11 jaar geleden

Overdenking van Nehemia (5)

Als wij de stem van de goede Herder volgen, net als de door de Heer Jezus tot de dienst geroepenen, kan Hij opdracht geven om mensen voor Hem te winnen. Hij kan opdracht geven om het visnet in de zee van mensen te werpen, het met Zijn hulp op de oever te brengen – geestelijke zekerheid bijbrengen – en met overtuiging de goede vissen in vaten verzamelen – ze daar brengen, waar Gods gedachten geleerd en gehandhaafd worden. De Heer bracht ook Zelf de door Hem gevonden man in de herberg, te midden van de gelovigen … Wat doen wij?

Nehemia 3:3-5 (vervolg)

De Vispoort (vers 3-5)

Met nog anderen bouwen de zonen van Senáä de Vispoort. In de eerste plaats stelt die ons de Persoon van de Heer Jezus voor, Die als de Gezondene alles voor God betekende: De ware Visser van mensen. Zoals Hij was nog nooit iemand op aarde geweest. De namen van de bouwers worden niet genoemd, wel de naam van hun vader: Senáä (“doornstruik”). Zij kenden hun afkomst: Eertijds behoorden ze tot de gevallen schepselen (Genesis 3:18). Maar zien we in de omkeer in hun leven niet de wonderbare genade van God? Eertijds zondaars evenals wij, maar nu verbonden met de ware Hogepriester en tevens met de broeders, de priesterlijke familie! Zij alleen zijn in staat om de Vispoort te zolderen, haar deuren op te richten en de sloten en grendels – de middelen om het insluipen van alles tegen te houden, wat niet in overeenstemming is met de Persoon van de Heer en met het getuigenis – te bevestigen. Zij alleen zijn in staat om, zoals Efeze 4:15 dat zegt, de waarheid vast te houden in liefde. Ze staan pal in de Geest en in de liefde voor de waarheid, voor elke waarheid met betrekking tot de Heer Jezus, de Vispoort. Als God in Ezechiël 37 Zijn volk Zelf in het beloofde land brengt, wonen ze daar zeker en genieten ze de rust. Ze wonen daar zonder muur en hebben grendel noch deuren. Juist dan komt de vijand (Ezechiël 38:11) om buit te buiten en roof te roven. Geve God, dat wij pal mogen staan voor Gods waarheden en geen enkele verbinding van of met de wereld aanvaarden (Jakobus 4:48a). Los van alles, maar verbonden met Hem, Die gezegd heeft: “Zonder Mij kunt gij niets doen” (Johannes 15:5).

De ware Visser overtreft elk, zelfs diegenen, die routine in hun vak hebben. Hij kon immers tegen Simon zeggen: “Steek af naar de diepte” (Lukas 5:4). Zelf is Hij als het grote Voorbeeld van de hemel daarnaar neergedaald, waar de diep gevallen mensen zich bevonden. Hij daalde af tot in de bittere dood aan het kruis. Bij het herstellen van deze poort mogen de bouwers de Persoon van de Heer Jezus voorstellen als de Verworpene, in Zijn lijden tot in de dood aan het kruis. De haat van de mens sloeg Hem de doornenkroon op het hoofd, alsof Hij de veroorzaker van de zondeval was. Wie heeft meer dan de Heer Jezus de diepte van het alles beproevende vuur van Gods toorn ervaren en ondergaan, toen Hij onze zonden in Zijn lichaam droeg op het hout (1 Petrus 2:24a)? Gezien de betekenis van zijn naam heeft Merémoth (“bitterheid van de dood”), zoon van Uria (“door het vuur”) en kleinzoon van Koz (“doornenkroon”), in zijn getuigenis in type de Heer Jezus voorgesteld als de enige ware Vispoort. Het is de wil van onze God, dat deze waarheid ook door de huidige herstellers hoog wordt gehouden. Laten we vervuld zijn met vrede en liefde om de zegenende Heiland uit te dragen, Die op grond van het bittere lijden dwars door de dood de Bevrijder en Verlosser voor zondaars is geworden Johannes 8:34-36; 10:9b en Galaten 5:1). God is te rechtvaardig om zonden door de vingers te zien. Toch heeft Hij Zelf bepaald door de gave van Zijn Zoon, hoe dat grote verlossingswerk zou plaatsvinden. Hij heeft Hem langs deze weg van lijden en sterven als de ware Vispoort geschikt gemaakt om diep gevallen mensen te behouden van het eeuwige oordeel door belijdenis van zonde en schuld op grond van geloof.

Hij daalde af (Lukas 4:31a). Dat is voor ons vaak moeilijk. Simon, als bekwame visser, toont ook zijn verweer: “Meester, wij hebben de hele nacht dóór ons ingespannen en niets gevangen” (Lukas 5:5). In de dienst van de Meester dienen we echter af te leren en te leren, klein te worden zoals Simon Petrus liggend op zijn knieën uitsprak ná zijn gehoorzaamheid aan de ware Visser: “Ga uit van mij, Heer, want ik ben een zondig mens” (Lukas 5:8). Zijn ogen waren opengegaan voor de Meester, van Wie gezegd kan worden: “Hoe liefelijk zijn de voeten van hen die vrede verkondigen, van hen die het goede verkondigen” (Romeinen 10:15 en Jesaja 52:7). Zijn onze voeten geschoeid met de toerusting van het evangelie van de vrede (Efeze 6:15)? Naar Zefanja 1:10 zal er een stem van de Vispoort af klinken, uit Zijn tegenwoordigheid. Als wij de stem van de goede Herder volgen, net als de door de Heer Jezus tot de dienst geroepenen (Markus 1:16-20), kan Hij opdracht geven om mensen voor Hem te winnen. Hij kan opdracht geven om het visnet in de zee van mensen te werpen, het met Zijn hulp op de oever te brengen – geestelijke zekerheid bijbrengen – en met overtuiging de goede vissen in vaten verzamelen – ze daar brengen, waar Gods gedachten geleerd en gehandhaafd worden (Mattheüs 13:48). De Heer bracht ook Zelf de door Hem gevonden man in de herberg, te midden van de gelovigen (Lukas 10:33-34).

Dienen de bouwers met al hun helpers dan vandaag de dag niet als bazuinen de boodschap van bevrijding en verlossing met aandrang te prediken? De Thekoïeten (“bazuinen”) hebben aan het herstelwerk meegedaan. Laten we enerzijds de waarheid vasthouden, dat de rechtvaardige God geen andere weg tot verlossing kon openen dan door Zijn Zoon te geven, en anderzijds, dat de Heer als de ware Visser geheel vrijwillig afdaalde tot hen, die in de wereldzee dreigden onder te gaan, die ver van God leefden, diep gezonken in de duisternis van zonde en ongerechtigheid. Helaas waren er onder de Thekoïeten voortreffelijken, aanzienlijken, die hun hals niet tot de dienst van hun Heer brachten. Zij zetten hun schouders niet onder het werk voor hun Heer, achtten zichzelf te hoog van aanzien om de Verachte en Verworpene aan hun medemensen voor te stellen. “Een ieder die zich voor Mij en Mijn woorden zal geschaamd hebben onder dit overspelig en zondig geslacht, voor hem zal ook de Zoon des mensen Zich schamen, wanneer Hij zal komen in de heerlijkheid van Zijn Vader” (Markus 8:38). “Een ieder dan, die Mj belijden zal voor de mensen, die zal ook Ik belijden voor Mjn Vader, Die in de hemelen is. Maar wie Mj verloochenen zal voor de mensen, die zal ook Ik verloochenen voor Mijn Vader, Die in de hemelen is” (Mattheüs 10:32-33). Geldt dit laatste niet voor de aanzienlijke Thekoïeten? Stand, rang en positie houden menigmaal tegen om van de Verachte te getuigen en vormen vaak een belemmering om zich te verenigen met hen, die zich voor de afzondering inzetten. Mozes, de zoon van Farao’s dochter, koos echter voor het slavenvolk Israël, boven de paleizen van Egypte (Hebreeën 11:24-27). Het grote Voorbeeld is de Heer Jezus, Die overal werkte en diende, vol van heerlijkheid (Johannes 1:14) en macht (Mattheüs 28:18), … en toch bekend als de Zoon van een timmerman (Mattheüs 13:55 en Markus 6:3).

Al de bouwers mogen Hem voortdurend voor de aandacht hebben, zwak en leeg van zichzelf, arbeidend in de kracht van God. Zijn kracht wordt in zwakheid volbracht (2 Korinthe 12:9-10). Laten we allen bij Gods Woord leven en de deuren van de stad van de vrede, waarbinnen de zegeningen kunnen worden genoten, vroegtijdig grendelen voor elke verkeerde invloed. Zie, hoe Abraham aan de deur van zijn tent zat en als zodanig de deur grendelde (Genesis 18:1).

Wordt D.V. vervolgd.

J. de Blaauw

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol