11 jaar geleden

Levenswoorden in het boek Handelingen (9)

Les 9

 

De Heiland Jezus. De Man naar Gods eigen hart (naar Handelingen 13:22 en 23)

 

Beste cursist(e),

In Handelingen 13 en 14 lezen wij over de 1e zendingsreis van Paulus (Cyprus en het huidige Turkije). In de geschiedenis van Petrus en Cornelius hebben we gezien dat de deur werd geopend om het evangelie naar de volken (de heidenen) te brengen. Nu moet dat ook daadwerkelijk gaan gebeuren. We kunnen ons goed voorstellen dat de eerste gemeenten dit niet zomaar, op eigen gezag en in eigen kracht gaan doen. We lezen in Handelingen 13:13 dat de Heilige Geest Zélf Paulus en Barnabas aanwijst voor een bijzondere werk. Bedenk daarbij dat Paulus en Barnabas op dat moment nog helemaal niet weten wat ze gaan doen; waar ze naar toe moeten; wat de uitkomst zal zijn. Voor hen gold: “Wat de toekomst brengen moge, mij geleidt des Heren hand”. De wereld had er geen idee van wat hier begon. De twee zendelingen werden uitgelachen, weggehoond, vervolgd. Wij kijken terug, en zien dat door de “avonturen” van deze twee mannen, geleid door God Zelf, het evangelie uiteindelijk door de hele wereld klinkt, en ontelbaar veel mensen heeft gered voor de eeuwigheid. Ook ons! Tot Gods eer! Naar waarheid kan gezegd worden: “de grote dingen die God met hen gedaan had” (Handelingen 14:27).

Denk nu aan de Heiland-liefde van God, die niet wil dat iemand verloren gaat (2 Petrus 3:9). Leest u nu eens met deze gedachte de hoofdstukken Handelingen 13 en 14 rustig en aandachtig door.

Vraag 1.

Wilt u onderstaande teksten opzoeken, en de hoofdzaak opschrijven, die daar over Saulus wordt gezegd. U ziet dan een hele bijzondere ontwikkeling.
Voorbeeld: Handelingen 8:1: Saulus stemt in met de moord op Stefanus.

Handelingen 8:3: ………………………………………………………………………………………………….

Handelingen 9:1-2: …………………………………………………………………….…………………………

Handelingen 9:4: ……………………………………………………………………….…………………………

Handelingen 9:5: ……………………………………………………………………….…………………………

Handelingen 9:12: ……………………………………………………………………..…………………………

Handelingen 9:18: ……………………………………………………………………..…………………………

Handelingen 9:20: ……………………………………………………………………..…………………………

Handelingen 9:22: ……………………………………………………………………..…………………………

Handelingen 9:28: ……………………………………………………………………..…………………………

Handelingen 13:4: ……………………………………………………………………..…………………………

Handelingen 13:9: Saulus is vervuld met de Heilige Geest, eerste nauwkeurig verslag van zijn optreden als apostel. Hier wordt hij voor het eerst Paulus genoemd.

Zijn Joodse naam spreekt van “hoog”, deze wordt veranderd in een Romeinse naam, die “gering” betekent. God heeft Paulus bestemd om de kostbare naam van Jezus te verkondigen aan volken, koningen en zonen van Israël (Handelingen 9:15). We zien in zijn leven en werk dat Gods predikers geen leven van eer en luxe leiden; geen leven voor zichzelf. Zij zijn uitschot, uitvaagsel in het oog van de wereld (1 Korinthe 4:13). Ook nu nog moeten wij bereid zijn die weg te gaan!

Vraag 2.

Hoe komt een prediker er toe om toch zo’n moeilijke taak op zich te nemen (ook nu nog!)?
(a) Naar Handelingen 13:4 en 1 Korinthe 12:11 (wie roept hem?)

……………………………………………………………………………………………………………………….

(b) Naar 2 Korinthe 5:14? (wat dringt hem?) ……………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

(c ) Naar 1 Timotheüs 2:4? ……………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………….

(d) Naar 1 Korinthe 10:31 en Johannes 7:18? (wat zoekt hij?) …………………………………………..

……………………………………………………………………………………………………………………….

(e) Naar 2 Timotheüs 4:8 en Openbaring 4:10? ……………………………………………………………..

……………………………………………………………………………………………………………………….

Laten wij dankbaar zijn om de evangelisten die God nog geeft. Laten wij hen ondersteunen en laten wij hen trouw in onze gebeden gedenken.

Niet alleen voor de evangelist, maar ook voor hem die tot bekering komt geldt, dat dit niet is om het in deze wereld zo gemakkelijk mogelijk te krijgen.

Vraag 3.

(a) Wat zegt Handelingen 14:22 hierover? …………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………….

(b) Maar wat zegt Romeinen 5:1? ……………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………….

(c) En wat zegt Johannes 14:3? ………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………………….

Paulus en Barnabas prediken op de eerste zendingsreis achtereenvolgens op Cyprus, en in de volgende steden van het huidige Turkije: Antiochië, lconium, Lystre, Derbe en Perge (de plaats waar Timotheüs woonde). In Handelingen 13 (Cyprus) lezen we over een oordeelswonder dat ertoe leidt dat een stadhouder tot geloof komt; ongetwijfeld tot zegen voor het hele eiland. In Handelingen 13 (Antiochië) lezen we over een prediking tot “zonen van Israël”. Paulus predikt hier in de synagoge, vanuit het Oude Testament. Het leidt tot scheiding tussen gelovigen, die blijdschap en vrede vinden, en tegenstanders, die gekenmerkt worden door verbittering. In Handelingen 14 (Lystre) lezen we over een wonder van genezing. Paulus predikt hier tot heidenen, nabij een afgodstempel. Hij predikt nu aan de hand van het getuigenis van de Schepping. Velen komen tot geloof.

Laten we eens nader ingaan op de prediking van Paulus te Antiochië.

Vraag 4.

(a) Hoe noemt Paulus de Heere Jezus in Handelingen 13:23?

……………………………………………………………………………………………………………………….

De naam “Heiland” betekent: “Hij die heil aanbrengt”.
(b) Hoe wordt de redding uit de macht van Farao genoemd in Exodus 14:13?

……………………………………………………………………………………………………………………….

(c) Hoe wordt de gave van God (Johannes 4:10) genoemd in Lukas 2:30?

……………………………………………………………………………………………………………………….

“Heil” is de som van beiden: het wegnemen van het kwade, en de gave van het goede. In de Heere Jezus, en alleen in Hem, genieten wij dit.

Vraag 5.

(a) David is een voorbeeld van de Heere Jezus. Hoe noemt Paulus hem in Handelingen 13:22?

……………………………………………………………………………………………………………………….

Van de mensen staat geschreven: Niemand die God zoekt (Romeinen 3:11), ook David niet (hij schrijft het zélf in Psalm 14:3!).
(b) Wat staat er – over de wil van God – van de Heere Jezus geschreven in Hebreeën 10:9?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

(uitleg over David: De lof die hij krijgt, ontvangt hij na zijn bekering. Hij heeft geleerd om te leven uit genade (Psalm 32). Het hoogste doel ná zijn bekering is, een Huis voor God te bouwen, tot Zijn eer (Psalm 132).

We hebben in deze les iets gezien van Gods werk tot bekering; van de leiding van Heilige Geest; van lijden en heerlijkheid voor prediker en gelovige. De hoofdzaak is echter de inhoud van de Blijde Boodschap van God: De Heiland Jezus, de man naar Gods hart, opgewekt uit de doden, in Wie alleen vergeving is (Handelingen 13:22-23; 13:30; 13:38-39).

Dit was dan les 9 en zie naar uw volgende les uit. Veel succes en zegen toegewenst.

Er staan nog meer cursussen in Frisse Wateren. Ik nodig u van harte uit deze te volgen en daardoor uw geloof “op te frissen”.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol