5 jaar geleden

O, daar te zijn, waar nimmer tranen vloeien … want daar bent U …

U hebt mij een heerlijk lot beschoren …

Er is een lied dat zegt:
Door U, Heer Jezus, is mijn heil;
U had voor mij Uw leven veil,
en hebt ‘m een heerlijk lot beschoren.

•  Welk lot en voor wie?

LOT

Dit keer hebben we het nu anno december 2012 niet rechtstreeks over de 1e komst van de Heer Jezus op deze aarde. Maar we hebben het hier over ons eeuwig geluk. Niet over een geluksspel, over een LOTERIJ, maar over een LOT waaraan je alleen deel krijgt door het geloof in de Heer Jezus Christus. De bijbel zegt: “Door genade bent u behouden, door het geloof” (Ef. 2:8). God draait niet aan een groot rad met alle namen erop van de mensen. Als dan het rad stopt bij de naam van iemand, mag deze dan rekenen op de liefde en genade van God en is voor eeuwig gered en zal eenmaal in de hemel komen. Zo werkt het dus niet. Nee, de tekst die ik zojuist aanhaalde spreekt geheel anders: ALLEEN DOOR HET GELOOF. “Geloof in de Heer Jezus Christus en u zult behouden worden, u en uw huis” (Hand. 16:31). Dat betekent wel dat iedereen zijn of haar vertrouwen moet stellen op de Heer Jezus, ook de kinderen in onze huizen. Dat is geen erfenis die je zomaar toebedeeld wordt. Het is een bewuste keus die ieder persoonlijk moet maken. Hoe dankbaar mogen/moeten we zijn als ook onze kinderen met hun zonden en schuld tot de Heer Jezus gegaan zijn en nu behouden zijn. Denken we daar wel een aan? En … als je het wel gedaan hebt en je kijkt terug, dan moet je zeggen: Ook het geloof heeft Hij mij geschonken, want dat is een gave van God (lees maar na: Ef. 2:8). Alles komt, kwam, en zal komen van Hem.

EEN HEERLIJK LOT

Dit betekent in ieder geval: “Bij Hem te zijn en bij Hem te horen Die voor mij Zijn leven “veil” had (overgegeven heeft). Hij ging in de dood!!!

Onze ontslapenen, dat zijn zij die in Christus ontslapen zijn – onze broeders en zusters (vergeeft u mij deze uitdrukking: maar ‘zuster’ is wel een eretitel voor die vrouwen die in Christus geloven als hun Heer en Heiland; hetzelfde geldt voor ‘broeder’) zijn ons in zekere zin al een stap voor: “Zij zijn nu met Christus” en dat is immers verreweg “HET BESTE”. Daar kunnen wij de Heer oneindig dankbaar voor zijn!!!

ER IS OOK EEN VRESELIJK LOT

Dit lot gun ik niemand. Maar wat geweldig: God Die liefde is gunt dat zeker weten niemand. Hij wil niet dat er één mens verloren gaat en het vreselijke lot moet delen (zie 1 Tim. 2:3-6).

Dit lot heet: DE POEL VAN VUUR. Vuur spreekt in de bijbel van oordeel. De mens die niet de TOEVLUCHT tot de Heer Jezus genomen heeft, zullen dat eeuwig lot ondergaan.Wanneer u/jij niet erkent en belijdt dat je in de ogen van God een zondaar/zondares bent (om dat oude, maar o zo waar en duidelijk woord) en je toevlucht nog niet genomen hebt tot Jezus Christus Die ook uw zonden wilde dragen op het kruis van Golgotha, zult u, zul jij dat eeuwig vreselijke lot ondergaan.

Wat dat voor lot is: Het eeuwig verwijderd zijn van God en terechtkomen in de poel van vuur, beter bekend als de HEL, het eeuwige vuur dat bereid is voor de duivel en zijn engelen (Matth. 25:41). Maar als je je niet bekeert, kom je daar ook. Daarom: Bekeer u/je tot de levende God en geloof in de Heer Jezus Christus Die het oordeel over uw/jouw zonden dragen wilde. Hij wilde uw “plaatsvervanger” zijn. Ook van mij is Hij dat. Hij heeft al mijn zonden gedragen in Zijn lichaam op het hout (zie 1 Petr. 2: 23-24). Hij – Die ook de Heer en Heiland van onze ‘geliefde ontslapenen’ was en is – gaf Zich vrijwillig over aan Hem Die rechtvaardig oordeelt, en … als u Hem gelooft, mag u het weten en zeggen: “Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam op het hout gedragen heeft …”. Wacht a.u.b. niet langer meer maar kom tot Hem met heel uw/jouw leven.

EEN HEERLIJK EEUWIG LOT

Dit wacht dus hen die het “eeuwig eigendom” van God de Vader en van de Heer Jezus Christus zijn. Zo ook onze ‘geliefde ontslapenen’. Een eeuwig hemels geluk is er voor de kinderen van God. “En ik hoorde een luide stem uit de hemel zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn. En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan” (Openb. 21:3-4). Wie/wat vinden we daar eigenlijk?

  • God Zelf is bij hen;
  • God zal elke traan van hun ogen afwissen;
  • geen dood, geen graf;
  • geen rouw;
  • geen geschrei;
  • geen moeite.

Dit alles is gegrond op de dood van de Heer Jezus Christus, Die de dood van haar kracht beroofd heeft. Daarom is de dood geen eindpunt – zoiets als “Game is over” – maar de poort naar het heerlijke onsterfelijke leven (waarover we ook iets zagen in Openb. 21:4). De dood bestaat nog wel, maar een christen (dit is iemand die het eeuwig eigendom is van de Heer Jezus Christus en van God de Vader) kan door de dood niet vastgehouden worden. Nee, het is de poort naar die heerlijke, onvergankelijke, onbevlekte en onverwelkelijke erfenis (verg. 1 Petr. 1:4), het eeuwige leven met Christus in de hemel.

HET BOEK VAN HET LEVEN

We weten dat zij die in Christus Jezus geloven geschreven staan in een BOEK: Het boek van het leven. We lezen over dit boek in Openbaring. Je kunt ook weten of je er ook in geschreven bent. Hoe? U raadt het al: ja, inderdaad door het geloof in de Heer Jezus Christus. Maar ook de apostel Paulus sprak over gelovigen die in het ‘boek des levens’ geschreven staan (zie Fil. 4:3). Er worden zelfs bepaalde personen aangeduid, waaronder één bij zijn naam, namelijk Clemens. Deze heeft een getuigenis gegeven door en in zijn leven, hij was om zo te zeggen een leesbare brief van Christus (zie 2 Kor. 3:3). Van de Thessalonicensen kon de apostel schrijven: “Want van u uit is het woord van de Heer ruchtbaar geworden, niet alleen in Macedonië en in Achaje, maar in elke plaats is uw geloof in God verbreid … (zie 1 Thess. 1:8-10).

Ook onze ‘geliefde ontslapenen’ staan in dit boek. Daarvan zijn we overtuigd. Zoals bij Priscilla en Aquila, medearbeiders van Paulus in Christus Jezus, de gemeente samenkwam (Rom. 16:3-5) hebben ook andere christenen vroeger en nu gastvrijheid in hun huis geboden aan de gemeente van God in hun plaats. Daar mogen we dankbaar voor zijn. Op deze wijze hebben ook zij een getuigenis afgelegd van hun Heer en Heiland. Gastvrijheid is ook een vrucht van het kindschap van God. Zo hebben ook zij zich daarop toegelegd, zoals het woord van God ook zegt, onder andere: “Legt u toe op de gastvrijheid” (Rom. 12:13b). Zij hebben op deze wijze de gemeente van Christus gediend en daarmee God. Zou u ook uw huis beschikbaar stellen voor de brusters (= broeders en zusters)?

We hebben het ondertussen nog steeds over dat heerlijke lot. Wat zal het zijn daar bij Hem. Hebt u soms/vaak dat verlangen ook om bij Hem te zijn (Fil. 1:23). Maar daar kom ik aan het eind nog terug! Onze ‘geliefde ontslapenen’ zijn nu in de hemel en genieten nu van Zijn onmiddellijke nabijheid en zullen nooit meer alleen zijn of zich eenzaam voelen. Dat mag voor ons allen een troost zijn.

TROOST

Daarover spreekt ook 1 Thessalonika 4:13-18. We kunnen heel veel vinden over troost in het Woord van God. Hoe hebben we dit ook nodig!!! We kunnen elkaar ook troosten, zo leert ons vers 18 uit dit gedeelte. En … bij God zijn we bij het enige juiste adres, want Hij is de God van alle vertroosting (2 Kor. 1:3,4). Zo kun je Hem ook leren kennen, wanneer je tot Hem de toevlucht neemt als er moeiten en verdriet in je leven zijn.

Herinneren we ons de geschiedenis van Job. Heel in het kort zullen we er even bij stilstaan. De bijbel zegt in Job 1 het volgende van hem: “Aan vee bezat hij zevenduizend schapen, drieduizend kamelen, vijfhonderd juk runderen en vijfhonderd ezelinnen. Verder had hij een zeer groot aantal slaven, zodat deze man aanzienlijker was dan alle mensen van het oosten” (vs. 3). Hij was dus een aanzienlijk man. Wat gebeurt er echter? Satan verschijnt op het toneel. Hij krijgt van God op zijn verzoek toestemming om Job aan te tasten. Satan mocht met Job doen wat hij wilde, als hij maar niet aan zijn leven, zijn gezondheid kwam. Dan tast satan Job aan, hij raakt hem diep in zijn ziel. Alles werd hem afgenomen. Zijn 10 kinderen en … al zijn bezit. Wat een ellende!!!

Hoe reageert Job daarop? Lees Job 1:20-22.

In hoofdstuk 2 mocht satan van God  vervolgens de gezondheid van Job aantasten. Geeft Job het dan nog niet op? Zegt hij God vaarwel, waartoe zijn vrouw hem aanspoorde? Job zei toen tegen haar: “Je spreekt zoals één van de dwaze vrouwen spreekt. Zouden wij het goede wel van God ontvangen en zouden we het kwade niet ontvangen? In dit alles zondigde Job met zijn lippen niet” (zie Job 2:9-10).

Maar nu waar ik aan dacht in verband met troost. De drie vrienden van Job verschijnen eveneens op het toneel nadat zij hoorden van deze dramatische en verschrikkelijk toestand bij Job. Zij wilden hem medeleven betonen en hem vertroosten. Een goed voornemen, zou je zeggen. Maar toen zij Job zagen die helemaal onder de zweren zat van top tot teen, herkenden ze hem niet eens. Hun reactie: “Zij begonnen luid te huilen; daarbij scheurde ieder zijn bovenkleed en ze strooiden stof naar de hemel over hun hoofden” (vs. 12). Nu komt het: NIEMAND SPRAK EEN WOORD.

En als je dan verder in dit boek leest, ontdek je ook dat deze vrienden heel slechte vertroosters waren. Uiteindelijk maakt God het dan alles goed (zie het eind van het boek – hoofdstuk 42:7-17) en zien we de oneindige genade van God.

Nee, werkelijke en echte troost vinden we eigenlijk alleen maar bij God, die de God van alle vertroosting is. We mogen bij  Hem troost vinden voor elke omstandigheid. Laten we het daarom ook zoeken bij Hem en bij de Heer Jezus.

Treedt de paleizen van Zijn troost binnen door middel van gebed en Hij, geliefden in Christus, zal u vertroosten.

Als we denken aan onze moeders die nu bij de Heer zijn, missen we toch een liefhebbende moeder? Dat doet toch pijn. Natuurlijk!!! Maar we mogen Hem kennen van Wie geschreven staat: “Zoals iemands moeder hem troost, zo zal Ík u troosten; ja, in Jeruzalem zult u getroost worden!” (Jes. 66:13). De Heer gaat verre uit boven alle liefhebbende moeders. Zijn troost is uniek en enig alsmede ook altijd precies raak op het juiste moment.  We kunnen we vast nog meer vinden als we daarover nadenken. Dan ervaren we wat in psalm 94 vers 19 staat: “Toen mijn gedachten binnen in mij zich vermenigvuldigden, verkwikten Uw vertroostingen mijn ziel”.

Ik herinner u ook aan de woorden uit een lied: “Door U is al mijn troost en smart, door U rust ik aan het Vaderhart” (lied 2, 2e couplet – Geestelijke Liederen). Onze geliefden die ons reeds zijn voorgegaan genieten nu van hun Heer en Heiland Die ook hen zo lief had. Alle moeilijke noden, alle pijn, alle verdriet die zij hier op aarde meemaakten, zijn nu definitief ten einde. Afscheid nemen is ook altijd moeilijk, dat merk je als je bij oudere broeders en zusters op bezoek bent, want je moet toch langer blijven en zij vragen vaak: “wanneer kom je weer terug?” Dit zullen zij nooit meer vragen. Zij laven zich nu al aan Hem, de BRON van licht en leven. Aan Hem Die het aan het kruis van Golgotha zei: “Mij dorst”. Hoeveel heeft Hij geleden, de Heer der heerlijkheden.

En … binnenkort zullen ook wij – die de Heer Jezus toebehoren – bij Hem zijn. Dan zijn wij, die Hem mogen toebehoren, voor eeuwig verenigd en staan wij met alle verlosten rondom onze Heer en Heiland en bewonderen Zijn heerlijkheid, die Hij met ons wilde delen, volgens Zijn eigen woorden in Johannes 17 vers 24.

Dan mogen we ook nog even kijken wat er in couplet 2 van het boven aangehaalde lied staat:

Bij U is mij een plaats bereid,
waar mij een eeuwige rust verbeid.

Wij zullen voor eeuwig bij Hem wonen in onze hemelse woningen, want in het huis van de Vader zijn vele woningen. Er is plaats voor allen. De Heer Jezus heeft ons daar plaats bereid (zie Johannes 14:1-1-5). De weg erheen heeft Hij ons gewezen en wijst Hij nu nog telkens, namelijk, zoals Hij Zelf zei: “Ik ben de weg …”. Wat een genade en liefde dat wij voor eeuwig aan Hem verbonden zijn en nu mogen verlangen naar Hem zoals ook het lied hieronder weergeeft. Wat een troost en wat een vooruitzicht!

O, daar te zijn,
waar nimmer tranen vloeien,
waar ’t hart geen angst, geen zorgen kent noch pijn,
waar doorn noch distel groeien.

O, daar te zijn! O, daar te zijn!

O, daar is ’t schoon,
in ’t Vaderhuis der vromen,
daar is geen kruis, dan is de doornenkroon
van ’t buigend hoofd genomen.

O, daar is ’t schoon! O, daar is ’t schoon!

O, daar, daarheen,
waar ziekten zijn noch graven.
Dorst hier het hart naar Gods gerechtigheên,
’t kan daar zich eeuwig laven.

O, daar, daarheen! O, daar, daarheen!

O, daar zijt Gij,
de bron en Heer des levens.
Daar ben ik thuis, daar van de zonde vrij,
en eeuwig zalig tevens.
O, daar zijt Gij! O, daar zijt Gij!

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol