11 jaar geleden

Levenswoorden in het boek Handelingen (18)

Handelingen 5:20

Les 18

“… aangaande Jezus … van ‘s morgens vroeg tot de avond toe” (Handelingen 28:23).

 

Beste cursist(e),

In de vorige les volgden we Paulus en zijn reisgenoten op hun zeerels naar Rome, tot Malta.

Voordat we verder gaan met Handelingen 28, eerst nog even terug naar een onderwerp uit les 14, dat wat reacties opriep. Daar stond in de cursus (n.a.v. Handelingen 18:9-10): “Op deze wijze zal de Heere zich aan ons niet meer openbaren. Wij hebben Zijn Woord en Zijn Geest ontvangen, en daarom bedient Hij zich nu niet meer van “gezichten” (visioenen, openbaringen)”. Hierover de volgende toelichting: God maakte Zijn wil bekend, eerst door de schrijvers van het Nieuwe Testament, daarna door de apostelen en profeten van het Nieuwe Testament. In Johannes 14:26 zegt de Heere Jezus tot Zijn discipelen dat de Heilige Geest hen zou gebruiken om “in herinnering te roepen alles wat Hij hen gezegd had”. In het bijzonder in de Evangeliën vinden we hiervan de vervulling. In Johannes 16:12-13 zegt Hij tot hen dat de Heilige Geest hen in de hele waarheid zal leiden, dat is ook het profetisch Woord. Johannes sluit dit af in Openbaring 22:18: “… als iemand hieraan toevoegt …” (!). Overigens: Johannes 14-16 hebben natuurlijk voor ons net zo goed een (andere) betekenis – In Johannes 17:14 spreekt de Heere Jezus over Zijn discipelen, duidelijk onderscheiden van “hen, die door hun woord in Mij geloven” (alle latere gelovigen). Van hen, Zijn discipelen, de latere apostelen, zegt Hij in vers 14: “Ik heb hun Uw woord gegeven”. In Efeze 2:20 staat dat het Huis van God wordt gebouwd “op het.fundament van de apostelen en profeten, terwijl Jezus Christus Zelf de hoeksteen is”. Hier gaat het om het leerstellig Woord van God. Dezelfde gedachte vinden we in Efeze 3:5: “in de Geest geopenbaard aan Zijn heilige apostelen en profeten”. We zien dat zowel het ooggetuigenverslag (Evangeliën en Handelingen), als het leerstellig en pastoraal onderwijs (de brieven), als het profetisch Woord (de Openbaring en passages in de Evangeliën en de brieven) door discipelen, apostelen en Nieuw-Testamentische profeten tot ons zijn gekomen. Wij mogen daar onder geen enkele voorwaarde “openbaringen” aan toevoegen. De idee van een “openbaring” veronderstelt dat God nog niet voldoende heeft gesproken. Zogenaamde nieuwe openbaringen stonden aan de wieg van de verschrikkelijkste valse leringen (Boek der Mormonen, leer van de Jehova getuigen, de Koran van Mohammed). Iets geheel anders is het als een gelovige een strikt persoonlijke ervaring heeft, waarin hij of zij de nabijheid van de Heere Jezus op een bijzondere wijze ervaart. Kenmerkend voor een zodanige door God gewilde geloofservaring is, dat op de één of andere wijze het Woord van God daar juist een plaats in heeft.

Dan gaan we nu weer verder met Handelingen 28.

Lees Handelingen 28:1-10.

Vraag 1a:

Wie zorgen voor de behoeften van de schipbreukelingen?

……………………………………………………………………………………………………………………….

Vraag 1b:

Dat lijkt een eenvoudige vraag, maar Wie bewerkt dit in hun harten?

……………………………………………………………………………………………………………………….

Vraag 1c:

Welke behoeften van Zijn dienstknechten heeft Hij dus zoal gezien (u kunt er minstens drie vinden in dit leesstukje)?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….
Dit mag ons altijd tot troost zijn: Hij kent al uw omstandigheden, en voorziet op Zijn tijd en op Zijn wijze.

Lees Handelingen 28:11-15.

De Dioscuren waren afgoden uit de Griekse godenwereld (Castor en Pollux). Ze golden als de beschermgoden van zeelieden. Wat zij waard zijn hebben we in Handelingen 27 wel gezien.

Vraag 2:

In Handelingen 28:13-15 en in Romeinen 16:5-15 is er sprake van verschillende plaatsen en huizen in en nabij Rome waar gelovigen bij elkaar worden gevonden. Kunt er ten minste drie noemen?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Paulus ervaart de ontmoeting met broeders in Christus als een van God gegeven zegen (vers 15). Daar mogen wij een voorbeeld aan nemen.

Lees Handelingen 28:16 en Handelingen 28:30 en Filippi 1:12-13 (het pretorium is een hoofdkwartier van Romeinse soldaten).

Vraag 3:

Hoe lang heeft Paulus (elkaar afwisselende) soldaten in zijn nabijheid gehad en wat heeft het tenminste opgeleverd?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Hoe menig uur zal Paulus met zijn wachters hebben gesproken; een doelgroep die hij in vrijheid nauwelijks had kunnen bereiken! Laten wij veel bidden voor broeders en zusters in gevangenschap (Hebreeën 13:3).
Lees Handelingen 28:17-29 en Handelingen 13:26, 46.

Vraag 4a:

Wat doet Paulus ook te Rome eerst, en waarom?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Vraag 4b:

Welke bijzondere reden noemt Paulus in vers 19b, om zich op de keizer te beroepen?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Vraag 4c:

(vers 20, 23) Over welke onderwerpen spreekt hij tot de Joden?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Het is wel heel bijzonder dat we hier de enige keer vinden dat Paulus onbekeerde mensen (hier: Joden) naar zich toe laat komen. In Handelingen 20 heeft hij één keer op apostolisch gezag oudsten tot zich laten komen. In beide gevallen kon het vanwege de omstandigheden nu eenmaal niet anders. In alle andere gevallen die wij kennen, zocht hij mensen op. Zéker voor onze evangelisatie heeft ons zijn voorbeeld véél te zeggen.

Lees Handelingen 28:23; Lukas 24:27, 45-46, Johannes 5:39.

Vraag 5a:

Wie is het grote onderwerp, ook van alle Oud-Testamentische Schriften?

……………………………………………………………………………………………………………………….

Vraag 5b.

Kunt u daar enkele voorbeelden van noemen?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….
Lees Hebreeën 1:2, Romeinen 5:14 en 1 Korinthe 15:45, Hebreeën, 9:22b en 1 Johannes 1:7b.

Vraag 5c.

Kunt u nu alleen al uit de eerste drie hoofdstukken van Genesis één aspect van Zijn Almacht en Heerlijkheid noemen, en tenminste twee voorbeelden die van Hem spreken?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Bedenkt u daarbij dat God op elke bladzijde van Zijn kostbaar Woord iets opnam, dat spreekt over Zijn geliefde Zoon. Zijn Persoon is onuitputtelijk. Hij is de heerlijkste van allen! Gods wil is het dat wij ons daarmee bezighouden; dat wij Zijn Zoon zoeken, in Zijn gehele Woord.

Lees Handelingen 28:25-29 en Johannes 12:37-43.

In Johannes 12:36 kwam het moment dat de Heere Jezus zich terugtrok van de menigte. Het licht had tot het laatst gestraald, maar zij hadden het niet aangenomen.

Vraag 6.

Wat staat in Jesaja 49:8 en in 2 Korinthe 6:2 over onze tijd?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Daarom: Zoekt de Heere terwijl Hij te vinden is, roept Hem aan terwijl Hij nabij is! (Jesaja 55:6).

Met een hartelijke groet en zo de Heer wil weer tot de volgende keer.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol