3 jaar geleden

Moeten we 1 Korinthe 11 vandaag de dag nog steeds letterlijk toepassen?

Steeds weer heeft de eerste brief aan Korinthe het “zwaar”. Want het past niet meer, zoals men meent, in de culturele omgeving van de 21ste eeuw (dit dacht men echter ook al in de 19e en 20e eeuw …). Hoe moet men met de eerste verzen van dit hoofdstuk omgaan? Moeten we het letterlijk toepassen?

Waarschijnlijk is er geen nieuwtestamentische brief die het ook onder praktiserende christenen zo moeilijk heeft dan de 1e Korinthe-brief. Hieronder slechts een paar voorbeelden, waar men steeds maar weer hoort: Past dat nog in het moderne beeld van de 21ste eeuw?

Leringen in de Korinthe-brief die bestreden worden

  • 1 Korinthe 4 Vers 8: Heersen in en met de politiek – een opdracht voor christenen?
  • 1 Korinthe 5: Wat betekent hoererij (ontucht, Grieks porneia) eigenlijk? Moet men eerst trouwen voordat een man en een vrouw met elkaar samen mogen leven? Is dat niet achterhaald in onze samenleving?
  • 1 Korinthe 6 vers 9: Vandaag weten we toch – zegt men – dat men niets kan doen aan zijn seksuele voorkeur (verwijfd, misbruikers – uitdrukkingen voor degenen die betrokken zijn bij homoseksualiteit). Moeten we deze veroordeling van een dergelijke praktijk dan niet relativeren?
  • 1 Korinthe 7 vers 10 en 11: Men kan zich niet langer tegen echtscheiding beschermen en moet het in de huidige tijd accepteren. Of?
  • 1 Korinthe 10 vers 16: Men kan vandaag toch helemaal niet weten hoe de ander zich moreel en leerstellig gedraagt. Het is toch zeker genoeg, dat iedereen zichzelf beproeft, of hij geschikt is voor het avondmaal (1 Kor. 11:28) – een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid, een gemeentelijke tucht (kerkelijke tucht) kan niet praktisch zijn.
  • 1 Korinthe 11 vers 3-16: Is het gebod van de hoofdbedekking van een vrouw bij het bidden en profeteren niet iets fundamentalistisch? Dat kan men vandaag toch niet meer maken.
  • 1 Korinthe 14 (1 Kor. 13:8): Kan men het spreken in talen echt beperken in een samenkomst? Men moet toch rekening houden met welke toestanden er in Korinthe waren – vandaag ziet de wereld er heel anders uit. En dat talen “ophouden” (verdwijnen, tot rust komen – zodat ze helemaal niet meer bestaan), daarvan spreekt men toch niet meer.
  • 1 Korinthe 14 vers 26: Het is niet bewezen, dat in de bijeenkomsten vrijheid is voor onderwijs, etc. Dat leidt alleen maar tot verwarring. Het is beter om het verloop te regelen en vast te leggen. Dan kan een broeder (of een zuster – zie het volgende punt) zich tenminste tevoren voorbereiden om iets zinvols te prediken. Dat is toch allemaal beter dan een zinloze toespraak van iemand die zich niet specifiek op de preek voorbereid heeft.
  • 1 Korinthe 14 vers 34-36: In die tijd moesten de vrouwen zwijgen in de samenkomst van de vergadering (gemeente). Maar hoe kun je dit vandaag nog steeds verdedigen, wanneer onze samenleving heel anders in elkaar zit? We hebben de vrouwen met hun gaven nodig. Moet dit allemaal ongebruikt blijven?

Vermoedelijk kan men nog andere voorbeelden naar voren brengen. Ik beperk me nu tot de vraag of vrouwen – zusters – ook vandaag de dag nog in de 21e eeuw hun hoofd dekken moeten, als zij bidden en profeteren, zich dus hoorbaar tot God richten of van God tot de mensen. Dat deze verzen niet naar de samenkomsten van de vergaderingen (gemeente) zouden kunnen verwijzen, maakt 1 Korinthe 14 vers 34 duidelijk: Daar moeten vrouwen zwijgen. Dit geldt ook duidelijk voor de gebeden (1 Kor. 14:15; psalm in vers 26), niet alleen voor de profetie (vs. 29).

Letterlijke uitleg?

Welke aanwijzingen brengen mij er toe om deze verzen ook vandaag toe te passen, zoals ze daar geschreven zijn:

  1. Een principe van de hermeneutiek (beginselen van de bijbelse interpretatie) is, dat men alle verzen letterlijk moet uitleggen, die niet door de context of andere duidelijke aanwijzingen figuurlijk, symbolisch enzovoorts verstaan moeten worden. De apostel Paulus spreekt in deze verzen van haren, van bidden en profeteren, van het afsnijden van het haar, enzovoorts. Dit zijn allemaal dingen die men alleen letterlijk verstaan kan.
  2. Paulus spreekt niet alleen als dienaar of voorbeeld in deze brief, maar met zijn apostolisch gezag (1 Kor. 1:1). Hij spreekt met gezag.
  3. Paulus wendt zich niet louter tot de gelovigen in Korinthe, maar tot de geheiligden in Christus Jezus, geroepen heiligen “in elke plaats”. Daarmee valt de argumentatie als een kaartenhuis in elkaar, dat Paulus zich alleen beperkt zou hebben tot de situatie in Korinthe. Natuurlijk neemt hij dit als aanleiding voor het onderwijs, maar breidt ze echter uit tot beginselen voor alle vergaderingen (gemeenten) van die tijd.
  4. Deze brief is in de canon van de heilige Schrift opgenomen. Daarmee heeft het niet alleen een universele betekenis, wat zijn regionale betekenis betreft, maar ook wat zijn tijdelijke betekenis betreft. Deze brief is geldig voor alle tijden.

Wat zijn de argumenten van de apostel in dit hoofdstuk?

  1. Vers 3. Scheppingsordening: God – Christus – man – vrouw: Deze ordening is tot op vandaag niet veranderd.
  2. Vers 4: Beginsel – een man die met bedekt hoofd bidt of profeteert onteert zijn hoofd – Christus.
  3. Vers 5: Beginsel – een vrouw die onbedekt bidt of profeteert, onteert haar hoofd – de man.
  4. Vers 6: Beginsel – een dergelijk handelen is een schande voor een vrouw.
  5. Vers 7: Beginsel – de man is representant van God en maakt de autoriteit van God (heerlijkheid) zichtbaar, eert God: Dit moet gezien worden, daarom geen bedekking.
  6. Vers 7: Beginsel – de vrouw is de heerlijkheid van de man – maar de man moet niet gezien worden, maar God.
  7. Vers 8: Scheppingsorde: De vrouw is uit de man (Adam), niet andersom
  8. Vers 9: Scheppingsorde: De man werd niet geschapen om de vrouw, maar omgekeerd. Deze ordening is vanaf de 1e eeuw tot aan de 21e eeuw niet veranderd.
  9. Vers 10: Samenvatting: De vrouw moet een macht op het hoofd hebben terwille van de engelen – die de bewakers van de scheppingsorde zijn. Zij zijn de hoogste wezens in de eerste schepping en waken over deze scheppingsorde.
  10. Pas in vers 11 verlaat de apostel  deze scheppingsorde, en laat zien, dat de man geen verkeerde voorstelling over zichzelf en de vrouw heeft: in de Heer – in de nieuwe schepping – is er geen onderscheid meer (zie Kol. 3:11; Gal. 3:28).
  11. Vers 12: Scheppingsorde: de vrouw is er om de man – biologische orde: De man is uit een vrouw geboren. Daarmee bevestigt Paulus hetgeen hij in vers 11 zei.
  12. Vers 13: Persoonlijke waardering: Het is niet waardig dat een vrouw ongedekt God bidt.
  13. Vers 14: Ook het natuurlijke gevoel moet daarheen leiden. Dit natuurlijk gevoel kan natuurlijk vandaag volledig onnatuurlijk worden (zie b.v. 2 Tim. 3:3) – Maar toen was het door God gegeven natuurlijk gevoel zo. Ook in Israël was het zo, omdat de man alleen lang haar had, wanneer hij zich als Nazireeër van God toegewijd had (verg. Num. 6:5). Absalom met zijn lange haren, waarmee hij in de takken van een eik bleef hangen (verg. 2 Sam. 18:9), dienen als afschrikwekkend voorbeeld. Maar voor een gelovige zal het natuurlijk gevoel door God zelf bewerkt worden – en dat leidt tot een gevoel van schande met het oog op een man met lang haar en op een kortharige vrouw.
  14. 14. Vers 15. God heeft de vrouw lang haar gegeven als een natuurlijke sluier. Want haar positie in de scheppingsorde is zich te verbergen en niet in het middelpunt te staan.
  15. 15. Vers 16: Men kan over deze dingen strijden, als je je niet aan de aanwijzingen van de apostel wilt onderwerpen. Maar de Korinthiërs moesten als samenvatting weten: Noch Paulus en zijn medearbeiders, noch de andere vergaderingen (gemeenten) hadden de gewoonte dat de man lang haar en de vrouw kort haar droeg, dat de man zich bij het bidden en profeteren dekte en de vrouw niet.

Samenvatting

De argumenten van Paulus verwijzen dan ook naar de scheppingsorde en de gevolgen daarvan op het persoonlijke beoordelen, op het natuurlijke gevoel en op de gewoonte van de apostelen en andere vergaderingen (gemeenten). Men kan op grond van persoonlijke beoordeling en het natuurlijk gevoel tot andere overwegingen komen dan Paulus. Toch blijft tot op de dag van vandaag:

  1. zijn apostolisch gezag bestaan, waarmee hij
  2. de scheppingsorde als reden voor dit gedrag aanvoert, precies als
  3. de gewoonte van de apostel en
  4. de gewoonte van de overige vergaderingen (gemeenten) toen.

Is dit niet voldoende voor ons om ook vandaag de directe aanwijzingen van God door Zijn apostel op te volgen? Iedereen die  begint op enige schriftplaats de verordeningen van God af te zwakken of weg te vagen, heeft geen middel meer in de hand,

  1. anderen te vermanen die een dergelijk gedrag vertonen bij een andere schriftplaats en
  2. zal dan steeds, wanneer het hem zelf niet bevalt, ook bij andere schriftplaatsen zich deze afzwakkingen veroorloven.
  3. Dan heeft het Woord zijn macht over mijn leven verloren. Zoals iemand ooit zei: Als ik begin het Woord van God te beoordelen, houdt het Woord van God op mij te oordelen.

Manuel Seibel, © Bibelpraxis.de.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol