3 jaar geleden

Lukas 2 vers 7

“… en zij (Maria) baarde haar eerstgeboren Zoon en wikkelde Hem in doeken en legde Hem neer in een kribbe, omdat voor hen geen plaats was in de herberg” (Luk. 2:7).

“Geen plaats”

Enkele jaren geleden maakten we een lange treinreis door diverse landen in Europa. Binnen meer dan zeven weken bezochten we steden die ons voorheen totaal onbekend waren. Elke keer als we in een stad aankwamen, begon de zoektocht naar een kamer. Uitgeput na de reis en beladen met zware rugzakken, liepen we door onbekende straten waar we vele vreemde toeristen ontmoetten.

In een plaats kwamen we voortdurend de melding “geen plaats” in verschillende talen tegen. Het was altijd dezelfde boodschap: al onze kamers zijn volgeboekt. Andere toeristen waren ons voor. Dus gingen we op weg naar het volgende pension, waarbij onze benen meer en meer vermoeid raakten. Maar steeds weer: Geen plaats.

Sinds deze ervaring kan ik mij veel beter de situatie van Jozef en Maria indenken. “Voor hen was geen plaats in de herberg”. De Messias, de Schepper van hemel en aarde was geboren. Was hun hachelijke situatie niet een dringend geval? Maar de herberg was vol.

Lijkt die herberg niet op veel harten van mensen? Ze zijn vervuld met het najagen van rijkdom en invloed, werk en genoegens van het leven. Er is geen plaats voor de Zoon van God.

Jezus Christus zei: “Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop; als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik bij hem binnenkomen en de maaltijd met hem houden en hij met Mij” (Openb. 3:20). Open de deur van uw hart en laat Hem binnen!

© The Good seed

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol