4 weken geleden

Numeri 11 vers 5 en 6

“Wij denken terug aan de vis die wij in Egypte voor niets aten, aan de komkommers, de watermeloenen, de prei, de uien en de knoflook. Maar nu droogt onze ziel uit, er is helemaal niets dan dit manna voor onze ogen!”

Het was niet lang vóór deze gebeurtenis, dat het volk Israël Egypte had verlaten. Slechts ongeveer een jaar eerder hadden zij het paaslam geofferd en Gods wonderbaarlijke bevrijding door de Rode Zee ervaren. Ze hadden verschillende productieve maanden op dezelfde plaats doorgebracht toen de tabernakel werd gebouwd. Maar nu, terwijl ze zich voorbereidden op de reis, keken ze terug en verlangden naar het eten van Egypte.

Komkommers, watermeloenen, prei, uien en knoflook worden over het algemeen beschouwd als nuttig in de keuken. Elke chef-kok leert vandaag om ze te gebruiken als hij heerlijke maaltijden bereidt. Waarom spreekt het verband van dit gedeelte zich zo sterk  uit tegen het verlangen van het volk? Er waren twee belangrijke problemen. Ten eerste had het volk het manna veracht, dat hemelse brood waarin God Zelf voorzien had. Zijn veelzijdigheid, frisheid en zoetheid waren voor hun zielen muf geworden. Mogen we de Heer nooit zien, het ware brood, alsof Hij saai en onaantrekkelijk is!

Ten tweede, die voedingsmiddelen vertegenwoordigen de smaak van het leven zonder kracht. Hoewel er natuurlijk niets mis is met het genieten van een smaakvolle maaltijd, kan geen van deze voedingsmiddelen het leven in stand houden. Het zijn toevoegingen, geen hoofdgerechten. Toch is het gemakkelijk om ‘smaakzoeker’ te worden, om zo te zeggen – je haasten om de volgende smaakvolle ervaring van het leven te vinden zonder echt iets van degelijke voeding voor je ziel te ontvangen. Bovendien groeien deze voedingsmiddelen ofwel op lage wijnstokken, rustend op de grond, of anders wordt het er in begraven. Wat een contrast met het hemelse manna! Dat wat op de aarde rust, zal nooit de hemelse voeding verschaffen die onze zielen nodig hebben.

Stephen Campbell, © The Lord is near

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol