1 jaar geleden

Na de babylonische ballingschap (29,30)

Nehemia 3 vers 3,5,20,27 en 28*:

3. De Vispoort bouwden de nakomelingen van Senaä. Zij maakten er een zoldering in en plaatsten de deuren ervan, met zijn sluitbalken en zijn grendels.
5. Daarnaast verrichtten de inwoners van Tekoa herstelwerk, maar de vooraanstaanden onder hen zetten hun schouders niet onder de dienst van hun heren.
20. Daarachter herstelde Baruch, de zoon van Zabbai, vol ijver een tweede gedeelte: van de Punt tot aan de deur van het huis van de hogepriester Eljasib.
27. Daarachter herstelden de inwoners van Tekoa een tweede gedeelte: tegenover de grote hoog
uitstekende toren tot aan de muur van de Ofel.
28. Vanaf de Paardenpoort verrichtten de priesters herstelwerk, ieder tegenover zijn huis.

* Het is raadzaam het gehele hoofdstuk te lezen.

XXIX

De vele bouwers

Nehemia 3 geeft ons vele interessante details over de bouw van de muur. Het geeft ons een glimp van Gods precisie hoe Hij wil dat Zijn volk te werk gaat. Hij noteert niet alleen wat gedaan wordt, maar ook hoe het gedaan wordt. God vind het fijn als Zijn volk tezamen werkt.

Achter elkaar lezen we “daarnaast”, “daarachter”. Ieder had zijn persoonlijke werk wat hij moest doen, maar ze werkten ook tezamen – jij in jou klein hoekje en ik in het mijn.

God noteerde wie er werkte en koos er sommigen uit voor een speciale vermelding. Van één leider werkten de dochters met hem mee. Apothekers en goudsmeden hielpen allemaal mee met het werk, wat ze eigenlijk niet gewoon waren om te doen. Velen werkten, maar een man genaamd Baruch repareerde voorzichtig  (andere vertalingen: ernstig of vol ijver) een gedeelte. De Tekoïeten repareerden, hoewel hun vooraanstaanden hun schouders (letterlijk nek) niet zetten onder het werk van hun Heer. Deze mensen gingen vervolgens verder en repareerden nog een ander stuk van de muur. Verschillende mensen werden genoemd die een tweede gedeelte repareerden.

Een flink aantal repareerde een stuk muur tegenover hun huis. Er werden twee mensen genoemd die in verbinding stonden met het huis van de hogepriester Eljasib, die bevriend was met Tobia, één van de vijandelijke leiders (Neh. 13:4-9). Nu had Eljasib geen sluitbalken en grendels aangebracht in de poort die hij herbouwd had (vs. 1). Hoe belangrijk is toch voor ons de noodzaak van afzondering te leren en deze vitale waarheid in onze families ook te praktiseren!

XXX

Nehemia 4:4-7*:

7. Het gebeurde, toen Sanballat, Tobia, de Arabieren, de Ammonieten en de inwoners van Asdod hoorden dat het herstel van de muren van Jeruzalem vorderde en dat de bressen gedicht begonnen te worden, dat ze in hevige woede ontstaken.
8. Zij spanden allemaal samen om tegen Jeruzalem te gaan strijden en verwarring te stichten.
9. Maar wij baden tot onze God en plaatsten een wacht tegen hen, dag en nacht, vanwege hen.

* Het is raadzaam het gehele hoofdstuk te lezen.

Waken en bidden

Aan alle kanten van Jeruzalem werd de tegenstand van de vijand sterker en sterker toen ze zagen, dat het werk vorderde. Hun aanvankelijk diepe verstoring en verachting nam nu de vorm aan van verontwaardiging, woede, spot en een samenzwering om het volk aan te vallen. De joden die vlak naast hun vijanden leefden brachten berichten over wat zij aan het doen waren. Vandaag de dag wordt satan ook gegriefd, als hij ziet dat het werk van God vooruitgang boekt. Hij zet alles in om het te stoppen.

Steeds weer gaat Nehemia in gebed tot God. Zijn gebeden zijn kort, en “to the point” zonder uitgebreide verhalen over hen. Ook wij kunnen eenvoudig en rechtstreeks tot God bidden. En onze Heer Jezus Christus, onze grote Hogepriester en Voorspraak, is altijd beschikbaar, op elk moment van de dag. Hij gaf Zijn leven voor ons en Hij heeft ons lief met een onuitsprekelijke liefde.

Onze Heer vertelt dat we moeten waken en bidden. Toen Nehemia de muur rondom Jeruzalem herbouwde, waakte hij en bad hij ook, dag en nacht. De werklieden sliepen in hun kleren. Ze waren bewapend met zwaarden, speren, bogen en droegen schilden, en droegen een harnas. De helft hield de wapens vast en de andere helft werkte aan de bouw van de muur. De bazuinblazer was aan de zijde van Nehemia, klaar om alarm te blazen als de vijand naderde. Terwijl de werklieden verspreid over de muur druk bezig waren, waren er orders gegeven dat wanneer de trompet zou klinken zij zich daar allemaal moesten verzamelen. Dat we elkaar toch ook mogen helpen om de opdracht van de Heer uit te voeren!

Eugene P. Vedder, jr., © the Lord is near

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, R. Mol