren. En dat is dat voordat de apostelen hun werk op aarde beëindigd hadden, het christendom al begonnen was af te wijken van zijn fundamenten. Met andere woorden: het christendom week af van zijn aanvankelijke positie en daarom was de latere bediening van de apostelen grotendeels corrigerend. Hun bediening was aan het eind een bediening van terug gaan naar de begintijd. In hun eerste geschriften was hun last dat het leven van de gelovigen overeenkomstig Jezus Christus zou zijn. In hun latere geschriften zien we dat het hun erom ging de gelovigen terug te brengen naar de Here Jezus. Niet lang nadat de apostelen gestorven waren, slopen al die dingen al binnen waar wij vandaag zo vertrouwd mee zijn.

Het christendom werd georganiseerd in een kerkelijk systeem met bisschoppen en aartsbisschoppen en uiteindelijk een paus. De ambtsgewaden en rituelen van het latere christendom ontstonden in die tijd. Leiders werden niet aangesteld omdat ze geestelijke mensen waren, maar om andere redenen. Deze tendens begon zich al te manifesteren vóór de apostelen hun bediening beëindigd hadden. Het is erg belangrijk dat we dit opmerken, omdat wij een christendom geërfd hebben dat niet trouw gebleven is aan haar beginselen. Laten we eens kijken naar de laatste brief van Paulus, de tweede brief aan Timotheüs. Vanzelfsprekend zijn er veel dingen in deze brief die we fijn vinden, bijvoorbeeld 2 Timotheüs 2 vers 15: “Beijver u om uzelf welbeproefd voor God te stellen, als een arbeider die zich niet hoeft te schamen en die het Woord van de waarheid recht snijdt”. Maar we zien niet altijd dat die woorden een correctie zijn. Ze zouden wel eens een oproep kunnen zijn om terug te keren naar de oorspronkelijke positie. We vinden hoofdstuk 2 vers 3 ook een heel mooie tekst: “Lijd verdrukkingen als een goed soldaat van Jezus Christus”. Maar we zien niet dat dit samengaat met “Strijd de goede strijd van het geloof” (1 Tim. 6:12). De strijd van de soldaat van Jezus Christus is de strijd voor de zuiverheid van het geloof. Dat is de zuiverheid van het christendom zoals het was in het begin. We moeten 2 Timotheüs in het licht van deze waarheid lezen. Die brief werd geschreven omdat de mensen zich niet behoorlijk gedroegen in het huis van God. Dat schrijft hij in 1 Timotheüs 3 vers 15. Er was verkeerd gedrag in het huis van God. En u weet dat Timotheüs waarschijnlijk een oudste in de gemeente van Efeze was. Dat was een ernstig iets om tegen de gemeente van Efeze te zeggen. Zelfs van die goede gemeente van Efeze zegt Paulus dat de mensen zich niet goed gedroegen in het huis van God.

Al zo vroeg in de geschiedenis weken de gelovigen af van hun oorspronkelijke positie. De laatste brieven van het Nieuwe Testament waren die van Johannes. Hij schreef al zijn brieven en zijn evangelie waarschijnlijk nadat alle andere apostelen al naar de Here waren gegaan. Ik denk dat we allemaal zijn brieven fijn vinden en zijn evangelie is onze favoriet. Maar is het karakter van die brieven u wel opgevallen? Hij begint zijn eerste brief met deze woorden: “Wat er was vanaf het begin”… Hij moest terug naar het begin. De brieven gaan over correctie van de leer en van het leven. Ze zijn afgeweken van het oorspronkelijke onderricht. En ook van de oorspronkelijke normen van het christelijk leven. En, let op, Johannes schreef zijn brief waarschijnlijk aan de Efeze gemeente. Als je in het boek Openbaring kijkt, begint de Here met Efeze. En Hij zegt tegen hen: “U hebt uw eerste liefde verlaten”. Jullie hebben je oorspronkelijke positie verlaten. Ik denk dat ik al genoeg gezegd heb om aan te tonen dat er aan het eind van de nieuwtestamentische geschriften aan de ene kant een verlaten van de oorspronkelijke basis was. Aan de andere kant zien we de last van de apostelen om de gelovigen terug te brengen naar hun oorspronkelijke leven.

Lange tijd heb ik mij afgevraagd waarom de vier evangeliën zo laat in de nieuwtestamentische tijd geschreven werden. Omdat het Nieuwe Testament met de vier evangeliën begint, zijn we geneigd te denken dat het de eerste geschriften zijn. Dat is niet het geval. Ze werden pas geschreven nadat al veel van de brieven geschreven waren. Ik vroeg me af waarom dat was. Waarom zouden deze schrijvers helemaal terug gaan naar het aardse leven van de Here Jezus na al die machtige openbaringen die ze ontvangen hadden? Zij hebben toch de wondere openbaring van de gemeente als Lichaam van Christus ontvangen. Ze hebben iets gezien van de eeuwige raadsbesluiten van God. En hierna gingen ze helemaal terug naar Zijn aardse leven van dertig jaar. Waarom toch? Het leek mij alsof ze van de hemel terugkeerden naar de aarde, van de eeuwigheid in de tijd. Ik begreep dat niet. En zo bestudeerde ik vele jaren lang de brieven en werd helemaal in beslag genomen door Gods eeuwig voornemen met betrekking tot het geestelijke Lichaam van Christus, de gemeente. Toch blijft het feit dat deze mannen die evangeliën pas schreven nadat de meeste brieven geschreven waren. Toen ontdekte ik de geestelijke wet hierachter. De Heilige Geest maakt Zich niet altijd druk over de chronologie. Chronologie is één ding, geestelijke orde iets anders. Ziet u dat? De Heilige Geest houdt Zich altijd bezig met de geestelijke orde. Later werd mijn vraag in mijn eigen ervaring beantwoord. Ik moest terug naar de evangeliën.

Nu iets anders wat heel belangrijk is. Toen ik de bijbel begon te lezen, deed ik wat de meesten doen. Ik las de vier evangeliën als het verhaal van het aardse leven, werk en onderricht van Jezus. Al die verhalen waren zo interessant. Zo las ik de evangeliën en alle mogelijke boeken daarover. Jezus stierf en stond weer op en dat was het eind van het evangelie.

Dan door naar Handelingen en daarna de brieven. Iedereen kan op deze manier de evangeliën lezen. Zelfs een ongelovige kan het verhaal interessant vinden, maar we vergeten dat niemand werkelijk de evangeliën kan begrijpen voordat hij in de ervaring van het boek Handelingen komt. Dat is de ervaring van Pinksteren. Zelfs de discipelen begrepen het niet; pas na Pinksteren. Ze begrepen het werk en het onderricht van Jezus niet toen Hij nog op aarde was. Toen was de hemel voor hen gesloten. Dat was het probleem dat Jezus met Zijn discipelen had. Hij zei: “Ben Ik zo lang bij u, en kent u Mij niet?” En al die drie jaar begrepen zij niet waar Jezus het over had.

En omdat ze geestelijk blind waren, namen zij allen aanstoot in plaats van in te zien dat het hele Oude Testament vervuld werd in Zijn kruisiging. Hij sprak vaak over Zijn sterven en zei altijd dat de Schrift vervuld moest worden. En toen het zover was, zei Hij: “Dit is wat Ik jullie aldoor geprobeerd heb te vertellen”. Maar zij zagen het niet en daarom namen ze allen aanstoot aan Hem. Ze lieten Hem allemaal in de steek en we weten in wat voor toestand ze waren als we kijken naar die twee Emmaüsgangers. Zij zeiden tegen Hem: “Wij leefden echter in de hoop dat Hij het was die Israël verlossen zou. Al onze hoop is weg. Ons geloof heeft zich vergist”. Ziet u hoe blind ze waren? Pas toen Hij hun ogen opende, zagen ze. Mijn punt is dit: Niemand kan de evangeliën begrijpen tenzij hij de Heilige Geest ontvangen heeft en tot een waarachtige, diepe ervaring van de dood, begrafenis en opstanding met Christus is gekomen. Omdat die ervaring, niet die leer, een open hemel geeft. Toen ik tot een nieuwe ervaring van eenheid met de opstanding van Christus kwam, en van een nieuw leven in de Heilige Geest, begon de Heilige Geest mij terug te voeren tot de evangeliën. Hij begon mij de ware betekenis van de evangeliën te tonen. Ze kwamen tot nieuw leven. Dit alles is een inleiding op wat ik wil zeggen.

We komen nu bij die aansporing die nodig is voor ons geestelijk leven en we gaan terug naar het begin. We beginnen in het vierde hoofdstuk van het evangelie van Johannes. In dit hoofdstuk vinden we het gesprek dat Jezus had met de Samaritaanse vrouw. Op een bepaald moment in dat gesprek zei de vrouw tegen Hem wat we vinden in vers 19. Het belangrijkste van dat hele hoofdstuk vinden we in de verzen 19-24. De vrouw zei tegen Hem: “Here, ik zie dat U een profeet bent. Onze vaderen hebben op deze berg aangebeden, en bij u zegt men dat in Jeruzalem de plaats is waar men moet aanbidden”. Jezus zei tegen haar: “Vrouw, geloof Mij, de tijd komt dat u niet op deze berg, en ook niet in Jeruzalem de Vader zult aanbidden. U aanbidt wat u niet weet; wij aanbidden wat wij weten, want de zaligheid is uit de Joden. Maar de tijd komt en is nu, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid, want de Vader zoekt wie Hem zo aanbidden. God is Geest en wie Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid”. In hoofdstuk 5 vers 25 lezen we: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: De tijd komt en is nu dat de doden de stem van de Zoon van God zullen horen, en dat wie hem horen, zullen leven”. Ziet u de geweldige dingen die in deze verzen staan? In de eerste plaats geven ze een volledige verandering van bedeling aan. Tot nu toe was het Jeruzalem en Samaria. In beide plaatsen was een tempel. Deze tempels vertegenwoordigden een hele historische orde. Als je een Jood was, was Jeruzalem het centrum van alles. Alleen daar in de tempel kon je God vinden en nergens anders. De orde in de tempel in Jeruzalem was alles, en dat zou je nooit ergens anders vinden. De priesters en de offeranden en het altaar en al het andere, die tempel was het middelpunt van alles.

Zo was het voor de Samaritanen in de tempel in Samaria. Nu zegt Jezus deze radicale woorden: De tijd komt {en is nu – SV}, dat aanbidding noch in Jeruzalem noch in Samaria plaats vindt. En ook niet in een andere speciale plaats. De aanbidding van God heeft van nu aan geen speciale plaats of vorm. Noch – noch! Dat maakt in één keer een einde aan de hele bedeling! Stel je voor, je schrijft een heel schoolbord vol met al je leerstellingen en gewoonten en dat is het christendom, zeg je. Dan komt er iemand met een spons en veegt alles uit. En hij zegt: “Dit is nonsens; dit is het helemaal niet”. Wat zou je met zo iemand doen? Je kruisigt hem. Jezus heeft de hele oude bedeling uitgewist en er iets anders voor in de plaats gebracht. Wat? God is Geest en die Hem aanbidden moeten Hem aanbidden in geest en in waarheid.

Heel dat oude systeem mag voor u veel betekenen, maar het is niet de “waarheid”. Het is alleen een systeem van symbolen en typen en dat is niet de waarheid. Je kunt heel veel bezig zijn met wat aan de oppervlakte ligt, met het zichtbare, met wat je ogen en oren waarnemen, zonder de betekenis ervan te begrijpen. Het is de betekenis die de waarheid is, de dingen zelf niet. Het belangrijkste voor de Joden was de ceremonie van de besnijdenis. Dat was het teken dat je een ware Jood was. Maar de apostel Paulus zegt: “Want in Christus Jezus heeft niet het besneden zijn enige kracht, en ook niet het onbesneden zijn” (Gal. 6:15). Het is geen wonder dat de Joden hem wilden doden. Wij hebben nu dat probleem van de besnijdenis niet, maar in het christendom neemt de doop die plaats in. Maar ook de doop op zichzelf betekent niets. In Ethiopië worden de christenen ieder jaar gedoopt. U kunt u wel elke dag laten dopen als u dat wilt, maar het maakt geen verschil. Als je elke week aan het avondmaal deelneemt, maakt dat op zich geen verschil. Je kunt alle vormen van het christendom praktiseren zonder er iets van te weten.

Toen Jezus zei dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en in waarheid, had dat niets meer te maken met Jeruzalem of Samaria of Antiochië of ergens anders. “Waar twee of drie zijn vergaderd in Mijn Naam, daar ben Ik in het midden”. Johannes 3 vers 16 is het woord voor de redding van de hele wereld: “Een ieder die in Hem gelooft”. Mattheüs 18 vers 20 is een ander aspect, de gemeente. En het is weer niet plaatsgebonden, maar voor iedereen. Samenkomen is niet op grond van de een of andere geloofsbelijdenis, maar op grond van Christus! Waar twee of drie vergaderd zijn in Zijn Naam en aanbidden in geest en in waarheid, dat is het! De bedeling is veranderd. Het is de eerste correctie die nodig is in ons christendom, dat grotendeels een wettisch systeem is. Je moet hier zijn, bij ons! Je moet het zus en zo doen of je bent niet de ware gemeente. Vanaf het begin heeft de Here Jezus dit alles van de tafel geveegd. De enige grond die nodig is, is in geest en in waarheid in Hem. Christus heeft de plaats genomen van alle andere systemen. Christus is het enige systeem. Maar wij moeten Christus leren (Ef. 4:20 S.V.).

Wordt D.V. vervolgd

* De teksten zijn geciteerd uit de Herziene Staten Vertaling, tenzij anders aangegeven.

Publicatie met toestemming van: Stichting “De Gouden Kandelaar” te Twello.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol